Andersom of achteruit?

Vanmorgen wakker geworden na lekker geslapen te hebben in de Slaapkoets. We hebben weer meer buren gekregen op de camping. Een Duits stel met een camper en een hond. Twee ouderen in een caravan, ook al met een hond. En gisteravond kwam er nog een jonge wandelaar met rugzak en een tent. Hij vertelde me gisteravond dat hij van Arnhem loopt naar zijn moeder in Lochem. Toch lief hé?

Naast ons een Nederlands stel, we kunnen de leeftijd niet goed schatten, maar ze komen zo te zien vooral om uit te rusten.

We hadden eigenlijk meer “alternatieven” verwacht op zo’n camping waar een yurt staat en labyrintwerk en persoonlijke coaching wordt gegeven. Figuren als die oude Schot met zijn verhalen over de Kelten en hun cultuur. Ga er op internet nog naar op zoek! Dat vind ik heel interessant. Die symbolen op die oude stenen, het idee dat de Kelten rondgetrokken hebben. Dat ik misschien wel op een pad of weg heb gelopen, waar zij ook hebben gelopen. Dat interesseert mij. Maar nu verder over vandaag.

Het begon al goed vandaag. Nadat we de Slaapkoets van de plaats hadden gereden, broodjes en griesmeelpap hadden gegeten en de dagelijkse koffie hadden gedronken vertrokken we. We hadden eigenlijk nog niet bedacht waar naar toe: eigenlijk naar Dieren, maar de veerpont ging pas varen na negen uur in het weekend vertelde Tonny. Nou dan maar naar Zutphen. Via allemaal kleine dorpjes koetsten we naar het Q-Park naast het station.

In het station zette ik de samenreiskorting op mijn OV-kaart, we scanden onze kaarten en gingen.in de trein richting Zwolle zitten.

Net voor de trein vertrok schrok ik wakker en zei: “Ans, het klopt niet, we moeten lopen van Zutphen naar Deventer!!” We hadden ons inderdaad vergist, helemaal omdat dat Q-Park naast het station was…

“Nou, dan lopen we toch andersom!” En dat deden we, want we waren al onderweg naar Deventer. In Deventer liepen we van het station de binnenstad in. Daar was het nog rustig, de markt werd nog opgebouwd. Maar verder was alles nog dicht. Toch wilde ik voor we verder gingen lopen nog graag een stempel scoren. Na wat gezoek vonden we de Grote of Lebuïnuskerk.

Achter was een soort huisje aan de kerk vastgebouwd en er stond een deur open. Ik kwam de koster tegen en hij zei dat ik om tien uur maar terug moest komen, hij had het nog te druk met wat anders.

We dronken ergens koffie en klokslag tien uur belde ik weer aan. Een andere man, de hulpkoster hielp me. Ik mocht mee naar binnen, er was vandaag een kantklos-tentoonstelling in de kerk, de entree was eigenlijk negen euro, maar ik hoefde als pelgrim niet te betalen. Tot aardig! Hij bracht me bij een balie en de mevrouw erachter gaf me de stempel, een heel mooie!

Terwijl we de kerk weer uitliepen vertelde de hulpkoster me nog van alles over de kerk, de historie, over dat het nu een kerk van PKN was en dat ze om de kosten te dekken de kerk verhuurden voor dit soort tentoonstellingen.

We hadden wat tijd verloren, maar het was de moeite waard. De volgende keer beginnen we in Deventer, idee is om dan voor we vertrekken de kerk nog eens goed te bekijken.

We volgen het bordje naar de veerpont en lieten ons door de veerman naar de overkant brengen.

Het weer is weer prachtig, wat hebben we toch steeds geluk als we aan de wandel zijn met zijn tweetjes. Geweldig! Het is minder warm als gisteren en er staat zelfs een klein koel windje. Heerlijk wandelweer dus.

We lopen dus “anderom” naar Zutphen. We maken er grapjes over, we komen vandaag voor de tweede keer aan in Zutphen, wel apart. Maar deroute is toch hetzelfde, het enige verschil is dat we nu de zon in het gezicht hebben en niet op de rug.

