It’s just a perfect day

It’s just a perfect day                              I’m glad I spend it with you….                  Lou Reed

Maandag, 31 augustus 2021

Dat was ik gisteren vergeten door moeheid en negativiteit. Er stond in de buurt van plaats 62 een groep Brabanders. uit Nuenen. Die sliepen in kleine tentjes en ze hadden volgens mij een soort kwartiermaker erbij die de tentjes opzette. En dingen op de Camping regelde.

Een groep oudere mannen (50+) die normaal rondjes fietsen, ook in de buurt van Helenaveen en Griendsveen. Daar ben ik ook geregeld met de racefiets te vinden. Maar nu fietsten ze door La France, rustig aan, ik had ze gisteren zien fietsen.

Ze wilden alles horen van mijn Santiago-verhaal. Ene zei dat hij met de fiets er naar toe was geweest en wilde me tips geven. “Joa”, zei die, ” dan kom ge in Saint Jean en doa is unne grote bult met stenen die mensen doar hebbe neervelegd en zo fiets ge dan naar Roncevalles”. Klopt niks van, die bult stenen is Cruz de Ferro, dat is nog verder dan Astorga. Nou ja, ik zei maar niks. Maar hij is er vast in de buurt geweest. Leuk die mannen zo samen op hun fietsjes.

Vanmorgen toen ik vertrok kwam ik de kwartiermeester nog tegen en die vroeg me waar de reis vandaag naar toe ging. Ik zei dat ik geen idee had, dat ik gisteren dat eigenlijk van plan was, maar te moe was om het nog uit te zoeken. Straks als ik de poort uitloop dan kijk ik wel. Nog even vragen of ze op de camping ook een tampon hebben. Qui! Eentje met de Jacobsschelp! Die is binnen!

Ik loop richting grote weg en ga daar op een paaltje zitten, even de GPX erbij, de route moet hier in de buurt lopen. En ja hoor, aan de andere kant van het spoor daar loopt de route van Saint-Jacques.

Vandaag kom ik op een stuk waar de vrijwilligers het goed begrepen hebben, het Schelp-symbool wijst steeds de goeie kant op en ze zijn niet zuinig met de bordjes. Dat is fijn, vooral vooral voor twijfelaars zoals ik. Ik heb vandaag maar twee keer de GPX erbij hoeven pakken. Heel goed gemarkeerd.

De route ging eerst naar Rully.. Nou als ik daar een keer ben dan kijk ik wel verder: het was ongeveer vijf kilometer.

Mmm, het lijkt of ik in een wat ander lanxschap kom. Minder wijnvelden. Ze zijn er wel, maar niet zoals voor en na Beaune. Gelukkig.

Het is heuvelachtig en ik moet een paar aardige klimmetjes nemen. God, wat is die rugzak toch soms zwaar: daar moeten zaken uit, maar zou niet weten wat. Het lijkt wel steeds meer te worden: gisteren bij de Lidl kocht ik nog van die handige plastic bakjes om die etenswaren handig in de rugzak te bewaren, het werkt goed, maar het zij er zoveel, dat ik de neiging heb om ze allemaal te vullen.

Nou, mijn lief komt rond 20 september naar La France, dan moet ze maar wat spullen mee terugnemen: kleding, die ik nooit aan doe. Mijn EHBO-kitje is, ook belachelijk zwaar. En zo zijn er meer dingen die lichter kunnen.

Want nu zijn het nog heuveltjes van 300 of 400 meter, maar er komen er hogere. En vooral met klimmen dan voel ik dat gewicht. Dan moet ik toch vaak stoppen om bij te komen.

Onderweg naar Rully nog mooi app-gesprek met Kay. Ik ben ontroerd en laat de tranen stromen. Laat maar gaan… Dan vind ik weer een buizerd- of havikveer, er zit lichtbruin in, niet dezelfde als, die ik al heb: toch geluksdag vandaag!

Ik pak ‘m op, ben blij. Nou deze ga ik goed bewaren. Niet net zoals, die van gisteren, die was ik binnen een half uur weer kwijt.

In Rully is de Boulangier open, ik kan zi gauw mojn mondlapje niet vinden en zet mijn buff maar voor mijn mond,, het linmt wel of ik een overval wil plegen! Maar niet doen: ik bestel twee choco-croissantjes en een raison-broodje. Stokbrood heb ik nog.

Op een bankje verderop eet ik lekker een choco-croissant op. Mah, wat zijn die toch lekker.

Even rusten, dan weer verder. Foto’s maken natuurlijk: alles vastleggen. Mooie kerk, alleen jammer dat hij dicht  is. Mooie oude huizen. Wel rijkdom hoor, mog steeds, van de wijnteelt denk ik.

Weer verder: richting Mercurey. Het wordt steeds mooier! Prachtige uitzichten. Hekder blauwe lucht met zo nu en dan een wolkje. Waardoor het niet echt snikheet is. Perfect wandelweer.

Vandaag kom ik meer wandelaars tegen, zelfs een hele groep. “Saint-Jacques, Compostela” zegt er een maar ik vind ze te gejaagd. Echt als hardlopers bijna die berg op. Niet mijn manier om de Camino te lopen. Ik kwam. In 2015 toch een man tegen, die was aan het Caminoën: hij bedoelde dat hij in korte tijd naar Santiago liep en daarna nog naar Fatima, het moest snel moest hij weer werken. Hij liep echt als een haas, ik kon ‘m niet bijbenen. En overal waar ik kwam, kwam ik bladzijden van zijn routeboekje tegen, die scheurde hij eruit, want dat was weer lichter… Snelle Henkie!

Zo ook deze groep. Ze haalden me in en ik heb ze niet meer gezien. Maar opvallend is, het wel, dat er meer gewandeld wordt. Leuk!

Mercurey, ik moet steeds aan Freddy van Queen denken… is, een leuk dorpje, ik ga er pauzeren. Ik wil een beetje uit de wind en ga, ergensxachter zo’n oude muur zitten: campinggaz en koffie erbij, rozijnenbroodjexen nog een choco-croissant. Heerlijk. Schoenen en sokken uit. Relaxt man!

Ik bel het telefoonnummer wat bij Moroges staat op de lijst van de Ami’s de Saint-Jacques , ik krijg een mevrouw aan de lijn. Ze spreekt geen woord Engels, niks. Ik kan bijna geen conversatie met haar houden. Ze heeft het erover dat er een gite is, maar geen gite-etappe. Ik geef door dat ik om ongeveer zes uur in Moroges ben. Ze zegt dat ik bij de Église moet wachten. Oké, Merci et au revoir Madam.

Ik denk van: maar als het zo’n dure gite is,  dan ga ik het bos wel in. Ik ga geen 60 euro voor een nachtje betalen, no way! Maximaal dertig euro.

Je vind me misschien zuinig, maar anders kan ik echt niet drie of vier maanden op reis. Ik moet geen gekke dingen doen.

Het wordt steeds mooier, na een steile klim kom ik op een prachtig gebied,, waar je in de verte de stad Chalon-sur-Saône ziet liggen. Een uitzicht over het gehele gebied. Prachtig. Ik maak er een panoramafotootje van.

Vervormd, maar het geeft je wel beetje de induk van hoe het er uit ziet. Die ruimte, heerlijk om zo van je af te kunnen kijken.

Dan ga naar beneden, zie dat hetval bijna vijf uur is. Gewoon rustig doorgelopen, genoeg pauzes ingelast. Nou dan is dit de laatste! Mooi niet, want als ik later in het dorpje Cercot kom, blijkt dat ik nog verder moet. Nou, eerst een cola. Dan kom ik weer op zo’n klim, waarna ik een dorp beneden zie liggen: dat moet Moroges zijn!

Als ik dichterbij kom schrik ik als ik zie waar ik een kerk zie, dat is, verderop én er loopt een steile weg naar toe. Pfff, Wet van Murphie! Weer die laastste loodjes.

Ik kom nog een emo tegen met zwart geverfd haar en een grote leeuwenring om en verder zoals, dat bij emo’s hoort: in het zwart. Ik vraag hem of het de enige Église is hier in Le Village. “Oui” en hij lacht duister.

Nou als het laatst ook nog een lijdensweg richting Église van Moroges. Ik moet wel tien keer stoppen om bij te komen. Maar dan ben ik er! Yeah!!  Maar dan komt er niemand en als ik het nummer van vanmiddag bel dan krijg ik een antwoorddapparaat. Niks geen gite dus.. Dat wordt toch in het bos slapen.

Ik zet de rugzak op en loop richting een huis naast de kerk. Ik zie er een man aan een pickknicktafel zitten: ik vraag ‘m of hij er problemen mee heeft als ik in zijn tuin slaap met een tent. “Non”, zegt hij en ik kan zo bij’ m achterom. Daar achter de boom mag ik in mijn tent opzetten. Een leuke gezellige man, François, de koster van de kerk. Ik krijg zelfs nog een mooie tampon van ‘m voor in mijn credential!

Als, zijn vrouw Noëlle thuiskomt, dan brengt die nog een blikje makreel in tomatensaus en een banaan. Ik kan me wassen in de school er tegenover. Nou te gek toch!

Die veren, die mooie roofvogelveren! Die brengen geluk. Er zijn ook pelgrims die zeggen: “Dat kan niet anders, dat is Jacobus!” En dat kan ook vanzelf.

Bij voetballen zeggen ze: Geluk dat dwing je af. Daar geloof er niks van.

Morgen alweer een dag: naar Saint-Gengoux-le-National. De bossen in!

Oant moarn, a demain, tot morgen!

