Op een mooie Pinksterdag…

Vanmorgen stonden we vroeg op, om negen uur hadden we de Slaapkoets geparkeerd op het stationnetje van Mantgum. Daar rijdt het boemeltje van Leeuwarden naar Sneek en/of Stavoren.

In Leeuwarden hadden we nog tijd om een sterke cappuchino te kopen in de Kiosk aldaar. Daarna pakten we de trein naar Akkrum. Gisteren had ik daar al een stempel gehaald bij Hotel Goerres. Dus we konden zo doorlopen vanmorgen.

Eerste Pinksterdag in Akkrum om tien uur, er was nog niet veel te beleven, alles nog dicht. Alleen toen we langs de kerk liepen hoorden we het orgel en later mensen zingen. Echt een zondagmorgen….

We lopen door, we worden bij de brug nog begroet door de brugwachter, die nog niet zo veel te doen heeft blijkbaar.

We lopen verder richting Jirnsum. Het weer is echt heerlijk, toen we vertrokken hing er nog wat mist. Nu we aan de wandel zijn, breekt de zon er door. De uitzichten zijn prachtig: fluitekruid in de berm, pas gemaaide grasvelden, koeien, oude kop-hals-romp-boerderijen.. En dan die stalende blauwe lucht erboven.

It Jabikspaad yn Fryslân, prachtig! We genieten van de ruimte om ons heen, de uitzichten, de geluiden.

We gaan het Prinses Margrietkanaal over, een hoge brug. Even een klein heuveltje over, voor de rest is het zo vlak als wat.

In Jirnsum staat een monument dat de samensmelting tussen de oost- en de westroute symboliseert: “de Jirnsummer Moeting”.

In het dorp zoek ik nog naar een plek waar ik een stempel kan krijgen. Ik heb een blaadje van vier jaar geleden, dus ik ben bang dat het verouderd is. Niemand thuis. We lopen door en proberen het verderop op nummer 16 nog eens. Het blijkt een Natuurkampeerplaats te zijn: “Kamperen in de Boomgaard”. De eigenaresse blijkt een leuke vrouw te zijn, ze heeft wel geen officiële Jabiksstempel, maar geeft ons een van de Natuurcamping. Ook nodigt ze ons uit om een kopje koffie te drinken op de camping. “Daarachter staat wel een picknicktafel, ik breng jullie zo de koffie…”

Ze komt terug met de stempel, een dienblad met koffie en koek. We worden echt verwend. We bedanken haar en omdat ze er niets voor wil hebben, gooien we wat in de pot bij de fruitschuur, waar ze jam enz. verkoopt en waar de kinderen met regenweer kunnen spelen.

Wat een verschil met de boerencamping waar wij twee nachten hadden geslapen, daar moest je zelf toiletpapier meenemen, 50 cent voor douchen, 20 cent voor warm water en verder niks. Geen recreatieruimte, geen magnetron, niks. Hier in Jirnsum hebben ze er een prachtplek van gemaakt!

En een super gastvrije eigenaresse, zo kan het ook!

We doen de rugzak weer op en wandelen verder richting Raerd, we wandelen veel langs de weg. Gelukkig is het nog niet druk, zo nu en dan komt er een fietser voorbij. Wat opvalt is, dat hier de fietsers je wel “Goedendag” of “Hoi” zeggen. Dat is op veel andere plaatsen vaak anders…

Raerd lopen we door, na het dorp zien we een soort bosje. Het blijkt de voormalige Jongema-State te zijn. Alleen de poort staat er nog. Het is een beetje spookachtig, want in de bomen zitten honderden roeken te krijsen.

Een apart sfeertje daar. Waar vroeger de State heeft gestaan staan nu kunstwerken, maar de bomen staan er nog.

Als we doorlopen komen we op de oude weg naar Sneek, ik moet denken aan vroeger. We waren verhuisd van Gaasterland naar de grote stad Leeuwarden. En in de weekends en met feestdagen gingen we vaak terug naar Nijemirdum, waar mijn pake en beppe nog woonden.

