Stormy and rainy night, with my love on my side

In Chevigny op Camping ‘l) Hermitage was het nog lang onrustig. Er waren twee wandelaars met een groen tentje. En een heel aardige camping beheerder, die uit Normandië bleek te komen.

Een geweldige camping, Waarschijnlijk vinden veel Nederlanders het wat gedateerd. Maar dat is precies waar ik of wij van houden. Oude vergane glorie. Op een Certificaat op de deur stond dat het gecertificeerd was in 1941. In de oorlog dus. Nou, het zag er allemaal, behalve de plastic stoeltjes en tafeltjes ook jaren-40-stijl uit. Prachtig! Net of we in een oude Franse film zitten of in “Hallo, hallo”, die geweldige serie met kroegbaas René.

Mijn fantasie vliegt op hol op dit soort plaatsen, 1941: misschien zaten er wel Duitsers in dit gebouw. Allemaal beton en alles onderkelderd. Net zoals vroeger bij ons in Friesland, daar was Kamp Sondel, ook al een recreatiepark. Daar hadden ze na de oorlog vakantiehuisjes van die bunkers gemaakt. Maar het zijn dus maar fantasieën van mij. Misschien was het wel niet Duits, maar juist heel Frans. Je weet het niet, maar ik zou het wel willen weten….

In ieder geval had de oude Normandische Campingbaas gisteren onze was binnengehaald en die binnen laten drogen. Het stapeltje lag op tafel in dat gezellige bruine kroegje. Ook had de lieve man brood voor ons, omdat de bakker maandag niet kwam. De rekening werd uitgereikt, € 30,- voor overnachten, brood en een paar peperdure blikjes met eten. Maar ja, als je trek hebt, dan wil je wat. En als er geen winkel in de buurt is….

Even voor half negen vertrokken we, de tent weer nat in de rugzak. Brood en beleg mee voor onderweg. We liepen nog een stuk langs het meer, Lac les Settons , tot we afsloegen en via een wat moerassig landschap op een weggetje uitkwamen. We zagen eekhoorntjes verstoppertje spelen achter de bomen. Het weer was nog grijs, maar zo en dan kwam er een stukje blauw tevoorschijn. Het werd een dag van jasje-aan-jasje-uit. Elke keer als je dacht er komt regen, ik trek een regenjas aan, dan begon de zon te schijnen. trok je de jas uit, dan begon het te regenen. Weer zo’n geval van “de Wet van Murphy”. Wij maakten daar grapjes over omdat we bij Ben Murphy in de tuin hebben gekampeerd in Sneem in Ierland.

Het waren mooie landschappen waar we vandaag aan voorbij gingen, vooral die met zo nu en dan en huisje, een boerderij en met mooie uitzicht over de groene velden van de Morvan. In de verte de bossen. Van je af kunnen kijken daar houden mijn lief en ik het meest van, we hebben blijkbaar allebeide een nieuwsgierige aard.

Maar degene die de routes van de GR bedenkt, die denkt daar blijkbaar anders over: het grootste gedeelte van de dag liepen we door de bossen, de wouden over stenige, rotsachtige paden, die vaak meer lijken op waterlopen. Omhoog en omlaag, waardoor ik moeilijk omhoog kom en Ans moeilijk omlaag. Het leverde wel mooie plaatjes op van o. a. paddenstoelen, die blijkbaar met dit weer als….uit de grond komen.. Ik heb er vandaag veel gefotografeerd.

Dit is er nog maar een selectie van. Er waren er in ieder geval veel in die vochtige bossen. We rekenden uit dat we gemiddeld zo’n drie kilometer per uur liepen. Het plan was om een halve rustdag te nemen en 14 kometen te lopen naar Anost. Daar zouden we dan de camping pakken en hadden we nog de hele middag om te luieren. Nou, het liep anders door ons slakkengangetje. Om half drie kwamen we in het leuke dorpje.

