Pelgrimszegen

Maandag, 20 september 2021

Het was druk in de Pelgrimsherberg van Saint-Jacques. Vanmorgen al om 6:30 uur ontbijt. En “Ultreia” zingen met zijn allen!

Dat wordt nog wat met mij! Na het onbijt door naar de Cathédrale Notre-Dame de l’ Annonciation. Daar was een speciale Pelgrimsmis. Met op het eind de Pelgrimzegen.

Daarna ging er een speciale deur open en liep je zo via de trappen Le-Puy-en-Velay in, het begin van de Via Podiensis.

Maar daar begin ik volgend weekend aan. Eerst lekker paar dagen rust met mijn lief en mijn broer. Zin in!

Dus even media-stilte. Oant sneon, tot zaterdag, bis Samstag, see you Saterday, jusqu’à samedi?!

LE-PUY-EN-VELAY

Zondag 19 september 2021. Dag 42

Mijlpaal! Dat wel! 1/3 van mijn Reisje zit er op. Zes weken, 42 dagen. Blij, trots, ontroerd.

Maar ook datzelfde gevoel als in Santiago de Compostela. Waar ben ik in Godsnaam terechtgekomen. Het lijkt meer een toeristische attractie dan een Bedevaartsoort. Allemaal verklede mensen in middeleeuwse kleren: leuk, maar ik zit midden in een soort toneelstukje. Waar ik niet in pas. Voel me daarom niet op mijn gemak.

Misschien is de tegenstelliing te groot, de stilte, de rust in de natuur. En dan dit. Niks geen stilte: lawaaierige mensen, muziek, frites, drank.

Zelfd in de Cathedrale is het een drukte van belang. Er zitten op de trappen veel mensen te schuilen voor de regen. Veel mensen met van die kostuums aan. Ik loop echt wat verloren rond en ben blij als ik een pelgrim zie met rugzak. Hij is komen lopen vanaf Genéve en stopt nu. Andere keer verder. Hij vertelt me waar ik de tampon kan halen. Dat is in de Cathedrale, waar ik net uit kom. Maar het winkeltje was dicht. Om twee uur gaat die weer open.

Ik loop een rondje om de kerk en ga nogmaals die trappen beklimmen met mijn rugzak. Het winkeltje is open en ik scoor een tampon. Zo. Dat gedeelte hebben we gehad: Metz – Le-Puy-en-Velay…een prachtig stuk om te lopen, ik kan het iedereen aanraden. Maar wel een tent mee én op zijn tijd into the wild…

Raar, ik begin op het het einde, heb nog niks verteld over de rest van deze speciale zondag.

Ik sliep goed en was op tijd wakker: om zes uur stond ik naast mijn bed. De tent was mooi opgrdroogd, die eerst ingepakt. Daarna ontbeten, koffie en de rugzak inpakken. Om zeven uur was ik helemaal klaar en liep ik de Gite uit.

De zon kwam net op, maar het was bewolkt, dus nog erg donker. Maar de luchten waren prachtig: blauw, paars, rose, oranje, rood. Echt te mooi om te omschrijven. Én een foto is ook maar een impressie van van wat werkelijk ervaar.

Wat een geweldig begin van de dag. Helemaal als ik een pony en een paard achter me aan hoor hollen. Ze gaan op een afstand naar me staan kijken. Peter, denk ik, daar is ie weer. Kammeroad, ook hier diep in Frankrijk moet ik nog zo vaak aan je denken. Met je gekke fratsen jongen! Je komt elke dag wel een keer voorbij. Maar dit is wel een heel speciale!

Ik ben onder indruk van vooral dat grote paard, die daar zo mooi, zo puur naar me staat te kijken. Ik noemde het laatst mysterieus, maar je kan het ook trots, eigenwijs noemen. Eigenzinnig.

Ik laat het op me in werken. Loop door, maar ben alweer in de wolken na de volgende bocht. Hetvhoudt niet op die mooie luchten, die uitzichten. Betoverend mooi, dat is het.

,

Wat een begin van deze dag! Ik loop door, Saint-Paulien is niet ver meer. De Gite d’ Etappe was vier kilometer van Saint-Paulien af. Dat had ik echt niet meer gehaald gisteren. Dan had ik de tent toch ergens in het bos neergezet.

In Saint-Paulien wordt iedereen een beetje wakker deze zondagmorgen. De Boulanger is al open en ik koop er een baguette en twee choco-croissants. (saai hé?). Ik loop richting kerk en ik zie dat ze een marktje aan het opbouwen zijn. Op een bankje bij de kerk eet ik de croissants op. Lang zit ik niet, het is nog fris koud. Je moet aardig doorlopen om warm te blijven.

Het zonnetje komt er wat door en ik passeer een verzorgingshuis. De verzorgsters allemaal in wit uniform, de ouderen met slabbers om aan tafel.

Ik denk dat de zorg goed is in Frankrijk. In 2015 sliep ik eens op een plek, Cezanne of zo, dat was in een bejaardenhuis. Dat vond ik heel speciaal. Eten samen met die mensen, die een praatje wilden maken. En ’s nachts in zo’ n kamertje op de afdeling. Er was een nachtdienst. Dat vond ik helemaal te gek, die deden hetzelfde werk als mij! De hele boel werd geleid door Zwitserse zusters in bruin tenue.

Dat vergeet je toch nooit meer! Alleen al door dit soort ervaringen zou je toch een Camino of andere wandeltocht gaan houden. Zo speciaal!

Ik loop door, stop geregeld als ik een mooie steen zie of iets anders om te zitten. Even uitpuffen, druk van de schouders én dan weer verder. Het landschap is prachtig, dromerig en sprookjesachtig. En ik ben nog niet eens in Le-Puy-en-Velay! Daarna moet het helemaal prachtig zijn. Ik verheug me er op.

Ik kom in de buurt van het dorp Polignac, ik zie in de verte het grote Château er al bovenuit torenen. Ik hoop dat het dorp links ligt, zodat ik die klim niet hoef te maken. Helaas pindakaas, ik moet naar rechts. Flink steil gaat het omhoog. Ik kom bij een kerk uit. Wil naar binnen, maar ik hoor iemand preken. Nee, maar niet naar binnen met die rugzak..

Ik ga er tegenover een lekkere bak cafe-au-lait drinken, daar heb ik zin in. Het is bijna te koud om op het terras te zitten, dus, ik zit er niet lang. Ik betaal en ga de route vervolgen. Er staat een bord:

Zo, dat schiet op: dan heb ik er dikje dertien opzitten! Dan is dit maar klein stukje nog. Wat gek, dat je niks ziet dat je in de buurt bent. Dat zijn we in ons platte landje niet gewend, daar zie je kerktorens al vanaf 20 kilometer.

Nog een paadje, nog een klimmetje, dan kom ik in een dorpje meen ik. Ik loop door een park naar beneden en kijk zo op die twee rotsen: op de een Maria, op de ander die kerk. Een bekend beeld. Ik ken het van foto’s. Maar nu ben ik er echt. Ik schiet toch even vol. Het eerste deel van mijn Reis zit er bijna op! Wat een geweldige route was het toch! Wel zwaar, maar heel mooi! Het begin spontaan te regenen, ik moet mijn jack aan, de hoes gaat om de rugzak.

Ik volg de markering maar, raak de Saint-Jacques-markering kwijt en volg dan de rood-witte GR verder maar. Tjee, wat een drukte, allemaal verklede Middeleeuwers, veel publiek, herrie, eten, drank. Geen zin in eigenlijk: het verschil is te groot met wat ik de afgelopen zes weken vooral heb ervaren: stilte en rust.

Ik ben weer het begin van dit verhaal. Na de Cathedrale, de tampon ben ik met een foldertje gaan zoeken naar een slaapplek voor vannacht. Ik ben naar de Relais du Pèlerin Saint-Jacques gegaan. Die was nog niet open, dus, ik moest even buiten wachten.

Om drie uur ging de deur open, ik was welkom! Veel hospitaleros, stuk of vier. Valt wel op dat ze allemaal slecht in hun talen zijn. Maar met handen en voeten, Frysk, Engels, Duits en drie woorden Frans kom je een heel end.

Jammer dat ik maar een nacht mag blijven, morgen moet ik wat anders zoeken, gelukkig zijn er meer van dit soort Gites.

Gedouched, mijn superkleine kamertje geïnstalleerd. Rugzak en schoenen moeten in speciaal hok. Weer lastig, want dan word de pylger rommelig van. En morgen vroeg op.

Toen ik net naar beneden ging nog een grote verrassing! De hospitaleros die ik in 2015 had leren kennen in een heel klein dorpje, Aimey-le Château, waren nu op het Pelgrimsbureau in Le-Puy-en-Velay aan het werk en kwamen toevallig hier even buurten. Alain en zijn vrouw Josette. We herkenden elkaar meteen. Zo leuk om die lieve mensen nog eens tegen te komen. Heel leuk!