We merken wel dat het weekend is, we komen veel wandelaars en fietsers tegen. Wat een verschil met door-de-weeks wandelen is dat! Veel racefietsclubjes, veel ouderen op de electrische fiets, veel rugzak-wandelaars. Gelukkig kunnen we hele stukken over de dijk lopen, waar de fietsen niet kunnen komen. Want je moet anders steeds opletten.

De route gaat voor een groot gedeelte langs de IJssel of langs zijarmen ervan of door de uiterwaarden. Een prachtig landschap: met al die voorjaarsbloemen, knotwilgen, gras nog groener al groen en die blauwe lucht er boven. Nederlandser als dit kan haast niet…..

Ergens is een oud kasteel, Slot Nijenbeek. Ik lees dat het gerestaureerd is in 2015. Op het eind van de oorlog, in 1945 is het door de Geallieerden gebombardeerd omdat de Duitsers het gebruikten als uitkijktoren.

Lang is het een ruïne gebleven, maar in 2015 is het grondig opgeknapt.

Toen we verder liepen, kwam ik er na ongeveer een kilometer achter dat ik mijn nieuwe wandelvriend, de stok had vergeten. Gisteren had ik hem gevonden en hem de toepasselijke naam “Piet Paaltje” gegeven. Dus ik ben teruggelopen naar het kasteel en Piet P. stond daar nog te genieten van de restauratiewerkzaamheden.

De fietsers die er een broodje zaten te eten moesten er om lachen.

Daarna liepen we nog helemaal verkeerd, wel twee kilometer de verkeerde richting uit. Dit omdat de markering ontbrak, het schijnt dat de Baron of hoe ook heet geen bordjes op zijn landgoed wil. Nou, dat is balen, want wij raakten de weg kwijt.

Op een bord met een kaart kwamen we er achter waar we ergens waren, we moesten wel twee kilometer teruglopen.

Onderweg kwamen we de broodje-eters van het kasteel weer tegen: “Daar heb je die man van die stok ook alweer, die heeft mijn stok” grapte de vrolijke fietser.

De laatste kilometers waren net zoals elke dag weer zwaar, de teentjes zijn dan heet in de schoen, de knie doet wat pijn.

We waren blij dat we om drie uur weer in Zutphen aankwamen. We zijn linea recta naar het Q-Park gelopen, geen puf meer om de binnenstad in te gaan, dat hadden we immers gisteren al gedaan.

De wandeldagen voor deze week zitten erop. We hebben gewandeld van Grave in Brabant via Nijmegen, Arnhem, Doesburg, Zutphen naar Deventer (of eigenlijk andersom).

Een flinke afstand, door een geweldig mooi gebied, we verheugen ons al op de volgende wandelweek. Zoals het er nu uitziet volgen we gewoon het Hanzestedenpad, in Kampen gaan we dan oostelijk naar Hasselt. En dan komt het Jabikspaad…..Fryslân is in zicht!

Sint-Jabik, Zwarte Haan, wy komme er oan!

Advertisements

Nog een nachtje in Olburgen

Omdat het ons wel bevalt hier op die mini-camping aan de dijk bij Olburgen besluiten we om er een nachtje aan vast te plakken. Ik geef het door aan Janny, een van de twee vrouwen, die Camping ‘t Hofje beheren. Het is geen probleem, dus we blijven nog een nachtje hier.

Ideaal, want nu kunnen we vanaf hier verder wandelen en dan terugreizen met de trein naar Dieren, het veerpontje en dan zijn we weer hier.

We waren al vroeg wakker en net voor zeven uur waren we al aan de wandel. Nog wel met fleecejasje en thermotrui aan, maar je merkt dat het ook vandaag een warme dag wordt. De warmte hangt al in de lucht.

We gaan weer met het pontje naar de overkant, naar Dieren. Vanaf daar gaat de route naar Spankeren. We lopen direct al verkeerd, maar vinden gauw genoeg de markering weer. Spankeren ligt bijna vast aan Dieren. Het schijnt een heel oude nederzetting te zijn, de kerk is uit de elfde eeuw.

Na Spankeren gaan we al gauw het groen in, we passeren een Landgoed, Bokhorst. Ans maakt er gelijk “Bokworst” van….

Als we ergens langs een beekje lopen, zien we twee reeën in het veld erachter, ze horen wel ,maar zien ons niet en lopen richting beek. Dan zien ze ons en weg zijn ze. Prachtig en ontroerend vind ik het altijd om wild tegen te komen.

