Een prachtige wandeldag: van de Heerlijkheid Wittem via omwegen naar Sint-Servaas in Maastricht

Ik was al vroeg wakker vanmorgen. Zin om weer verder te wandelen. Gisteravond had ik de omgeving van het Klooster in Wittem mog verkend. Ik had nog een tijd in de gemeenschappelijke ruimte gezeten, maar kwam verder niemand tegen.

Dus toen maar vroeg het bed ingegaan, ik was moe genoeg door dat gewandel door de regen.

Vanmorgen om zeven uur ging ik naar de eetzaal, daar bleek dat er geen koffie uit het apparaat kwam, balen. Verder was het ontbijt heel uitgebreid. Brood, kaas, ham, Franse kaas, jam, yoghurt, fruit, jus ‘d orange.

In de eetzaal kwam ook nog een andere logé, die vertelde dat ze snel naar huis moest omdat haar man plotseling was opgenomen in het ziekenhuis. Ik heb ze sterkte gewenst voordat ze ging. Arme vrouw.

Na het ontbijt, zonder koffie ben ik toch maar verder gegaan. Ik ben nog even in de Gerardus-Kapel gaan zitten. Even stilte voor ik verder ging. Even rust.

Om acht uur liep ik buiten richting Gulpen. Daar ontdekte ik waar het gisteren mis ging, ik had een afslag gemist net voor Gulpen. Nu kwam ik daar uit. Een paadje door een weiland.

Zo kwam ik op hetzelfde pad als gisteren, vlak na de Gulpener Berg.

Evenlater liep ik Gulpen in. Bij de bushalte was het druk, veel scholieren. De ochtendspits… Verder was alles gesloten in Gulpen. Dus ik moest het nog even doen zonder koffie.

Toen ik het centrum uitliep liep ik bijna tegen een monument aan voor alle Joodse slachtoffers van de Holocaust in Gulpen. Er moet een flinke Joodse gemeenschap zijn geweest, als je die lijst ziet. Het monument deed me een beetje denken aan het Holocaust-monument in Berlijn. Zie volgende link.

De weg ging omhoog en ik liep verder. Een stukje verder weer een “Monument” uit Wereldoorlog-2. Een gebombardeerd huis, waar alleen de buitenmuren nog overeind stonden, er groeide zelfs een boom in het huis.

Zo te zien slachtoffers uit twee families, omgekomen door een bominslag in 1941.

Kijk maar eens naar deze  link. 

Het is nu 75 jaar geleden en nog steeds zijn we bezig met die oorlog. Over een tijdje zijn er geen mensen meer die het zelf hebben meegemaakt. Daarom vind ik dit soort monumenten leerzaam voor ons, voor onze kinderen.

Zorg er maar voor met zijn allen dat wij van “na de oorlog” blijven.

Ik vraag me wel eens af of die ultra-rechtse, nationalistische figuren zich dat realiseren, al 73 jaar leven wij in vrijheid.

Ik loop door, peinzend. Ik wordt afgeleid door het prachtige uitzicht achter me, de zon komt er nu echt door en er hangen nog wat mistflarden over de heuvels. De jas kan al uit.

Als ik verder loop kijk ik rechts tegen een maisveld aan, de mais is al geoogst, er achter is bos. Plotseling zie ik één…twee…drie…vier…vijf reeën heel schuchter, bijna onhandig het veld opkomen. Verderop bloeit iets groens, ik denk dat ze daar naar toe willen. Ik blijf stil staan, hou mijn adem in om zo lang mogelijk naar dit schitterende schouwspel te kunnen kijken. Maar eentje heeft me gespot en voor ik het in de gaten heb zijn ze alle vijf alweer de bosjes ingegaan.

Dit zijn de dingen, waardoor het zo fijn is om buiten te zijn, dit is kicken!

Ik loop door met een dikke smile op mijn gezicht. Wat er ook gebeurd: mijn dag kan niet meer stuk! Niet één, niet twee…maar vijf reeën.

Op de afslag naar links bij een bosrand zie ik een steen met een plaquette. Alweer geschiedenis, maar nu wat verder weg: deze plaats was vroeger het gericht. De plaats waar mensen werden opgehangen. Hoog op een heuvel, meestal precies tussen twee dorpen in. Daar was de galg en degene die werd gehangen lieten ze weken hangen. Als waarschuwing voor anderen. Brrr…

Geef mij maar deze tijd en de rechtspraak van nu, onvoorstelbaar dat er lieden zijn die roepen dat de doodstraf weer ingevoerd moet worden.

Gedachtes komen en gaan en ik ben door het prachtige weer die zwaarmoedige gedachten gauw weer kwijt. Ik geniet vooral: prachtige uitzichten, mooie slingerende paden, soms stijgend, dan weer dalend. Soms een holle weg, met bomen op de hoge kanten. Veel wegkruizen kom ik tegen. Heel vaak tegen een oude eik of kastanjeboom aan.

Het is overal stil, een enkele fietser of hardloopster kom ik tegen. Ik kom in het dorpje IJzeren, waar ik echt nog nooit van gehoord heb. Hier een mooie Maria-Kapel.