Richting Taizé en Cluny

Maandag, 30 augustus 2021

Gezegend hij die de slaap heeft uitgevonden.                                             Miguel de Cervantus

Ik sliep heerlijk op de Stads-Camping in Beaune. Maar omdat ik om vijf uur een keer naar toilet moest viel ik daarna weer flink in slaap.

Ik werd wakker om half zeven, eigenlijk wilde ik om zes uur opstaan. Nou, dan alles gewoon wat later. Én misschien komt het goed uit, want ik wil eerst nog naar de bakker en de Aldi.

De hele boel was gsuw opgeruimd en om half acht liep ik al door de straten van Beaune. Drukte genoeg, de stad wordt wakker. Veel verkeer op de weg. Mensen met stokbroden onder de arm, die al bij de Boulangier vandaan komen.

Helaas is de Aldi nog dicht, misschien is er in de stad zelf wel een winkel open. Gisteren heb ik er een paar gezien.

Ik loop weer door het mooie centrum van Beaune, nu zie ik veel meer details van de huizen, de winkels. Voor ik de stad uitga nog even de Basilique in.. Er staat een man de kasrsen bij de Lourdes-Maria op te ruimen. Er kan nog geen Bonjour vanaf.

Vandaag is het plan om zoveel mogelijk de instructies in het Duitse gele routeboekje op te volgen. Zodat ik niet in de fout ga. Plan!

Het begint heel goed en in het boekje wordt gezegd dat als je buiten Beaune komt de markering er ook weer is. Mooi, dat altijd fijn.

Nou, ik ben nog geen kilometer buiten Beaune en ik ben ‘m al kwijt. In het boekje spreken ze olk steeds over de weg voor Radfahrers. Nou dan volg ik die toch. Ik kom in zo’n bekend wijnplaatsje: Pommard.

Het valt op, dat was in die dorpjes, voor Beaune ook al: dat ze uitgestorven zijn, je komt wekelijk niemand tegen, in ieder geval bijna geen mensen. Of ze, allemaal aan het werk zijn? Vandaag zie ik wel veel van die hove tractortjes. Of die halen het onkruid weg of de bladeren worden gesnoeid, zodat alle energiesapoen naar die druifjes gaan.

Het volgende dorp is Meursault, maar ik neem ergens een afslag,, waar staat dat er een Panorama-punt is. Ja, denk, daar zal de route dan ook wel langsgaan. Het isxeen flinke klim ennhet uitzicht in fantastisch. Ik zie het kruis na Pommard, waar ik net nog met Ans aan her appen was. In de blverte zie ik Beaune liggen.

Maar wr klopt iets niet, volgens, de GPX zit ik niet op de route Nou dan Google er maar even bij. Een prachtige wandeling over berg en hei en toen naar beneden. Ik kom in het dorpje Monthelie terecht. Daar staat een mooi bankje met uutzicht over: …… je raad het al….. wijnvelden. Maar dan van bovenaf. Ik eet een stokbriid met kaas, en tomaat en drink er een lekkere bak koffie bij.

Dat doet de mens goed, deze, Pylgermens in het bijzonder. Ik rust lekker uit en ga verder. Heee, daar ligt een mooie veer van een buizerd, daar heb ik er meer van aan mijn stok en ook aan mijn rugzak. Elke keer als ik er een vond bracht het me geluk. Nou,  vandaag dus ook!! Ik steek de veer op de stok. Even later kijk ik: nondeju: mijn veer is weg, dit brengt ongeluk…

Ik ga verder, loop het dorp uit en kom beneden aan bij een weg die ik oversteek. Dat is Meursalt. Zal ik dan toch de fietsersroute volgen. Ja, laat ik dat maar doen, ik zie bordjes en ga die volgen. Ik loop meer als, een uur en kom dan ergens uit, waar ik eerder geweest ben: ik ben teuggelopen! Zit weer in de buurt van Pommard. Gevoel van richting heb ik dus niet. Dat is lastig.

Ik baal er beetje van, maar loop weer terug, dan zie ik de bordjes. Gelukkig, ik zit gewoon op de route. Dan kom ik in een grote wijnplaats, Pulligny-Montrachet. Het viel me met wandelen al op dat mensen je niet groeten, geen bonjour. Nou in dit dorp komt er een Nederlander op een electrische fiets en roept “Hee Hijkurrr”. Het is nogal koude kak allemaal. Iedereen in sjieke kledij, ik voel me hier als een Pool, “Roemeen of Bulgaar in Nederland. Het is net of je lucht bent. Net of ze je niet willen zien, niet prettig. Ja, ik ben Pylger, ik heb geen Gaastra-jas, en ook geen Van Bommel-schoenen. Maar zeg wat, gewoon goeiedag of bonjour of maak me niet uit. Met een kutgevoel loop ik het diep uit. Wegwezen hiet!

Daarna, is het nog een heel stuk naar Chagny, waar een Camping is. Maar het is, vooral ver, omdat ik weer eens zo verlopen heb. Zie je wel, die veer..

Om vijf uur kom ik aan op de Camping,, aardig vermoeid. Ik moet in rij wachten bij receptie. Bijna allemaal Nederlanders. Lijkt wel een Enclave hier. Ik krijg plaats ‘fourty-six”. Maar door vermoeidheid mask ik er zelf vierenzestig van. Ik kan 64 niet vinden, wel 62. Dat zal dat de plaats wel zijn, denk ik. Ik zet tent op, wil net koffie gaan drinken als er een echtpaar met klein caravannetje komt. “Wij hebben 62.” De man wil dat ik op dat rotondetje mijn tent opzet. Ik naar de Receptie en ja hoor: ik moet verkassen naar plaats 46. Stom! Ik breek de tent niet af, maar draag ‘m in zijn geheel naar r de andere plek. Wel een prachtplek met picknicktafel!!

Ik ben sacherijnig en dat wordt nog erger als iemand bij zo’n joekel van een camper me in het gezicht staat uit te lachen. Bah wat een volk. Zal blij zijn als ik uit deze streek weg ben, ik zag al dat het een ander Departement is.

Hopelijk morgen meer geluk, misschien vind ik weer een buizerd-veer!

Oant moarn, tot morgen, a demain!

Een zondagse kuier naar Beaune

Zondag, 29 augustus 2021

De Weg. als men ernaar kijkt, ziet men jem niet. Als men er naar luistert, hoort men hem niet. Maar als men hem gebruikt . is hij onontputtelijk. Lao Tse

Ik las vandaag die blog nog eens van gisteren: wat zuur! Het heeft ook veel te maken met wat voor gemoed ik iets schrijf. Én gisteren was ik helemaal kapot. Die laatste kilometers naar de camping waren erg lang.

En dan wordt zo’n wandeldag echt te lang. Moet je voorstellen: ’s morgens om zeven uur vertrekken en dan aankomen om half zeven’ s avonds. Dat is echt te gek. Wel pauzes tussendoor, tel er anderhalf af.

Maar het zure is ook het balen van dat alcoholgedoe, daar zie je hoe hoog me dat zit: ik zou het ook los kunnen laten gewoon kunnen genieten van de omgeving. Én dat doe ik ook wel hoor, heel erg.

Maar het is zes jaar geleden, dat ik voor het laatst dronk, maar ik ben nog steeds alcoholist. Dat blijf je je hele leven én dan kom ik wat zuur over: sorry!

Vanmorgen een beetje uitgeslapen na een goede nacht. Het was ver lopen naar het toilet, dat was wel vervelend, je word veel te wakker. Maar ik zag wel 100.000 sterren tussen de bewolking door. Mooi!

Op Google zeiden ze dat het maar 13 kilometer naar Beaune was. Maar toen ik in Prémeaux-Prissey kwam stond daar 22 kilometer. Raar.

Ik dacht, ik ga weer de Pelgrimsroute volgen, maar toen die ergens bij die wijnvelden weer omhoog ging, had ik daar absoluut geen zin in. Niet weer. Ik geloof dat er gisteren een stijging van 20% bij was. Ik kon nauwelijks blijven staan. En later nog zoiets: doordat de markering onduidelijk was, kwam ik op een pad terecht wat boven een dorp liep, ik ben nog ver doorgegaan, maar dat had niets met wandelen te maken, dat was klimmen en klauteren. Toen ik later in dat dorpje stond zag ik de rotsen waar ik geklauterd had.

Nou, dat vandaag dus niet! Dan maar minder spectaculair. En ik ben nog veel te stram en stijf om weer zo gek te doen.

Ik ben terggelopen in een dorpje verderop, Comblanchien. Daar liep de fietsroute, nou dat was gewoon rustig aan kuieren. Geen drukte, alleen zo nu en dan een racefietser. Zondagmorgen hé! Ook mijn racefietsdag als ik thuis ben. Nou vandasg en de komende maanden even niet! Moet als ik twee oudere mannen (50+) denken aan die fratsen op de mountainbike met Peter. Dat was zo leuk. Een keer op zo’n MTB-baan in Meijel en later nog eens in de Meterik. We gingen allebei een keer over de kop. Echt zo’n snelle baan met van die bochtjes achter elkaar door. Ik werd er duizelig van toen ik voor het eerst daar reed. Maar het echt leuk om het met zojn tweetjes te doen. Zo jammer, dat hij er niet meer is.. 😪

Ik slenterde vandaag echt, beetje last van rechter kniebanden. Niet zozeer van het lopen, maar van rugzak opzetten, ik zet ‘m dan op mijn linkerbeen, maar om dan dat ding omhoog op mijn rug te krijgen moet ik mijn rechterbeen iets strekken. Ik denkndat zo die kniebanden opdonders krijgen. Nou, toen ik vanmiddag zonder rugzak liep, voelde ik niks meer. Morgem maar goed naar lichaam luisteren..