De winkel was nog dicht en we wachten even in een leuk kroegje. Daar zag ik dat er ook een Gite Etappe in de buurt was. Zo’n Gite Municipal, waar ik in 2015 veel heb geslapen en waar je voor heel weinig geld kunt overnachten. We besloten te bellen, nadat we eerst boodschappen gedaan hadden bij de plaatselijke Casino. (winkelketen in Frankrijk).

Bij de kerk op een bankje belde mijn lief in haar beste Frans de mevroi die alles regelde. We konden komen, zij zou zo en zo laat daar zijn voor de verdere formaliteiten. Mooi, lekker een bedje voor vannacht!

Ik bekeek de kerk nog, daar zag ik een paar mooie beelden en ook mooie glas-in-loodramen. Er lagen ook twee belangrijke grijze figuren begraven, ik ben er niet achter gekomen wie of wat….

Bij de Pharmacy kochten we nog wat peperdure Omeprazol voor mij, omdat ik die niet genoeg bij me had. Daarna liepen we nog de Mairie binnen voor een stempel voor de Credentials en om de weg te vragen naar Athez, waar de Gite zou zijn. We werden zeer vriendelijk te woord gestaan en liepen zoals madam het ons uitgelegd had. Onderweg werd ik bijna omvergereden, omdat ik bij een bocht overstak. Ik sprong op tijd opzij en de automobilist remde gelukkig. Anders had ik nu dit verhaal niet getypt op dit kleine mobieltje…. Jacobus? Beschermengeltje?

Om half zes kwamen we aan bij de Gite, een oude school, waar een slaapzaal is, met separees. Een keuken en een ruimte waar je kunt zitten. En wie kwamen we tegen? De twee Vlaamse Pelgrims, ze heten Wim en Marleen, die we gisteren ontmoet hadden. Het werd nog gezellig, en we gingen moe en voldaan het lekkere bedje in. Oant moarn, tot morgen, a demain!

Advertisements

Door de bossen…

Ik schrijf vandaag maar twee verslagen, want een dag later een verslag schrijven kost me toch meer moeite als ik dacht. We maken zoveel mee, we zien zoveel, doen zoveel indrukken op, dat het moelijk is om alles goed terug te halen.

Daarom vandaag het verslag over vandaag, zondag 10 september.

We sliepen vannacht werkelijk heerlijk in ons knusse tentje. We verwachtten dat het koud zou zijn, maar dat viel reuze mee. Maar het blijft slapen in de tent, dat is toch anders als in een gewoon bed in een gewoon huis slapen. In de tent word je toch geregeld wakker, of door een blaffende hond, of door een uil die keihard ‘Oehoe’ roept. Of door de wind die de bladeren doet ritselen.

Of die eikel die uit de boom valt bovenop je tent. Dat soort dingen.

Allemaal hazenslaapjes tussen die geluiden door. Met als gevolg dat we vanmorgen best wel laat wakker werden. Zo’n half acht stonden we op, eerst lekker ontbeten in die gezellige recreatieruimte.

Na het ontbijt de tent afgebroken, die was nog behoorlijk nat, dus die kilo’s moesten vandaag extra mee.

Om half negen liepen we richting dorp, waar we eerst bij de bakker een brood kochten en in de kruidenierswinkel nog wat fruit, yoghurt, kaas en chocomel, voor onderweg.

Ik keek nog even naar die oude foto’s die er tegenover voor het raam stonden: foto’s van de flotteurs, die vroeger zo het hout over de rivieren naar Parijs vervoerden. Armoede was het in de Morvan. De streek werd letterlijk uitgemolken. De vrouwen die net kinderen hadden werkten als ‘min’ in Parijs, want die rijke madammen wilden zelf geen moedermelk geven. Alle hout werd bijna gehakt in de Morvan om de kachels in Parijs op te stoken.

Een beetje zoals de Peel bij ons, bittere armoede, kleine boetenbedrijfjes, slechte grond.

Keihard werken voor weinig loon.

We liepen verder met nog wat extra kilo’s etenswaren erbij. Weer dezelfde weg terug naar de brug over La Cure. Daar moesten we oversteken en een stukje naar rechts langs een D-weg lopen. Bij de eerste afslag ging het al flink omhoog, een soort fietspad, we kwamen al een mountainbiker tegen, maar die kwam van boven, dus die ging hard.

