De Dag van Jacobus

Woensdag 25 juli 2018:

Ja, daarvoor ben ik hier en zijn vele anderen hier hé! Vandaag is het de 25ste juli: Jacobus-dag!

De dag begon slecht, want ik ben vannacht lastig gevallen door twee of drie steekmuggen.

Ze zaten niet in de tent, maar omdat het ineens ging regenen vannacht ben ik naar buiten gegaan en heb de stoel en de handdoek binnen gelegd. En toen zijn die pestkoppen waarschijnlijk mee naar binnen geglipt.

Ik heb er in ieder geval slecht van geslapen, ik hoorde ze steeds, maar zag ze niet. En nadat ik toch in slaap was gevallen voelde ik ze, jeuk op vingers en voeten. Het lijkt wel Zweden hier!

Nou ja, het regent niet meer, het zonnetje komt erdoor en de muggen zijn nu weggejaagd. Ik heb lekker ontbeten voor de tent, het is nog maar vijf over zeven. Alles in rust nog, behalve de vogels, die zingen het hoogste lied.

Ook zit er in de boom naast mijn tent weer de kaakvogel, die is van Eijsden meegevlogen naar het Bildt. Want overal waar we kampeerden van februari tot nu kwamen we hem of haar weer tegen. Ik denk van een kraai of zoiets: maar kaken (Limburgs voor schreeuwen) kan die!

Gisteravond ben ik nog even naar Zwarte Haan gereden. Daar was het gezellig op de dijk. Veel pelgrims, maar ook mensen die hier wonen, uit Nij Althoenae en Oude Bildtzijl. Prachtig dat taaltje: het Bildts. Het doet mij aan Liwarders denken, stadsfries. Een mengeling van Fries en Nederlands. Want zo is Bildts eigenlijk ontstaan: Hollanders en Brabanders, die hier in de polders kwamen werken trouwden met Friese meisjes en vermengden hun taal met het Fries. Met als resultaat: het Bildts.

Ik kwam er ook nog een heel leuk stel tegen, pelgrims. Allebei al aardig op leeftijd. Ze vertelden dat ze nu al dertien keer naar Santiago de Compostela hadden gelopen, verschillende routes. De eerste keer vanuit Nederland.

Ze staan hier ook op de camping, ik kwam hem net nog tegen bij het washok. Ze zijn hier in groepsverband naar toe gelopen, maar kamperen zelf in zo’n klein caravannetje. Leuke mensen!

Ik vertek straks om een een uur of half negen richting Zwarte Haan. En vanaf daar dan de echte laatste loodjes naar Sint-Jabik. Veel hoef ik niet mee te nemen, wat drinken en een paar rozijnenbollen…

Bovenstaande typte ik om een uur of zeven vanmorgen. Ondertussen heb ik mijn plan alweer gewijzigd! Ik ga niet lopen vanaf Zwarte Haan, omdat we vanavond ook al naar Zwarte Haan lopen vanaf Sint-Jabik. Dan zou ik twee keer die route lopen. Ik besluit om naar Vrouwenparochie te gaan. Daar vertrekt een andere groep, waaronder die twee oudere pelgrims die bij mij op de camping staan. Ik zag ze net wegrijden, ze gaan met de auto naar de startplek.

Bij de dijk zie ik dat het iets meer dan zes kilometer lopen is, dat lukt vast nog wel. De weg naar Sint Annaparochie liep ik gisteren ook al…..maar het is mooi weer en ik geniet van de ruimte, het uitzicht over de graan- en aardappelvelden. In de verte zie ik rechts het torentje van Sint-Jabik.

Ik hoop dat ik niet te laat ben, dat heb je als je met een groep loopt. Als je alleen of met zijn tweetjes wandelt hoef je daar nooit over na te denken… Ik loop nog wat sneller…

Als ik in bijna in Sint-Anne ben heb ik het zweet al voor op de kop staan. Net voor het plaatsnaambord kom ik een pelgrim tegen die de andere kant uitloopt. Ik zeg dat hij zo veel te vroeg in Sint-Jabik aankomt en dat dat een rare binnenkomst is zo in je eentje. Ik vertel ‘m dat ik maar Vrouwenparochie ga omdat daar een groep vertrekt. Nou, hij wil wel mee lopen. Het blijkt Leonard te zijn, ongeveer zo oud als mij en hij komt ergens uit de buurt van Noordwijk of Noorwijkerhout.

Als we door Sint-Anne wandelen zeg hij dat hij net van die kant komt, hij had ergens verderop op een camping geslapen, camping de Roos. We kletsen wat en vertellen beiden elkaar wat we hebben meegemaakt op de Camino. Leonard vertelt dat hij is gaan lopen omdat hij met wandelen veel minder last van zijn reuma heeft. Hij is vanaf Rome naar Santiago gelopen, zonder routeboekje, maar met een wegenkaart. Zo heeft hij zijn eigen Camino-route gemaakt. Later is hij ook nog vanaf Sevilla naar Santiago gelopen. Hij kan er in ieder geval mooi over vertellen.