Alain heeft me gelijk tip gegeven, waar ik morgen kan slapen en dat regelt het dat ik de rugzak op het Pelgrimskantoor kan laten staan. Tof. Anders zou ik de hele dag met dat ding rond moeten zeulen.

Morgenvroeg moet ik toch vroeg opstaan, dus ga ik om zeven uur toch bij die Pelgrimsmis kijken. Dat moet toch iets heel speciaals zijn, met een speciale deur die opengaat voor de vertrekkende pelgrims.

We gaan het allemaal beleven, tot morgen, tot mergen, oant moarn, bis morgen, see you tomorrow, a demain.

Toch wél! Ze komt!

Zaterdag 18 september 2021

Een rustig kalm dagje, dacht ik.

Nou, het begon inderdaad rustig en kalm. Omdat op het kaartje in het Duitse routeboekje Saint-Paulien niet zo ver leek alles fijn rustig aan gedaan. Eerst nog uitgeslapen zelfs. Een praatje gemaakt met de Duitse campermijnheer. Die woonde aan grens met Polen, dus vroegere DDR. Nou, over politiek kon je dus beter niet praten. Het was allemaal Scheisse, op wie je ook stemde in Duitsland, allemaal Scheisse. Wat zei die, o ja. Toch wel erg de Duitser onder de brug moet slapen en die buitenlanders alles krijgen. Bah, ik word misselijk als ik dat soort gepraat hoor. Hij had liever nog de DDR dat dit. Allemaal Scheisse.

Hij was met zijn vrouw onderweg naar Portugal, maar in de Eiffel was hij geblesseerd geraakt, hij kon bijna niet rijden, zo’n dikke voet had hij. En nou zaten ze een beetje vast.

Ik nam afscheid, wenstte hem nog sterkte met zijn voet en begon de tent af te breken. Die was toch flink nat. Ik had wel wat gemiezer gehoord vannacht, maar niet dat het zo erg regende. Ook de was die aan het hek hing kon ik uitwringen…

De hele natte zooi maar ingepakt, straks op die Camping in Saint-Paulien zet ik ‘m toch weer op.

Om een uur of negen liep ik van de Camping af. Even zoeken en toen had ik de D1 gevonden. Daar moet ik een stuk langslopen en dan kruist hij met de route. Gelukkig niet zo ver als dat stuk gisteren.

Na een brug over een water zie ik de markering, ik ben blij dat ik het bos weer in kan. Dat lopen naast de wegen is eigenlijk niks, vooral als er veel verkeer is. En dat was vandaag. Er was volgens mij iets te doen in Craponne-sur-Arzon. Country-festival of zo, ik zag een man met zo’n cowboy-jas met sliertjes.. Nou, laat ze, maar fijn line-dancen. Ik ga langs de lijn lopen.

Het is fijn lopen vandaag, omdat het niet zo ver is. Ik doe rustig aan, ga op zijn tijd op een steen of tegen een boom zitten. Ik heb er last van vandaag dat dat ding toch wel erg zwaar is. Ook door de natte tent en kleren vanzelf. Ergens staat een prullenbak, ik ga wat opruiming houden. Net zoals altijd ben ik weer toeristische foldertjes aan het sparen. En die wegen samen toch wel wat: dus… weg er mee, de hele zooi zo de prullenbak in. Scheelt weer paar ons.

Terwijl ik daar mee bezig ben, komt er een meisje aangelopen. Ze blijkt een Duitse te zijn, dat laat ze merken als ze mijn Duitse boekje ziet. Ik was in het Engels tegen haar begonnen. En dan vind ik het altijd lastig om weer om te schakelen in Duits. Ze heeft twee of drie weken vakantie en loopt een stuk van de Jacobsroute vanaf Cluny en een stuk vanaf Le-Puy-en-Velay tot Cahors.

Ja en een klein rugzakje hé! Allemaal! Maar zij, omdat er volgens haar volgende week kouder weer aan kwam. Daarom had ze geen tent bij zich. Ze ging vandaag ook tot Saint-Paulien. Nou, misschien zien we elkaar nog en anders: Buen Camino!

Ik pak mijn rugzak verder in en daar komt ook nog de jager voorbij met twee hondjes, hij met met camouflagepak en zo’n lichtgevende jas én een groot geweer. Hij heeft een grote paddenstoel bij zich: lekker gebaart hij. Een grote gelige paddenstoel..

Ik weer verder met een paar gram minder in de rugzak, die folders en er is een half pak koekjes de rugzak uit gegaan en mijn maag in. En dat voel je niet….

Mah, wat is het toch zalig weer, zonnetje, blauwe lucht, prachtige wolkenvelden, het groen van het gras, de bossen. Heerlijk om hier rond te kuieren. Mijn mobiel gaat over. Het is Ans. Die zit in de buurt van Meppel op het Trompen-Familie-Weekend. Ik. Ben ook daar de grote afwezige…

Maar Ans heeft goed nieuws: ze komt dinsdag met mijn broer Henk deze kant op. Die had ze ge-appt, maar Henk leest die appjes nooit. Maar Henk had ook wel zin. Nu gaan we gewoon een Gite huren voor een dag of vier. Oh heerlijk, daar heb ik heel veel zin in. Even paar dagen niet wandelen.

Goed nieuws! Ik ben blij! En het komt net zo uit dat ik dan net in Le-Puy-en-Velay ben. Kunnen Ans en Henk dat gepylger, gepelgrim, gepellerin, gepilgrim ook eens van dichtbij meemaken.

Ik loop verder, huppel bijna! Yeah! Mijn lief komt! En mijn broer. Nou dat is toch prachtig!

Ergens bij een omgehakt bos ga ik op zo’n boomstronk zitten. Lekker koffie erbij, stokbrood met kaas. JP heeft me laatst een handig dingetje gegeven, zo’n opvouwkussentje van foam. Krijg je geen koude kont én ook geen smerige broek. Had er deze week al een verknald, hele broek vol met die plakkerige hars uit zo’n boomstam..

Iemand een tip hoe je dat uit je kleren krijgt?

Er komt nog een Franse mevroi voorbij met zo’n brommer-autootje. Ze stopt: even kletsen, Hollandais? Ik snap er niet veel van. Wel dat ze met de hondjes het bos in gaat om champignons te zoeken. Dat heb ik deze week al paar keer gezien. Mensen gaan met auto naar het bos, mandje mee en dan paddestoelen plukken. Ik wilde dat ik er wat meer verstand van had, dan ging ik dat ook doen.

Ik kom op een punt, waar ik moet kiezen hoe ik loop. Of de Ceasar-route óf de Montagne-route. Ik heb toch alle tijd en er schijnen mooie uitzichten te zijn op die Montagne-route.

Een beetje klimmen is ook niet zo erg. Het begint meteen al. Flink eraan! Ik heb langzamerhand wel geleerd, dat hardlopers doodlopers zijn. Beter krachten sparen en rustig de berg op gaan, dan te snel, te fanatiek die berg aanvallen. Heeft ook helemaal geen zin, die berg blijft toch gewoon staan. Jij niet, als je zo met je krachten omgaat..

Het is echt een heel mooie route, ik kom ergens bij een Chateau, echt bovenop een berg. Ik ga er maar even bij zitten op een bankje. Zie dat het al vier uur geweest is. Ik ga Mr.Google eens raadplegen. Ik schrik: nog zo’n dertien kilometer zegt Google. Dan ben ik na zevenen pas in Saint-Paulien.

Ik raak er beetje gestressed van, aan wild kamperen heb ik geen zin, ook geen genoeg water trouwens. Ook stom!

Ben nog een kerkhof voorbij gekomen: daar is altijd water! Maar ik dacht dat het niet zo ver was: niet nodig, te zwaar..

Ik moet ergens een bruggetje over, daar staat een bordje privé. Maar de rood-witte markering staat toch op de boom aan de andere kant. Ik ga de brug over, het is inderdaad over het erf van die mensen. Nu maar hopen dat ze geen grote hond hebben. Het is geen duidelijk pad waar ik loop. Omhoog gaat het en waar je het erf verlaat een soort poortje. Alleen hebben ze er een touwtje gespannen. Een been gaat erover, de andere niet, en daar lig ik. De onderbroek die te drogen hing aan de rugzak hangt in de bramenstruik. Ik heb mijn scheenbeen bezeerd. Kut!

Daar voelde ik me niet welkom, dat gevoel heb ik hier nog niet gehad. Vervelend!

Ik loop door, nog steeds wat gestressed. Het is ondertussen al vijf uur. Saint-Paulien nog nergens. Dan zie ik een bordje. GITE-ETAPPE 800 meter.

Oooohhh, precies op het juiste moment!Ik zat er bijna doorheen. Maar het is dan meer iets wat tussen mijn oren zit, dan dat ik lichamelijk het niet volhoud.