Via Comblanchien en Ladoix-Serrigny liep ik dwars door de wijnvelden naar Aloxe-Cordon. Daar ging ik weer richting D-974 en toen was ik zo in Beaune. Ik liep over het viaduct met daaronder de snelweg. Ik denk van de Route de Soleil, ik ben die al vaker overgestoken.

De camping was gauw gevonden én om één uur had ik alles geïnstalleerd, tent op, luchtbed opgeblazen, slaapzak erop. Even tijd voor koffie en een choco-croissant, die was nog over van gisteren. Daarna mooi even tijd om me op te frissen onder de douche en een wasje te doen.

’s Middags ben ik Beaune gasn bekijken. Ik was er eerder geweest, mssr kon daar niet veel van herinneren. Ja, dat er zo’ n nieuw ding met een oud dak bij Hotel de Dieu staat.

En dat ze precies voor Basilique Notre Dame een heel kelijke moderne wc hebben geplastst. Dat soort dingen onthoud ik. Rare details, maar de hoofdzaak vergeet ik. Vandaag waren. er enkele winkels geopend, eigenlijk alleen toeristenwinkeltjes eén natuurlijk de wijnproeverijen. Én de restaurants, ook weer met wijn.

Ik heb me ergens een lekker broodje gekocht, een cappuccino erbij en lekker kijken naar al die toeristen. De pijpen had ik al afgeritst van de broek, vest uit: lekker genieten in het zonnetje.

De Basilique Notre Dame was mooi, erge mooi glas-in-lood-ramen, ik heb mijn ogen uitgekeken. Jugendstill?

De kerk zelf was indrukwekkend. Als ik dat ervaar ga altijd even zitten om het in te laten zinken. Gelukkig zat er een mevrouw bij het winkeltje en scoorde ik nog een mooie tampon.

Nou, op tijd naar tent teruggegaan, de camping staat ondertussen vol met Duitse, Luxemburgse, Nederlandse, Franse,, Deense,, Italiaanse, Engelse campers, de witte plaag.

Naast me staat een jong Duits gezin met kindje van zes maanden. Een oude Volkswagenbus, die hij eigenhandig heeft voorzien van allerlei handige snufjes. Lades die opengaan en een groot gewicht kunnen dragen. Een handige Handrie, die jongen!

Misschien een idee voor onze Volkswagen Caddy, al gaat dat ook heel goed met plastic kratjes en een tent nasst de auto.

Ik wens jullie. nog een fijne zondagavond, ik gs nog even genieten van deze luie dag.

Oant moarn, tot morgen, a demain!

Gij zijt unne Bourgondiër

Zaterdag 28 augustis 2021

Als de wijn is in de man, is de wijsheid in de kan. Bekend spreekwoord

De hele dag door, langs, boven, onder, naast wijnvelden lopen. Dat kan hier. Was voor Dijon maar een enkel wijnveldje, hier is het alleen maar wijnteelt wst de klok slaat. Bourgondië!

Ik merk dat ik het de vorige Pylgertocht interessanter vond, omdat ik toen nog dronk. Er zijn heel wat flessen door heen gegaan toen. Halve flessen verkopen ze niet én ik had toen de instelling: “Alles moet op!” Dus die fles kwam altijd leeg, ook al was ik alleen in een Refuge.

Blij dat ik van die zucht af ben. Eerlijk! Maar vandaag moest ik er toch vaak aan denken: hier loopt een alcoholist door de Franse wijngaarden. Nou doet een druivenstruik of een tros druiven me niks, maar de wetenschap dat die in de fles terechtkomt en dan een alcoholische drank is, dat is me al te veel eigenlijk.

Het is hier een soort toerisme, ik zag vanmiddag een bus met Amerikanen, later ook nog Chinezen. Wijn, dat is voor het grote geld. Nou, ze doen maar.

Ik ging vroeg weg van de camping vanmorgen, maar had zoals gewoonlijk aanloop-moeilijkheden. Drie kwartier nadat ik vertrokken was stond ik weer voor de camping. Ik had zonder het in de gaten te hebben een rondje gelopen. Maar goed ook, anders had ik die ree ook niet gezien, in de stad!!

Gedeeltelijk eigen schuld, maar het heeft ook te maken met de manier waarop de markering wordt opgehangen. Het is overal verschillend. Dan weer zie je het Jacobsschelp-symbool, vaak ook nog verkeerd opgehangen. Eigenlijk moeten waar de lijnen samenkomen de weg nasr Santiago wijzen. Maar heel vaak wijst ie de verkeerde kant op. Ook de plaats waar zo’n bordje hangt is van belang. Soms hangt zo’n bordje na de afslag. Ja dat is raar.

Ik heb vandasg wel 20x de GPX er bij moeten halen door dit soort grappen. Ds kost echt veel tijd en energie. Gelukkig werd het later beter en hingen zelf de Jacobsschelp-symbolen goed.

Onderweg had ik het telefoonnummer gedraaid om slaapplek in Nuits-…. te bespreken, er zou daar een Refuge zijn. Ik kreeg niet zoals vorige keren een vrijwilliger aan de lijn. Nee, dit was een mademoisselle van het Bureau voor Toerisme. Ze sprak in ieder geval goed Engels. Maar ze had geen goed nieuws: de refuge was hele jaar al gesloten. Ik vroeg wat voor opties er verder waren. En ze vertelde dat on het volgende dorpje,…. een Camping was, ze raadde aan om naar Fil de ‘l Eau te gaan, volgens haar een goede camping. Nou dan doen we dat.

Het spijt me zeer, maar ik kan jullie lezertjes niet blij maken met plastsnamen, straatnamen, wijnsoorten enz. Het zit namelijk zo: ik kwam vanavond pas om half zeven aan op de Camping. Tent opgezet, gedouched, gekookt, afgewassen, koffie gedronken én toen was het donker: volgens mij nog geen negen uur. En normaal heb ik dan een lampje en dan kan ik alles nog even nakijken, effe checken of er geen onwaarheden inzitten of verkeerde plasrsnamen.

Maar vandaag lukt dat niet, want ik kan in het donker nergens dat lampje vinden. Morgenvroeg komt ie vast wel tevoorschijn.

Tja én mijn moeite mét dit soort plekken heb ik je verteld. Ik kan er echt niet enthousiaster over zijn. Oh ja: op een plek was een uitzichtplek. Daar hadden ze zo’n bord staan wat je allemaal ziet aan de horizon: kijk maar eens, ik heb er zelf nog een panoramafoto van gemaakt.

De Alpen, de Ballon ‘d Alsac, Dijon. Je zag het allemaal. Prachtig. Met helder weer nog meer denk ik.

Wat ook bijzonder was, dat ik de op de splitsing kwam van de Weg naar Vezelay én de Weg naar Cluny. Die ga ik nu lopen. In 2015 liep. Ik de Weg van Vezelay. Ik moest toch even twijfelen… Die van Vezelay is bekend, daar weet ik wat ik tref…. Dit is onbekend terrein én toch kies ik daarvoor. Waarom 2x zelfde route lopen?

Nou, morgen blog met het lichtje erbij, kringen jullie iets meer info. De Pylger is moe!

A demain, tot morgen en oant moarn. Ik hoop dan in Beaune te zijn. Hoié!

Een schone dag in Dijon

Blijf niet te lang zoeken                           als, er mensen zijn die de weg al kennen.                                                 Blaise Pascal                                   

Vriijdag 27 augustus 2021

Terwijl ik dit blog begin moet ik gelijk al stoppen, omdat ik niet weet wat voor dag het is: woensdag? donderdag? vrijdag? Dit is, aan de hand sinds ik niet meer werk. Ik ben echt de dagen van de week kwijt.

Op zich niet erg, maar lastig als je begint met een blog en je wilt de dag erbij.

Vanmorgen lekker uitgeslapen tot half acht. Echt goed geslapen, alleen had ik het ern paar keer koud, ondanks thermolegging en trui. Ik heb voir het gewicht een heel din slaapzakje meegenomen. Prima voor hartje zomer, maar niet als de dagen korter worden en het vooral ’s morgens nog frisjes kan zijn.

Ik heb bedacht om naar de Decathlon te gaan en daar een dikkere en warmere uit te zoeken. Dan ga ik eerst naar Dijon om in de Cathédrale Saint-Bénigne een stempel te halen. Tampon klinkt eigenlijk leuker….

Maar eerst ontbijten, van boodschappem is gisteren niks meer terecht gekomen en ik ben flink in mijn noodrantsoenen aan het inkrimpen. Gisteren noodles met knoflook. Koffie en cola na. Dus dat moet vandaag ook: alles weer wat aanvullen, zodat er met gemak in het wild gekampeerd kan worden.

In het boekje van Martin Simon en Ingrid Retterath staan voor dekomende etappes erg weinig campings. Gelukkig heeft Mevrouw Naudet uit Grancey-le-Château me een mooie lijst meegegeven, dus dat is, ook nog een mogelijkheid. De twee laatsten, onder wie de familie Naudet zelf waren alleraardigste contacten.

Dat had ik nog niet verteld,, dat Mevrouw Sabatier een briefje aan Roger had meegegeven: “Betet für uns in Compostela! Danke schön!” had ze geschreven. Dat vind ik eigenlijk toch wel ontroerend.