Wij niet, het was vandaag de eerste beklimming, dus zijn de spieren nog wat stram. Maar we waren beiden zo met klimmen bezig dat we totaal niet opgelet hadden of er wit-rode markeringen op de bomen stonden. Bijna boven kwamen we daar achter, Ans zocht op Google-maps de route en het bleek dat we als we stuk door het bos liepen we uitkwamen bij de GR-13. Gelukkig!

Tot nu toe was het heel goed gegaan, de markeringen staan overal goed, vallen op en we zijn steeds goed gelopen, nog steeds niet de weg kwijt geraakt. Dat overkwam mij toch geregeld in 2015, ik praatte het goed met het idee dat dat er bij hoort en dat je door verdwalen heel vaak op mooie plekken komt, waar je anders nooit was geweest. Dat is nstuurlijk ook wel zo, maar op het moment dat het gebeurd is het niet fijn. Dat is lullen achteraf, in retro-perspectief….

Want vaak verdwaal je als je moe bent op het einde van de dag en dan baal je ervan.

Over vandaag kan ik eigenlijk het best vertellen, dat het weer een bos-dag was en dat we steeds blij waren als we een weiland of een huis zagen. Wel liepen we hele stukken door oude loofbossen met veel beukenbomen. Dat is wel prachtig, die grillige bomen met die felgroene bladeren waar dan de zon door heen schijnt. Net een sprookje.

Met het weer hebben we weer geluk, toen we vanmorgen vertrokken was het nog flink mistig. Die trok weg en het zonnetje liet zich ook geregeld even zien. Dan is het wel jammer dat je dan door zo’n donker bos loopt.

Toen we ergens uitrusten kwamen we twee Vlaamse pelgrims tegen. Zij hadden dezelfde afstand als ons in een dag minder gelopen. (gestapt zeggen zij). Ook vandaag liepen ze nog stuk verder als ons. Maar ze kampeerden niet en lieten zich bij aankomst in gite’s lekker verwennen. Tja, als je dat allemaal kunt veroorloven, dan gaat dat! En je hebt veel minder kilo’s op je rug, dat loopt ook wat gemakkelijker, helemaal berg-op.

Eind van de middag kwamen we aan bij Le Lac-de-Settons, een gigantisch meer, ik denk van een stuwmeer, want er was een soort stuwdam waar we overheen liepen.

Bij een restaurantje dronken we thee en koffie, daar kwamen we de twee Vlamingen ook weer tegen.

Een uur of vijf waren we op de camping, alweer zijn we de enige gasten. Het seizoen is afgelopen vertelde de oude campingbaas, en seizoen was ook niet begonnen door het slechte weer.

Gelukkig heeft hij ook een winkeltje, daar kopen we wat “blikvoer”, snoep en koekjes. In ieder geval wat te eten vanavond, want onderweg kwamen we er al achter dat hier zondags bijna niets open is. Nu helemaal niet, omdat het toeristenseizoen is afgelopen.

De tent staat, we hebben gedouched, gegeten, vanavond er weer vroeg in, hopelijk net zo warm als gisternacht.

Oant moarn, het weer wordt kouder hier, er wordt regen verwacht….

Van Chastellux-sur-Cure naar Dun-les-Places klimmen en klauteren

Na het uitgebreide ontbijt, compleet met kiwi’s, yoghurtjes, brood en koffie vertrokken we. Het was ondertussen al kwart over acht.

Vandaag was het een bos-en woud-etapppe. Er waren maar weinig dorpjes tussendoor. Paul had ons vertelt dat we beter niet de originele GR-route vanaf hun huis konden lopen, want dat was erg om en de route ging daar meteen omhoog door een rotsige en stenige waterloop. Nou, daar houden wij toevallig ook niet zo van.

Dus ging het eerste stuk over mooie landweggetjes, we staken nog een meertje over. Daar zaten allemaal vissers te staren naar hun dobbertjes. Het leek wel of ze kampeerden.. Allemaal een tentje, een parasolletje, een stoeltje en een hengeltje of nog een. Nou, ieder zijn ding hé! Wij zijn meer van het wandelen.