Mijn vader reed dan altijd langs deze weg en mopperde vaak dat het zo’n rotweg was met al die bochten en bomen…

Ik herken de plekken en schiet vol. Hoelang geleden, 52 of 53 jaar?

De tijd is omgevlogen, toen zat dat jongetje van tien achter in de auto, nu loopt hier een man van 62 met een rode rugzak en een stok. En met Ans, die ook ziet waarom ik me hier zo lekker voel…

In Easterwierrum nemen we pauze. Op een bankje eten we onze boterhammen en drinken wat. Ook hier is er niemand thuis op het stempeladres. Dat zal lastig zijn met Pinksteren.

Het laatste stukje naar Mantgum is wel het hoogtepunt van de dag. We lopen een stukje over een oud kerkpad over de weilanden. Daar staan verschillende bruggetjes, waar we overheen moeten.

Verderop moeten we nog over een schrikdraad heen, want er lopen koeien. Dan komen we bij de oude toren van de voormalige Sint-Nicolaaskerk. Er omheen de graven, net zoals in mijn geboortedorp. Er liggen hier zelfs oude graven uit 1300.

V

Om twee uur kwamen we aan in Mantgum, daar lukte het jammer genoeg niet om een stempel te bemachtigen. Alles dicht!

Nou, dan is dat voor deze week de laatste keer dat we op het Jabikspaad wandelen, waarschijnlijk weer wandelen we na onze vakantie verder, in juli.

Nu zit het er even op, we hebben weer een fantastische wandelweek achter de rug, het ging heerlijk zo met de auto, onze Volks-slaapkoets. Een goede nachtrust is ook veel waard als je langer aan de wandel bent.

Ben dan ook benieuwd hoe ons het kamperen in de vakantie bevalt….

Tot dan, na de vakantie…oan sjens in Sint-Jabik!

Advertisements

Over de Tjonger naar Dappere Dodo

photo_20180517_152130-2110642166.jpg

Vandaag liepen we vanaf station Wolvega verder het Jabikspaad richting Sint-Jacobi-Parochie aan het Wad.

In Wolvega en omstreken praat men geen Fries, maar Stellingswerfs, een oude Saksische taal. Als je het hoort lijkt het meer op Overijssels of Drents dan op het Fries.

Wolvega ligt in Stellingwerf, wat ligt tussen de riviertjes de Tjonger en de Linde. Daar liepen we donderdag al langs.

Al vroeg waren we aan de wandel, gisteravond hadden we de Volks-Slaapkoets neergezet bij een boerderijcamping vlak bij Oldeboorn.

Vanmorgen hebben we de auto daar in het dorp geparkeerd en zijn we met belbus en trein naar Wolvega gereist.

Om negen uur vertrokken we in Wolvega. Bij een bloemiste op het station gevraagd om een stempel. Deze had ze niet, maar wel een kassabon met de naam erop. Ook goed, als er niet anders is dan maar zo…..

photo_20180517_150340-1906000734.jpg

De weersverwachting was dat het vandaag of vanmiddag zonnig weer zou worden. Helaas is daar niets van terecht gekomen. De hele dag bleef het bewolkt en donker. Maar wel droog!

Ergens vlak na Wolvega kwamen we langs een oude heirweg, volgens het informatiebord nog uit de Karolingische tijd, een weg voor handelaars, bedelaars, zwervers en ook pelgrims. Nou, vandaag lopen ze er nog!

Verderop was weer een monument met informatie te vinden over waar de gevonden zwerfkeien allemaal vandaan komen. Die zijn hier naar toe gekomen door de terugtrekkende gletsjers. Op een bord stond dat de meeste uit Zweden kwamen, één kwam zelfs uit Finland.

We keken nog even bij het kerkje met kerkhof in Oldeholtwolde. Ergens was het graf van kleine Andries, hij was maar twee jaar geworden. Raar om je eigen naam op een graf te zien. Deed me ook denken aan het kleine broertje van ús heit, die heette ook Andries en werd maar drie jaar.

