Noorderlicht aan het Wad

Dat zou mooi zijn! Op 25 juli aan het Wad bij Zwarte Haan. Het Noorderlicht!

Te zien in Fryslân, aan het Wad.

De afgelopen dagen moet het er te zien geweest zijn volgens Omrop Fryslân. Zie onderstaande link:

Noarderljocht ôfrûne nacht te sjen by Swarte Haan

Nog zo’n zeven of acht etappes, dan zijn we er! Verheug me er op en hoop dat de Feestverlichting dan ook aan staat.

Advertisements

Schrijden en stempelen

En zo schrijden we voort. Van Zuid-Limburg door Noord-Brabant en door het Land van Maas en Waal naar Gelderland en Overijssel.

We schrijden ook door de seizoenen. Toen we in februari vertrokken in Eijsden in Limburg, vroor het nog. We gingen ergens in de buurt van Weert onze boterhammen eten achter een muurtje met de dikke fleecevesten aan en de muts op, zo koud was het.

Ik noem het bewust schrijden, op internet kom ik verschillende defenities tegen van dit werkwoord.

                 “Je te voet voortbewegen door stappen te nemen”

Dit is m.i. gewoon lopen en geeft niet de werkelijke betekenis van schrijden aan..

                 “Bedachtzaam en statig lopen”

Dit komt meer in de buurt van wat ik voel bij het horen van het werkwoord schrijden.

                  “Zich langzaam doch vast voortbewegen”

Dat komt aardig in de buurt, ik kijk toch nog eens verder.

                     “Waardig lopen”

Dat is het precies: met waardigheid en respect voor alles om je heen, door het landschap lopen.

Ik denk dat ik in het vervolg niet meer loop of wandel. Nee, ik schrijd door het landschap.

Die waardigheid past wel bij een Pylger. Maar ik weet niet of dat langzame ook bij mij past.

Op de foto hierboven zie je de gescoorde stempels op de Pelgrimspad Camino Santiago aan het Wad. Ik hoop dat ze in Sint-Jabik niet moeilijk doen over de route, want hoe ik loop staat nergens beschreven bij de estafette-pelgrimage.

Ik loop samen met Ans en nu een paar dagen met mijn zoon Frank mijn eigen Camino aan het Wad. Via Zuid en een stukje Oost gaat mijn route over het Hanzestedenpad naar Noord.

Zo door het land te schrijden, soms alleen, vaak met Ans en soms met mijn zoon, dat is mijn manier. Mijn weg, onze weg.

Ben benieuwd, wat ze er in Sint-Jabik van vinden. Maar wij hebben een geweldige mooie Reis gemaakt. En daar gaat het om.

Een volgende keer wil ik het nog eens hebben over lopen óf wandelen. In België is lopen rennen én wandelen stappen. Daar kwam ik achter toen ik in 2015 samen liep met Andrea uit België. Ik ga het uitzoeken. Ik ga stappen ondernemen…..

Piet Paaltje

Sinds de vorige wandelweek, toen we onderweg waren van Zutphen naar Deventer vond ik mijn nieuwe vriend.

Hij lag daar ergens op een Landgoed, het leek of hij op me aan het wachten was in het hoge gras langs een prachtige beek.

brug bij brummen

Ik pakte hem op en het voelde direct goed, dat heb je soms. Op een of andere manier is er een klik, vaak ook nog van twee kanten.

Ik probeerde ‘m aan de linkerhand, daarna aan de rechterhand en het voelde goed.

‘s Avonds werd hij naast de Slaapkoets neergezet en werd zijn naam bedacht:

Piet Paaltje. Vernoemd naar de depressieve dominee en dichter die zelfmoord pleegde, François HaverSchmidt. (Leeuwarden 1853- Schiedam 1894). Zijn pseudoniem was Piet Paaltjens.

Schreef onder anderen de de bundel Snikken en grimlachtjes. Hij was dominee in Foudgum, Raard, Den Helder en Schiedam.