In Sibbe is net het café geopend en drink ik een heerlijk bakje koffie. Dat werd tijd…De kastelein vertelt dat het café in het nieuwe boekje van het Jacobspad wordt genoemd, hij is er zichtbaar trots op.

Na Sibbe gaat het een stuk minder met de route, ik kan de markering vaak niet vinden, het is allemaal wat onduidelijk. Onderweg naar Vilt verdwaal ik echt en kom terecht in Berg en Terblijt. Psychologisch hakt zoiets er flink in bij me, ik krijg zelfs lichamelijke klachten, zoals pijnlijke tenen bij zo’n tegenslag.

Gelukkig werd ik ook dit keer afgeleid door prettiger beelden, bijvoorbeeld de oogst van appelen..

Het boekje wordt aan de kant gelegd en Google-Maps moet voor verlossing zorgen. Helaas werkt dit niet goed op mijn mobiel. Het lijkt of het toestel Google-Maps niet bij kan houden. Of mij niet…

Ik kom ook nog terecht in Geulhem, een prachtig plaatsje waar de Geul door heen stroomt. Ergens zie ik oude rotswoningen, waar blijkbaar vroeger mensen hebben gewoond.

Via allerlei slingerweggetjes met scherpe kiezels beland ik eindelijk in Houthem. Maar de zin is over om Sint-Gerlach nog op te zoeken. Ik wil zo snel mogelijk naar Meerssen en Maastricht. Bij een tankstation rust ik even, koop een lekkere koffie.

Langs de kortste route kom ik in Meerssen, ik ben er verrast door de schoonheid van het plaatsje. Een prachtige Basiliek. Een heen mooi Marktplein erachter, een park, een leuk centrum!

Als ik verder wil en de Kerkstraat niet kan vinden vraag ik het een voorbijganger. Hij komt duidelijk uit Meerssen en vertelt trots over de Basiliek. Hij vraagt me of ik ook in de oude Synagoge ben geweest. Nee dus. Ook niks over gelezen. (thuis opgezocht: zie deze link)

 

Als ik richting Rothem/Maastricht loop zie ik ineens een oud Joods Kerkhof, de graven schots en scheef, zoals zo vaak op dit soort kerkhoven. Ook hier was dus een grotere Joodse gemeenschap. Reden om eens terug te komen en hier navraag naar te doen.

De wandeling naar Maastricht is nog lang en ik kort hem wat in. Ben dan ook blij als ik de brug over de Maas oversteek en het oude centrum in kan lopen.

De verleiding was na Meerssen zeer groot om direct naar de auto te gaan, die stond niet zo ver van Meerssen. Ook de verleiding om stadsbus of trein te pakken kon ik gelukkig weerstaan..

Maar ik had die oude Keizer Karel in Aken gezegd te voet naar Sint-Servaas te gaan. Ik dacht zelfs dat het in een dag te doen was, wat vanzelfs een grote vergissing was.

En belofte maakt schuld. Dus daarom liet ik me niet verleiden, niet door eerder te stoppen, niet door bus of trein te pakken.

Soms voelt dat goed als je je doel bereikt, wat niet wil zeggen dat je nooit moet laten verleiden. Als je bijvoorbeeld helemaal stuk zit is het onzin om niet bus of trein te pakken of eerder te stoppen. Alleen het gekke bij mij is: ik ga bijna nooit helemaal stuk. Ook vandaag niet…

En zo kwamen er vandaag twee stempels bij in de Credencial del Peregrino: van O.L.V. Sterre der Zee en van Sint-Servaas. Leuk, maar alleen omdat het weer zo’n prachtige wandeldagen waren. Met voor- en tegenspoed……

Onderweg naar het station kwam ik die dooie bisschop nog tegen…. die van de Klappergasse in Aken.

Advertisements

Het Jacobspad Aken-Maastricht in de eerste herfstregen.

Het werd weer eens tijd voor een lange wandeling alleen. De meeste keren wandel ik de laatste tijd met Ans. De keren dat ik alleen loop is meestal in de buurt: de zogenaamde “rondjes-om-de-kerk”. En wandelen met zijn tweeën is toch anders, dat ervoer ik vandaag.

Ik stond vanmorgen vroeg op, ik had me voorgenomen om een stuk Jacobspad te gaan lopen van Aken in Duitsland naar Maastricht. De auto parkeerde ik op de P&R bij Maastricht-Noord. Met de trein van Arriva reisde ik naar Maastricht en met de bus naar Aachen.

Om half tien was ik daar, ik stapte uit, omdat ik dacht de Dom te zien. Dom, want het was niet de Dom. Toen ik er naar toe liep vond ik het al wat kleiner allemaal, het was de St-Jacobskerk! Volgens Pelgrims bestaat toeval niet en wordt de Pilger, the Pilgrim, de Pylger, de Pelgrim vaak persoonlijk geroepen door Jacobus.

Nou, dan was dit zo’n geval van roeping, maar het voelde toch meer als een vergissing….een klein beetje dom.