Als ik ga twijfelen, als ik ga piekeren, als ik ga denken, dat ik geen genoeg water heb, als ik ga denken dat er vast jagers zitten, waar ik mijn tent wil opzetten, als ik ga denken dat het vandaag niet lukt. Ja dan lukt het ook niet.

Nou, dan is dit mijn Jacobus-moment: het redddende engeltje. Het bordje GITE-ETAPPE.

Ik loop er naar toe, links van me in het weiland rijdt een boer op een tractor. Die haalt me later in, het blijkt de eigenaar te zijn van de Gite. Ik vraag of ik er terecht kan, ik heb niet gereserveerd. Hij zal even kijken. Ik hoor dat hij overlegd met zijn vrouw, nog wat gerommel hoor ik achter de grote staldeur. Daar gaat de deur open: oké, maar je kunt niet in de Gite, maar wel op andere plek. Nou, ik ben allang blij dat ik onderdak heb.

Beneden een wc en een douche. Boven een kamer met vier bedden, een tafel en wat stoelen. Meer heeft deze vermoeide pylger niet nodig. Ze bieden nog eten aan, maar ik heb gisteren ook voor vandaag ingekocht.

De tent hang ik buiten onder een afdak. Douchen, wasje, was ophangen, eten.

Wat een rare dag, die zo ontspannen en relaxed begon. En zo gestressed lijkt op het eind. Maar de rust is weergekeerd, en ik lig heerlijk relaxed op bed deze blog te schrijven.

En maar goed ook dat ik hier een plekje heb gevonden, want het was net flink aan het hozen, waaien. Blij dat ik niet in mijn tentje zat…

Morgen dan naar Le-Puy-en-Velay? Ik ben nog vier kilometer van Saint-Paulien af. Dat zou 18 km zijn in totaal. Moet kunnen! Maar geen Montagne-route meer nemen….

Tot mergen, tot morgen, bis morgen, see you tomorrow, oant moarn…

Ik loop de herfst in

Vrijdag, 17 september 2021

Nou, wat een gedoe gisteren, eerst die vrouw van de telefoon, toen de regel-monsieur, toen belde er nog iemand anders of ik aangekomen was en toen kwam ook nog de bovenbuurvrouw, een hittepetit met kind, die ook mog eens over die Pas Sanitair begon. Volgens mij willen ze allemaal iets te zeggen hebben.

Maar ja, ik heb mooi plekje. Een onderstapelbedje met plastic matras en met zo’n weggooi overtrek voor matras, en kussen. Die had ik zes jaar geleden ook wel eens gezien i.v.m. beestjes.

De man liet me het winkeltje zien, perfect: blikvoer, drinken, stokbrood in de vriezer, kaas, alles wat een vermoeide pylger nodig heeft. Gelijk maar twee blikjes cassoullet gekocht, eentje is net te weinig.

Lekker gesmuld, nog yoghurtjes er achteraan, een lekkere kop koffie, een douche én toen was ik weer het mannetje.

Centrale verwarming op 5 gezet, alle natte zooi, inclusief schoenen en rugzak er op en er tegenaan. Vanmorgen was alles fijn opgedroogd. Om half zeven hoorde ik de bovenburen, ook maar opgestaan. Om acht uur alles klaar en weg waren we.

Het begon direct met een klim, er bleek nog een dorpje hoger te zijn. Echt prachtig: Montarcher, ligt op de top van de berg, bovenaan een heel lief kerkje. Een beetje kunstenaarsdorpje volgens mij, zelf in de kerk waren sculpturen te zien. Ik vond het mooi. Oude kerk, moderne kunst. Goede combinatie.

Het is zo indrukwekkend allemaal als je zo alleen ’s morgens in de stilte dit soort plekken bezoekt. Ik kan daar van volschieten, ontroerd van raken. Alles bij elkaar hé! Het kerkje, het licht, de kunst, de mistflarden, het uitzicht, de zon die probeert door die mistflarden heen te komen. En ik. Flabbergasterd…

Dan denk ik: “dat ik dit allemaal mag meemaken, dat is toch wel heel speciaal!” Dat ik zo kan genieten van al dit moois. Soms lijkt alles gewoon, terwijl het juist zo bijzonder is. Kan het moeilijk uitleggen merk ik. Het is ook een state of mind.

Gisteren merkte ik dat ook in telefoongesprek met mijn lief. Die krijgt het niet geregeld om hier naar toe te komen. Ja het gaat wel, maar dan kost het meer dat duizend euro. Even op en neer naar Lyon. En dat is te gek. Ans zit daardoor in andere mood als mij. Ze baalt ervan. Ik vind het ook niet leuk, maar denk dat het vast en zeker wel in oktober/november zal lukken.

Voel me toch weer de grote afwezige. Dat wist ik van te voren, dat dat gevoel zou komen. En op moment dat Ans zich zo voelt, dan realiseer ik me hoe ver weg ik ben. Kan niet zo even naar huis. En Ans kan niet zomaar even naar mij.

Maar ik zit in die Reis-modus én wil vérder. Als het nu niet lukt om te komen, dan maar andere keer, maar wel snel….!

Het vandaag meer dalen dan stijgen. Ik kom tot twaalf uur maar in twee dorpjes, Montarcher in het begin en net voor twaalf uur loop ik Usson-en-Forez binnen. De rest bijna alleen maar paden en wegen door de bossen. Maar niet vervelend. Het laatste stuk naar Usson-en-Forez is een oude Romeinse weg.

Ik vind dat altijd wat hebben, het idee dat ze 2000 jaar geleden of misschien nog wel langer, hier ook al liepen. Soms ook zwaar bepakt. Dat fascineert me op een of andere manier. In 2015 had ik dat heel sterk: het idee dat er vanuit de oudheid altijd al mensen onderweg zijn geweest.

En dat die mensen op paden liepen, over wegen, die er nu nog zijn. Volgens moet nu je dat bijna kunnen voelen. Ik zit ook altijd als ik op zo’n pad loop naar de grond te kijken of ze misschien iets verloren zijn… Wie weet?

Ik raak onderweg wel eens wat kwijt. Deze week nog verloor ik een complete stokbrood. En vandaag waren de rubberen dopjes van de wandelstokken aan de beurt. Ik weet bijna waar ik ze waarschijnlijk heb laten liggen, maar toen ik daarachter kwam was ik al vijf kilometer verder en 300 meter lager. Dan ga ik echt niet teruglopen..

Maar wel irritant om zonder dopjes op asfalt of op straat te lopen: maakt zo’n herrie: tik, tik, tik….

Misschien kom ik nog ergens een sportzaak tegen, dan koop ik wel nieuwe.

Ik rust even in Usson-en-Forez, eerst bij de kerk, maar ik zie dat er een Bureau de Tourisme is en ernaast een picknicktafel: gratis internet, dat is altijd handig, zelfs als ze gesloten zijn.

Er komt een oude man voorbij lopen, die hele verhalen aan zichzelf zit te vertellen. Hij komt 2x langs, ik zit met verbazing te kijken. Iets zit ‘m heel hoog, er zit ‘m iets dwars. Jammer dat ik ‘m niet versta.

Als ik verder loop, zie ik dat net buiten het dorp een bord staat met de drie streken die hier bijeen komen: Auvergne, Forez en Velay. Die laatste, daar ga ik naar toe.

Ik ga het bos weer in, snaai daar hier en daar een braam. Er zijn er wel lekkere, als ze maar niet in de velle zon hebben gehangen. De vingers weer helemaal paars. Ik loop naar Jouazecq, een klein dorpje. Als ik via een leuk paadje er uit loop raak ik aan de praat met eigenaresse van een B&B. (Gites Myrtilles). Het ziet er echt heel leuk uit en ik vraag wat het kost voor een nacht. Vijftig euro mét ontbijt. Als ze veertig haf gezegd had ik er misschien aan gedacht, maar 50 euro. Nee, ik zeg dat ik dan Santiago niet haal als ik zulke bedragen uitgeef. Ze snapt het. Biedt me zelfs aan dat ik de tent er wel mag opzetten. En ik krijg een kop koffie met koekjes. Leuk hoor!

Ik ga toch verder na de koffie, ik heb voor mijn idee nog niet ver genoeg gelopen. Ik bedenk dat ik ongeveer nog twee dagen wil lopen naar Le-Puy-en-Velay. Als ik vandaag beetje doorloop, dan heb ik morgen en overmorgen twee kortere dagen.. Ook wel lekker.

Bij Pontempeyrat moet ik de D498 volgen in plaats van de route, omdat ik naar de Camping Municipal in Craponne-sur-Arzon wil, dat ligt niet aan de route. Het is weer niet leuk om langs de weg te lopen, maar ik kan niets anders bedenken. Gelukkig heeft deze weg wel een soort strook naast de weg. Dat is niet altijd én dan zie je dat auto’s een stuk naar het midden gaan rijden: gevaarlijk met tegenliggers.