In Leeuwarden staat er een borstbeeld van hem.

piet paaltjens

Op de foto boven de tekst zie je nu staan: Stoffel-3, een Decathlon-stok zonder naam en Piet Paaltje. De eerste is de opvolger van Stoffel-1, kwijtgeraakt op station Horst-Sevenum toen ik na een blessure na een maand weer terugreisde naar Frankrijk.

Stoffel-2 vond ik in de buurt van Limoges en reisde en ondersteunde me onderweg naar Santiago de Compostela en Finistere en raakte kwijt op de terugreis met Vueling.

Zou volgens deze firma teruggestuurd zijn van Schiphol naar het hoofdbureau in Spanje maar werd nooit meer teruggevonden….helaas….

stoffel-2

De oranje Decathlon-stok werd voor de wandelvakantie in Ierland aangeschaft. En daarnaast de nieuwste vriend: Piet Paaltje uit Brummen in Gelderland.

We hopen dat de vriendschap langdurig  zal zijn en dat Piet Paaltje nergens vergeten wordt, zoals zijn illustere voorgangers Stoffel-1 en 2. Liever raakte ik tien Decathlon-stokken kwijt….

We hadden het deze week over vergankelijkheid, ik hoop dat deze vriendschap van langere duur is en dat de beide Stoffels niet vergeten worden.

En dat het met Piet Paaltje beter afloopt als met de dominee, die periodes van zware depressies doormaakte.  De gelovigen vonden dat hij veel te somber preekte. Er kwam zoveel dood in zijn preken voor, dat ze de kerk gingen mijden.

Hij tobde met het leven en toen zijn vrouw overleed kon hij het niet meer aan. Hij pleegde in 1894 zelfmoord door zich in de bedstee op te hangen met een koord.

Blij dat mijn  Piet Paaltje een houten stok is. En een echte vriend.

 

 

Niet bang meer zijn…

Bij de Dominicanenkerk aan Assendorperstraat haal ik een stempel. We bekijken de kerk nog en het schiet me te binnen dat Oom Jan ook met mij deze kerk in ging, toen ik vier jaar oud was: ik was bang, het was er donker, ik vond die beelden eng. Nu blijkt dat het er eigenlijk helemaal niet donker is en dat de kerk prachtig is versierd.

©Foto: Frank Tromp

Mijmeren

Frank en ik zijn net terug uit Zwolle. We hebben echt geweldige dagen gehad. Heerlijk om zo met mijn zoon een paar dagen op te trekken.

Al wandelend hou je hele gesprekken, het verleden, het nu en de toekomst komen aan bod. Niet te zwaar, nee we praten zoals we lopen: lichtvoetig!

Want dat is wel apart, vader en zoon hebben dezelfde loop, dezelfde manier van lopen. Allebei zogenaamde “teengangers”, we wikkelen allebei de voeten net iets anders af, waardoor het lijkt of we op onze tenen lopen. Ik heb er geen last van, maar ik merk dat Frank, omdat hij ongetraind is er meer last van krijgt. Vooral ‘s middags als we lang hebben gelopen, dan heeft hij last o.a. van zijn hamstring.

Maar zo huppelen wij met zijn tweeën het IJsselpad over, soms pratend, soms zwijgend.

Soms rusten we op een bankje, eten daar de meegenomen krentenbollen en chocolademelk.

Kletsen we over vroeger of over wat voor vogel daar vliegt of welke kerktoren daar in de verte ligt.

Zwolle is voor ons beiden een verhaal apart, het is niet alleen de Hanzestad.

Frank wil graag alles zien, waar zijn moeder en ik gewoond hebben, waar we naar school gingen en waar de kroeg was. Hoe oud ik toen was.