Misschien zie er een op bovenstaande foto? Meestal lukt het fotograferen niet, ik hoop dat er één opstaat. Want het zijn dé monenten die je wilt vastleggen…

De route gaat verder over een paar landgoederen: Engelenheim, Leuvenheim. De eerste is nu een golfresort. Ik heb daar niet veel mee, maar geniet wel van de gigantische beukenbomen, de statige, deftige lanen. Heel veel loofbos en vooral die beuken maken het bos in de lente zo aantrekkelijk. Dat jonge frisse groen overal, de zon die er doorheen schijnt: magnifiek, vooral ‘s morgens, want dan is het licht mooi.

Maar ondertussen hebben we ook zin gekregen in koffie. Als we een stukje omlopen, kunnen we koffie drinken in Broek, zien we in het boekje. Helaas is de tent met de toepasselijke naam “De Vroolijke Frans” pas om elf uur open. We drinken onze meegenomen chocolademelk op een bankje op en pauzeren even.

Als we doorlopen, slingeren we door het landschap en komen van het ene landgoed in het andere met namen als Leusveld, Huis Voorstonden. Allemaal prachtig aangelegd, soms met grote vijvers erbij.

We zijn al een flink stuk opgeschoten richting Zutphen voor we ergens voor het eerst koffie kunnen krijgen. Bij een boerderij, Het Jodink is binnen van alles te krijgen en er staat een Senseo-apparaat, gelukkig wél met mocca-koffie. Ans neemt een bouillon. Er komen nog twee wandelaarsters bij ons zitten, zij lopen andersom en zijn ook bekend met het Jacobspad.

Op het eind blijkt dat er nog een omleiding voor Hanzestedenpadlopers is, we moeten lang langs de rijksweg N345 lopen. Men is vlak voor de brug naar Zutphen bezig met wegwerkzaamheden. Hierdoor missen we de afslag en komen op het fietspad op de brug terecht. Een man op een scooter moppert op ons.

Blij zijn we als we de brug aflopen, we lopen via de IJsselkade richting centrum. Daar is het gezellig druk, vooral op de terrasjes. Maar ja, het is vrijdagmiddag. Een terras zit zo vol met scholieren, ze hebben de hele straat gebarricideerd met fietsen.

De Walburgis-kerk blijkt gesloten te zijn, men is er bezig met een verbouwing. Jammergenoeg kan ik er geen stempel halen. Ook het Gemeentehuis is al dicht, nou dan maar bij het VVV.

De juffrouw van de VVV is erg vriendelijk en geeft ons nog moederlijke raad, dat we goed moeten drinken. Er zijn terrasjes genoeg in Zutphen. De eerste raad nemen we aan: ik koop bij een friettent wat flesjes drinken. En we drinken die op op een bankje onder een zonnenscherm voor de VVV.

Nadat we nog ergens heerlijk ijsje hebben gegeten, gaan we naar het station en pakken de trein naar Dieren.

Ook in Dieren is een grote verbouwing bezig vlak bij het Station, met gevolg dat we nog kilometers verkeerd lopen om nog ergens boodschappen te doen. Daarna moeten we nog met de veerpont naar de overkant, nog een kilometer of twee naar de camping.

En zo liepen we vandaag nog meer dan 30 kilometer, we waren echt blij dat we bij onze VW-Slaapkoets waren.

Morgen minder kilometers, ik geloof zo’n 17 of 18 kilometer. Na zo’n dag als vandaag meer dan genoeg.

We komen er aan Deventer! Weer de laatste dag voorlopig…

Een pylger en een wandelaar op het Hanzestedenpad

Woensdagavond zijn we nog naar een kleine camping in Olburgen gereden, niet ver van Doesburg. Camping ‘t Hofke, heel kleinschalig, er staat een yurt die je kunt huren en ze organiseren ook meditatiebijeenkomsten! Dat hadden we op internet gezien, dus dat sprak ons wel aan.

Vannacht in vergelijking met de vorige keer heerlijk geslapen, geen last gehad van de kou zoals in Persingen.

We hebben nu ook wat meer spullen bij ons, wat extra kleding en meer eten. In eerste instantie reserveren we voor twee nachten.