Vlak voor Mildam stond bij een camping een groot bord met “stempelpunt”, daar scoorden we behalve een stempel ook nog een lekkere kop koffie. Ook hier was ik vier jaar geleden geweest, alleen toen zat er nog een andere eigenaar.

Er was een boek, waarin langskomende pelgrims iets in konden schrijven. Ik zag dat ik er niet in stond in 2014. En dat klopt, want toen kreeg ik alleen een stempel, de boterhammen heb ik toen buiten op zo’n plastic koe opgegeten.

Nu was alles nog moderner geworden inclusief glamping-tenten: “we verhuren geen tent, maar een belevenis….”

Nou, wij lopen geen pelgrimstocht, maar maken er ook maar een belevenis van. Maar dat deden we vantevoren ook al, haha…

We stappen op, ik vergeet zoals gewoonlijk mijn stok, haal die nog op en lopen door. Al gauw passeren we het riviertje de Tjonger, de grensrivier tussen Fries en Stellingwerfs.

jabik33

Vanaf hier kan ik gewoon Fries spreken, grote kans dat ze me verstaan. Mildam is een leuk dorpje, er staat een klein kerkje, wat nu een galerie is. Achter het kerkje staat een kleine klokkenstoel, die kom je meer tegen in dit deel van Friesland.

Vroeger werden op veel plaatsen op Oudjaarsdag deze klokken geluid, het werd Thomas-luiden genoemd. Thuis nog eens uitzoeken waarom deze naam.

 

De weg van Mildam naar Oranjewoud is werkelijk schitterend, het zijn hier eigenlijk meer lanen. Aan beide kanten van de weg eikenbomen, kilometers lang. Vroeger hadden de Friese stadhouders, de Nassau’s hier buitenverblijven. Vandaar.

We komen nog langs een ander kerhofje, ook met een klokkenstoel. Het blijkt dat de Van Limburg Stirums er een familiegraf hebben.

We komen nog langs het Museum Belvédère, maar besluiten om door te lopen. Een andere keer gaan we daar nog eens moderne Friese kunst kijken. We waren er eerder en het is een schitterend mooi museum.

Via het Jabikspaad komen we in De Knipe, waar ik een stempel haal. De mevrouw is enthousiast en vertelt dat haar buurmeisje ook naar Santiago de Compostela is gelopen, maar dat ze in Limburg een blessure kreeg. Middenvoetsbeentje gebroken. Precies hetzelfde als mijn blessure in Frankrijk. Ook het buurmeisje moest stoppen en heeft de Camino later uitgelopen.

In It Hearrenfean lopen we door het centrum, ik kende eigenlijk Heerenveen niet en was verrast door de grachtjes, eigenlijk best wel leuk..

jabik36

Bij de Katholieke Kerk haalde ik nog een stempel, de pastoor was een heel vriendelijke Nigeriaan.

Langs een vaart, het Heerenveens Kanaal liepen we naar Nieuwebrug, daar zijn veel scheepswerven en bedrijven. Eigenlijk wilden we pauzeren, maar helaas was er nergens een bankje te bekennen.

Pas in Haskerdijken was er bushokje en een bankje. We trokken beiden de schoenen en sokken uit. Echt te lang doorgewandeld….

Lekker de meegenomen broodjes met kaas en humus opgegeten en chocomelk gedronken. Dat is altijd lekker met wandelen!

Na de lange pauze lopen we nog door een bosje langs de snelweg waar een poeplelijk monument staat voor de kluizenaar Dodo, die hier in 1231 om het leven kwam.

jabik37

Verderop is een Kapel, dit is meer de moeite waard.

Dodo was een kluizenaar, di er voor gezorgd heeft dat de Friezen geen bloedwraak meer uitvoerden. Hij was na Franciscus de eerste die stigmata, de wonden van Christus, op zijn lichaam droeg. Hij kwam om het leven in maart 1322 toen zijn kluis instortte.

Bij de Kapel is een kerkhof, toen ik in 2014 met mijn zoons daar was, was er een kunsttentoonstelling over de Oranjes. Er was een mevrouw en die vertelde erover, we konden onze lach bijna niet bedwingen, want de schilderijen met onze koning leken totaal niet, het sloeg werkelijk nergens op. Moeilijk om dan serieus te blijven…..