Nou, nu over vanmorgen. Om half acht wakker, ik hoorde het kindje van de Franse Fiets Familie al, vannacht had ze ook gehuild. Papa liep langs en vertelde dat ze ziek was, verkouden. Had het ook koud gehad vannacht, net zoals mij. Ze gingen vandaag nog fietsen naar famlie, die ze dan naar huis, zou brengen ergens in de buurt van Parijs. Nou, wel een aangaan hoor, met twee van die kleintjes. De jongste kon nog niet eens lopen.

We namen afscheid en ik had ondertussen mijn rare ontbijt ook op: banaan met havermout en een stuk stokbrood van gisteren met kaas van de Lachende Koe. (…) en koffie natuurlijk.

Ook vanmorgen was het eerst wat frisjes, later kwam de zon er door en was hdt lekker, wel een fris windje. Sls het morgen zo is dan teken ik ervoor. Heerlijk met wandelen, niet te heet.

Ik liep via de spoorbaan terug naar het stadscentrum,  als je dan de spoorbrug onderdoor loopt zie je Cathédrale Saint-Bénigne al liggen. Nou eerst due tampon eerst mssr eens halen, dan hebben we dat gehad. De deur stond open, masr tot mijn teleurstelling was de balie/winkeltje onbemand. Er was niemand. Eerst naar het gebouw ernaast gelopen, Museum voor Archeologie. Maar die man daar was, alleen geïnteresseerd in Pas Samitair en of ik binnen wilde. “Non monsieur, je serche une tampon pour mon Credential Saint-Jacques”. “Non monsieur.”

Nou maar weer verder zoeken. Er is nog een kerk naast de Cathédrale. Wie weet. Daar waren ze aan het verbouwen, deur was afgesloten. Nog maar een keer in de Cathédrale kijken. Ja! Daar loopt een priester, een hele kleine. Nou, maar eens vragen. Ja, hoor. Ik moet merlopen naar de overkant vlak bij die andere kerk, een soort kantoor. En daar krijg ik mijn tampon.

De priester komt uit India, spreekt dus, goed Engels. Nee, hij komt niet uit Goa. Leuke man. En weer die vraag: “Bidt voor mij in Compostela!” Ik krijg het nog druk als het zo doorgaat.

Ik bedank hem en ga de stad in. Daar is, het gezellig druk, het is markt. Veel kleding en schoenenkraampjes. Verder heel veel groenten- en fruitkraampjes. Écht supergezellig. Tenminste zo ervaar ik dat. Gewoon zoals het eigenlijk hoort: lokale boeren, landbouwers die hun producten naar de markt brengen.

Niet naar die grote ketens aan de rand van de stad. De Carrefours en de Le-Clerq’s en matuurlijk Aldi en Lidl. Die verdienen al genoeg. Mijn broer Bokko leest dit graag!!

Ik schaf me nog een leesbril aan, want de twee die ik me heb hangen met ducktape aan elkaar, dus die hebben zeker niet het Eeuwige Leven. Een nieuw kabeltje en stekker voor de telefoon kan ik nergens vinden.

Op het marktje waar de draaimen staat drink ik koffie, ik zit in de zon, maar als er een grote wolk over drijft heb ik het gelijk koud. Ik zit te kijken naar een opa en oma die heel gestressed op het kindje op de draaimolen reageren. Nou, leuk naar kermis met je grootouders, ze flippen helemaal door….

Ik sta op en ga verder, geniet van het door de stad lopen zonder bepakking. Net alsof ik zweef. Ik moet oppassen dat dat niet gebeurd als ik nog meer afval. De riem van de broek moet steeds meer aangetrokken worden. Het zal je maar gebeuren dat je opstijgt. Met mijn huppel-loopje zou het misschien kunnen.

Dan moet ik eigenlijk het hele stuk wat ik gisteren gelopen heb in Dijon weer lopen. Alleen nu fit en zonder rugzak. Stelt niks voor. Binnen no-time ben ik bij de Decathlon. Ik loop eerst verkeerd, want ik ga over het parkeerterrein van het gloednieuwe Olympisch Zwembad, voor de Olumpische Spelen van Parijs over paar jaar. Ik kom bij een brandnetelveld uit en moet helemaal omlopen. Normale mensen komen met de auto naar de Decathlon. Dat valt me trouwens helemaal op,, dat er voor fietsers vaak nog wel iets georganiseerd is, maar voor die eenzame wandelaar eigenlijk niks.

Ik koop een lekker warme slaapzak, nog wat voedzame repen, een klein rugzakje en een buff. Moet oppassen want bij de Decathlon blijft er vaak iets, azn he handen hangen. En dat kan er vanzelf niet allemaal bij in die rugzak. Deze nieuwe slaapzak neemt ook meer ruimte in.

Ik slenter eigenlijk terug. Onderweg eet ik nog zo’n Plat-de-jour, lekkere salade vooraf en daarna fish and chips met ook weer salade. Koffie na. En dat alles voor nog geen 17 euro. Daar kun je voor je alleen bijna geen boodschappen doen, toch?

Op de terugreis bezoek ik een museum, er staan hele grife beelden van een Beekdhouwer uit Dijon: Rude. Ik kwam later nog een standbeeld van de goede man tegen. Die beelden allemaal erg groot, kolossaal. Je mot er van houden. Ik niet zo.

Behalve de Cathédrale Saint-Bénigne bezocht ik nog de Église Notre Dame en de Église Saint-Michel.

Église Notre Dame was heel apart van de buitenkant, alkemaal duivels hingen boven je. Wat bezielde die mensen toch in vroegere tijden, wilden ze zo het ongeluk tegenhouden?

Nou even genoeg kerken gezien. Er is nog zoveel anders moois te zien. Het is echt een geweldige stad! Een rijke stad, vol historische gebouwen. Écht de moeite waard om eens te bezoeken. Om er meer over te weten te komen is één dag echt te kort.

Maar ja, de pylger moet verder, morgen weer een gewone wandeldag, richting Beaune. Richting zeg ik, want Beaune vind ik te ver voor één dag. Het zal in de buurt van Nuits-Saint-Georges zijn waar ik ongeveer kom. Je hoort het morgen.

Mijn oude dunne slaapzak heeft vanavond een goede bestemming gekregen: naast het washok woont een dakloze, een tentje met zo’n plastic zeiltje erover. De hele dag draait hij reggaemuziek. Die was er heel blij mee!

Nou, a demain, oant moarn, tot morgen! Uitgerust weer verder en vannacht lekker warm!!! Hoi!

De Mesata’s voor Dijon

Donderdag, 26 augustus

Een kort bericht: opgestaan                          boven het dal diep nog                             op dit uur als het gat in de morgen      wasrdoor de gedachten van overal       vanuit de nacht komen                           en verloren gaan.                                        Rutger Kopland

Ik was vroeg wakker vanmorgen, om zes uur, mooi op tijd. Lekker geslapen, voed bed en Mm Sabatier had er nog een extra deken bijgelegd. Maar die heb ik maar afgegooid toen ik het te warm kreeg.

Ik zet geen wekker en ben elke dag zelfde tijd ongeveer wakker. Vannacht werd ik ook een keer wakker en ging telefoon controleren omdat die zo slecht laadt en snel leegloopt. Appje van mijn oudste broer: zijn zoon Bertjan en zijn vriendin Yvonne hebben derde dochtertje gekregen: om negen uur geboren! Milou Martine. Geweldig nieuws!

Na een fors ontbijt, flink Griekse yoghurt met perzikken met muesli en een kiwi, begon ik rustig alles in te pakken, ondertussen steeds, een slok van mijn ochtend-koffie nippend. Dieuwke stuurde nog Messenger-bericht dat uitweiden, dus, met “ei” moet. Mooi, dan weet ik dat als ik weer uitweid. Soms begin ik een verhasl en kom totasl ergens andes uit. Ik wilde gisteren vertelken dat ik met Ans ennde kinderen eens in Dijon ben geweest. Maar het verhasl ging richting rampen, met de Toespraak van François Mitterand tot Overstromingen in Tsjechië. Vermoeiend hoor dat associeren…

Wij waren dus op vantie in Glux-en-Glenne en gingen dagje nasr Dijon. Daar zagen we allemaal koperen uiltjes in de stad, die iedereen aanraakte. Ik weet er niet alles meer vannaf want ik was wat zenuwachtig om met die oude LPG-Renault de binnenstad in te rijden. En ik had al een natte rug toen we de eerste afslag inreden.

Was ondanks de hitte een heel leuke vakantie. En een dagje naar een stad hoorde bij onze vakantie: shoppen! Jan meestal nieuwe skates-schoenen en Iza en Frank nieuwe kleren geloof ik.

Ik liep eerst terug naar Is-sur-Tille. Nog even de foto’s voor de blog van gisteren upoaden bij Bureau voor Tourisme en dan verder. Ik loop een heel stuk langs de Tille, die stroomde daar bij Monsieur Sabatier ook al. Volgens mij waren het vroeger veel bedrijfjes. Zo ziet het er wel uit. De huizen zijn gebouwd aan het water met bruggetjes er over heen. Nu hebben veel mensen daar bloembakkennaan de leuning hangen, wat er heel gezellig uitziet.

Ik loop het dorp uit en moet beetje klimmen. Ik kom bij een manege uit. Veel paardenmensen hier in de buurt. Elke keer als ik langs zo’n manege of paard of pony in de wei, moet ik denken aan mijn kammeroad, die er niet meer is. Die was zo lief voor zijn paardjes. Ik was een keer daar en toen kreeg een merrie een veulentje. Geweldig.