Zo reden en liepen we vandaag door Zwolle. Gisteravond waren we nog naar de Agnietenberg gegaan naar het kerkhof waar mijn Oom Jan en Tante Tett begraven liggen. We moesten echt zoeken op dat gigantisch grote kerkhof. Maar we vonden het graf, we pootten de plantjes in de grond.

En praatten over die lieve doden.

Een prachtig kerkhof, met mooie oude bomen, oude graven. Als we vertrekken zien we een monument staan van Thomas à Kempis, een middeleeuwse augustijner kanunnik, kopiïst, schrijver en mysticus. (1380-1471)

Er is hier vroeger een kloosterkerk geweest waar Thomas à Kempis na zijn dood werd begraven.

Kerk en klooster werden bij de Reformatie verwoest, maar de begraafplaats werd niet ontruimd.

We lagen gisteravond al op tijd erin, op Camping Vecht&Zo, een heerlijk kleine camping, met een heel vriendelijke eigenaar, Dick Meusen.

Ook weer zo’n plek om weer eens naar terug te gaan!

Vanmorgen waren we al vroeg wakker, Frank stond al om half zeven op de dijk bij de Vecht!

Ik stond wat later op, we ontbeten, dronken koffie en vertrokken op tijd naar Zwolle. De auto geparkeerd bij Hedon. Daar was ik vroeger wel naar concerten geweest. Maar het bleek een heel nieuw gebouw te zijn. Niet de ouwe Hedon dus. Een tegenvaller was ook dat het borstbeeld van de bekende Zwolse Rock’nRoll-artiest Herman Brood (1946-2001) er niet meer stond.

Zo zie je maar dat alles vergankelijk is, zelfs eeuwige roem….

Het was knus en gezellig in “Zwolle zonder Dolle”, er was een grote markt met veel fris fruit, groenten, vis en nog veel meer. Aan de andere kant van de kerk de stoffenmarkt, dat wist ik nog, dat was er in 1982 ook al.

Om onze Pelgrimsreis richting Fryslân goed af te sluiten bezochten we nog Museum De Fundatie, waar nog tot juni dit jaar het werk van de Duitser Neo Rauch te bewonderen is.

Ik was er voor de tweede keer, maar zag weer allemaal nieuwe details. Echt prachtig werk. Ook Frank vond het heel mooi.

We raakten nog aan de praat met een suppoost. Ik vroeg of hij zich niet verveelde en kreeg toen een heel mooi verhaal te horen, over een zzp-er, die kunstacademie had gedaan en nu als suppoost bijverdiende en in het Museum heel veel inspiratie kreeg. Ook vertelde hij ons nog van alles over Neo Rauch, waardoor zijn werk beter te begrijpen is.

Leuke vent die suppoost!

Na De Fundatie keken we nog even binnen bij het tegenovergelegen Herman Brood-museum.

Dat was wel leuk om die oude videobeelden uit de zeventiger en tachtiger jaren te zien, de strips die Herman maakte vind ik ook mooi, maar de andere werken spreken mij niet aan. Ik denk dat vooral zijn Manager er aan verdiend.

Zo kwam er een einde aan deze etappe, Frank en ik zijn beiden weer thuis. De was staat weer aan, de Caddy-Koets uitgepakt.

Over een paar weken wandel ik verder richting Hanzestad Kampen, daarna naar Hasselt.

En dan zitten we al op het Jabikspaad. Ik verheug me er op. Sint Jabik komt in zicht én natuurlijk Zwarte Haan.

Geen Santiago zonder Finistere, geen Sint Jabik zonder Zwarte Haan!

Doei!

IJsseldijk, vogelaars, grutto’s en Zwollenaren

Uitslapen, dat ging niet vanmorgen. We werden al vroeg wakker door het verkeer op de provinciale weg over de dijk van Wijhe naar Zwolle.

Maar we lagen er na ons bezoek aan de plaatselijke Turk, die zijn zaak trouwens “Bella Roma” had genoemd, al vroeg in.

