Naar Glux-en-Glenne herinneringen ophalen

Ondanks de lekkere bedjes in de separees sliepen we vannacht niet erg goed. De Gemeente had zeker een werkloze timmerman aan het werk gezet en die die bedjes laten timmeren. Het zag er mooi en degelijk uit, maar ze kraakten verschrikkelijk.

De Vlamingen lagen aan de andere kant, maar elke keer als Wim of Marleen zich omdraaide kraakte het hout. Ook bij ons kraakte het dat het verrekte..

Onze Belgische vrienden hebben ‘s nachts de matrassen eraf getild en zijn op de grond gaan liggen vertelden ze vanmorgen.

Zij liepen vandaag een stuk verder als ons, naar Larochemillay, zo’n 35 km. We kletsten nog wat aan de ontbijttafel. Vooral Marleen is een echte kletstante, dat hadden we gisteren al gemerkt. Ze laat de gamaschen zien die ze normaal met fietsen gebruikt en die ze een beetje heeft veranderd.

Gisteravond en vannacht heeft het heel hard geregend, het kwam werkelijk met bakken uit de hemel. Blij dat we niet op de Camping stonden in Anost! We namen afscheid van Wim en Marleen en wensten hen nog een “Bon Chemin”. Ik maakte nog een foto van de twee Pelgrims.

Raar is dat, dat je mensen leert kennen onderweg en ze waarschijnlijk nooit meer ziet. Ik moest tijdens de Camino erg moeten wennen aan dat idee, dat contact vaak heel vluchtig is. Maar ik ben er wel achter gekomen dat echte Camino-vriendschappen blijven!

Om half negen vertrokken mijn lief en ik uit de oude school. We liepen door het dorpje Athez, nog over de weg, maar vijf minuten later waren we al weer in het bos omhoog aan het klimmen in zo’n holle, stenig, rotsig pad. En het was uitkijken want de stenen waren glad en het was erg modderig door de regen.

Het pad ging flink steil omhoog, een lekkere kuitenbijter zo aan het begin van de dag. Het viel gelukkig mee met de plassen, dat was gisteren meer het probleem. Enorme plassen zodat je door het bos erom heen moet.

Het duurde weer een hele tijd voordat we weer uit het bos waren en weer in de bewoonde wereld kwamen. Wat opvalt is dat er heel veel Nederlanders in de Morvan wonen of er een vakantiewoning hebben. Sommige hebben er een Gite bij, die ze verhuren. Je ziet dat ook geregeld een Nederlandse auto voor die huizen staan..

Wij zijn altijd weer blij dat we uit de bossen zijn en weer om ons heen kunnen kijken. In het bos zie echt door de bomen het bos niet meer en het is er vaak wat klam en koud, terwijl het in een open landschap lekker zonnig en warm is.

Toen we bij een drukke weg kwamen, bleek dat we die moesten oversteken, via een klein paadje kwamen we bij een soort Energiecentrale, die stroom opwekte van het water wat naar beneden kwam. We liepen verder en het bleek dat we in de Gorges de la Canche waren beland, een diepe kloof waar verschillende watervallen zijn.

Het paadje waar je meer moest klauteren als lopen liep langs het water, je hoorde het geraas van het water wat met groot geweld naar beneden stortte. Nu helemaal, omdat het vannacht zo had geregend. We kwamen op een punt waar je normaal over stenen naar de overkant kon lopen. Nou, vandaag niet, zo hoog stond het water. Omkeren was geen optie, want dan hadden we langs die drukke verkeersweg moeten lopen. Eerst probeerde ik overeen boomstam die over het water lag te klimmen, maar de stam was echt spiegelglad en ik kon mij evenwicht met moeite bewaren.

Dus de schoenen maar uitgedaan en met blote voeten en de schoenen en sokken in de hand naar de overkant.