De route gaat langs een motorcrossbaan, tenminste dat dacht ik. Eerst dacht ik dat het een militairy-baan voor paarden was. Maat later stond er een bord datcer autocross werd gehouden. Ik moet er langs lopen, een weg oversteken en dan kom. Ik in een super leeg landschap. De strorollen zijn opgeruimd. Het zijn van die stoppelvelden, zo nu en dan een zonnebloemveld, maar die zonnebloemen kijken allemaal wat treurig en laten hun kopjes hangen: echt een treurig gezicht.

Het is een glooiend landschap, het pad zie je van kilometers al lopen.. Ik krijg een beetje Meseta-idee.

Datzelde gevoel als toen in Noord-Frankrijk, waar ik hele gesprekken voerde met heit, mem. Heel veel dingen sprak ik uit, die nog gezegd moesten worden. En brullen ondertussen.

Nou gebeurd het weer, er zijn overeenkomsten met dat landschap: kaal, weids, eenzaam. Ik voel me er ook alleen en kom dan eerder bij zulke gevoelens uit.

Ik spreek nu dingen uit tegen mijn kammeroad, eerst mijn collega en later een vriendschap. Samen naar concerten gaan, Samen met de mountainbikes door de bossen crossen. Dat is allemasl niet meer. En ik mis het.

Ik realiseer me dat het voor Peter’s vriendin helemaal niet te verteren is, zij heeft een jarenlange relatie met ‘m..

Ik kom nog maar net kijken. Maar ik op mijn manier mis ik mijn kammeroad echt. Ik spreek alles uit wat me dwars zit. Medelijden, boosheid, schuldgevoel, maar ook humor is er.

Godverdomme, we hadden al kaartjes voor de Strokes. En nou gaat het niet meer, klojo. Ik spreek niet in gedachten, nee gewoon hardop. En het lucht op.

Sommige gevoelens moeten gewoon nog uitgesproken worden. Ik ben blij dat het deze dag gebeurd.

Het zat er aan te komen, ik zei al, dat de gedachte bij elk paard Peter was. En er waren nogal wat paardjes, dus hij kwam veel voorbij.

Het is een lange middag daar op die verrekte Meseta tussen Is-sur-Tille en Messigny-et-Vantoux. Met rode oogjes kom ik het dorpje inlopen.

Ik ga ergens op een terrasje zitten en bestel er een colaatje. Rr zitten twee dames en die willen meer weten wat aan het doen ben. Ze verstaan me niet en roepen de barkeeper erbij, die moet alles maar. Nou, weer: Bon Courage! Als ik verder ga.

Ik heb in het boekje gekeken en de route gaat niet rechtstreeks naar het cenrum van Dijon. Nee, via het bos met een omweg. Op een bord zag ik dat het nog 10 kilometer is. Nou, dan loop ik wel langs de weg. En het valt mee, het eetste stuk gaat over een fietspad, het lastste stuk is wel vervelend met veel verkeerp de weg.

Ergens op zo’n stoppelveld pauzeer ik even, daar ligt nog zo’n stropak, waar ik lekker in de schaduw kan zitten.

Dan de laastste loodje weer, zoals bijna elke dag: zwaar. Ik kom om half vijf aan bij de Cathedrale.. Ik wil er nog een stempel halen, maar helaas is de balie of het winkeltje al gesloten. Ik had het zi gepland, omdat ik dan morgen weer verder zou lopen.

Nu bedenk ik me, ik heb morgen rustdag en ga rustig Dijon bekijken. Misschien is, er nog een leuk museum. Want elke dag tussen 25 en 30 kilometer dat is hard werken. Het lichaam mag wel weer wat rust.

Ik sta op de Stads-camping, had dextent nog niet staan of ik werd al uitgenodigd bij een Frans stel, die met twee kindjes een fietsvakantie doen. Met zo’n kar achter de fiets aan. Zij had mijn schelp gezien én ze willen ook een keer de Camino doen. Lekkere droge Franse worst gegeten. Heerlijk, want honger heb ik wel. Nou, trek dan: honger hebben ze in Afrika…

Tot morgen, a demain, oant moarn

Nieuwe markering, geel-blauw..

Woensdag, 25 augustus 2021

“Deze vuist op deze vuist, deze vuist op deze vuist, zó gaan wij naar bo-o-oven!!”. Ome Willem en De Geitenbreiers

Zo, dat was leuk! Slapen in een Parochie-Zaaltje. Eten bij Familie Naudet. Gezellig aan tafel met opa, em oma en de kindjes. Tijdens eten belt mama nog én om de beurt kletsen ze even met haar. De oudste vertelt over de Pellerin de Compostela, dat hoor ik. Ze vind het heel interessant, dat merk ik.

Vanmorgen op tijd opgestaan, alles opgeruimd, rugzak ingepakt en om zeven uur naar de Familie Naudet gegaan. Alles nog potdicht, even later kwam Pierre in zojn pyjama opendoen, hij had zich verslapen.

Ik kreeg een lekker Frans ontbijt, stokbrood, die bij nog haalde bij dié Boulangier (van die bijtende hond). Vijf soorten jam, ham en een enorme mok voor de koffie. Jammer dat we niet echt konden converseren, hij spreekt geen woord over de grens, tja… en ik ik geen Frans. Dan wordt het heel lastig.

Ik heb ‘m geld gegeven, want ik vind dat dat wel mag voor wat ik hier aan gastvrijheid beleef: lekker bed, douche, heerlijk diner en nog eens een ontbijt..

Pierre belt nog voor mij naar volgende plaats, maar het is me niet helemaal duidelijk of het weer zo’n Salle of Parochiehuis is óf een hotel. Ik heb ‘m mijn telefoonnummer gegeven, dan kan die contactpersoon mij terugbellen. Nou, we zien wel. Anders het bos maar in, in to the wild…

Ik begin meteen met een omweg, net zoals altijd wel een hele mooie onweg. Ik kom langs het kerkje wat je ziet van anaf Grâncey-le-Chateau. Dan ga ik stijgend het bos. Wel apart dat vanaf het dorp tot kilometers in het bos een grote muur staat. We hadden het IJzeren Gordijn, we hebben de Palestijnse Muur, de Amerikaanse-Mexicaanse Muur, maar er bestaat dus ook een Grâncey-le-Chateauze Muur. Én waarom: is het om indringers buiten te houden óf is het om inwoners of misschien wild binnen te houden?

Wel apart, want als je ziet hoe netjes en recht die stenen zijn en geweldig gestapeld,  dan denk ik: daar had je heel veel huizen van kunnen bouwen….

Maar ja, ik kom uit de moderne tijd en kan daardoor misschien de logica van middeleeuwers of van andere tijden niet altijd goed begrijpen.

Nou, dat was aardig omweggetje, ik kwam terecht in het dorpje Courlon en daar waren werkmannen bezig met de weg. Er stond iemand met een alpino-pet en een slecht gebit naar te kijken en die stuurde me compleet de verkeerde kant op. Dat kwam omdat er zo’n grote teermachine precies voor de GR-7-markering stond…..maar daar kwam ik pas veel later achter..

Een heel stuk over de weg, over heet asfalt naar La Forge gelopen. Daar komen drie riviertjes bijeen, een ervan is La Tille (net zoals die goede boekenzaak vroeger in Leeuwarden) en het vervolg heet ook La Tille.

Ik zie ook dat ik weer in een ander Departement ben beland, Côte d’ Or. Ik begin Dijon te ruiken… Mmm, het schiet mooi op, heel lange dagen, kortere dagen, vrije dagen en toch al bijna in Dijon. Daar waren we eens met de kinderen. We waden toen op vakantie in ons geliefde Morvan. Het was toen verschrikkelijk heet. In het winkeltje waar we, altijd boodschappen deden, de Vival in Saint-Legérs-sous-Beuvray lag een krant met daarop heel groot een foto van de toenmalige President, François Mitterand. Hij sprak het Volk toe: achteraf hoorden we dat er heel veel bejaarden overleden waren. Een regelrechte catastrophe!

Wij hadden het ook heet, maar gingen bijna dagelijks zwemmen in zo’n bergmeertje: heerlijk koel. Het was in Glux-en-Glenne waar we toen een huisje hadden gehuurd.

Dat is iets, daar komen we wel vaker bij uit: net zoals een vakantie in Tsjechië, waar we echt door het water zijn gevlucht! De ene dag speelden de kinderen nog in een beekje, de volgende dag was het een kolkende watermassa wat alles vernielde. Daar hebben we gewoon geluk gehad, Ans en de kinderen hebben er doodsangsten uitgestaan, écht waar.

Maar ik ben weer eens aan het uitweiden of is het uitwijden…?

Ik had niet gelezen in get boekje dat de Jacobsweg niet meer de GR-7 volgt, vandaar dat ik verkeerd zat. Nu heeft de Jacobsweg zijn eigen markering. Geel-blauw met op het hoekje dat Schelpsymbool.

Maar die grapjassen van Saint-Jacques die zijn stukken zuiniger met hun bordjes. Laat de GR bijna, om de vijf bomen een bordje zien, bij de Jacobsweg alleen als je af moet slaan. En dat is lastig, want als je hele tijd niets ziet op een rechte weg, dan ga je twijfelen. Steeds weer controleren met de GPX. Dat kan offline, maar vreet wel batterijen. Al twee dagen is mijn telefoon om drie uur bijna leeg, terwijl ik ‘m steeds op vliegtuigstand heb staan. Raar!

Het was heerlijk wandelweer, tussen de middag wat warm, dus toen ben ik ergens achter een huisje gaan zitten een beetje in de wind en heb daar stokbrood met rilette en Langres-kaas gegeten met een heelijke kop koffie erbij. Ik was toen in Marey-sur-Tille.