Mijn saaie voettocht langs de D498 wordt beloond, want als Craponne-sur-Arzon binnenwandel is daar de Lidl! Lekker boodschappen doen! Berliner bollen, cola, bananen, koekjes! En nog warm eten voor straks.

De Camping is wat verwaarloosd, maar er komt om zes uur wel een dame om de € 7,40 te innen. Nou, het is voor een nacht. Morgen toch weer verder..

A demain, tot mergen, tot morgen, bis morgen, see you tomorrow!

Van 460 naar 1150 meter…

Donderdag, 16 september 2021

Wie de rust niet in zichzelf vindt, zal haar tevergeefs elders zoeken. François de la Rochefoucauld

Weer niet zo geweldig geslapen. Ondanks dat ik alleen lakenzak en soort sprei van de Gite ovef me heen had liggen, had ik het stikwarm.

Veronique was ook nog wakker en ik heb haar gevraagd of ze het raam open wilde zetten. Was prima.

Daarna toch beter geslapen, tot zes uur. Samen met Veronique opgestaan. Ze haalde eerst baguette bij de Épicery op de hoek. Had haar gisteren verkeerd begrepen . Ik dacht dat ze er ging ontbijten. Nou, gezellig: samen ontbijten. Écht een heel leuke tante die Veronique. Ik zag gisteren dat ze precies hetzelfde kettinkje heeft als Ans. Uit Ierland, zo’n drie cirkels die in elkaar overlopen, de zogenaamde Celtic Triskelion. Ook toeval?

Tegelijk gisteravond appte Ans over JP’s idee om allebei naar Lyon te reizen om elkaar te zien. Als Ans naar Le-Puy-en-Velay zou reizen zou dat veel te lang duren. En dan ook weer terug. Als ik vanaf Le-Puy-en-Velay naar Lyon reis en Ans ook, dan hebben we langer de de tijd. Én als zij weer naar huis gaat, dan reis ik weer naar Le-Puy-en-Velay om verder te wandelen. Ik denk dat dat een welkome onderbreking is. En ook nog leuk ook nog… Eventueel met Iza, want hun treinreisje ging laatst niet door door stakingen in Duitsland.

Waar waren we? O, ja: ontbijt met Veronique. Ik zeg tegen haar: “Ga je maar bezig houden met inpakken van rugzak, de boel poetsen, opruimen doe ik dan wel. Ik loop maar zo’n 17 km, jij moet verder, dan kun je op tijd vertrekken. Adressen nog uitgewisseld. Ik geef haar een mooie buizerdveer: ze brengen mij altijd geluk én dat wens ik jou!

Daar gaat ze. Weer net zoals gisteren dat rotgevoel, eventjes. Dan poetsen, vegen, opruimen. Klote, dat die was nog niet droog is. Onderweg maar ergens ophangen.

Om kwart over acht heb ik alles klaar, nog even een tampon (stempel Iza! ) halen bij de Épicery, sleutel bij de Mairie in de brievenbus en wegwezen. Het is druk op straat in het dorpje, de kinderen worden bijna allemaal door ouders met de auto gebracht.

Ze stoppen netjes bij het zebrapad en ik loop zo het dorp uit. Richting zo’n puist of “dike” zoals JP die noemde. Straks nog even opzoeken wat de naam precies is. Een dijk is in het Engels weer wat anders…

Ik ga op die ” puist” helemaal rond tot ik bij een Chapelletje kom. Een prachtige plek. Picknickbanken erbij, een bio-toilet met zaagsel. Ik zie vaak dat Europa die Saint-Jacques-dingen subsidieerd. Nou, een goed doel om dat geld aan uit te geven.

Ik ga er even lekker zitten, het zonnetje schijnt en de uitzichten en luchten zijn weer fantastisch, beetje surrealistisch bijna.

Ik laat de rugzak staan en klim nog hoger, daar is een ruïne en een uitzichtpunt. Je kunt de hele omgeving vanaf deze plek zien, ik zie Saint-George-Haute-Ville waar ik net vanaf ben gelopen.

Tijd om verder te lopen, ik heb alle tijd, het is maar zo’n 18 km. Ik doe alles rustig aan, op zijn tijd even op een hek of een steen, om die rugzak even van de rug af te hebben.

In Mangerie-Chantagret loop ik bij een Tabac/café naar bineen en drink me er een café-au-lait. Ik ga lekker buiten zitten in het zonnetje. Wat een lekker pylger-leventje heb ik toch!

Na de koffie weer door, ik wandel over van die kleine paadjes tussen de huizen en boerderijen in. Je krijgt gelijk beelden erbij van dat liedje van Wim Zonneveld: ‘Langs het tuinpad van mijn vader…. ” Maar dan in Frankrijk. Overal van die heggetjes, soms, bramen, planten, bloemen, vlinders. Echt veel meer dan in Nederland. En soorten, die in Nederland nog nooit gezien heb. Vandaag kwam ik er steeds een knalgele tegen.

Ik merk wel dat het behoorlijk klimmen is vandaag. Tot nu toe ben ik alleen maar omhoog gegaan. Er zitten behoorlijk steile stukken bij.

Zo. Kom ik in Saint-Jean-Soleymieux. Daar ga ik even rusten op een bankje. Ik merk toch dat ik niet goed geslapen heb. Ik bekijk ook even de kerk, die is op de berg gebouwd, als je binnen loopt, dan zie je dat hij schuin op de berg staat. In de kerk gewoon een trap naar beneden.

Tijd om weer verder te gaan. Ik denk dat ik er bijna ben, maar heb me flink vergist. In plaats van La-Chapelle-en-Lafaye ben ik nog maar in Marols. Ik kom er een groep Franse wandelaars tegen. Ik zeg “Bonjour”, maar ze vinden niet dat mij hoeven te groeten. Zeker Parijzenaars. Het liedje “Ben ik te min” van Armand schiet me te binnen. Stelletje dikkoppen.

Daarna valt het flink tegen, die 5,8 km. Het is alleen maar klimmen, over het asfalt, maar ook door waterlopen met dikke stenen en keien. Ik moet er flink aan. Het is wel prachtig mooi, Een paar keer regent het een beetje. Maar als ik dan boven kom schijnt de zon.

Ook de regenboog is te zien. Mooi.

Het zwaarste stuk moet nog komen. Net als ik redelijk steil over zo’n waterloop naar boven klim begint het keihard te regenen. Ik ben blij als ik boven ben. Maar het blijft hozen. Soppen in mijn schoenen. Nog 2.6 kilometer. Er is een routewijziging, maar dat zie ik toch niet zitten. Ik wil naar de Gite. Vanmorgen bij het café heb ik daarover gebeld met een mevrouw. Ik moest terugbellen als ik er was.

Om vijf uur ben ik bij de Gite in La-Chapelle-en-Lafaye. Ik bel en de mevrouw komt en nog zo’n regelman. Ik heb geluk, want hierna gaan ze dicht.

Er is nog een winkeltje bij, daar koop ik nog wat voor vanavond en morgen. Nu schiet het toch mooi op naar Le-Puy-en-Velay! Christian, mijn Franse Camino-maat belt al of ik er bijna ben. Die gaat vanaf Conques een week met me lopen. Daar verheug ik me erg op.

Nou, alles staat te drogen nu, ik heb de cv maar aangezet. Ik hoop dat ik die schoenen nog droog krijg..

Tot Mergen, tot morgen, oant moarn, bis morgen, a demain, see you tomorrow!

Afscheid en kennismaking

Woensdag 15 seprember 2021

Eerst dan ontmoeten  elkaar echt          als we ons niet langer blind staren       op wat wij zelfvergenoegzaam             onze prestaties noemen,                          maar als we ook het goede van anderen zien                                                             en er ons over verheugen.                       Valeer Deschacht

Om acht uur ontbijt bij de Boulangier, die eigenlijk dicht is. Ik sliep niet echt goed vannacht, moest er een paar keer uit, de wc was op een soort binnenplaats van Le Prieuré. Pikkedonker daar, je moest op de tast de deur van de toiletten vinden. Op de slaapkamer hadden we een lampje aangehouden.

Nou, net voor zevenen wakker. De hele zooi weer in de rugzak. Gelukkig hoefde ik alleen de lakenzak te gebruiken, fleece dekens lagen daar. Dat is wel fijn. J.P. was ook al wakker. Ik verbaas me over zijn georganiseerdheid: alles in kleine zakjes, alles heeft vaste plaats. Zijn manier om zo’n wandeltocht te doen. Ik ben veel chaotischer en ben daarom mijn halve leven aan het zoeken. Een mooie metavoor!