Na Haskerdijken moesten we nog lang langs de A32 lopen, een lange rechte weg. We waren dan ook blij dat we na kilometers rechtdoor rechtsaf de weilanden in konden lopen. Eerst over een weggetje, later over een fietspad. Om een uur of half vijf strompelden we in Oldeboorn binnen, een leuk plaatsje met een heel mooi kerkje.

De toren staat een beetje scheef en.we hebben er vele kilometers tegenaan zitten kijken. Het leek of hij.niet dichterbij kwam…

jabik43

Niet gek, want we hadden er bijna 30 kilometers opzitten. Ans ging in Oldeboorn in de auto zitten, terwijl ik nog een stempel haalde op de Weaze.

Morgen de laatste wandeldag! Oant moarn!

Verdwalen

Vandaag wandelen we niet, we zijn van Fryslân naar Nijmegen gereden om daar op te passen op de kindjes van Ans haar zusje Josje.

We haalden nog wat boodschappen. Dit was het eerste wat ik zag op de muur van het parkeerterrein.

Toepasselijk dacht ik……

Morgen weer verder, vanaf Wolvega…

Oant moarn!

Lang langs de lange Linde lopen

Gisteravond was het bijna donker toen we op de Camping “Huis in ‘t Veld” in Paasloo bij Oldemarkt aankwamen.

Het bedje in de Volks-Slaapkoets hebben we wat veranderd, want de afgelopen nachten lagen we met het hoofd en de benen omhoog. Een rare houding, een soort “V”, waar we niet echt fitter van wakker werden. Vandaar….

Vanmorgen zagen we pas op wat voor prachtige plek we terecht waren gekomen. Echt een heel leuke kleine camping.

Voor we weer aan de wandel gingen hebben we ons eerst gemeld bij de eigenaar, die heette geloof ik Guus. Een leuke relaxte man.

Mariakapelletje in Paasloo op het kerkhof.

Met de bus reisden we via Kuinre en Marknesse naar Blokzijl, waar de weer verder gingen op het Jabikspaad.

We konden via de grote weg richting Steenwijk of via de oude zeedijk naar Kuinre lopen. We kozen voor de laatste optie.

De wind waaide koud vanmorgen. Toen we vlakbij Oldemarkt op de bus stonden te wachten waaide het daar flink. Maar na een tijdje wandelen over de dijk en door het dorpje Baarlo konden de vesten en jassen al uit. Het zonnetje was erbij gekomen en al lopend warm je toch wel op.

Bij het dorpje Baarlo stond bij het kerkhof een mooie klokkenstoel, ik wist niet dat deze ook in Overijssel gebruikt werden.

We kwamen op een lange weg die door de weilanden ging, bij een boerderij stond een mooie oude foto uit de vijftiger jaren. Toch wel een verschil met hoe het er nu uitziet.

Nadat we het dorpje Nederland door waren gelopen, waar trouwens twee ooievaars stonden te schuilen of zo voor de wind bij een huis, liepen we echt de Weerribben in.

De ooievaars vlogen toen ze ons zagen terug naar hun nest op een oud karrewiel en klepperden dat het een lieve lust was, wat een mooi geluid is dat! Ik denk van echte liefde!

De Weerribben zijn mooi, een prachtig gebied, wat is ontstaan door turfwinning vroeger. Vandaag viel het mee, maar toen we twee jaar geleden het Zuiderzeepad liepen werden we lekgeprikt door muggen en knutten (een heel klein irritant mugje).

In Kalenberg dronken we koffie bij de voormalige Nederlands Hervormde Kerk, maar ontdekten al gauw dat er ook knutten onder de kerkgangers waren. Toen we ergens vol in de zon gingen zitten hadden we minder last van deze duivelse insecten….

Behalve de koffie, Ans een muggensteek kreeg ik ook nog een stempel van de herbergierster, die trouwens ruzie leek te hebben met een man.

Ik meende dat ze in tranen was, maar misschien heb ik mij vergist.