Een gek huisje waar ik tegenaan zat, een figuur! (Jezus?) onder een heel grote  Jacobsschelp.

Het was een beetje versleten, volgens mij mij miste het figuur ledematen. Dus ik snap het eigenlijk niet helemaal. En dat vind ik altind de leukste dingen om naar te kijken. Die je in verwarring brengen.

In de pauze lekker de schoenen sokken uit. Daarna die weer aan en met frisse moed weer verder. Er kwam een flinke klim en ik was helemaal geobsedeerd door een vlinder die ik nog nooit had gezien, groot: bovenste stukje van vleugels wit en er onder zwart. Ik probeerde ‘m op de foto te krijgen. Dat moet een grappig gezicht zijn als ik met mijn mobiel zo in zo’n bloemenveld achter een vlinder aan zit. Een rare gek met een rugzak, die vlinders zoekt. RAARrrrr!

Het lukt niet, maar ik heb de mobiel nog in de aanslag. Ik kijk op het veld voor me, dat is kaal, want het stro is er net afgehaald.

Daar komt een vos aangelopen! Hij lijkt een beetje onverschillig, als hij een broek aan gehad had, zou hij zijn handen in de zakken hebben gehad, beetje ruig en onverschillig, brutaal. Fonzie van die serie op tv, zo’n type..

Goh, oohad nu maar een goede camera bij me, denk ik op zo’n moment. Ik ga stilletjes staan, de wind staat goed, hij ruikt me niet. Hij komt dichterbij en gaat naar wat hoger gras. Ik schat zo’n 20 meter van mij af.  Prachtig! Zo dichtbij heb ik nog nooit een vos in het wild gezien. Wat een prachtig beestje, mooi lichtbruin, mooie staart.

Dab heeft hij mij gezien én weg is hij. Jammer!

Een pracht-moment, waar ik blij van wordt, net zoals, die keren, dat er plotseling een ree voor je staat. In twee weken in Frankrijk nog maar twee keer. Misschien maak ik met lopen wel te veel herrie…. Met die stokken nog meer!

De, weg in na die heuvel wat saai, groot en breed gast het pad door een bos. Een paar keer zie ik langs de kant auto’s staan. Jagers? Stropers? Geen idee, ik zie ook nooit iemand in de buurt van die auto. Laatst was, ik verkeerd gelopen, stond er een auto. Loop ik half uur later er weer langs, auto weg…en geen mens gezien. Dan denk ik: “Die heeft mij wél gezien…” Maar dat hoeft vanzelf niet..

Ik wandel bijna bij een paardenboer over het erf. Ik zie een paardenmeisje een paard naar de wei brengen. Loop door en zie dat er ook iets van kippen ofzo gehouden worden,, zo’n enorme schuur met allemaal aircotoestanden

Het gaat naar beneden en ik twijfel of ik. Links of rechts moet: geen markering te zien.. Ik ga, links en ga voor zeketheidcop GPX kijken. Die zegt dat ik niet ver van de officiële route af ben. Noubdan maar door.. Maar er komt geen end aan dat pad.. Nog eens kijken op GPX: goh, nou ben ik weer verder van route af. Beetje balen!

Ik kijk verder op GPX-kaartje en zie datvik eigenlijk allang Is-sur-Tille voorbij ben.. Nu moet ik teruglopen.

Dat duurt lang, tot ik weet bij zo’n stoppelveld kom, waar stro ervan is gehaald, lins, zie ik Is-sur-Tille liggen. Yja, dan maar over het stoppelveld, ga niet nog eens omlopen over dat pad. Ik kom terecht op de D6. Rust daar even bij een oude schuur. Even de schoenen uit. Water.

En weer verder. Tot ik in Is-sur-Tille ben! Hé, hé. Maar ik ben er nog niet.. Monsieur Naudet had het vanmorgen over Marcilly-sur-Tille waar Monsieur Sabatier zou wonen en zorgen voor opvang: hoé en wát begreep ik niet, ik hoorde wel iets van hotel ofzo.

Bij een Boulangier koop ik maar vast een brood, bij de Aldi haal ik cola, bananen, fruit en koffie. Dan nog een stukje en ik ben bij het station. Dat had Pierre Naudet op een briefje gezet. Daar bel ik Monsieur Sabatier op, die verstaat er niks van, hij begrijpt gelukkig wel dat ik André uit Pays-Bas ben en Pellerin. Bij de Gare? Ik hoor ‘m overleggen met zijn vrouw. Hij komt me halen. Vijf minuten later komt er een Landrover aanrijden. Geen hand,, wel een vuist: “, Deze vuist op deze vuist, zo gaan wij nasr bo-o-o-ven” schiet door mij heen. Ome Willem en de Geitenbreiers o.l.v. Harry Bannink.

Mijnheer Sabatier is een aardige man, zijn vrouw ook. Zij hebben een soort watermolen met daarnaast een klein huisje. Heel simpel, er is geen eens douche en voor het toilet moet je naar de watermolen.

Er staan twee bedden én mevrouw Sabatier zegt dat er wel eens meer hebben geslapen, maar dan moesten ze op de grond. Ze heeft er een soort picknickmand neergezet met koffie, thee, cup-a-soup. Eigenlijk alles wat je nodig hebt.

Ik vind het prima! Liever als in een tent. Gewoon bed! Heerlijk. En die boodschapoen komen nu goed te pas. Met mijn eigen campinggaz kook ik simpel raviolli met ui en extra knoflook. Lekker met stokbrood en Griekse yoghurt met perzikken als toetje.

Wassen bij de kraan, bedje opmaken, blog schrijven en dan gauw naar bed. Ik ben echt moe! Morgen misschien Dijon, misdchien wel stuk met de bus. Geen zin in industrieterreinen of buitenwijken. We zien wel.

A demain, tot morgen, oant moarn!

Raar maar waar

Dinsdag 24 augustus 2021

Je moet niet alles geloven wat je hoort, ziet of leest.                                                   Onbekend

Nou had ik me toch geslapen daar in dat leuke dorpje Auberive. Nadat ik mehad geïnstalleerd, me opgefrist had onder de voetbaldouche, lekker cassoullet met paprika, uien en knoflook had gegeten, koffie met koekjes toe, werd het tijd om het dorpje te bezichtigen.

Nou, een leuk dorpje, wel compleet uitgestorven, maar er was een Gendarmerie-kantoor, een Bibliotheek annex Dorpshuis en een Boulangerie annex winkeltje annex Café-Tabac. Nou mooi! Was mog wel gesloten, maar dan kan ik morgen daar boodschapoen doen voor ik ga.

Kan ik wat later vertrekken, want voor acht uur zal die wel niet open zijn. Nou, het is bijna donker: deze stijve en stramme pylger zoekt zijn bedje op in zijn gezellige tentje.

Ik sliep al een roosje, als die zouden kunnen slapen. (?) Ondanks dat ik kon uitslapen werd ik toch om half zeven wakker. Maar de ochtend begon dus, anders én je raad het al: dan gaat er van alles mis. (Mister Murphie heeft ook filialen in La France dus…)

Ik was mijn oplader kwijt, ik was mijn bril kwijt, de aansteker, de koffiebeker, de zoetjes. Die laatsten lagen gelukkig gewoon in de tent in de gebruikelijke zak, maar ja: ik was mijn bril ook kwijt.

Toch alles maar verder ingepakt, de tent was weer loeizwaar omdat die nat was. De natte was met een veiligheidsspeld aan de rugzak, water nog even aanvullen én weg was ik. Die bril ligt zeker-en-vast ergens in die heule grote rugzak. En anders heb ik nog ergens een reserve.

Ik loop naar Boulangerie/Winkel/Café-Tabac/Butagas-handel. Gesloten.

Goh, dat had ik gister avond niet gezien, dat bord: alleen open op mecredi en samedi. Nou, dat is kut! Het wordt een lange dag en nou heb ik alleen mog een pak droge koekjes en en een paar crackers. Maar och, ik heb water, ik heb koffie, ik heb kaas, ik heb varkensrilette, ik heb noodvoorraad blikjes vis. Dat overleef ik vast wel.

Ik loop het dorp uit, even twijfelen hoé te lopen, ik kan net zoals, gisteren ervoor kiezen weer fietsroute te nemen. Maar dan heb ik weer veel asfalt en dat vinden mijn arme voetjes niet fijn. Dat werd mij  gisteren weer een duidelijk gemaakt door teen 1 t/m 5 en aan linker- en rechtervoet. Asfalt is voor banden, voor auto’s, tractors, motoren, brommer, fietsen. Maar niet voor mensen-voeten. Die worden veel te heet bij zonnig weer. Er is niet voor niets de uitdrukking: Het wordt me nu te heet onder mijn voeten

Maar goed, dit is nog maar de inleiding van mijn verhaal. Ik ga verder als, je het goed vind. Ik vind de route en loop langzaam. omhoog, ik passeer nog een heel leuk boerderijtje. Dan ga ik Le Forêst in, ik ga de bosjes in. Nou daar gebeurde het:

Ik loop en zie weer zo’n fraaie oranje . Ik wil er een foto van maken. Ik wil die voelsspriet er nu wel eens op.

Terwijl ik me buk en op de camera de naakte slak scherp erop wil krijgen, begint die slak tegen me te praten. Dat kan niet! Toch is  het zo, niet in het Frans, niet in het Duits, niet in het Fries. Nee, gewoon in het Nederlands, met een beetje oostelijk accent, Twents? Achterhoek? Overijssel?