Het is niet druk op de camping, er staan twee tentjes: een van een motorrijder, een van een Schot. Met beiden maken we een praatje. De eigenaars van de camping, Tonny en Janny zijn aardige mensen.

Vanmorgen stonden we op tijd op, toen we gingen ontbijten schoof de Schot aan. Hij vertelde van alles over de Kelten, druïden. Dat er zo weinig op papier staat over de Kelten.

Hij kon er aardig over vertellen, jammergenoeg hadden we niet zo veel tijd, want we wilden vertrekken naar Dieren, om daar met Openbaar Vervoer naar Velp te gaan.

Een prachtige ochtend was het vanmorgen, het was nog een beetje fris, maar we konden de korte broek al aan. Over het dijkje langs een oude rivierarm van de IJssel, Het Zwarte Schaar, liepen we richting veerpontje naar Dieren.

Daar stond “de beschermvrouwe” ons al op te wachten en konden we zo het pontje op. Dieren blijkt ook een mooi stadje te zijn, maar we lopen snel door om de bus niet te missen.

Vlak voor Velp, bij Rozendaal stappen we uit.

We lopen eigenlijk direct het bos in, heerlijk. En mooi met al die frisgroene blaadjes onder die gigantische beukenbomen. Echt prachtig met het zonlicht wat door die jonge blaadjes schijnt. We worden weer verwend!

Zo lopen we de Posbank op, een prachtig gebied met heuveltjes, heidevelden, mooie bomen. Weer is het ontbreken van markering een probleem. Een paar keer lopen we verkeerd.

Op het eind komen we een monument tegen, een gigantische stenen bank. Op die bank hangt een plaquette waarop staat dat de Posbank genoemd is naar de heer Pos, ooit directeur van de ANWB. Nou, dan weten we dat ook weer, echt dit is nieuws voor mij!

Als we de Posbank uitlopen en in De Steeg bij een bakker koffie drinken hebben we het er nog eens over: we gaan vanaf Doesburg het Hanzestedenpad lopen. Dit loopt van Doesburg naar Kampen, zelfs Hasselt en is helemaal gemarkeerd. De route is iets anders dan de Jacobsweg, maar de grotere plaatsen zijn hetzelfde.

Voordeel van lopen met boekje én markering is dat je wat relaxter kan doorlopen. En dat is precies de bedoeling. Je pakt het boekje als je geen markering meer ziet.

Bij de bakker krijgen we ook de laatste stempel….eh..sticker in het Pelgrimspaspoort van Santiago aan het Wad. Het eerste paspoort is vol!

De eerste stempel én de laatste zijn geen stempels, maar stickers van de bakker… niet van de koster van de kerk, niet van de juffrouw van de VVV, niet van de eigenaar van het café. Nee, van de bakker!

We lopen door en komen via een landgoed, Kasteel Middachten, in Ellecom, een heel leuk plaatsje met een lief kerkje, de Sint Nicolaaskerk en een geweldig winkeltje/VVV/café/bakker/terras/drogist/postkantoor.

Ook hier vraag ik een stempel, net zoals vier jaar geleden, een poststempel met Ellecom en de datum.

We rusten even op het kerkhof en genieten van de bloeiende fruitboom en het uitzicht over de weiden.

De weg naar Doesburg is niet veel bijzonders, we lopen over een parallelweg naast een snelweg. Gelukkig is het uitzicht wel geweldig, over de uitwaarden van de IJssel. Een prachtig landschap, veel groen, veel knotwilgen, dijkjes, oude rivierarmen.

Precies waarom wij langs de IJssel naar het noorden willen lopen. In Doesburg rusten we even uit in de stiltekapel, waar het niet stil is, omdat de organist vol op het orgel gaat.

Bij de boekhandel scoor ik nog een stempel en kopen we het boekje van het Hanzestedenpad. Bij de Albert Heijn halen we nog wat boodschapjes en we beginnen direct aan de eerste tien kilometer van het Hanzestedenpad, naar Camping ‘t Hofje in Olburgen.

Er staat bijna geen wind, het is 27 graden. Moe en voldaan en een beetje verbrand komen we aan.

Weer een heerlijke wandeldag. Morgen richting Zutphen.