De pizza was lekker, de bediening vriendelijk, de inrichting zoals je gewend bent in dit soort eettentjes.

Na het ontbijt en de koffie zijn we gauw de Caddy-Koets ingestapt en zijn we in de spits naar Zwolle gereden. De wagen werd geparkeerd in een parkeergarage naast het station. Daar moest ik evenveel voor betalen als een nacht op de camperplaats….

We waren op tijd terug in Wijhe, waar we net zoals elke dag eerst verkeerd liepen. Een mevrouw probeerde ons te vertellen dat de bordjes ook daarachter liepen. Ze had hetzelfde accent als mijn Oom Jan, die vroeger in Berkum woonde en eigenlijk uit Zwartsluis kwam. Maar daarover straks meer.

We liepen van de veerboot terug naar de dijk, waar we het paaltje met de roodgele markering zagen onder het hoge gras. We moesten een tijd onder langs de dijk lopen, maar na een kilometer of zo werden we het weiland ingestuurd. Raar eigenlijk, want gisteren mochten we net na Deventer de weilanden niet in, omdat het broedtijd is voor de vogels.

Net of die vogels begrijpen, waar er wel of niet wordt gelopen. Echt raar.

Ik begrijp dat je de vogels niet moet storen in deze periode, maar wees dan consequent en verbied het overal. Anders begrijpen wandelaars zoals ik het niet meer. Maar dit terzijde..

Je zag aan de grond dat die dit jaar of kort geleden nog onder water had gestaan. Nu het langer droog is zie je dat de klei gaat krimpen en scheuren.

We kwamen verderop toch weer bij de dijk terecht, met al dat verkeer erop. We waren blij dat de route de dijk volgde, terwijl de auto’s daar rechtsaf gingen.

De paardebloemen op de dijk met dat uizicht over de IJssel is fantastisch. Wat hebben we weer geluk met het weer, want daardoor is het nog mooier. Ik verval in herhaling, ik weet het: maar het is zo mooi! De IJssel, de dijk, het groene gras, de blauwe lucht, hier en daar een witte wolk, dat geel van de paardebloemen, soms wat lichtrose van de pinksterbloemen. Dat!

Fijn om hier zo te lopen met Frank, die ook nieuwsgierig is naar Zwolle, waar ik in 1982 zijn moeder leerde kennen. Hij wil meer over die geschiedenis horen, terecht!

We wandelen gestaag door, zien bij het dorpje Herxen een ooievaarsnest met daarop een ooievaar die aan het broeden is. Het mannetje is zeker vissen vangen of takjes zoeken, die zien we niet.

We zien er een bord staan met RUST erop, deze bordjes zagen we eerder en dat zijn meestal leuke plekken, waar je bij particulieren waar kunt koffiedrinken, vaak is er een toilet en wordt er nog van alles verkocht, jams of fruit. Leuke plekken!

Ook in Herxen, al we de tuin in lopen, staat daar de mevrouw des huizes, die ons vraagt of we in de tuin willen zitten of dat we met haar een bakje willen drinken.

We kiezen voor het laatste, altijd leuk om wat aanspraak te hebben bij de koffie. We gaan zitten, lekker in de zon, zij haalt de koffie. Ze komt met koffie en zelfgemaakte koek terug met daarin walnoten uit eigen tuin. Heerlijk!

We hebben een heel leuk gesprek, een gezellige tante. Later zegt Frank tegen mij: “Vond je die mevrouw niet op beppe lijken?” En dat was precies wat ik dacht, het voelde gewoon vertrouwd, omdat ze zo op mijn moeder, ús mem, leek.

We praatten over familie in Canada, die Fries praten, over vakanties in Noorwegen, over het weer, over de omgeving. Gewoon gezellig kletsen.

Toen er andere gasten kwamen, ook wandelaars, gingen we weer. We staken ergens een weiland over om weer bij de dijk te komen. Maar dit had niet gehoeven, want een kilometer of zo gingen we weer van de dijk af.