Als we in Vrouwenparochie aankomen bedenken we dat die groep wel afgesproken zal hebben bij de kerk. Maar als we daar aankomen is er geen kip te bekennen, laat staan een pelgrimsgroep.

Leonard begint wat te lachen en zegt: “Och, die kilometers er nog bij, dat lukt ook wel…..”

Naast de kerk staat een man met zijn dochter bij de auto. We gaan het hem vragen of hij of zijn dochter misschien een groep mensen gezien heeft. “Nee, niks gezien”, hij vertelt wel dat hij mij gisteren heeft zien lopen in Leeuwarden, het viel hem op dat ik nogal snel liep. Leonard beaamt dat en zegt dat ik inderdaad een sneller tempo heb als hem.

De man bedenkt dat de groep misschien verderop is in Vrouwbuurtstermolen. Nou dat is geen gek idee, we lopen door. Bij een boerderij zitten werkmensen koffie te drinken. De baas denkt dat hij de groep gezien heeft bij de molen.

We lopen nog pasje sneller. Als we vlak bij de Molen zijn zien we een langgerekte groep verderop door de weilanden lopen. We vragen nog even binnen en ja hoor, dat waren de pelgrims, die zijn net weg.

Op hoop van zegen lopen we weer via dezelfde weg terug, de werkmensen zitten nog steeds aan de koffie en spreken ons aan. “Nee, ze waren al vertrokken!”.

Verderop in Vrouwenparochie zien we dat de groep naar links is afgeslagen en op dezelfde weg als ons terechtkomen.

We sluiten aan, er komt gelijk zo’n regelman naast ons lopen en die vertelt nog dat hij nog langer heeft gewacht in de molen. Hij vertelt veel over zijn eigen pelgrimstocht, maar heeft weinig belangstelling voor onze verhalen.

We gaan maar bij anderen lopen, o.a.de twee oudere pelgrims die bij me op de camping stonden. Hele lieve mensen. Toen ik vroeg hoe oud ze eigenlijk waren kreeg ik als antwoord: “Samen honderdachtenveertig”. En zo te zien waren ze beiden wel in de zeventig. Respect! Al dertien keer de camino gelopen, de eerste keer vanaf hun woonplaats Raalte. De laatste keren met hun kleinkinderen. Een jaar met hun kleinzoon en toen die zo enthousiast terugkwam wilde de kleindochter ook. Prachtig, die verhalen, dat enthousiasme!

In Sint-Anne krijgen we nog een toeristische wandeling langs allerlei plekken waar vroeger o.a. de Christelijke en Openbare School had gestaan. Nu was dat aangegeven met een tegel met een foto. Maar er stonden nu woningen, dus er was weinig van te zien.

Daarna werd er nog van alles vertelt in de Nederlands Hervormde Kerk, een markant gebouw. Over de geschiedenis van.de kerk en het Bildt. We horen dat Rembrandt daar met zijn Sakia is getrouwd. En dat er een familiegraf is met een deur, die geschonken is door Zweden, ik geloof dat een van grietmannen, van Haaren daar ambassadeur was geweest, maar het kan ook anders zijn, want ik kon niet zo geconcentreerd luisteren.

Waarschijnlijk omdat het tijd werd om te lunchen en dat deden we daarna dan ook in de kerk. Vandaag niet zingen, maar boterhammen of rozijnenbollen eten dus….

Vanaf Sint-Anne was het niet ver meer naar Sint-Jabik.

Daar wilde iedereen vanzelf op de foto bij het plaatsnaambord. Met zijn tweeën, met of zonder bourdon, dit is een soort stok met linten die groepen steeds meedragen. Aan het ding hangen vlaggetjes en linten uit de verschillende regio’s. Hij wordt overgedragen van de ene naar de andere regio. En heeft dus al een hele reis door Nederland gemaakt.

De binnenkomst bij de Groate Kerk is feestelijk. Iedereen is blij om hier binnen te lopen: Santiago aan het Wad. San Iago: Sint Jabik!

In de grote tent, maar ook in de kerk is plaats genoeg om ergens te gaan zitten. Langzamerhand komen ook de andere groepen binnen, die ook met applaus worden binnengehaald.

Iemand van de organisatie vertelt dat er zo’n vijfhonderd pelgrims in de tent en daarbuiten zaten.

Het was een strak georganiseerd feest, met toespraken, muziek van koren. Een groep die echte Spaanse muziek maakte, echt gezellig, zo met al die camino-genoten tezamen.

Over de processie achter de man met de ezel en wat ik verder nog allemaal meemaakte op het Wad bij Zwarte Haan, het Friese Finistere, daar schrijf ik later nog een stukje over.

One thought on “De Dag van Jacobus

  1. Mooi man, dat was weer een geweldige tocht al met al! Leuk om ook weer te volgen! En…. wat staat dat baardje en die lange haren je goed!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s