We liepen verder en stonden er allebei versteld van hoever we eigenlijk al hadden gelopen vandaag. Naar Oldemarkt was niet ver meer, dat was eigenlijk onze bestemming voor vandaag. Misschien toch nog stuk verder? Sonnega of Wolvega?

We zien wel….en lopen vrolijk verder, het zonnetje schijnt, de jas en het vest zijn weer uit en de omgeving heel mooi. In de verte horen we de koekkoek. We zien reigers, ganzen, kieviten, eenden, zwanen en hoe ze ook allemaal heten.

Het fluitekruid bloeit overal uitbundig, het pad slingert door het mooie landschap. Mmmm….

Ergens verderop valt het op dat de eiken zo weinig groen hebben. Als we goed kijken zien we dat de jonge blaadjes van veel eiken aangevreten zijn door iets: rupsen? Eikenprocessierups?

Vlak voor Oldemarkt is een man aan het werk in een soort tuin. Van het gras heeft hij een soort madeliefje gemaakt. Maar wat het leukste is: hij heeft voor de Sint-Jabik-pylgers er een soort informatiebord gemaakt. Ook heeft hij er een lijst gemaakt waar je je hoofd als pelgrim in kan steken en je een foto kan laten maken. Zo gezegd, zo gedaan….

De man vertelt dat hij later in Oldemarkt is komen wonen en dat het onderhouden van dit tuintje o.a. zijn hobby is. Ook vertelt hij dat er overal aan de route appelbomen zijn gepoot met de Jacobsappel. Een oud appelras. Appeltjes voor de dorst voor dorstige pylgers onderweg……

Nou, wat een enthousiaste Jabik-fan, leuk om hem te ontmoeten.

In Oldemarkt haal ik een stempel op een adres, waar ik vier jaar geleden ook ben geweest. Toen heb ik nog bij die mensen binnengezeten.

Alles over die Reis (met een Hoofdletter) kun je trouwens lezen op Pylger Andrys Waarbenjij.nu

Net zoals de vorige keer was ik ook weer blij en verrast toen ik een kijkje mocht nemen in de Willibrorduskerk.

O

Op het linkerluik van het vierluik achter het altaar zie je Jacobus de Meerdere afgebeeld. Niet met een schelp, maar met het Evangelie.

In Oldemarkt komen we ook nog een winkeltje tegen, waar allerlei miniaturen verkocht worden voor popenhuizen. We kijken onze ogen uit.

Na de boterhammen en chocomelk besluiten om toch maar door te lopen naar Wolvega. Nog een kilometer of negen. Direct na Oldemarkt volgen we het verkeerde bordje en lopen we alternatieve route. Dus niet met het pontje.

Is niet erg, de route door de weilanden is ook prachtig: echt 100 kleuren groen, groen in alle tinten, van heel licht tot heel donker. En dan met die wolkenluchten er boven. Volgens mij zijn we in Fryslân! Ik bin thús!

Onderweg veranderen we weer ons plannetje om naar Wolvega te gaan. We besluiten uit gemak naar De Blesse te wandelen, omdat daar de bus naar Paasloo langskomt.

Het laatste stuk lopen we zoals de titel van dit stukje al zegt heel lang langs de lange Linde of zoals ze hier zeggen: de Lende, het grensriviertje tussen Stellingwerf en Overijssel.

Er staat ergens een bord dat fietsers niet door mogen rijden, dus we lopen als gewoon door. We zijn toch wandelaars! Verderop moeten we een touw losmaken van een hek, anders kunnen we niet doorlopen. Nou dat is lekker rustig wandelen. Ergens zie ik twee grutto’s bij een nest, veel kieviten ook.

Vlakbij de weg van Wolvega naar Steenwijk komen we toch nog in problemen. Daar staat een bulldozer zand te schuiven en de man die er bij staat zegt twee of drie keer “soepbord” als ik zeg dat er alleen stond dat fietsers niet door mochten rijden.

We lopen maar door i.p.v. de discussie aan te gaan met die “soepbord”-wegenbouwer….