Saai stuk

Bij Josje en John namen we nog wat dekentjes mee, omdat we zo stom waren geweest om ons dekbed te vergeten. Toch hadden we we het allebei nog koud gehad vannacht. Het was een heldere nacht en die nachten zijn meestal koud.

Alle ramen waren vanmorgen beslagen, omdat we het raampje toch maar dicht hadden gedaan. Dus klam en koud was het vanmorgen daar bij het kerkje van Persingen in de Ooijpolder.

Na een koffietje en een yoghurtje vertrokken we en reden in de ochtendspits naar Velp, het einddoel voor vandaag.

Ondanks het mooie weer, de prachtige bloesem overal is het een saai stuk van Nijmegen naar Arnhem.

Er zitten leuke stukken tussen, maar je loopt heel veel in bebouwing, in Lent, dan ga je onder snelwegen en de Betuwelijn door, waar waarempel ook nog een goederentrein overheen reed.

Ook Elst was wat langdradig, veel industrie, veel nieuwbouw. Gelukkig wel lekkere koffie bij Hotel “Het Wapen van Elst”. Daar rustten we even uit, het terras zat vol met bejaarde welrenners.

Elst heeft een mooie kerk, de Grote Kerk. Deze schijnt gebouwd te zijn bovenop een Romeinse Tempel. Nu een Protestantse Kerk, ik denk dat het vroeger een Katholieke Kerk geweest is, als je kijkt naar de ouderdom.

Bij de Katholieke kerk, de Werenfridus-kerk haalde ik bij het zorgcentrum erachter een stempel. Ik kreeg er twee omdat het nu Parochie Maria Magdalena heet.

Het duurde weer even voor we Elst uit waren, weer door nieuwbouwwijken en langs een grote weg. Gelukkig konden we na een riviertje, de Linge een beetje rustiger lopen, want we gingen een soort natuurgebied in met een paar grote meren. Maar ook hier was men bezig met landverzet, buldozers enzovoort.

Het laatste stukje net voor Elden was mooi, ook de hoge dijk langs de snelweg Nijmegen-Arnhem was de moeite waard, er stond een mooi kunstwerk.

In Elden pauzeerden we op een terras, we aten lekkere broodjes en een boerentostie. Jammergenoeg lukte het mijn zusje, die in Elden woont niet om vrij te krijgen. Daar hadden we eigenlijk mee afgesproken…

De route raakten we weer kwijt en via de andere brug liepen we Arnhem in.

In de binnenstad zochten we de Sint-Eusebius-kerk op, die stond nog steeds in de steigers. (vier jaar geleden ook al). Weer een stempel gescoord, we zijn de kerk niet ingegaan, ook hier moest er betaald worden. En dat doe ik in principe niet.

Het was een heel stuk lopen door de stad richting Velp. Bij station Velperbroek is Ans verder met de trein gegaan richting Velp. Ik ben doorgelopen en kwam ongeveer kwartier na Ans aan bij het station. Ans moest namelijk een half uur wachten.

De route ging wel, vooral het laatste stuk voor Velp, mooie grote huizen, veel groen en ook Bronbeek, waar gepensioneerde militairen wonen, een prachtig gebouw.

Nu even een rustdag, donderdag gaan we weer verder, waarschijnlijk een leukere etappe, door de Posbank naar Doesburg.

Door het Land van Maas en Waal naar Nijmegen

We stonden al vroeg op vanmorgen om alles nog klaar te maken voor we vertrokken naar het stadje Grave.

Daar waren we de vorige keer aangekomen. Ja en moet ook gewerkt worden, dus gaan we vandaag weer verder. Het plan is om vandaag naar Lent te wandelen aan de overkant van de Waalbrug bij Nijmegen. Voor tien uur waren we al bij Stationt Lent, waar we direct de trein naar Nijmegen-Dukenburg konden pakken. Even wachten en tien minuten later waren we met de bus in Grave.

Het is mooi lenteweer, de weersverwachting was,dat het vandaag bewolkt zou zijn, maar dit is gelukkig niet het geval. Een stralend blauwe lucht, hier en daar wat wolkjes. En dan dat licht op dat lentegroen, die bloesem, die eerste bloemetjes, die frisgroene knopjes in de bomen: overweldigend!

De mooiste tijd van het jaar om te gaan wandelen! En dat doen we dus ook!