We gingen een natuurgebied in, Tichelgaten. Dit is ontstaan, omdat er ooit klei is afgegraven voor de steenindustrie, er waren vroeger veel steenfabrieken langs de IJssel.

Het is prachtig, ergens is een vogelkijkhut, het verrekt er van de vogels, dat hadden we al gehoord. Ook vliegen er heel veel grote libelles rond. Lente op zijn mooist, hier in Overijssel!

Verderop passeren we een man met een camera met een enorme zoomlens erop. We raken aan de praat en hij vertelt dat er nu prachtige foto’s gemaakt kunnen worden, omdat de vogels die libelles erg lekker vinden.

Hij vraagt ons wat wij doen en we vertellen ons Waddenpelgrimverhaal. Als hij hoort dat we uit Limburg komen, vraagt hij of we ook een Hay uit Grubbevorst kennen. Nee, die kennen we niet…

Een stukje verder komen we nog meer vogelaars tegen, allemaal met camouflagejassen en grote lenzen op de camera’s. Eentje vertelt dat hij vooral valken fotografeert.

We lopen het natuurgebied uit en bereiken Windesheim, een landgoed, maar ook een dorp. De plaatselijke hervormde kerk blijkt vroeger een klooster geweest te zijn met brouwerij. Een heel apart gebouw.

Via een heel verrassende route door de Molenpolder langs de Soestwetering bereiken we Zwolle. We lopen lang over de dijk en genieten van kievitten, grutto’s, reigers. Ik ben blij hier te lopen en vertel dat dit het geluid is van mijn jeugd. Het geluid van weidevogels. Prachtig!

We komen Zwolle binnen door een mooi bos vol met loofbomen. Weer een mooie binnenkomst! Dan besluiten we niet de route verder te volgen maar de snelste weg naar de binnenstad.

Ik kan Frank van alles vertellen over de tijd dat ik met zijn moeder woonde in Zwolle, op kamers en later in een flatje. Hij wil alles weten en alles zien.

Bij de Dominicanenkerk aan Assendorperstraat haal ik een stempel. We bekijken de kerk nog en het schiet me te binnen dat Oom Jan ook met mij deze kerk in ging, toen ik vier jaar oud was: ik was bang, het was er donker, ik vond die beelden eng. Nu blijkt dat het er eigenlijk helemaal niet donker is, en dat de kerk prachtig is versierd. De architect is een leerling van de bouwmeester Cuypers uit Roermond.

In de stad beklimmen we nog de Peperbus, de grootste toren daar. Een prachtig uitzicht over de stad.

Ik kan zien waar we vandaan zijn gelopen, daar in de verte zie je nog de IJssel.

Ook zie ik in het noorden de brug bij Kampen, dat is de volgende bestemming. Waarschijnlijk dan weer met Ans, want Frank en ik stoppen hier. Vanavond nog op een campinkje aan de Vecht, morgen de stad verder bekijken en dan ‘s avonds naar huis.

Tot dan dan!

Dolle Fries en Deventer Koek

Op het moment dat ik dit schrijf zitten mijn zoon Frank en ik in de Slaapkoets-Caddy op een camperplaats aan de IJssel in Wijhe.

Vanmorgen zijn we op tijd vertrokken, om een uur of elf stonden we op Station Wijhe. Daar namen we de trein naar Deventer. Om half twaalf waren we weer on the road with the red-yellow marks.

Een stuk moesten we nog door de stad, toen kwamen we bij de IJssel, het landschap, het water, de lucht lacht je gelijk al toe.

Er stond een stuk ijzer, dit bleek een stuk oude brug te zijn, ik geloof gebombardeerd in mei 1940. Bij het ding vond Frank een steentje met een papiertje erbij: NLrocks. Het schijnt een Facebookpagina te zijn, waar je deze zwerfsteentjes terug kan vinden. Straks even kijken. Je kan.het steentje meenemen of weer ergens anders neerleggen. Dan kijken op FB waar het terecht komt, leuk….