“Bent U gisteren in de Vallei geweest en hebt U misschien mijn achterneef Simon gezien o( gesproken? Hij noemt zich tegenwoordig Adam Slak en zijn vrouw noemt hij Eva.”

Ik moest even slikken, wat krijgen we nou? Een naaktslak die nogal met consumptie tegen mij praat! Over iets, waar ik gisteren over nagedacht heb. Dat kan toch niet?

“Eh… ja in die heel lange Vallei met die Bronnen?”

“Het spijt me dat ik U er mee lastig val, maar eh… Die Simon die zich Adam noemt, die is echt de Weg kwijtgeraakt!”

“Hoe bedoeld U, wat is trouwens uw naam? En hoe, kan het dat ik U kan verstaan, dat vind ik nogal raar…”

Nou, mijn naam is Schjaar Slak, ik heb altijd met plezier in de Levens-Vallei gewoond, maar sinds Simon terug is van zijn wereldreis met zijn kammeraad Stoffel Slak, die, ken je vast wel: die heeft een rugzak of een huis achterop zijn rug, is alles zo anders in de Vallei.

Simon is met Stoffel overal geweest, in India bij de goeroe’s, in de Himalaya’s bij wijze, mannen, in Tibet bij de Dalai Lama, in Israel bij de Schriftgeleerden, in Rome bij de Paus, in Mekka bij de  Islamitische geleerden. In Azië verder bij de Boedhisten, in Amerika en Lapland in de Sjamanen, je kunt het je niet voorstellen, maar hij is er geweest.

Hardstikke leuk, maar nu is hij terug en wil hij hier het Wiel opnieuw uitvinden. Hij is nogal geschokken wat er allemaal buiten de Vallei is gebeurd. En dan bedoelt hij wat de Mens doet. Die maakt allleen maar ruzie, oorlog, die vervuilt onze lieve aarde. Simon wil opnieuw beginnen. Hij gelooft ook nog eens in de evolutie theorie, en heeft bedacht als er nu eens geen eerste mens is, maar een eerste naaktslak en een vrouwelijke, Eva.

Tja, die heet eigenlijk Saartje. Simon wil het Wiel opnieuw uitvinden: hij vind dat mens eigenlijk voelsprieten had moeten hebben. Omdat de mens ze mist heeft is hij of zij zo lomp, zo egoïstisch, zo zelfingenomen, asociaal geworden. Dieren met voelsprieten hebben dat niet. Daarom wil Simon de nieuwe Adam worden met Saartje als Eva. Hoe komt ie er op hé? Ik denk dat hij het Licht heeft gezien daar bij die Wijzen uit het Oosten of bij die Medicijnmannen uit Amerika of Afrika.

Hij wil opnieuw gaan evolueren zodat er een Nieuwe Mens komt met Voelsprieten. Hoe komt hij er op!!

“Nou”, zeg ik, “nog niet zo gek bedacht van Simon, hij heeft wel gelijk dat de mens in vergelijking met andere diersoorten, er een aardige puinhoop van gemaakt heeft. Als je de mens tenminste mee wil laten tellen als diersoort. Ik vind zelf dat de rotzooi diebwe er van gemaakt hebben eigenlijk niéts dierlijk. Dus wat dat betreft zijn we gewoon asociale mensen.

Schjaar Slak gaat verder met zijn verhaal: “Maar het ergste is Mijnheer Mens, dat Simon nu ook anderen meetrekt in zijn rare ideeën, hij heeft als het ware volgelingen, die niet meer nadenken, maar blind volgen. En dat is heel gevaarlijk.

Hij heeft allemaal mensen-ideeën bestudeerd, zijn vriend Stoffel daarentegen deed dat niet. Die reisde en nam waar, een echte reiziger, een backpacker in hart en nieren. De vriendschap heeft ook niet stand gehouden, toen Simon erg lang in een Zen-Klooster bleef, is Stoffel gewoon verder gereisd.

Ik maak me er druk om dat strak die hele Levens-Vallei vol Simon-Adam-aanhangers zit. Daarom ben ik vertrokken en zit nu hier. Ook een verrekt goeie Vallei hoor. Alleen wat minder Bronnen. Maar ja… je moet wat hé!

” Ja, precies”, zei ik, “Je moet wat, thuis blijven zitten is ook zoiets. Daarom loop ik hier ook met een rugzak. Maar eh…. wat ik mij afvraag Schjaar, waarom is Simon eigenlijk zo geïnteresseerd in die Theologie, die Filosofie van de Mens. Al naaktslak is dat toch helemaal niet interessant. Laat hem maar, eens, nadenken over de Zin van het bestaan van een naaktslak. Dat is ook heel boeiend. Meer het biologische aspect. “

“Ik zal ‘m het hem vertellen” zei Schjaar en kwijlde nog even lekker op de grond. “Misschien komt hij dan tot zinnen in plaats van zich druk te maken over de plaats, van de naaktslak in de evolutie. Al was dat van die voelspriet wel een aardig ideetje, vond je niet?”

“Och Schjaar” zei ik, “ik ben blij met alles, alles zit er op en en aan, ik ben wel eens wat vergeetachtig en wat chaotisch. Tja, een paar voelsprieten, dst eas misschien wel gemakkelijk..”

Je moet het doen met wat je hebt, toch?” zei Schjaar en glibberde het bos in.

Een leuk gesprek, wel iets om over na te denken. Tja, en dat bleef ik de hele dag dan ook maar doen. Schjaar, Simon en Stoffel bleven in mijn gedachten.

Het was een mooie dag, ook na dit fijne gesprek. Ik liep door met mijn hoofd in de wolken. Ik ging alweer zo’n oerbos in. Weer een vallei.. Het pad was vaak nogal wild d.w.z. Ik moest op zijn tijd klimmen of als dat niet hing omlopen. Veel omgewaaide bomen en er waren stukken waaraan je kon zien dat er weinig wandelaars voorbij komen. Hoog gras, bramenstruiken die over het pad groeiden. En die zijn gevaarlijk, want voor je het weet lig je op je snufferd. Uitkijken dus! Niet met blik op oneindig ver en verstand op nul.. Dat werkt op dit soort paden niet.

Ik ben eigenlijk van plan om door te lopen naar Marey-sur-Tille, want daar is een Camping. Het duurt erg lang voor ik de Vallei uit ben.

Kom bij een grote boerderij weer boven, dat is bij het dorpje Vivey. Even later loop ik het lieflijke dorpje binnen. Ik besluit er pauze te houden. Koffie zetten en dan oasr koekjes eten. “Toet-toet” hoor ik en ik hoor een bestelbus. Het zal toch niet waar zijn! De bakker. Ik ren er naar toe, hij wil net wegrijden. Gelukkig ziet hij mij. Nu dan maar een baguette en twee chocolade croissants.

Die croissants peuzel ik lekker op bij de koffie. Wat een geluk! Eerst die naaktslak, nu de rijdende bakker.

Ik zit in het bushokje en zie volgende kaartje hangen:

Nou, dat ziet er erg Katholiek uit. Maar wasr is het? Ik zoek het op in het boekje. Nou, het is nog voor! Marey-sur-Tille én dat was, dikke 30 kilometer. Weet je wat ik doe: ik vel die zusters: last ik me vandaag maar eens verwennen.

Ik krijg een zuster aan de lijn en die spreekt perfect Engels: of ik tien minuten later wil terugbellen. Na 10 minuten krijg ik het bevrijdende antwoord dat het oké is: nou dat is mooi.

Dan kan ik rustig aan doen én ook rustig verslag doen van het gesprek met die naaktslak. Want ik vind het wel belangwekkend, zo’n gesprek heb je niet elke dag. Daar moet verslag van worden gedaan, ook voor het eventuele nageslacht.

Ik ga ergens op zo’n lekkere jagersstoel zitten en bedenk onder het typen dat het wel een fabeltje lijkt. Dat is vanzelf niet de bedoeling. Fabel heeft een beetje negatieve klank vind ik. Terwijl dat vanzelf niet zo is: fabels vertellen heel veel over dieren. Geen Fabeltjeskrant of zo. Nee, de werkelijkheid. Tja, dn wat is, dat eigenlijk: werkelijkheid. Geen idee…

En zo typte ik wat door, stond op en slenterde eigenlijk maar wat rond. Stopte om ergens bramen te plukken voir de zusters. Anders kom ik daar ook met lege handen. Ook niet leuk.

En zo klim ik bij Ferme de Borgirault naar boven, dit is nog zo’n tweeënhalf kilometer van Glancey-le-Chateau af. Terwijl ik langs, een pad verder loop komt de boer er net ook aanlopen met zijn border-collie. Het blijkt een Duitser te zijn, die hiercal meer dan dertig jaar woont en die allerlei paardenaktiviteiten organiseert en ook nog eens gites verhuurd. Aardige man die Christopher.

Via een weggetje kom ik bij het plaatsje. Het ligt heel hoog, is ommuurd en er is een kasteel. Misschien zitten die Zusters wel in den kasteel! Het is nog een aardige klim naar boven.. Na wat gevraag zie ik het huis van de Zusters. Maar niemand doet open, ik bel nogmaals. Ja,, ik die meteen open. Maar er gebeurd niets.

Gelukkig komt de buurman eraan, die zegt, dat ik moet aanbellen bij het huis aan de andere kant van het plein.

Tja én dat zijn de vrijwilligers van Saint-Jacques. Monsieur brengt me naar Centre Paroissial, een soort Parochiegebouw, met keuken, wc, douche en lekkere bedjes. Helemaal voor mezelf.