Aan de overkant de voetjes afdrogen, schoentjes aan en weer verder klauteren over de spiegelgladde stenen en klimmen over bomen die omgevallen waren en over het pad lagen. Een echte hindernisbaan vandaag….

Verderop nog een keer hetzelfde ritueel, schoenen uit, door het water en weer verder. Een Fransman met sportschoentjes en twee stokken sprong zo van steen tot steen, maar ja, die had geen zware rugzak. En hij had wel natte voeten…. rare jongens die Fransozen!

Het was al met al nog een heel langdurig geklauter en geklim. Om twaalf uur waren we aangekomen bij een stuwmeer, waar we onze boterhammen aten en chocolademelk dronken. Het weer zat alleen niet mee, toen we gingen zitten scheen de zon, vijf minuten later regende het. Dus waren we voor we het wisten al weer aan de wandel.

Gelukkig nu weer een stuk over de weg, dan kun je kilometers maken, blik op oneindig, verstand op nul en door….

Tot we op het kruispunt kwamen van Saint-Prix en Saint-Léger-sur-Beuvray namen we nog een pauze. Het zonnetje bleef nu gelukkig schijnen.

Na de pauze liepen we weer het bos in, veel naaldbossen, dat herinnerden we ons nog van 14 jaar geleden, toen we met de kinderen een huisje hadden gehuurd in Glux-en-Glenne. Het was die zomer, dat er er een hittegolf was in Frankrijk. We zagen in de winkels kranten liggen met de toenmalige President Mitterand, die het Franse volk iets mededeelde. We wisten niet wat er gebeurd was, achteraf hoorden we dat er in Parijs en de grote steden bejaarde mensen waren gestorven door de hitte.

Wij hebben die vakantie bijna alleen aan een bosmeertje gelegen, de kinderen hebben heerlijk gespeeld en gedoken in de koele water.

Maar we lopen nu nog door het bos, al uren. Met behulp van Google-maps willen we een stuk afsnijden. Maar als we na een lange klim aan de andere kant van de berg komen blijkt dat we daar geen bereik hebben. We zijn verdwaald… Om toch maar de Gite “Aux Sources de ‘l Yonne” te vinden klimmen we maar weer naar boven. Daar wijst Google ons de weg, we komen langs wat huisjes bij een D-weg.

Midden op de weg staat bij een huis een wit hondje ons op te wachten. Hij kwispelt met zijn staart en springt tegen mij op. Zijn baasje staat in de tuin en roept ‘m: in het Nederlands. We raken aan de praat en hij vraagt naar onze wandeling. Dan loopt hij stukje mee om ons een mooie route naar de Gite te wijzen. Misschien komen we ook nog beestjes tegen, zegt hij. Hij geeft een hand en loopt terug naar zijn hondje, zijn Franse huis en zijn Mercedes.

De laatste loodjes wegen altijd het zwaarst zeggen ze. Maar als je eenmaal aangekomen bent, gedouched, koffie, gegeten, dan vergeet je die loodjes. Dan ben je moe en voldaan, een gelukzalig gevoel is dat!

Helemaal op zo’n gehuurde kamer, geen tent opzetten, niet koken op een gasbrandertje, geen kou. Heerlijk!

De familie Lagenweg heeft het goed voor elkaar, we huurden 14 jaar geleden in het dorp Glux-en-Glenne een appartementje, vandaag een kamer. Grappig, ze kende me nog van gezicht. Nu lekker relaxen, morgen via Bibracte op Mont-Beuvray naar Saint-Léger-sur-Beuvray. Dan weer kamperen.

En dan moeten we langzaam aan denken aan de reis terug naar Vézelay, want dat schijnt toch nogal ingewikkeld te zijn. Als we in Saint-Léger-sur-Beuvray zijn dan volgen we verder de GR-131 en lopen we naar Autun, waar een station is.

U hoort morgen meer, hoe en wat en waarom en vooral waar heen… oant moarn!

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s