Een oude man stond na de brug zijn hengel uit te pakken en begroette ons vriendelijk met ‘Bonjour!’ Nou, ook Bonjour. We gingen een stenen pad op, dat flink omhoog ging, steil omhoog. Zo’n echte kuitenbijter, die mij op zijn tijd ook nog de adem beneemt en mijn hart flink doet kloppen. Op zijn tijd dus even stoppen, even op adem komen en dan weer verder… Mijn lief heeft meer klimmerbloed, die gaat in een tempo naar boven. Zij heeft weer meer moeite met afdalen. Dat is meer mijn ding. Ik ga zwaar zuchtend naar boven en huppelend naar beneden.

Voor een buitenstaander moet dat toch een raar gezicht zijn. Die zullen ons wel een raar stel vinden.

Ons interesseert dat niet: we kennen elkaars mogelijkheden en beperkingen en accepteren dat van elkaar. Dat wandelt het lekkerst.

Soms loop ik meters voorop, soms Ans, soms lopen we samen. Net hoe het uitkomt, net hoe we ons voelen.

Na de top van de heuvel zagen we het dorpje Marigny-‘l Eglise liggen, een mooi dorpje met een kerkje, een café met herberg, postkantoor en winkeltje erin. Dus daar dronken we koffie, een lekker chocolade croissant erbij.

In het winkeltje kochten we nog wat mini-verpakkingen jam en tonijn. Niet omdat we dat nodig hadden, maar omdat we het winkeltje zo willen steunen. Stel je voor dat dit zou verdwijnen uit zo’n dorpje….

De rest van de dag liepen we veel door het bos, heel veel naaldbossen met flinke beklimmingen en natuurlijk de afdalingen die daar bij horen.

Om een uur of drie kwamen we bij de brug over la Cure, daar was een café – restaurant waar we een lekkere cola en een spa’tje bestelden. De eigenaar bleek een Nederlander te zijn en legde Ans uit hoe je het beste naar Dun-les-Places konden lopen.

Dat was zo op het einde van de dag nog een hele wandeling, omhoog natuurlijk.

Net voor vieren kwamen we aan, de boulangerie en de epicerie gingen om vier uur open. Flink boodschappen gedaan en heerlijk brood bij de vriendelijke bakkersvrouw.

Daarna was het nog een stuk klimmen naar de Camping Municipal. Toen we daar kwamen was er niemand, geen beheerder, geen campinggasten. We hadden de hele camping voor ons alleen! De tent werd opgezet en alle eten, kookspullen zetten we neer in het was-annex-keuken-gebouw, waar ook nog een ruimte was met lekkere luie stoelen.

Nadat we gedouched en lekker opgefrist waren aten we eerst een lekkere kop soep. Daarna belden we het telefoonnummer wat je moest bellen als je op de camping kwam. De madam genaamd Christelle zou om zeven uur komen.

Zij kwam inderdaad, we hoorden haar van verre al aankomen met haar brommerautootje, vol gas de berg op.

Nou, het was weer een echte Camping Municipal! Ik moest € 9,94 afrekenen, supergoedkoop die gemeentelijke campings. Christelle vroeg nog om de Credential, want ze had ook een stempel bij zich om die af te stempelen. Wij helemaal blij vanzelf. We waren de eerste Compostela-pelgrims dit jaar zei ze. Er was wel een Pelgrim geweest die naar Assisi ging.

‘s Avonds was het nog heel gezellig op de lege camping, vooral in de recreatie-ruimte was het supergezellig. Twee wandelaars van middelbare leeftijd op een luie stoel met een telefoontje.

Als dat niet gezellig is….

Weer op het pelgrimspad

Vandaag las ik dat dit pad na Le Puy-en-Velay “Le Chemin du Puy” heet. Ik ben er nog niet achter hoe deze verbindingsweg van Vézelay naar Le Puy wordt genoemd.