We gaan eerst over de brug over de Maas naar Nederasselt. Direct al zien we mooie boerderijtjes met prachtige fruitbomen in de bongerd, in volle bloei. We lopen door, de weg loopt slingerend door het landschap.

Bij het gehucht Boskant stopten we bij een Kapel. Zo te zien gloednieuw, maar wel met glas-in-lood-ramen en met een heel aparte vorm. Binnen zien we dat het ook hoort bij de “Walk of Wisdom-Pelgrimsroute”, die je in de omgeving van Nijmegen kunt lopen. Ik geloof dat de route zo’n 150 km lang is en helemaal om Nijmegen heen loopt. Ook iets om nog eens te doen…

We vervolgen onze weg en lopen door verschillende kleine gehuchtjes, o.a. Alverna. We slaan ergens linksaf het bos in en merken dat het een beetje heuvelachtiger glooiender landschap wordt.

We passeren nog een mooi vennetje in het bos en net voor we de A73 oversteken zijn we aangekomen bij een boerderij, waar we bij een automaat een lekkere boerenkwark met vruchten kopen. Er staan een paar lekkere stoelen en we rusten er even uit.

We wandelen Nijmegen binnen, gelijk zien we al die pinksterbloemen aan een slootkant en even verderop heel kleine viooltjes.

Het lopen in de stad is wat saai, pas in de binnenstad wordt het leuker, het Kronenburgpark, de Stevenskerk, de Valkhof. We pauzeren even op een bankje in het Kronenburgpark en we lopen nog langs de Jacobskapel, die bijna onzichtbaar is doordat men bij de buren aan het verbouwen is.

In de Stevenskerk krijgen we een mooie stempel uit 1920 in het Wadden-Camino-paspoort. Na een lekkere bak koffie op een terras in de zon lopen we via de Valkhof naar de Waalbrug. Jammergenoeg is de Kapel daar gesloten.

Het uitzicht op de Waalbrug is weer fenomenaal, dat kon ik nog herinneren van vier jaar geleden. We lopen nog een stuk langs de Waal aan de overkant bij Lent.

Wat is Nederland toch mooi! Zo in de lente, die brede Waal, die grote brug, die blauwe lucht. Daar in de verte het silouet van die ouwe stad. Mooi!

Fietsers op de dijk, wind in je haar, vogels fluiten, je liefste bij je, wat wil je nog meer?

Na dit romantisch geflierefluit lopen we door een echte Nederlandse nieuwbouwwijk terug naar Station Lent. We kijken nog even binnen bij de kerk. Daar staan vier glazen vitrinekasten vol met engeltjes.

Onze dag kan niet meer stuk. Bij Hotel van der Valk scoor ik nog een stempel.

We gaan nog langs Josje en John en de kinderen, die zitten nog aan tafel als we komen en we schuiven gewoon aan. Gezellig!

En nu staan we ergens in de Ooypolder met onze VW-Bedkoets, nog te moe eigenlijk om dit stukje te typen. Maar een blog dat hoort er bij vind ik. Morgen weer een wandeldag, waarschijnlijk met de korte broek aan. Het wordt nog warmer!

Oant moarn!

Van de rust in Nistelrode tot kanongebulder in Grave…

Het slapen in ons autootje ging goed vannacht, de matrassen lagen lekker, maar ondanks dat we het raampje open hadden was het erg warm. De volgende keer wat minder dik dekbed mee dus…

We waren al vroeg wakker en omdat we nog op de bus naar Uden en Nistelrode moesten wachten, reden we nog even de Maasdijk op. Fantastisch uitzicht daar met de opkomende zon.

Een mooi begin van de dag!

Op tijd hadden we de auto geparkeerd in Grave, om half negen zaten we in de bus naar Uden. Toen we in Zeeland kwamen bleek dat de chauffeur zich vast had gereden, omdat er wegwerkzaamheden waren. We maakten ons al druk dat we de bus naar Nistelrode zouden missen, maar gelukkig kwamen we nog op tijd aan in Uden.

Daar hoefden we maar kort te wachten, binnen 10 minuten waren we op dezelfde plek als waar we gisteren ook de bus pakten. Jammergenoeg was dat nog een stuk van de plek waar we eigenlijk wilden beginnen. Nog een wandeling door Nistelrode van een kilometer of twee kregen we er vandaag cadeau bij….