In De Blesse moeten we nog even wachten op de bus, we drinken nog een kop koffie en thee bij Villa Grieta, waar ze ook nog allerlei curiosa verkopen. Ik vraag om een stempel, die heeft de mevrouw, maar als ik kijk is het de stempel van Caroline Brandt uit Duitsland… O jee, als dat maar goed komt, ik kom zo niet door de controle in Sint-Jabik….

We kwamen op tijd terug in Paasloo, rustten wat uit, douchten en deden.de boodschappen bij de Coop in Oldemarkt. ‘s Avonds was het nog lang onrustig op de camping…

Morgen geen gewandel, we gaan oppassen in Nijmegen. Sneon en snein wer fjirder….

Hoi!

Rivierenland

Vandaag niet gewandeld, maar naar Leeuwarden geweest met dochterlief Iza en mijn lief tantetje Andrea.

Daar het werk van Escher bewonderd in het Fries Museum..

Zeer de moeite waard!

Deze prent Dag en Nacht doet me erg denken aan het Rivierenlandschap waar we de laatste weken langs hebben gelopen. Zo Nederlands als het maar kan.

Typisch, want Escher werd vooral geinspireerd door het Italiaanse landschap.

Van Bedevaartsplaats Hasselt naar VOC-stadje Blokzijl

Na ontbijtje in de kantine van “Nieuwbouw”- Camping Het Waterhoentje reden we de Slaapkoets naar een straatje in de buurt van de bushalte.

Daar pakten we de bus naar Zwolle, die reed via Zwartsluis en Hasselt. Daar stapten we uit om te beginnen aan de etappes Jabikspaad. Plan was om tot de auto te lopen en dan een leukere camping te zoeken in de buurt.

Heerlijk is het om zo vroeg te beginnen! Om ongeveer negen uur staken we de brug over bij Hasselt, daar was een trap naar beneden en dan liep je onder de brug door.

Over de dijk liepen we richting Cellemuiden, Genemuiden. Weer een geweldig mooi dijkenlandschap.

De uiterwaarden zijn erg nat en er zijn veel vogels te zien en te horen. Ergens zie ik een lepelaar, die zie je toch niet vaak met die gekke snavel.

De natuur is werkelijk uitbundig, alles lijkt te groeien en te bloeien. Boterbloemen, zuring, fluitekruid, madeliefjes. De mooiste tijd van het jaar.

De dijk slingert door het landschap, rechts ligt het Zwarte Water. Vier jaar geleden liep ik aan de overkant, omdat ik graag Zwartsluis wilde zien, waar Oom Jan uit Zwolle vandaan kwam.

Nu niet, we volgen de officiële route van het Jabikspaad. Overal staan nieuwe paaltjes met daarop o.a. het Zuiderzeepad. Helemaal onderaan staat steeds het geel-blauw met de wulk-schelp van het Jabikspaad.

Bovenstaande hing in een vitrinekast in Hasselt bij het VVV.

Ik krijg er niet genoeg van om alles vast te leggen op de gevoelige plaat voor mezelf, voor Ans en voor het nageslacht. Jammer dat elke keer als ik dat wil doen, de mobiel begint te haperen, die is wat traag geworden.

Zo is de vogel gauw gevlogen die ik wil fotograferen en ook Ans is elke keer als ik een foto maak zo vijftig tot honderd meter verderop.

Ans vind dat niet erg: “Je haalt me toch zo wel weer in”. En dat klopt, binnen no-time overbrug in die vijftig tot honderd meter. En dan begint het weer opnieuw als ik een bloem, plant, vogel, uitzicht of andere bijzonderheid signaleer en wil fotograferen. “Stom traag ding” roep ik paar keer geïrriteerd….

Gelukkig zijn de momenten van gelukzaligheid en genieten in de meerderheid en zijn die mobiel-irritaties maar kort.

We lopen Genemuiden binnen, heel veel industrie aan het water. Heel hoge gebouwen, silo’s. Het duurde een tijdje voordat we het einde van de rij fabrieken voorbij waren. In de verte zagen we de veerboot al heen en weer varen en kwamen er achter dat we geen geld hiervoor op zak hadden.