Ik begin na vijf weken ook een beetje systeem te ontwikkelen, maar het rare is dat dat systeem alleen werkt als ik in de tent slaap. Zodra ik op een slaapzaal of ergens bij mensen slaap, wordt het een zooi. Dan werkt dat systeem op een of andere manier niet. Dan wordt net om kwart voor acht nog van alles in die rugzak gepropt op plaatsen waar dat niet hoort. En is het straks weer zoeken geblazen. Onderbroek verdwenen, stekkertje voor telefoon foetsie enzovoort.

Maar zodra ik het tentje opzet dan is de orde er ook weer. Gek hé. Stiekum ben ik wel een beetje jaloers op J.P.

Om acht uur zetten we allebeide de rugzakken op en lopen naar beneden naar het dorpje, waar de Boulangier ons al opwacht. On het dorp spreekt iemand ons aan, om te vertellen dat de Boulangier dicht is, gelukkig is J.P. er bij, die het snel kan uitleggen.

We lopen achterom, door de bakkerij, de bakker heeft zijn werkkleren aan, die gaat straks lekkere dingen maken..

We krijgen een lekker ontbijtje met verschillende broodjes, croissants, kaas, confiture. Ook het ouder echtpaar, die op zelfde plek sliepen schuiven nog aan.

J.P. en ik vertrekken. Direct al een flinke klim, er komt werkelijk geen einde aan de berg. J.P. zegt dat het me goed afgaat met 18 kg op de rug én na een hartinfarct… Dat ik een snelle klimmer ben. Ja, dat hoor ik graag vanzelf! Ik zelf vind ook dat het klimmen veel beter gaat na het gedotter en die stent. Misschien wel door de bloedverdunner….Ook hebben Ans en ik met fitness ook flink in klimmen getraind op de trap. Echt kilometers omhoog…

Het is vandaag leuk om zo samen op te lopen. We kletsen wat en ik merk dat er een klik is. J.P. vertelt veel over de omgeving, over allerlei weetjes, waar niks vanaf weet. Hij vertelt over Le Prieuré waar op de vloeren, maar ook in de muren allemaal zwarte stenen zijn verwerkt. Dit is een speciale steen die hier veel voorkomt omdat het een oud vulkanische gebergte is. Ik krijg ook antwoord op mijn vraag wat al die gekke heuveltjes zijn in een soort vlak landschap. Ook dit heeft te maken met de oude vulkanen. Hij noemt ze “dikes” en vertelt dat de Prieuré er ook op gebouwd is. Leuke weetjes toch!

We kletsen de hele dag wat af, ook over Genéve, waar zijn vrouw vandaan komt. En dat hij twee grootvaders had: eentje vocht voor de Fransen in de Eerste Wereldoorlog, de andere voor de Duitsers. Zijn familie komt uit de buurt van de Elzas. Het is daar nu Frans, maar vroeger dus Duits.

Hoe dichter we bij Montbrison komen, hoe stiller J.P. wordt. Afscheid. We gaan de grote kerk nog in, lopen nog stukje samen door en dan heel ongemakkelijk afscheid. Hij weet zich niet goed raad, ik ook niet. Ik vraag hem of hij zijn adres in mijn boekje wil schrijven, dan kan ik ‘m een kaart sturen als ik in Santiago ben. Dat doet hij, nog een tikje op de schouder, Buen Camino en weg is hij richting station. Ik loop door en het begint ook even daarna te regenen. We hebben de hele dag in de stralende zon gelopen!

Dat zijn van die dingen. Die vind ik toch wel moeilijk altijd. Heb je een klik met een persoon. En dan gaat hij weer.

Ik ga ergens op een bankje zitten, pak mijn regenjas, regenhoes. Alles weer in regentenue. Brrrr. Niks aan.

Ik loop stuk door en zie links een Aldi. Nou dan maar troost-eten kopen. Voor vanavond in de Gite Communal, die ik op advies van J.P. gebeld heb. Ik doe weer veel te veel boodschappen. Maar goed dat Andrea uit Lier er niet bij is…..

Met kilo’s meer in mijn rugzak sjouw ik langs de D5 naar Saint-George-Haute-Ville. Nog een aardige tippel. En niet fijn lopen met dat drukke verkeer wat langs me raced. Ik stop een paar keer, even pauze in een bushokje. Dan weer verder. Om een uur of vijf ben ik bij de kerk van Saint-George-Haute-Ville. Ik zou die mevrouw bellen als ik er was. Maar er staat een man bij de kerk en die zegt dat ik niet de enige ben in de Gite. Er is een vrouw en hij wil eerst gaan vragen of die het oké vind als ik er ook bij kom.

De Gite is echt leuk, alles zit er in, potten, pannen, levensmiddelen, koffie, thee. En de vrouw die er is, dat is Veronique uit Bordeaux. Ze is onderweg van Arles naar Lyon. Met tent. En alles wat ze bij zich heeft hangt nu te drogen in de Gite. Vannacht heeft ze echt een hoosbui over zich heen gehad.

Ze kan paar woordjes Engels en als ik begin te raden wat haar profession is dan raad ik het ook nog. Veronique werkt in de gehandicaptenzorg! Kinderen, mensen met autisme. Ik heb altijd hetzelfde werk gedaan vertel ik. Nou, dat is ook toevallig! Of bestaat toeval niet? Ik ga steeds meer denken van niet…

We delen wat eten, ze heeft lekkere kaas, ik heb ook nog een geitenkaasje van Claude. Ze gaat vroeg naar bed, morgen om zes uur gaat ze al vertrekken.

Ik doe het licht wel uit en ga in de keuken zitten. Oké! “Bon nuit! It looks, like home, my wife also goes earlier to bed than me…” Ze moet er om lachen.

Ben benieuwd of ze nog zie morgenvroeg. Ze heeft hier bij Épicery ontbijtje met koffie besteld. Om zes uur…

En ik heb morgen kort dagje. Een kilometer of 17 of 18. Naar La Chapelle-en-Lafaye. Weer een Gite, nu een Gite d’etappe la cure.

Tot Morgen, A Demain, Bis Morgen, Oant Moarn, See You Tomorrow. And sleep well..

Lucky man

Dinsdag, 14 september 2021

Lucky man               https://g.co/kgs/39ffPm

Dat was toch nog even gezellig met de Zwitserse Fransman. Gewoon wat Pylger-praat over kilo’s, over GPX, over gites, over organising your backpack. Gewoon Pelgrim-gezwets.

Wel eens leuk als je al heel lang met jezelf in gesprek bent en een beetje uitgeluld bent. Ook hij is net met pensioen, wat eerder gestopt: op zijn 62ste. Dat kan ook!

Ik geniet hier echt van het Pelgrimsonderkomen. Alles is er: een keukentje, tafel, stoelen, bankstel, schemerlamp, kleedje op de vloer. Net of he thuis bent! Alleen mijn lief en de poezen missen nog.

Dat vind ik nou leuk op deze route naar Le-Puy-en-Velay, mensen doen heel erg hun best om het de pelgrims naar de zin te maken. Dat had ik afgelopen weken wel gemerkt. Je bent gewoon een welkome gast en dat voel je! Mooi toch?

Gisteren bijvoorbeeld, zei de Campingbaas: je kunt hier wel warm eten, maarbhet isbwel frites met omelet. Nou prima! Later komt zojn vrouw om te vragen óf beef ook goed is? Nou nog beter!

En wat moest ik betalen? Tentje, boodschappen, diner en ontbijt en gebruik van Pelgrim-onderkomen: € 36,- Daar kun je je toch geen buil aan vallen…

Vanmorgen al vroeg wakker, zes uur. Op tijd opgestaan, om acht uur heeft de campingbaas, die trouwens. goed Engels spreekt, het ontbijtnklaar. Dan ruim ik vantevoren de tent op, pak alles in en kan ik zo vertrekken.

Het is vanmorgen nog erg donker, dat is wel lastig met tent opruimen, helemaal als het ook nog gaat regenen:  “&%#€&%” (vloek).

Ik sjouw de hele zooi naar het washok en pak daar verder mijn rugzak in. Regenhoes er om heen. Klaar. Net alles droog kunnen houden. Dat krijg je als je nooit op Buienradar kijkt. Dan is het er gewoon in één keer. Hopelijk valt het mee.

De Zwitserse Fransman, die trouwens Jean-Paul heet, loopt al rond in zijn lichtgewicht regencape. Die gaat dadelijk samen met mij ontbijten én die vertrekt wat later zegt hij. Anders is, hij te vroeg in Montverdun. Daar wil ik ook naar toe. Hij heeft al gereserveerd , dat moet ik nog doen.

Het ontbijt is voor Franse begrippen groots: koffie, yoghurt, gemengde vruchten-compôte, kaas, confiture, stokbrood en croissants.