We zijn ondertussen al twee dagen “on the road again”… Vrijdagmorgen vertrokken we vroeg uit Vézelay. De tent afgebroken, het kapotte luchtbed weggegooid in de container, spullen uitgezocht wat meeging in de rugzak en gigantisch ontbeten. Want we blijven wel Hollanders hé! Niks weggooien, alles moet op! Dus alles wat niet mee kon in de rugzak hebben we eerst opgegeten. Yoghurt met muesli, fruit. Ik geloof dat ik een halve emmer Griekse yoghurt achter de kiezen had toen we vertrokken.

Want de auto met de rest van de kampeerspullen blijft in Vézelay bij de camping staan. We kwamen er achter dat je tegenwoordig in Vézelay moet betalen om te parkeren. Dus hebben we het geel autootje maar voor de camping neergezet.

Volgegeten zetten we daar de rugzakken op. Het voelde al wat raar, in juli hadden we die voor het laatst gebruikt toen we wandelden in Normandië. Eerst in Ierland en toen het daar maar bleef regenen in La France.

Nu dus onderweg naar Le Puy-en-Velay, door onze geliefde Morvan. Allebei met een Credential, ik als Pylger en mijn lief meer als GR-wandelaar. Ieder zijn ding! Ik verheug me er erg op om samen met mijn lief het Pelgrimspad op te gaan. Haar dingen te laten zien op Le Chemin. Misschien andere pelgrims te ontmoeten. En haar ook de gastvrijheid van de Fransen te laten ervaren. Want dat is wat me vooral is bijgebleven van die monstertocht in 2014 en helemaal in 2015: de warmte, de gastvrijheid van de Fransen. Je hoeft maar ‘pelegrin’ te zeggen of alles wordt uit de kast gehaald. Ik heb me in 2015 heel vaak verwend gevoeld: ik kreeg zo lekker eten en drinken, een heerlijk bedje en voelde zoveel warmte, dat ik het echt niet meer vergeet. De taal was vaak een barrière: maar ik zag dat er velen waren die hun best deden om toch te communiceren. Met woordenboek of met Google-Translate kom je echt een heel end. En met handen en voeten kun je ook dingen uitleggen: dat is internationaal!

Maar ik wil verder. Om ongeveer kwart over acht stonden we bij de Boulanger in Vézelay. Brood voor onderweg. Beleg hadden we nog.

Bij het kruispunt twijfelden we even. Daar stonden bordjes van de route over Nevers of die over Bourges. Het leek me logisch om die over Nevers te volgen. Later zou er wel een afslag richting Le Puy komen.

We liepen richting Saint Pére en zagen Vézelay boven ons liggen. Prachtig, de contouren van die oude stad bovenop die berg, de Basiliek van Madeleine stevent overal bovenuit.

Via Pierre-Perthuis ging het door de bossen en klimmend en dalend richting Saint-André-en-Morvan. Daar moest vanzelf een foto gemaakt worden van deze Dré of Dries of Andries. Zo maakten mijn Pelgrims vriendin Andrea uit België en ik ook in 2015 een foto bij een plaatsje wat ook de naam had van Saint-André.

Het was een zware tocht vrijdag, door al dat geklim en geklauter. Vooral omdat het vaak door waterlopen ging, steil omhoog of omlaag met veel stenen en keien erin. Niet prettig lopen met de rugzak op. We waren dan ook blij dat we in de buurt waren van Chastelux-sur-Cure, waar we gereserveerd hadden bij Refugio Bahai. Dat ging gemakkelijk, want de eigenaars zijn Nederlanders. Vlak na de Mairie zagen we na een bocht al een bordje staan met de Refugio erop.

Het was ondertussen een uur of vier.

Allebei flink stijf, het lopen ging niet gemakkelijk meer. Maar we hadden er al zo’n 24 km opzitten, lopend, klauterend, klimmend en dalend over die rare paden van de GR-13.

Ans had last van haar knie, ik van mijn hak. Allebei blessures, die opspelen na veel kilometers. We waren blij dat we bijna daar waren.

