Rituelen op de Friese Meseta…

Dinsdag 24 juli 2018:

Al vroeg opgestaan vanmorgen, want ik wil met de bus vanaf Sint-Jacobiparochie naar Leeuwarden. Voor zeven uur was ik al daar, de heb ik auto geparkeerd in een zijstraatje. Al voor acht uur stapte ik uit bij het station van de culturele hoofdstad van Europa.

Tegenover het station staat een van de fonteinen, speciaal gemaakt voor dit evenement. Ik geloof dat alle elf steden er eentje hebben gekregen. En net zoals altijd met kunst werd er weer heel wat afgezeurd, gediscussieerd… Knap dat die fonteinen er nu toch staan.

Ik liep door muisstil Leeuwarden, de winkels, de kroegen waren nog dicht. Niet erg want ik moet vandaag ver lopen. In de Sint-Jacobsstraat kom ik meer pelgrims tegen. Ze lopen in een groep, allemaal vrouwen. Ik klets even, maar zeg dat ik mijn eigen route loop.

En dat is ook zo, want ik heb bedacht dat ik langs het huis ga lopen waar mijn ouders en dus ook ik zo lang hebben gewoond. Een stukje om, maar voor mij heel speciale herinneringen.

In mijn herinnering was Leeuwarden veel groter, straten lijken minder lang, flats minder hoog, pleinen veel kleiner. Raar is dat, misschien komt dat omdat je vroeger met het perspectief van een kind alles bekeek. En daarom lijkt het nu ik groot ben allemaal kleiner…. zelfs die scheve Oldehove….

Het huis waar we gewoond hebben lijkt ook gekrompen te zijn, het tuintje er om heen kun je eigenlijk geen tuintje noemen…

Ik loop verder door Leeuwarden-West, de vogelnamenbuurt, de componistenwijk. De kerk waar we vroeger naar toe gingen, de Fenix wordt gesloopt. Dat hadden ze toch veertig jaar geleden niet gedacht: kerken zijn toch voor de eeuwigheid?

Nou deze kerk dus niet:

Via de weg naar Holwert loop ik richting Jelsum. Hier had ik ooit als opgeschoten jongen een krantenwijk. Of ik nam die van iemand over. Een slecht idee, want het betaalde slecht en de huizen en boerderijen lagen ver uit elkaar. Van Leeuwarden tot Jelsum. En soms had ik pech, want ik vergat wel eens een abonnee. En dan moest ik nog eens terug met mijn fietsje. Wat een ellende.

Via Jelsum, waar vroeger een State was, Dekema state loop ik verder. Het volgende dorp ligt er eigenlijk tegenaan: Cornjum. Ook hier een kerkje, de Sint-Nicolaaskerk. Er hangt een briefje aan de deur, waarschijnlijk voor de groep die ik vanmorgen heb gezien.

Ik wacht even, drink wat en loop weer verder. De route gaat weer door een paadje route langs een oud landgoed: Martenastate. Bij een oud gerestaureerd huis bel ik aan. Een aardige oude mevrouw helpt me en.zegt dat ze een mooie stempel heeft. Ze heeft mijn wandelstaf gezien, Stoffel-3 met al die veren die ik her en der heb verzameld. Ze zegt dat ze er ook een mooie voor mij heeft. Ze loopt de kamer in en komt terug met een prachtige bruin-wit-gestreepte veer, waarschijnlijk van een buizerd, maar het kan ook een andere roofvogel zijn.

Z

Ze bekijkt mijn stok en zegt ‘m mooi te vinden. Ik vertel dat ik er allerlei parafernalia zoals een ijzertje met Christoffel en een Jacobschelpje erop heb getimmerd. Niet omdat ik katholiek ben, maar omdat ik dit soort rituelen mooi vind. Ze zegt dat iedereen rituelen nodig heeft en.wijst naar haar dove man die in de tuin boontjes aan het snijden is. “Allegear rituelen”, zegt ze. En ik knik en bedank haar voor de stempel en deze wijsheid.

Britsum laat ik niet links, maar rechts liggen, ik ga links richting Stiens. In het boekje lees ik wat ik er allemaal mis: fresco’s in de romaanse kerk. Ik bedenk, dat ik er altijd nog eens naar toe kan. Ik denk dat ik meer zie dan dat ik mis….