Ik eet lekker mijn buikje vol, neem afscheid en geef de Campingbaas een dikke pluim! Zo jammer, dat er door die k*t-covid zo weinig pelgrims onderweg zijn. Normaal was het veel drukker vertelt hij. Hij is dan ook speciaal zo ingericht voor die pelgrims…ik vraag mij af of hij ook zo’n uitkering gekregen heeft: Claude vertelde dat Macron flink aan het uitdelen is. Ineens is net als in Nederland van alles mogelijk…

Het miezert nog een beetje, te weinig om de jas aan te trekken. Het ziet er mooi uit, vooral als ik van de grote weg af ben en een grindpad inloop. In de verte weer heuvels, ik loop over een soort plateau, een soort laagvlakte tussen heuvels in.

Ergens is een visvijver, ik moet aan Roel denken, mijn digitale Camino-vriend, die ik nog nooit heb ontmoet. Hij is fanatiek karper-visser. Die zou dit prachtig vinden. Ik maak wat foto’s en stuur die naar ‘m. Zielsverwant, soulmate. Zelfde leuke onrust herken ik bij hem.

Ik kom erachter dat ik weer eens wat vergeten ben. Mijn regenjasje ligt nog buiten bij die Pelgrimstent! Ik bel de Campingbaas op en vraag ‘m of hij die wil meegeven aan de Jean-Paul, de Zwansman. (😂combi Zwitser én Fransman). Oké! Geregeld! Merci Boucoup!

Weer verder, loop heerlijk door de velden, dat verveelt eigenlijk nooit. Veel te kijken, veel te denken én lekker doorlopen ondertussen. Mijn lief appt ondertussen dat ze Mien heeft gevraagd of die mee wil naar Le-Puy-en-Velay. Leuk! Laatst was, ze ook al mee met mijn vertrek. Naar Metz. Dat zou heel gezellig zijn! Ik kijk op de grond én ik vind weer eens een mooie buizerdveer? Yeah?!

Maar nou even doorlopen, ik kom in een dorpje. Alles weer potdicht. Geen winkeltje, geen kroegje, geen Tabac. Ik ga de kerk maar weer in en ga daarna op een bankje zitten.

Net als het weer een beetje begint te regenen komt Jean-Paul de Zwansman er net aan lopen. Met mijn regenjas! Hij zegt ook dat het niet slim is een gecamoufleerde jas mee te nemen. Niet in het verkeer, maar ook niet alsn je ‘m kwijtraakt: hij valt gewoon niet op. Ook gevaarlijk in het jachtseizoen grapt hij er nog achteraan…

We lopen samen verder, ik zeg J.P. wel dat ik mijn eigen tempo loop. Hij heeft zes of zeven kilo op zijn rug, ik heb er achttien. Dat snapt hij. Al pratend over kinderen, zélfs kleinkinderen, trailrunning, extreme sporten, the Appalachian Trail, J.P.’s new hips zijn we zo een paar kilometers verder en zou ik je niet kunnen vertellen wat ik gezien heb dat stuk.

Voor hij zijn nieuwe heupen kreeg was dit zijn plan de Appalachian Trail te lopen. In the States! Mmmm.

Maar nu merkt hij dat hij goed kan lopen, maar nergens zo op de grond kan zitten. Dat is lastig als je alleen op een stoel of bank kunt zitten. Ik plof meestal gewoon ergens neer, tegen een boim of een hek. Maar J.P. kan dat dus niet…

Als, ik telefoontje krijg van dichterlief Iza, loopt J.P. door. Prima. Je hoeft niet steeds bijelkaar te blijven. Dat is goed. Ieder zijn eigen Camino!

Altijd leuk om te bellen met Iezke. Gezellig! Kletsen, vertellen! Waar ben je met bezig. Hoe is het? Ik vind toch wel dat ik ver weg ben. Én lang, dus dit soort telefoontjes daar geniet ik van. Net zoals dat felefoontje gisteren van Anslief, die zich zorgen maakte over voedseltekorten in mijn rugzak… En in mijn lijf… Gelukkig kwam alles ook gisteren weer goed….

Alles kumpt goed.                                         May

We lopen maar door, wat moet anders op zo’n dag. Ik vind het een beetje benauwd. Net of er vocht in de lucht zit. Ik passeer een dorpje, kijk zoals, gewoonlijk even in het kerkje en loop weer door. Ik neem nog meer pauzes dan dat ik gewend ben. Tot ik de goeie eikenboom zie om tegenaan te zitten én om te gaan schaften.

Die zoete broodje zijn wel lekker ommin de koffie te soppen, hoeft er ook geen beleg op, wat ik weer ergens anders ingestopt heb. Maar wel lekkere. bak koffie. Jean-Paul komt voorbij lopen, die heeft in dat dorpje gepauseerd. Nee, hij hoeft geen koffie. Hij loopt door. Ik blijf er een uurtje zitten. Alles is aanwezig, een boom, een rugzak, waasr ik tegenaan kan zitten, koffie, zoete broodjes, een bramenstruik er tegenover. Een flauw zonnetje. Meer heeft een pylger niet nodig. Ja, misschien nog een telefoontje erbij: verder niks.

Na een uurtje is het mooi geweest, buikje vol met koffie, zoete broodjes en bramen. Dat ik zo nog wel even vol.

De regenhoes had ok ook maar van de rugzak gehaald, regen is er niet meer gevallen, nog geen drup. Het blijft wel bewolkt, de luchten zien er in de verte wat dreigend uit. Maar wel mooi!

Ik geniet van het landschap, soms een beetje eentonig, omdat de paden of. wegen erg lang zijn, maar er is van alles te zien.

Ergens ligt een doodgereden ree aan de kant, ik kijk er naar en zie dat er twee blauwe vlindertjes steeds op dat reeëngezichtje gaan zitten. Schokkend en mooi tegelijk.

Als ik doorloop en ergens linksaf sla zie ik een bestelbus staan. Wat leuke alternatieve types staan erbij. Ze zijn iets aan het oogsten. Ik vraag wat het is, maar kom er niet achter: er worden medicijnen van gemaakt. En ze oogsten het met zo’n rond snoeimes. Als ik een foto maak houdt een van die grapjassen dat ding omhoog. ” Communist!” roep ik. “You also need a hammer!” De man lacht. Straks maar eens op internet kijken wat het geweest is..

Communist, roep ik, maar ik moet ook weer aan die ouwe Panoramix denken met zijn Gouden Snoeimes.

Even later loop ik verkeerd en kom terecht op wat een biologische landbouw commune lijkt. Iemand komt me vertellen dat ik verkeerd gelooen ben en wijst hoe ik moet lopen. Daar zullen die alternatieve types wel vandaan komen.

Je zier er van die huisjes gemaakt van strobalen en afgewerkt met leem: prachtig. Ik zou hier wel even willen rondkijken. Zo’n biologisch-dynamische woongemeenschap. Die staan vast en zeker hier op de markten in de dorpjes.

Kleinschalig, geen vergif, geen uitbuiting van de grond, menselijke maat. Waar we weer naar terug moeten. Dat spreekt mij heel erg aan.

Ik loop door, pauzeer voor de zoveelste keer, het schiet vandaag niet erg op. Er lopen me twee wandelaars met rugzakken voorbij, een Frans echtpaar.

Dan is het niet ver meer, tenminste op de bordjes, maar zoals elke dag wegen ook hier weer de laastste loodjes het zwaarst. Ik zie het al al ik er aan kom lopen: Le Prieuré Montverdun ligt bovenop een berg. Daar moet ik nog tegenop klauteren. Ik doe het maar in etappes. Het zweet gutst van mijn gezicht, ik heb het stikwarm. Even pauze. Rugzak even af en dan weer door.

Maar dan heb je ook wat! Dat is de beloning voor dat geklauter, geklim, gezweet en gepuf. Een prachtig mooi oud kerkje met bijgebouwen boven op een berg. En in die bijgebouwen slaap ik vannacht. Met de Zwansman.

Ik regel bij de mevrouw die ik aan telefoon had dat ik er ook eet en morgenvroeg ontbijt: 39 euro. Ook niks van ge zeggen toch?

J.P. gaat morgen naar huis, daar was alles in rep en roer omdat zijn zwager er heel slecht aan was. Hij moet gewoon naar huis.

Jammer, want we begonnen net wat contact te krijgen. Misschien met dat echtpaar, die slapen hier ook. Echte Camino-gangers: ze hadden al vier verschillende Camino’s gelopen. Ook vanaf Le-Puy-en-Velay, maar ook de Camino del Norte, de Camino Portuguez en de Camino del Plato vanaf Sevilla.

En ze spreken Engels. Dus wie weet..

Het uploaden van foto’s gaat weer super-langzaam, dat zal wel door die dikke muren komen. Dus heb geduld.

Oant moarn, tot morgen, a demain, see you tomorrow.