We zagen bij het volgend gehucht, La-Rue-Perrin geen bordjes meer en gingen bij een muurtje eens om ons heen kijken. “Zullen we bellen?”, toen ik ineens op het hek naast me de Jacobschelp en de “T” van de Pelgrimsweg naar Assisi zag staan.

“Hier moet het zijn!” Toen we riepen kwam Paul al naar buiten. Hij leidde ons rond, het bleek dat we een eigen appartementje hadden met alles er- op-en-eraan. ”s Avonds om zeven uur konden we met hen samen eten. (Paul en Hanneke).

We konden lekker douchen, de kleren uitwassen, ons wat opfrissen, de was ophangen buiten. Ook de tent werd uitgehangen, want die was vanmorgen nat de rugzak ingegaan.

Lekker opgefrist en weer wat uitgerust gingen we om zeven uur aan tafel bij Paul en Hanneke, superlieve mensen, die heerlijk gekookt hadden: groentensoep en pasta met spinazie en kip. IJs en koffie na, het was echt heerlijk. Ze vertelden dat ze alleen pelgrims onderdak boden, ook omdat ze zelf ook hadden gepelgrimeerd. Pelgrims naar Santiago-de-Compostela en Pelgrims naar Assisi.

Hier waren ze zelf nog van plan om nog naar toe te gaan wandelen. Mooi, zo’n idee van zo’n Refugio. En voor het geld deden ze het niet, ze telden, € 25 per persoon. Dit geld ging in een potje, ik denk voor hun eigen Pelgrim reis…

Nadat we nog wat met de telefoontjes gespeeld hadden, gingen we moe maar zeer tevreden naar de lekkere bedjes. We sliepen allebei weer als roosjes. Hanneke had het ontbijt al klaargezet, we konden ”s morgens zo vertrekken. Zelf een lunchpakketje kon meegenomen worden. Echt een aanrader! Pracht plek, prachtige mensen. Over de dag van vandaag schrijf ik morgen, anders wordt het wel een heel lang verhaal.

Het pelgrimspad van Vézelay naar Le-Puy-en-Velay

Het is nu vrijdagmiddag, we vertrokken twee dagen geleden om een stuk te gaan wandelen. Luxemburg was het plan, een stukje GR-5 vanaf Diekirch.

Maar zoals een goede wandelaar betaamd keken we eerst naar het weerbericht. Daar werd slecht weer voorspeld, veel regen. En daar hebben we het na de wandelvakantie in Ierland helemaal mee gehad.

Dus wijzigen we onze plannen. Ik had sinds mijn eigen Camino in 2014 en, 2015 verschillende verhalen gehoord, over de route van Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela.

Zelf ging ik in 2015 na Vézelay richting Nevers en herinner me het moment dat ik de Morvan links van me liet liggen en zelf meer richting westen liep.

Dat vond ik toen wel jammer, want we zijn met mijn gezin verschillende keren op vakantie geweest in de Morvan.

Nou, dan is dit een mooie gelegenheid om dit samen met mijn lief te doen, wat wil je nog meer?

Thuis had ik nog een Credential liggen met stempels erin van de kerk van Aken en van Trier. Die had ik laten afstempelen toen we vorig jaar de Eifelsteig liepen in Duitsland.

Woensdag vertrokken we met de auto, volgeladen met tenten, rugzakken, luchtbed, een krat vol boodschappen richting Ardennen. Daar overnachten we op dat leuke Campinkje aan de Ambléve bij Stavelot.

De volgende dag gingen we al weer vroeg op pad om verder te rijden richting Vézelay. Daar waren we mooi op tijd. Tentje opgezet en daarna zijn we naar Vézelay gelopen, ongeveer een of twee kilometers. In Vézelay was een kantoortje van de Franse Pelgrimvereniging. Daar heeft ook Ans een Credential gehaald en kochten we ook nog een routeboekje.

Hierna bezochten we de Basiliek van Madeleine. Prachtig mooie kerk, ze waren er nog steeds aan het verbouwen. Dat was in 2015 al, in 2016 toen we er ook eens waren en nu dus nog.