Er kwam een mannetje op fiets aan, die gevraagd of er misschien een bank in Genemuiden was. Nou, het waren er zelfs twee! “Tegenover elkaar, gewoon rechtdoor langs de haven lopen, dan zie je het vanzelf.”

In Genemuiden gepind en gekeken of er een stempelpunt was, die zou volgens een lijstje te krijgen zijn bij het VVV/Wereldwinkel.

Het bleek dat er zoiets onder het oude Gemeentehuis was, de mevrouw die er werkte wist van niks, ook niet van de Wereldwinkel. Ze was vrijwilligster, maar wist nergens wat van af. Toen we er koffie gingen drinken ontdooide ze een beetje en wist ze inenen ook dat er nog een stempel lag.

Er kwam nog een vrijwilliger bijzitten, die wist meer te vertellen over Genemuiden en de geschiedenis. Hij vertelde dat er een huis was waar tijdens de 80-jarige oorlog de Hertog van Alfa had geslapen. Ook was er bij Genemuiden een kasteel.

Toen ik vroeg wat toch al die industrie was, vertelde hij dat er vroeger heel veel met biezen werd gemaakt en dat die industrie plaats had gemaakt voor kokos-matten en toen dat verdween kwam de vloerbedekking-industrie in Genemuiden. Ook was er een groot veevoederbedrijf, volgens de man de een van de grootste ter wereld.

Na de koffie liepen we via de haven naar de veerpont, waar net zoals in elke havenstad een leugenbankje stond. Het was er flink druk, dus

er zal ook vandaag wel veel gelogen zijn. Of zijn ze daar te gereformeerd voor in Genemuiden? Ge wet ut mar nooit…

De route ging verder aan de andere kant van het water, we liepen door het gras over de dijk, een bordje waarschuwde ons voor een ram. Gelukkig kwamen we die niet tegen. Wel wat schapen en lammeren, maar verder niks.

Een prachtig mooi stuk pad, wat we nog herkenden van het Zuiderzeepad.

In de verte zagen we de watertoren van Sint-Jansklooster al liggen. We moesten nog een heel stuk langs de dijk over een vervelende betonweg lopen voor we daar waren.

In Sint-Jansklooster namen we een grote pauze bij de molen daar, lekker in de schaduw, schoenen uit, lekker relaxen.

Hierna haalden we nog een stempel en wat kleine boodschapjes bij de Coop. Om half drie waren we weer bij de auto.

Omdat het nog vroeg was en we nog niet moe waren besloten we door te lopen naar Blokzijl. Daar zouden we wel kijken hoe we dan weer bij de auto zouden komen. Openbaar vervoer was lastig, ik geloof drie uur rijden met verschillende keren overstappen.

It was along way to Blokzijl, een kaarsrechte weg op het laatste stuk. We zochten een kleine boederderijcamping. Die vonden we in de buurt van de dijk. Een mevrouw die op de camping stond was zo aardig om me naar Sint-Jansklooster te brengen maar de auto.

‘s Avonds hebben we haar nog een bloemetje en Merci-snoepjes gebracht.

Met de Camino en dus ook op het Jabikspaad kom je vaak heel lieve mensen tegen, vandaag was dat bij ons dus.

Na het eten wandelden we nog even maar het stadje Blokzijl. Een heel leuk klein havenstadje met kleine oude straatjes, een prachtig kerkje, een sluis, een haven. Echt de moeite waard om eens te bekijken.

Morgen wordt er niet gewandeld, Ans gaat even terug naar Limburg, ik ga morgen naar Leeuwarden met mijn dochter Iza en mijn tante Andrea. Naar het Fries Museum, daar is een expositie van Escher.

Donderdag lopen we verder…..misschien Fryslân wel in…

Oant sjen, tot dan!

Toch weer anders…

Het plan om van Zwolle over Kampen naar Hasselt te gaan lopen hebben we toch maar weer laten varen. Dat is het leuke van die (pelgrims-)wandelingen van ons.