Dat bleek wel toen ik de voordeur van de kerk opende: Jacobus stond rechts bij een pilaar, maar de tussendeur was dicht. Geschlossen! Ook het huis ernaast, een Pastorie of Parochiehuis: alles was dicht.

Ik besloot om toch maar door te lopen naar de Dom. Na even zoeken vond ik die. De Dom, daar waren Ans en ik al eens geweest, ik geloof in 2016 toen we de Eifelsteig gingen lopen. De start was toen bij de Dom van Aken.

De Dom ligt er prachtig in een stukje oude stad. Van binnen is het ook heel mooi én dan heb ik de schatkamer nog niet eens gezien. Wat een pracht en praal. Ik durfde niet goed foto’s te nemen, want er zaten veel mensen te bidden.

Buiten is het ook fantastisch: wat die bouwmeesters toch konden vroeger.

Op een toilet sprak ik de verantwoordelijke man daar aan over de füssball-match van vanavond: Bayern München tegen Ajax Amsterdam. Hij was duidelijk niet zo voor Bayern en liet me een tatouage in zijn nek zien van een grote S.

Hij zei fan te zijn van Klaas-Jan Huntelaar, want die had lang gespeeld bij Schalke-03 en speelt nu weer bij Ajax.

Nou, we zien het wel vanavond, ik geloof dat Ajax niet veel kans maakt. En zoals een pessimistische fan van VVV zei in een schriftje in het Kapelke van Genooi in Venlo: “Bidden in nood, helpt geen kloot.”

Nou, dan maar hopen. Dat helpt soms ook…

Ik liep verder, het was al tien uur geweest en ik moest nog naar Maastricht. Nog de stad Aken uit en door de Limburgse heuvelen. Het schoot door me heen dat ik me eigenlijk niet zo goed had voorbeteid, ik had wel het boekje bij me, maar ik had niet echt gekeken hoe-en-wat. Geen gpx-bestanden, geen routebeschrijving op de mobiel. Nee, alleen boekje. Ik was blij toen ik zag dat er markering was. Van twee kanten: dus vanaf Maastricht én vanaf Aken naar Maastricht.

Dit gaat meestal anders, als ik met Ans ben, die er niet van houd om onvoorbereid op stap te gaan en alles op haar telefoon zet, waardoor zij ook meestal de “reisleidster” wordt. Ze heeft al eens aangegeven dit niet prettig te vinden.

Gek, dat iedereen op zijn wijze, op zijn eigen manier reist. De één heel voorbereid, de ander veel minder. 

Ik merk dat ik het vaak niet weet, maar al gaande toch de juiste richting neem en dan ook het doel bereik. Alleen soms met een omweg. Het onverwachte kan soms heel verrassend zijn, maar ook heel vermoeiend. En als ik met Ans loop, merk ik dat ik haar dit niet aan wil doen en ben ik al blij als ze alle gpx-en weet-ik-wat-voot bestandjes op haar mobiel heeft staan. Alleen krijgt ze daardoor wel die “reisleidster”-rol.  Ja, ja, het valt niet mee dat samen wandelen, haha……het is net samen leven…

Zo mijnerend loop ik de stad uit richting Lemiers. Ik lees dat vroeger de leprozen buiten de stad werden gezet, in de Middeleeuwen heette dat leprozenhuis: “Melaten”. Nu ligt het supermoderne academische ziekenhuis daar in de buurt.

Bij Meliers ga ik de grens over naar Nederland, een bruggetje over de Selzerbeek is de grensovergang.

Het miezerde de hele tijd wat, maar nu begint het toch door te regenen. Regenjas aan, capuchon op. Dat is minder. Mijn wereldje wordt dan steeds kleiner, doordat mijn blik vernauwd wordt door die capuchon waar ik zowel links als rechts tegenaan kijk. En het geluid: ik hoor het tikken van de regen en niet het geluid van het land.

Kortom: ik hou er niet van, zo in een coconnetje te zitten tijdens wandelen,  ik ben meer een mooi-weer-wandelaar.

L

Langs Vijlen, Partij, zelfs Gulpen en de Gulpenerberg loop ik. Ik ben de markering kwijt!

Ergens zie ik een Klooster, het Arnold Janssen-klooster, die naam ken ik van de Zusters uit Steijl en van een eerdere pelgrimstocht door Duitsland bij Goch en Kevelaer. Ik bel aan, ik zit verkeerd: de Zusters wonen er niet meer, het is nu een Verslavingskliniek. Toeval? Jacobus? Dat ik daar net moet aanbellen… Hoelang is het nu geleden? De Cruz de Ferro, de A-steen, die ik kwijt ben: nog maar drie jaar!

Met Google probeer ik in Wittem te komen. Daar kom ik zo tegen half drie aan: zeiknat, verkleumd ga ik eerst in een restaurantje zitten daar: opwarmen, soep en koffie en dan zien we wel verder.

Als ik weer opgewarmd ben reken ik af en ga naar de buren : het Redemptoristen Klooster. Deze had ik gisteren voor de zekerheid al gebeld én er is plaats. Ik vind het mooi geweest voor vandaag!