Fermé Lundi

Lundi, 13 septembre 2021

Ik bid nie veur brúne bonen!                   Bartje (karakter van Anne de Vries)

Raar, maar ik sliep weer niet zoals het hoort, veel wakker geweest vannacht. Te warm, onrustige benen, last van rechter knieband. Onrust.

Dus raam opengezet, opgestaan, de zalf van Panoramix-Claude op de knie gesmeerd. Maar de onrust bleef. Na enen werd ik overmand door Klaas Vaak en viel ik als een blok in slaap.

Soms lijkt het dat ik na dat geslaap in de tent weer moet wennen aan die droge warme lucht binnen. Maar ook gewoon onrust.

Niet heel vroeg opgestaan, net voor zevenen. De etappe die ik gepland heb is zo’n 20 km. Dus alle tijd. Ik vertrek na een raar ontbijt: banaan met honing en vijgenjam en met muësli. Ik had geen yoghurt, dus dan maar improviseren. Het enige wat in de Gite ligt is koffie, thee, suikerklontjes, honing en vijgenjam. Nou dan maar van-alles-wat.

Boel beetje schoongemaakt, nog een stukje in dat gastenboek geschreven én weg was ik. Ik ging eerst richting burcht, daar waren nog allemaal huisjes en een kerk omheen gebouwd. Dat had ik gisteren allemaal niet meer gezien.

Even gluren in het kerkje. Buiten staat er al iemand van de gemeente de bloemen water te geven. Dat heb ik eerder gezien: o ja, op die plaats, met de Spa, Contrexeville. Al voor achten zijn ze de bloemen water aan het geven. Village-Fleurie! Nou, ik vind het er overal heel gezellig uitzien met die blommen!

Dan ga ik via een graspaadje naar beneden, richting water. Ik denk dat het de Loire is, maar later lees ik ergens dat het een zijtak is.

Het is weer fijn weer, al kun je merken dat het geen zomer meer is. Ik feniet zo van dat licht ’s morgens. Nog niet de velke zon, maar zo’n oranje gloed. Je ziet het op de foto’s die ik’ s morgens maak: een warm licht, warme kleuren.

Peter kom ik ook weer tegen. Het paard is eerst druk bezig met eten tot hij mij ziet, dan blijft hij mij in de gaten houden. Ik weet niet of jullie dat ook hebben, maar ik vind dat als ik een paard zo alleen in een weilandje zie in de zon: een beetje magisch gezicht. Een paard is en blijft een mysterieus dier. Dat heb ik nou nooit met een koe of een schaap of een geit.

Ik loop door en zie een bordje staan dat er in Bully, het volgende plastsje een Bar/Restaurant/Épecery/Boulangier is. Ha, dat heb ik net nodig. De baguette van gisteren ben ik verloren. Dan maar een lekkere choco-croissant en misschien nog wst lekkers bij de cafe-au-lait.

Heel groot is, mijn teleurstelling als ik boven kom bij de uitspanning. Bord: Fermé: Lundi. Kut, dat is vandaag! Balend ga ik op een muurtje bij dat restaurant zitten mokken. Net een klein kind! Pylgertje krijt syn sin net!

Stiekum hoop ik dat iemand van het restaurant me ziet en heel erg medelijden met me krijgt. Niks gebeurd er: ja een klein jongetje komt naar buiten en loopt naar een vrachtautootje, haalt er iets uit en loopt terug. “Bonjour” zegt ie tegen me.

Ik zucht en steun nog wat en gooi de rugzak maar weer op: daar zit niet veel eetbaars meer in. Müesli, wat bouillon, een perzik, beetje vijgenjam, nog wat kaas. Geen brood. Geen yoghurt. Armoede troef!

Als ik terugloop richting dorp komt er net een andere wandelaar met rugzak en stokken voorbij, ook onderweg naar dat dichte restaurant. Nou, dat zal ‘m flink tegenvallen. Net als mij. Ik denk: “Gedeelde smart…. “

Om mijn onlustgevoelens wat te temperen haal ik maar een tampon bij de Mairie. Ook bekijk ik de kerk even.

Ik loop maar door naar het volgende dorpje, Chaume. Maar de markering gaat niet het dorp in, ik loop maar door. Ergens onderweg ga ik pauzeren en ga lekker tegen een boom aanzitten. De Fransman met de rugzak loopt me voorbij. Even kletsen, masr dat gaat wel heel moeilijk. Wat ik er van begrijp is, dat hij vanaf Cluny loopt naar Le-Puy-en-Velay. Heel lastig om zo te communiceren, maar dat zal hij ook wel vinden.

Als ik in het dorpje Dance, (ja, écht waar, het bestaat!) aankom, besluit ik te gaan pichnicken met de spullen die ik wel heb. Ik zie dat de Fransman er languit ligt, die doet een middagdutje. Ik zet eerst een bak koffie, dan gooi ik wat müesli in een bak, wat vijgenjam erbij, water. Nou, dit is mijn middagmaal. Nou, het smaakt ook nog!

De Fransman staat op en probeert me iets te vragen, ik kan er echt niet van maken. Nou, au revoir dan maar, bon courage! Had ik toch maar beter mijn best gedaan vroeger op school met Frans….

Ik neem echt lange pauze. Maar niet teveel energie er doorheen jagen. Rustig aan. En overal maar bramen plukken, net zoals de afgelopen dagen, daar zitten ook suikers in. Vanmorgen heb ik er ook alweer flink van gesnoept, alleen zijn ze door die velle zon een beetje melig en zoet geworden. Het lekkere is er van af: dat frisse zoetzure… Als ze in de schaduw hangen zijn ze wél lekker…

Het wordt tijd om doort te gaan. Nog 4.6 kilometer naar Amions en dan nog 7.4 naar Pommiers-en-Forez..

Ik moet eerst een heel stuk langs een snelweg, vervelend. Die herrie van die auto’s:  dat heb lang niet meer gehoord!Gelukkig,, de markering zegtvdatcwe onder de snelweg door gaan: even een mooie Pylger-tag op het beton:

Ook wel lekker, even wat anders dan lopen. Even een andere houding. En: Pylgers gean troch! Dat is wel de  bedoeling.

Als ik het tunneltje uitkom,, zie ik dat ik in een mooi bosgebied terecht gekomen ben. Het doet me door die eikenbomen en grasveldjes denken aan Gaasterlân. Het mooiste stukje Fryslân, waar ik geboren ben. Ik probeer het te ontraadselen. Het zijn niet alleen de eiken, het gras. Maar ook de geur van de zomer, van heel heet weer. Herinneringen zijn niet alleen maar beelden, er hoort geluid bij, er horen geuren bij.

Heeft iedereen dat nou met zijn geboortestreek? Of is het iets van mij? Bij mij heeft de leafde voor de streek waar ik geboren ben, veel te maken met het feit dat mijn ouders verhuisden naar de stad in 1964.

Ik vond dat als negenjarige helemaal niet leuk, zo’n groot verschil tussen het leven in de stad én het dorpje wasrcwij vandaan kwamen. Ik ben op den duur toch wel een stadsjongen geworden, maar in mijn hart ben en blijf ik in Nijemardummer.

Nog steeds weet ik niet of ik een stadsmens of een dorpeling ben, ik heb het allebei in me.

Dwaal weer flink af, door die herinneringen aan Gaasterlân. De geur, de eikenbomen. Stikhete zomers, dat we als kleine jongens met de fiets door die bossen crossten.

Maar ik loop hier ter hoogte van Lyon door een bos en ben onderweg naar Amions, misschien is daar een winkeltje. Ik vind dat het maar lang duurt die 4,6 km…. Ik ga ergens tegen een boom zitten.. Even later komt de Fransman voorbij, heb ik dus hem weer ingehaald ergens. Hij heeft zijn pet niet meer op, maar een soort buff over zijn hoofd.

Voor de warmte gebaart hij. Oké!

Ik bel nog even met Ans,, die was zich beetje ongerust aan het maken, over dat eten of het gebrek eraan. Ik stel haar gerust en zeg dat ik er bijna ben.

Dan maar weer verder lopen, ik meen in Amions te zijn maar heb me flink vergist. Ik ben al in Pommiers-en-Forez!

Dat ontdek ik als ik het plaatsje uitloop, daar is de Camping! De camping waar ik naar toe wilde. Ik dacht dat ik nog 7,4 km moest lopen….. Meevaller vandaag: om half vier al op plaats van bestemming !

Én wie zit daar ook? De Fransman, die blijkt in Zwitserland te wonen met een Zwitserse vrouw, in Genéve. En het lukt om in gewoon Engels een gesprek te houden: wat is dat toch, dat dat in eerste instantie niet lukt. Raar.

Op de camping bieden ze aan om voor vanavond warm eten te brengen, morgenvroeg ontbijt. Nou ja: alle eet-problemen opgelost!