Het is geen vaststaand iets, de route kan gewijzigd worden, elke dag weer. Zodat het onze eigen Weg wordt, dat was 2014 en 2015 bij mij ook het geval: van Fryslân, waar ik geboren ben via mijn eigen woonplaats in Helden in Limburg naar Maaseik in België en zo verder naar Santiago de Compostela.

Maar nu over vandaag….

We waren om een uur of elf in Hasselt, waar we de auto parkeerden. Om twaalf uur stapten we uit de bus in het centrum van Zwolle. Daar dronken we eerst nog een kop koffie, snel de korte broek aangetrokken op het toilet daar.

We waren gauw genoeg uit de stad, de route ging bijna naar Berkum, waar mijn Oom Jan en Tante Tett vroeger woonden. We gingen onder de snelweg door en liepen langs het kerkhof, waar ik vorige week met Frank ook al was geweest.

Vlak bij het graf van Oom Jan en Tante Tett aten we onze boterhammen op.

De bloemetjes die Frank en ik er neer hadden gezet, bloeiden uitbundig. Mooi, want Tante Tett hield erg van bloemen, van kleuren.

Ik liep nog even verder over het kerkhof en keek of ik nog resten van het oude klooster kon vinden. Ergens stond een bordje met informatie.

Aan een tuinman gevraagd die er aan het werk was, hij vertelde dat er soms nog wel oude stenen naar boven kwamen en dat die bij het beeld van Thomas a Kempis werd gelegd.

Ook vertelde hij dat er op het kerkhof zeldzame bloemen bloeiden, die op hun beurt weer zeldzame vlinders en insecten aantrokken. Er werd gemaaid, maar alles biologisch. En als je keek zag inderdaad een grote verscheidenheid van prachtige bloemen. Nou een prachtige plek voor onze Tante Tett!

Na de Agnietenberg en plas kwamen we bij de Vecht. Daar moesten we wachten op een klein pontje. Een prachtig idylische plek met de Vecht, oude woonschepen, bomen, een oud klooster op de achtergrond. Echt prachtig. De pontjesbaas vertelde er van alles over: dat die schepen er gedoogd werden, maar alleen maar in het zomerseizoen. In de winter lagen die schepen in de grachten in het centrum van Zwolle. Het oude kloosterhuis had lang gediend als huis voor Dominicanen uit Zwolle. ‘s Zomers zwommen die dan vaak in de Vecht vertelde hij.

Toen we aan de overkant waren liepen we een stukje over een dijk. Daarna kwamen we op een weg terecht, gelukkig maar even want er reed best wel wat verkeer daar.

De dijk bij de Vecht slingert door het landschap, zo nu en dan zie je plassen of een zijtak van de Vecht. Heel veel bloemen, vogels, wilgen. Weer dat typisch Nederlandse landschap. Met de geluiden van vogels, kikkers erbij.

Mmm, niet gek toch, het fluitekruid, de boterbloemen, zuring. Prachtige kleuren. Zo nu en dan een klaproos en heel veel bloemen, waarvan ik de naam niet ken.

Ergens op zo’n Rustpunt pauzeren we. Toch prachtig initiatief is dat voor wandelaars en fietsers. Koffie, thee, limonade, toilet en fietsoplaadpunt.. wat wil een rondtrekkend mensch nog meer.

Als we verder lopen zien we Hasselt al liggen, de Stephanus-kerk steekt er bovenuit met zijn gek rond torentje.

Bij Café De Zon is er geen stempel, omdat de inkt op is, de jongen achter de bar verwijst ons naar het VVV of de boekenwinkel/postkantoor om de hoek.

Daar krijg ik mijn eerste Jabikspaad-stempel, Fryslân: ik bin er sawat!

De auto, onze Slaapkoets zetten we neer in Sint-Jansklooster, de bestemming voor morgen. Een erg nette camping. De caravans staan keurig op een rijtje, weinig groen. Maar wel in de buurt van een prachtig natuurgebied, het geluid is weer dat van vroeger: kieviten, kikkers, merels…

Morgen weer een dag. Door de Weerribben richting Fryslân…