Dit keer dus een etappe met mijn zoon Frank, Ans is dit keer thuis gebleven, zij moest werken.

De laatste keer dat Frank mee wandelde was toen ik in 2014 vertrok uit Sint-Jacobi-Parochie, samen met hem en Jan. Ondertussen zijn we meer dan vier jaar verder en lijkt het of ik op de terugreis ben.

Nou, dat is misschien zo, maar dit voelt niet zo. Er is nog zoveel te wandelen, zo veel pelgrimspaden zijn er nog om bewandeld te worden. Ik ben er nog lang niet klaar mee en hoop nog veel kilometers te mogen lopen over ‘s heren wegen…..

Maar we hebben het over vandaag, hier en nu. Frank en ik wandelen langs de IJssel langs de jachthaven van Deventer. We komen nu echt buiten de stad en slaan linksaf een paadje in. Een halve kilometer verder staat er een bordje bij een hek: de uiterwaarden hier zijn van maart tot en met juli niet geopend voor wandelaars. We moeten terug, dat is nooit leuk.

Gelukkig is ons humeur gauw beter als we een ander weggetje inlopen, een prachtig kunstwerk staat daar met een uitzichtspunt. Een oude steenfabriek, er staan nog wat oude muren. En er naast velgroene sculpturen. Echt prachtig met die blauwe lucht, dat groen erbij en de IJssel die slingert door het landschap..

We lopen door en steken een drukke weg over, we komen op een soort landgoed, maar de state of het kasteel is nu een Hotel. Hotel Gaia, het ziet er uitnodigend uit en we besluiten er een kop koffie te drinken.

Het ziet er fantastisch uit! Prachtig ingericht, mooie tuin, mooi terras.

Idee om daar misschien nog eens naar terug te gaan!

Buiten het hotel staan borden met zwartwit foto’s. Op die foto’s staan teksten van Etty van Hillesum, die dit landschap blijkbaar goed kende.

Heel mooi.

De wandeling gaat verder door veel landgoederen, veel lange lanen met beukenbomen. Nu helemaal mooi met die frisgroene blaadjes. We genieten van al dat moois.

Bij een landgoed, De Haere, zien we een bord staan over de IJssellinie, het blijkt dat tijdens de Koude Oorlog een verdedigingswerk is gemaakt bij de IJssel. Als de Russen ons aan zouden vallen, zou Nederland met behulp van allemaal sluizen, vaarten de boel onder water laten lopen. Echt, superraar, ik heb nooit geweten dat ze zo gek waren, zo bang voor het Rode Gevaar!

Nou maar hopen dat we niet weer zo gek en bang worden,want dat kost echt handenvol geld… Ik ben persoonlijk banger voor Trump als voor Poetin, maar dat terzijde..

We wandelen nog langs Boskamp, waar een vandaal een.”f” achter de “p” had geschreven.. Later passeren we Olst waar ik in het Gemeentehuis een stempel scoor.

We verbazen ons over moderne kunst in Olst, een wandelende blinde darm, een alvleesklier op poten?

We lopen nog een stuk langs de IJssel, maar lopen ons helemaal vast, we klimmen over een hek, lopen dwars door een weiland tot we bijna in Wijhe zijn, daar haal ik bij de Primera nog een stempel.

De Slaapkoets staat nog keurig op ons te wachten, we rijden nog langs een Katholieke kerk, lopen er nog even binnen.

Helaas is de Little River Boat bij de camperplaats vanavond niet geopend, we moeten ergens anders iets eten.

Maar we hebben een mooie plek aan de IJssel, al rijden er wel veel jonge jongens in grote auto’s heen en weer op de parkeerplaats. Hopelijk vanavond en vannacht niet….

Oant moarn!