Heerlijke frietjes met bief en salade en ijs toe. Samen met de Zwitsers Fransman in een speciale pelgrimstent. Met bankstel en eettafel! Lekker banken vanavond!

No juh, oant moarn, a demain, tot morgen!

Een échte Franse Dimanche

Dimanche, 12 septembre 2021

Bonjour messieur et madam! C’es Dimanche aujourd’hui. Le matin est magnifique. Le soleil, le grand randonnee, Saint-Jacques, le Chemin: je’t aime!

Een mooie zondagmorgen, die een bietje verkeerd begon, omdat ik de sleutel al in het kastje had gelegd en er toen achterkwam dat ik die polsbandjes van de wandelstokken nog binnen lagen.

Met het zakmes het kastje opengemaakt en de sleutel en de polsdingetjes gepakt: heb ik dat weer! Typische Andries-actie!

Nou ja, het is weer opgelost. Ik heb niet de Maire uit bed hoeven bellen. Gisteren heb ik maar eten daar uit de kast gepakt. Er stonden prijsjes op: dat geld heb ik daar neergelegd. Lekkere rijst met Poulet Basque. En nog een blik fruit, daar had ik ook zin in.

Vanmorgen de boel nog wat schoongemaakt, de bezem er nog even door: klaar! Ik vind het nog steeds ongekend dat het kan. Voor € 13,- en dan heb je er een onderlaken, kussensloop en handdoek bij. In Nederland zouden ze er gelijk €20 á €30 vragen. Dit is een soort lieve reclame voor de Mairie, de Maire, de Gemeente.

Ik hou daar van!

Ik kan merken dat de herfst er aan zit te komen, de kleuren, de zon, de dauw op land, de spinnenwebben, de verkleurde bladeren. Het heeft ook wel wat om nu te lopen. Jammer alleen dat die dagen zo kort zijn. Het is om uur of zeven licht én om half negen ’s avonds donker..

Nou ja, het maakt als pylger niet zoveel uit, ’s avonds ben ik nog te moe om nog iets te ondernemen. De hele dag sjouwen met die rugzak, dan ben ik blij dat ik’ s avonds niet van alles hoef. En als het wel eens gebeurd, dan ben ik gelijk van slag.

Ik loop zo het dorpje uit, in de verte zie ik een luchtballon. Er hangt dauw boven het land. Mooi. In de verte de heuvels. Ik loop er naar toe!

Het is een dromerig landschap door die mistflarden in de verte. De witte koeien die erg vriendelijk kijken, zelf de stier kijkt me verwonderd en lief aan.

Er komt een meisje in een overall op de tractor aan, ze stopt en loopt met wel vier emmers richting koeien, die lopen er allemaal naar toe. Soort bijvoeding ofzo? Extra eiwitten?

Dit is toch een mooi beeld, een vrolijke Française in een overall, die de koeien bijvoerd. Jammer dat je gelijk ook andere gedachten krijgt over mestoverschotten, de stikstof, de overdreven vleesproductie. Zeg maar alles wat er eigenlijk verkeerd gaat in die industrie. Want dat is het!

Als het kleinschalig gebeurde en de boeren rechtstreeks op de markt hun zuivel of vlees zouden verkopen, zou het er heel anders uitzien. Op veel markten in Frankrijk zie je dit. De boer staat zelf zijn kaas of worst te verkopen. Zo moet het.

Afdwalen is ook een kunst! Ik doe het met bloggen, maar ook met wandelen. Elke dag dwaal ik wel eens van de route af. En dan ga het goedpraten door te zeggen: “zo kom je op plekken, waar je anders nooit was geweest!” Ja, ja, pylger, maar ’s avonds ben je dan wel helemaal totall-loss! En dan zegt die eigenwijze pylger: “maakt niks uit, totall-loss ben je toch wel…!’

En dat is vanzelf ook zo.

Vandaag is het weer avonturendag, ik weet waar ik naar toe wil , maar weet niet of daar een slaapplek is. Dus loop ik gewoon op de bonnefooi naar die plek. Ja, ik ga straks even bellen, als ik pauzeer, het is nu nog te vroeg.

De bergen, heuvels komen steeds dichterbij, ik kom racefietsertjes en mountainbikers tegen. Heel wat vriendelijker als die lompe Nederlanders, iedereen zegt: “Bonjour!”

Je zou bijna gaan emigreren! Hoe vaak zit ik op mijn fiets óf ben ik aan de wandel en groet ik iemand: zegt ie niks terug. “Dan niet!” schreeuw ik die soms na. Maar ik heb bedacht om me daar niet meer druk om te maken. Maar dat is het plan. De uitvoering loopt vaak anders.

Maar hier groet men elkaar, zelfs op de fiets óf een fietser een wandelaar of andersom. Gewoon. Gezellig. Waarom niet? “Bonjour!”

Ik merk dat het wat omhoog gaat, ik ga de heuvelen in. Eerst langzaam, maar dan ineens moet ik flink er tegenaan. Omhoog. Ik loop een heel leuk dorpje in: Saint-Hoan-le-Châtel. Overal hangen oude foto’s. Prachtig.

Er is een restaurant/bakker/winkel open. Daar ga ik maar even café-au-lait drinken. Met een lekkere choco-croissant er bij. Omdat het zondagmorgen is. Naast me zitten die ouwe Fransen al aan de rosé.

Zonnetje erbij, er komen allemaal mensen uit het dorp baguette of pain kopen en een praatje maken. Echt een buurtwinkel. Ik probeer Bureau de Tourisme te bellen over de Gite in Saint-Jean-Saint-Maurice-sur-Loire. Antwoordapparaat….

Ik kijk eens binnen en zeg tegen de, eigenaresse dat ze een mooie winkel heeft, dat mijn vrouw en mijn dochter dat waarschijnlijk ook vinden. Zo, zijn die hier ook even! Al is het alleen in gedachten…

Ik reken af en ga verder. De volgende plaats is Renaison. Een wat grotere plaats. Ik ga van de route af, omdat ik er nog wil wil pinnen. De schrijver van het routeboekje waarschuwt namelijk dat er nu een stuk komt waar nergens bij een bank kunt pinnen. Nou dat is wel handig, niet overal zijn pinapparaten.

Ergens is een Camino-graffiti gemaakt en ik ben nog even ontdeugend. Pylgers gean troch staat nu op die rugzak.

Door smalle straatjes ga ik naar beneden, even later is het weer klimmen geblazen. Op zijn tijd even dat ding van de rug. Even de rug strekken.

Weer verder, zelfde als gisteren. In de zon is het erg heet. Ik probeer zoveel mogelijk in de schaduw te lopen: dat scheelt. Geen warme kop.

Ik loop de wijnstreek weer in, ik geloof dat de Beaujolais hier vandaan komt. Ik kan het dit keer gewoon laten. Waarom zou ik me er toch elke keer boos over maken. Het is eigenlijk een boosheid op mezelf. Ik ga koffie drinken en wat eten onder de wijnstruiken, beetje in half schaduw.

Ik pluk een paar druiven en vind die net zo wrang als de Beaujolais die er van gemaakt wordt. Nooit lekker gevonden. Wrang met een W.

Lekker even relaxen in het gras. Lekker bakske koffie. Stokbrood met vijgenjam erbij.

Dan is het weer tijd om door te gaan, ik kom door Saint-André-d’ Apchon. Allemaal van die wijndorpjes. Ik moet ergens rechtsaf en ga flink de hoogte in en kom in bos terecht. Ik hoor dat ze asn het jagen zijn. Anders had ik daar een plekje gezocht voor de tent. Maar niet als er jagers in de buurt zijn. Dus gewoon door. Pylgers gean troch.

Zo kom ik in Saint-Alban-les-Eaux, daar vul ik opnieuw mijn waterflessen, er gaat nogal wat door op zo’n warme dag.

Daarna lijkt of ik in een ander gebied kom, het gras is er minder groen, meer verdord lijkt het. Ik vind het wel mooi. Ik passeer nog een stoeterij, moet aan mijn kammeroad denken. Ze reden daar op zo’n quad, die had hij ook aangeschaft. Komt Peter toch nog even voorbij.

Daarna, is het niet ver meer, in het dorpje Saint-Jean-Saint-Maurice-sur-Loire… (maar wat een mond vol elke keer) moet ik even vragen en tien minuten later ben ik op plaats van bestemming. Bureau de Tourisme is gewoon open. Een meisje loopt met me mee, een geweldige plek weer, voor € 15,50. Weer met onderlaken, handdoek. Douche, wc, keuken, koelkast. Alles wat een vermoeide pylger wenst.

Morgen maar weer eens kijken waar we dan weer uithangen.. Het is net wat mijn lieve collega May in de nachtdienst altijd zei: “Alles kumpt goed!” En dat is ook zo.

Tot morgen, bis Morgen, a demain, oant moarn, see you Tomorrow.