”s Avonds was het nog lekker op de camping annex Jeugdherberg. Allemaal Duitsers met kinderen die een soort kamp hadden en ook liederen zongen. Verder veel mensen met campers, maar op het veldje naast ons stonden verschillende trekkerstentjes, de een met een fiets ernaast. De andere met een auto, net als ons.

Na dat we gegeten hadden redelijk vroeg naar bed gegaan, helaas sliepen we niet erg goed, omdat het grote luchtbed lek bleek te zijn.

Nadat we alles hadden opgeruimd vanmorgen, kwam de vrouw van dat kleine tentje vragen of we een startkabel bij ons hadden, hun auto startte niet. Het bleek dat zij 11 dagen hadden gelopen. Ze waren tot Le Chatre gekomen. Een plaats die ik niet gauw zal vergeten, ik was daar met Pasen 2015, en was toen al geblesseerd. Twee of drie dorpen verder bleek het een marsfractuur-blessure te zijn en moest ik mijn Reis voor een maand onderbreken.

Dat over 2015, nu is het 2017 en mijn lief en ik vertrokken vanmorgen vanaf Vézelay. Lekker weertje, beetje bewolkt, prima wandelweer. Ik zal jullie later meer vertellen over onze avonturen op het Pelgrimspad in de Morvan.

De Camino in Ierland

Tijdens onze wandelvakantie kwamen we bordjes tegen van The Kerry Camino op het schiereiland Dingle. Zie de volgende link

Het blijkt te gaan om een Camino, in de voetstappen van Brendan, patroonheilige van mariniers, reizigers en walvissen…

Saint Brendan is geboren in 484 na Christus in Tralee op het schiereiland Dingle.

Op verschillende plekken kwamen we kastjes tegen, waar stempels in zaten, waar je je “credential” kon stempelen.

Omdat wij The Dingle Way liepen, hebben we het pelgrimspaspoort niet aangevraagd. Maar ik geloof dat de route bijna hetzelfde is.

Interessant vond ik wel toen we in de havenstad Dingle kwamen dat bij The Saint James Church daar het volgende bord stond:

Op het bord wordt vermeld dat Ierse Pelgrims naar Santiago  de Compostela vaak via Dingle reisden naar La Corona in Gallicië.

Niet geheel toevallig denk ik, als je ook hebt gelezen dat er vanuit Dingle, Ierland ook sterke banden zijn met Brest in Bretagne. Alle drie plaatsen met Keltische roots.

Links in een internetbos

 

 

internetbos

 

Voor de “duidelijkheid” heb ik nu heb ik de volgende blog aangemaakt op WordPress:

https://wandeleninierland.wordpress.com   Hier kun je onze wandelavonturen in Ierland volgen als je dat leuk vind. Volgende week gaan we daar aan de wandel op de schiereilanden Kerry en Beara.

Meer algemene wandeldingen schrijf ik in de volgende blog: https://gewoonwatgewandel.wordpress.com Zaken die met wandelen te maken hebben, maar ook oefenwandelingen, bijvoorbeeld stukjes GR-5 of andere kortere wandelingen.

De Camino-verhalen blijven gewoon op deze site https://PylgerAndrys.wordpress.com Dat was oorspronkelijk de site die ik voor de Camino was begonnen én die wil ik daar voor blijven gebruiken.  Vandaar dat ik nu alles wat opsplits. Ook het Zuiderzeepad wat we liepen, want dat was voor mij een beetje de Camino naar Huis, naar mijn geboorteplek.

En dan is er nog de site https://opwegnaarnidaros.wordpress.com Die ben ik vorig jaar begonnen, omdat we toen eigenlijk de Olav-route wilden doen. Dit plan is er nog steeds, maar hiervoor moeten er vakantiedagen, maar ook nog wat geld gespaard worden. Maar eens zullen we naar Trondheim lopen. Alleen weten we nog niet wanneer.

Ik hoop dat je er een beetje wegwijs uit word, het werd tijd de boel wat te reorganiseren, want ik zag zelf door de blogbomen het internetbos niet meer.

Dankjewel voor reacties, blijf reageren, op deze site of op die andere, want dat vind ik heel erg leuk.

Oan sjens!

Andrys