Maar het was een prachtige lentedag vandaag, er stond wat minder wind als gisteren en het was een mooie route. Toen we onder de A50 waren gelopen kwamen we in het dorpje Menzel. Je ziet er nog veel van die oude boerderijtjes, half rieten dak, half pannen. Heel authentiek. En de weggetjes slingeren zich door het landschap. Veel boomwallen, kleine percelen. Heel anders dan waar we gisteren liepen, daar zag je veel nieuwe boerderijen en grote percelen. Ruilverkaveling?

We lopen nog door het dorpje Slabroek, waarna we natuurgebied de Maashorst inlopen. Een prachtig gebied met afwisselende bossen, met zowel naald-als loofbomen.

Ook vandaag gebruiken we weer het boekje van Genootschap; Jacobswegen in Nederland deel 2 en we lopen de Jacobsweg Nieumeghen omgekeerd, d.w.z. we kunnen alleen de kaart gebruiken, niet de omschrijving. En markering is nergens te zien! Ook niet aan de andere kant van de paal of boom. Raar!

Als we twijfelen, dan wordt Google-Miep geraadpleegd, maar meestal heb je daar in het bos niks aan, want Miep stuurt je dan naar straten, die dan weer niet op de kaart staan…

Maar op de kaart zagen we dat we de goede richting inliepen, richting Zeeland. Onderweg kwamen we nog wisents tegen, een soort buffels.

We zijn blij als we aankomen in Zeeland. Ik probeer nog een stempel te scoren bij het Jacobushuis naast de kerk, maar de man die er net aan komt gelopen is niet erg behulpzaam en zegt dat hij er niet bij kan. Ik haal maar een stempel bij Bibliotheek aan de overkant. Gelukkig is de mevrouw van de bieb wat vriendelijker en echt belangstellend.

We drinken in het café ernaast een kop Latte en rusten wat uit. Bij de bakker halen we daarna nog wat mueslibollen, waarna we weer verder gaan. Ook Zeeland is een mooi dorp met veel authentieke boerderijtjes, molens. Echt de moeite waard om eens te kijken daar!

We vervolgen onze weg en komen via een lange rechte weg met knotwilgen op een slingerend zandpad. Onderweg weer van die prachtige boerderijen. We lopen verkeerd en passseren een slingerende beek, een prachtig landschap. Ook merken we dat er wat meer hoogteverschillen zijn. Misschien Maasduinen? De Maas ligt hier hemelbreed een kilometer of zes of zeven vanaf.

Ook het wandelen hier is weer een verrassing, zoals zo vaak met die wandelingen in eigen land. Je komt op plekken waar je anders nooit zou komen. En we worden bijna dagelijks verrast.

Via Escharen lopen we richting Grave. Behalve het oude gemeentehuis en de kerk is dit niet veel bijzonders, we lopen nog kilometers door een nieuwbouwwijk. Ik had liever door de natuur gelopen.

Maar de finish vandaag is bijzonder in Grave. Er is een soort historisch festival, alleen in een rare combinatie. Ik zie een soort Geuzen uit de 16e of 17e eeuw, met allelei tentjes, vuren, echt heel mooi. Maar in de verte zie ik een soort geallieerd legerkamp uit WO2.

Ik schenk mijn aandacht aan de Geuzen en doe net of ik die Amerikanen, Canadezen en Engelsen niet zie, dat was een andere tijd. Ik wil nu even in 1637 zijn. Kijk maar eens:

We wandelen nog door het prachtige plaatsje Grave, waar ook een soort historische markt is. Allemaal mensen in oude kostuums, marktkraampjes, heel gezellig.

In de kerk probeer ik nog een stempel te scoren, maar ook hier tref ik een nogal onvriendelijk persoon, hij zegt: “Nee!” en wil duidelijk geen moeite doen om me een stempel te bezorgen.

Ik ga naar het VVV, daar doen ze gelukkig niet zo moeilijk. Maar ik vind het vervelend als pelgrim dat ze juist in sommige kerken zo “klantonvriendelijk” doen en totaal geen moeite willen doen om je te helpen. Zo’n stempel van een kerk, een parochie heeft een pylger zoals mij nou eenmaal liever dan eentje van de kroeg of de bakker….dat is toch niet zo raar?