Ik moet om zeven uur langskomen bij monsieur en madam, dan mag ik ook nog aanschuiven om mee te eten.

Ik douche me lekker, ik doe mijn wasje, hang de tent nog uit. Dan koop ik bij de boulangier nog twee blikken cola. Heerlijk! Die smaken naar meer…

Bij Monsieur et Madam logefen ook drie kinderen, omdat beide ouders werken in Lyon. Madam praat beetje Engels en zegt dat ik ook een stempel kan krijgen voor mijn Credential. Oh, dan haal. Ik die eerst wel even. Ik lop de deur uit richtig Centre Paroisial: komt de hond van de boulangier nasr me toe, blaft en bijt me in mijn kuit.

De vrouw van de bakker had de hond aangelijnd, maar die lijn was te lang, zo kon het gebeuren.

Het wordt hier nog een relletje, want Madam wil verhasl halen, want die is ook al eens door hetzelfde beest. gebeten. Ik moet met Monsieur naar de Boulangier om de wond te laten zien.

En het mooiste was: de boulangier was de man, waar ik vanmiddag due baguette en die twee choco-croissants vsn gekocht had. Een klein wereldje is, het hier..

En vanavond: lekker gegeten, heerlijk. Gewone lieve mensen, geen poespas, tv aan tijdens eten. Gewoon. Heerlijk.

Morgen kan ik er om zeven uur ontbijten.

Daarover vertel ik morgen meer: oant moarn, tot morgen, a demain

Het Paradijs

Maandag, 23 augustus 2021

Pelgrimeren is lopend stilstaan bij de essentie van het leven. Ricky Rieter

Ik was vanmiddag in het paradijs, echt waar. Ik liep bijna de hele dag doorceen vallei.

En de natuur was daar zo uitbundig en ongecultiveerd, dat ik er lyrisch van werd.

Weer herinneringen aan mijn geboortedorp en de streek waar we woonden. Ik vergelijk steeds het bos waarin ik loop met een bos of buurt in Gaasterland.

Vandaag dacht ik ergens dat ik langs het Jeneverpad liep, later liep ik door het pad achter Pake Doorenspleet zijn huisje op Nij Amerika, waar mem geboren en getogen is.

Ik weet het wel, dat ik in Frankrijk loop. Misschien dat ik de mooie herinneringen zo levendig houd.

Maar vandaag was echt bijzonder: in de vallei waren verschillende bronnen. Het water wordt als het ware uit de aarde geperst. En dan ineens is er een stroompje. Een klein beekje. Mooi.

In de vallei wonen heel veel naaktslakken, ik zag er twee, heel innig verstrengeld. Ik zag er twee die net een klein naaktslakje hadden gekregen, die was net geboren. Ik zag eenzame naaktslakken.

Ik moest aan Adam en Eva denken. Nu waren de naaktslakken Adam en Eva. Helemaal onschuldig. Gewoon naakt zoals een naaktslang naakt kan zijn.

Wilde er eigenlijk een sprookje of fabel van maken, omdat ik het een mooi gegeven vind, maar het was zo’n lange dag dat ik daar geen puf meer voor heb.

Het was genieten vandaag, die vallei maakte diepe indruk op mij. De stilte daar en het grote verschil toen ik uit de vallei klom. Ik kwam uit bij een autosnelweg. Dat was wel een afknapper.

Van de hemel naar de hel. Van absolute stilte naar verschrikkelijke herrie. Blij dat aan de andere kant van de snelweg de wind anders stond.

Ik ben nu in Auberive. Met de auto is dat 28 kilometer van Langres, maar ik denk dat ik er wel meer als 35 kilometer heb gelopen.

Morgen voor ik verder ga de Abbaye nog bekijken. Ik sta op Camping Municipal naast het voetbalveld. De kleedhokken zijn de washokken geworden. Ook een idee!

Oant moarn, tot morgen, a demain!

In echte snein

Snein, 22 augustus 2021

Oeral thús mar thús it bêste. Buordsje-wiisheid

Hjoed omdat it snein is in blog yn it Frysk. En wa dêr moeite mei hat, dy lêzt it mar net of pakt oars efkes google-translate er by. Dy hawwe Frysk er ek yn stean.

In echte snein hjoed, ik moast tinke oan dy sneinemoarns eartiids by ús heit en mem.

Wat letter út bêd en dan alles, wat hastich, want on healve tsienen begjint de Tsjerketsjinst yn de Fenix of oars, yn de Pelikaan. Heit en mem geane meastens nei de Fenix, heit wie dêr self diaken yn de tsjerke. Dan siet hij foaryn mei sa’n pak oan mei sa’n streepkesbroek. Folgens my syn troupak.

Wy gyngen as pubers letter nei de Pelikaan, want dêr siet toch wat mear jeugd op de kreake. Soms vyngen we efkes, nei boppen, seachen wy wzt op dat buordsje stie en dan fertromken wy wer. Gewoan wat rinne of fytse troch de stêd. Of kofje drinke by de stationsrestoraasje. Gjin sin yn dy preek, gjin sin om in oefe stil te sitten.

Op it buord stie wêr er oer preke wurde en sa en welke psalmen en gesangen en sjongen wurden. Dat wie dan wol hândich, omdat mem altiid neifrege wer de preek dan oer gie.

Mar ik koe tsjin har noait sa goed liege. Hja hie jt gau yn de gaten of ik nei tsjerke wie west of net.

Mar nei de tsjerketsjinst thús wie altiid in feest. Earst kofje fanself mei mem har appelgebak. En noch in kofje.. En dan begún ús heit syn sneinse Ritueel: dan kwaam de beerenburg mei súker op tafel. Wy seachen altiid hoe hy mei it leppeltsje de súker noch út it glêske leppelde en dêr fan smulde. Ús heit koe echt genietsje fan dy dingen.

Dat koest sjen oan syn eachen, oan syn gesicht. Raar hé? Ik sit hjir yn Langres, yn Frankryk en as ik sa oan ús heit tink dan kin ik wol gúle. De trinnen rinne my oer myn wangen. Noait mear, noait mear komt dy tiid werom. Noait komt ús heit werom.

Krek as ús mem, dy my altiid fjirst te goed yn de gaten hie. Dêr koe ik net tsjin liege, dat wie wol ris moeilijk. Want ik woe wol myn eigen ding dwaan en my net altiid oanpasje oan wat heit en mem allegear betocht hienen foar ús, foar my.

Wat soenen se moai fún ha as se hearden hoe it mei ús allegear giet, hoe it mei ús bern giet, de pake- en beppe-sizzers. En dat dy selfs alwer berntsjes hawwe. Úngelooflijk, sa fljucht de tiid, sa sitte wy mei syn allen op sneinemoarn by de kofje appelgebak te iten yn ús sneinse klean oan. En sa sit ik hjir as 65-jierige heit fan trije bern en in leave frou dy thús sit, op in bankje by de kermis yn Langres. Mei trinnen yn de eagen.

Wat soenen se moai fún ha as se hearden dat ik al tolve jier net mear rook, mar wat se noch moaier fúnen wie fêst en seker as se hearden dat ik dit jier seis jier fan de drank ôf bin.

Nei of únderweis nei Finistere yn Spanje kwaam ik foarby It Iseren Krús, de Cruz de Ferro. Dêr ha ik dy kloate ferrekte alkohol-stiien dellein op dy grutte bult mei oare swiere stiennen.

Ik ha dêrnei gjin druppel mear dronken, wat wie it moai west as heit en mem dat noch meimakken hienen. Wat ha se altiid sorgen hán oer dat gesûp en geblow. No ik self bern ha snap ik dat goed.

De tiid, de tiid, dy giet mar troch. Soms soe ik wolle dat it allegear noch ris werom kwaam. Want no yn 2021 mis ik noch steeds myn heit en mem.

Dy twa leaven wienen yn 2004 of 2005 reden om se te hertinken yn iensumheid. Ik rún toen it Pieterpaad én fan it ien kwaam it oare. It Pieterpaad wurde GR-5 nei Luxemburg. De GR-5 brocht my op it idee om it Pylgerpaad nei Finistere te rinnen. Mei as suprise-toetsje dat dy ferrekte alkohol-ferslaving in kear ophâlde. Sa blij, sa ferrekte blij dat dat is gebeurd. It is no achter de rêch, dy tiid is no foarby..

Wol misskien de grutste motivaazje om noch ris dy Reis te meitsjen: út tankberens. Dat it giet sa as it giet, dat ik nei in hartinfarct sa rap wer opknapte. Dat ik dit no kin.

Tankberens foar myn leave heit en mem, foar myn femylje, want ik bin en bliuw femyljeman. Tankberens dat ik hjir sit, yn Langres.

It plein rint fol mei dagjesminsken, sommige gean sitte op in bankje. Berntsjes by hun of in freon of freondin. Kermislûd op de eftergrûn. Bern dy gille en skreeuwe, Frânske disco-musyk.

Ik bin net allinich: heit, mem, jimme binne allegear by my. Mei dy gedachte hâld ik it net droech.

(By the way: ik hie hjoed in koarte kuier-dei, it wie mar sa’n fjouwer of fiif kilometer. Dus in dei fol kultuur, kermis en fanself nei de Cathedrale fan Memmès. Saint-Memmès wie in martelaar ùt Cappadocie, tsjinwurdich Turkijje.Mei in moai oargel-konsert, dat komtby my ek altiid binnen. Musyk mear as wurden. En fannach sliepe by de Presbyterianen.)

Cathedrale Saint-Memmès yn Langres

Oant moarn! Richting Auberive, er is dêr in Abdij.