Over een oude spoorweg, ik geloof het Dokkumer Lokaaltsje kom ik in Stiens. Maar goed ook, anders had ik heel lang door een nieuwbouwwijk moeten lopen. In Stiens zie je nog echt typische spoorwegwoningen en gebouwen.

In Stiens pauzeer ik even op een bankje bij de Aldi, ik loop even naar binnen en koop wat extra drinken en een pak rozijnenbolletjes. Die gaan er namelijk altijd wel in net zoals bananen. Iedereen heeft het steeds over extra drinken, maar extra rozijnenbolletjes moet je ook niet vergeten!

Nadat ik op het bankje ook nog werd aangesproken door een ouwere heer ging ik in Stiens op zoek naar een stempel. Bij de Bruna zocht men voor mij op internet waar. Bij een bakker of bij een frietzaak, die men hier petatzaak noemt. De getatoeeerde bakker wist nergens van, had alleen van het Pieterpad gehoord, wat volgens hem door Friesland liep.

Ik kreeg wel een mooie bakkerssticker! Dat dan weer wel!

En de eigenaar van de petattent , “Pieter Jelles” was een Chinees. Die weet vast niet dat Pieter Jelles Troelstra behalve schrijver en dichter een bekende Friese Socialistische voorman was, die uit Stiens kwam. Die Chinezen hebben hun eigen voormannen….. Maar hij had wel een stempel van het Jabikspaad.

De route ging verder over Finkum, wat trouwens in het Frysk Feinsum heet. Daar was een pauzeplaats bij de brug aan de Finkumervaart. Er stond een huis naast met grote letter Ultrea op de ramen. Daar moet een pelgrim wonen. Ik keek eens maar de buurman kwam al een kijkje nemen en zei dat de pelgrim gevlogen was.

Later op internet even gezocht: het is de heer Wiep Koehoorn en hij heeft geloof ik achter dat huis een soort revuge. Mooi toch! Lees maar op:  wiepkoehoorn.blogspot.com/

Ik eet en drink er wat en kijk wat om me heen zoals gewoonlijk. Het leven is goed, dat van een pylger underweis helemaal.

Onderweg zijn is zo gek nog niet, soms alleen, soms met zijn tweetjes. Allebei is het fijn. Net zoals ik het fijn heb met Ans, heb ik het ook fijn met mezelf. Raar hé! Nou ik vind van niet, op zijn tijd moet ik toch even in gesprek met mezelf. En dat lukt heel goed als je in je eentje wandelend onderweg bent. Maar dit terzijde.

Bij de restanten van Kleaster Mariengaard kwam ik nog twee pelgrims tegen. Zij Friezin uit Hemelum, hij Utrechter. Ze woonden ergens bij Leeuwarden in de buurt van Boksum.

Samen nog een stuk doorgelopen tot Oude Bildtzijl, daar dronken we samen koffie en fris bij Café Het Grauwe Paerd. En scoorden we alle drie wat stempels. Toen we buiten zaten liep de groep pelgrimdames voorbij die ik zag in Leeuwarden, sommigen liepen al niet te fris meer: ik geloof dat ze daar in Oude Bildtdijk sliepen.

De Friese en Utrechtse pelgrims liepen door naar Zwarte Haan, ik naar Sint-Jabik. We namen afscheid, morgen zien we elkaar waarschijnlijk weer, dan zijn alle pelgrims in Zwarte Haan of Sint-Jabik.

Ik liep door, het was nog een een lang stuk naar Nij Althoenae. En niet echt prettig lopen over zo’n dijk waar auto’s, bussen, fietsen over heen rijden.  Gelukkig kreeg ik wat afleiding door de kunstwerken á la Escher in het graan.  Daarna vergistte ik me nog, omdat die zijwegen allemaal op elkaar lijken. Kwam nondeju in Sint-Annaparochie terecht, daarna was het nog vier kilometer naar Sint-Jabik. Daar wordt alles in gereedheid gebracht en de grote weg is afgesloten, omdat ze,er een grote tent neerzetten. Voor ons!

Blij dat ik bij de auto was, nog een stempel gescoord bij de Pelgrimshoeve, waar het ook druk was. Ik denk dat de bêd&brochtje vol zit met pelgrims en hotemetoten van het Genootschap.

Ook op de camping zie ik verschillende kleine tentjes staan, aan de rugzakken te zien allemaal pelgrimsvolk. Ik ben nu toch echt nieuwsgierig naar morgen: de dag van Sint Jacobus!

2 thoughts on “Rituelen op de Friese Meseta…

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s