Het jaar loopt af…. de Camino is gelopen…

image

Het is bijna eind van het jaar, nog een paar dagen dan is het weer Kerstmis. Ik bedenk me hoe ik er vorig jaar bij zat: ik was toen echt aan het aftellen tot begin maart. Het begon toen aardig te kriebelen. Nu is alles achter de rug, ik heb mijn Camino gelopen en ik ben “rijker” teruggekomen als toen ik ging. En die rijkdom gaat dan vooral om het immateriële. Ik voel me rijker, door de ervaring van het alleen lopen, ik voel me rijker door de vriendschappen die ik sloot, ik voel me rijker door de rust die ik vond in mezelf. Ik voel me rijker door het vertrouwen wat ik kreeg in mezelf en in anderen. Ik voel me rijker door het vertrouwen wat ik kreeg dat het echt elke dag wel weer goed komt. Nu ook nog.

Het is een geweldig jaar geweest, ik heb zulke leuke mensen ontmoet, ik ben op zoveel plekken liefdevol en warm ontvangen. Ik ben geholpen door vrijwilligers van “vrienden van Saint Jacques” die dit allemaal in hun vrije tijd deden. Die oude madam, die me naar het ziekenhuis bracht in haar Peugeotje. Ik stond onderweg doodsangsten uit…. Het lekkere avondeten bij de gastgezinnen, de excursie naar de wijnboer. Teveel om op te noemen. Ik kwam erachter hoe groot Frankrijk eigenlijk is: er kwam geen eind aan. En achteraf lijkt het wel of ik in 2015 drie Camino’s heb gelopen: die van Reims tot Cluis, waar ik geblesseerd naar huis moest gaan, de Camino vanaf Limoges met Andrea en Christian. En de Spaanse Camino, die zo anders was dan het Franse gedeelte. Veel drukker, hectischer, maar ook verschrikkelijk mooi.

De rare dagen met “baas” P.E., die ik blijkbaar moest tegenkomen, om weer bij mezelf uit te komen: ik ben mijn eigen baas! De ontmoetingen onderweg met Andy, met Emil, met Joe, de andere Ier. De dagen dat ik samenliep met Dorothee uit Duitsland, nadat ik haar tegenkwam in dat kleine kerkje van San Nicolas. Het slapen in dat kerkje, de voetwassing door de Italiaanse vrijwilligers. Het heeft zo’n indruk op me gemaakt, het heeft me vooral ontroerd. Net zoals een paar dagen later bij de zingende zusters in Carrion de los Condes. Liefdevol opgevangen te worden, de pelgrimszegen krijgen: als je me vantevoren had gezegd dat het me zo had ontroerd, dan had ik het niet gelooft.

Want dat gebeurde onderweg: het gevoel dat je hart open ging staan, het voelde kwetsbaar, maar ook heel sterk. En hoe het komt weet ik nog steeds niet, door de grote lichamelijke inspanning elke dag? Of doordat je met zovelen, daar door het Spaanse land aan het lopen bent?
Achteraf denk ik, je vertelt je levensverhaal aan wildvreemden onderweg, maar jij krijgt ook hun levensverhaal te horen. Iedereen op de Camino heeft zijn eigen verhaal, zijn eigen motieven om deze Weg te lopen. Ik ben maar weinig mensen tegengekomen, die het puur uit sportieve overwegingen deden. En met die mensen had ik niets, daar voelde ik niets bij.

Het merendeel had wel een verhaal, een speciale reden om de Camino te lopen of te fietsen. Niet alleen de Weg naar Buiten lopen, maar ook de Weg naar Binnen. Dit is denk ik wat mij het meest geraakt heeft, de openheid van mede-pelgrims. Onderweg heb ik heel wat mooie gesprekken gevoerd.
Zo stil en in mezelf als ik in Frankrijk liep, zo luisterend en pratend liep ik over de Spaanse meseta’s. Niet alleen maar hoor, op zijn tijd ook weer alleen, of op afstand van anderen. Die ruimte moet je wel pakken voor jezelf en dat deed ik.
Dat het afgeven van der stenen op Ferro del Cruz me zoveel zou doen, had ik niet verwacht, ik liep wel verder met letterlijk en figuurlijk veel minder gewicht: vooral die A-steen met die scherpe randjes was zwaarder dan ik dacht. Lichtvoetig en met een opgeruimd gevoel liep ik verder.

De aankomst in Santiago de Compostela viel me erg tegen, ik vond het maar een toeristisch gedoe daar, net Valkenburg. Was dan ook blij om verder te lopen, nadat ik in de Cathedraal was geweest en mijn Compostela had opgehaald. Wel een heel leuk gesprek gehad in de Huiskamer de Lage Landen. De man kwam ik in oktober nog tegen in Groningen, we waren elkaar nog niet vergeten.

Dat was een heel mooi stuk om nog te lopen, van Santiago de Compostela tot de Atlantische Oceaan, tot Fisterra. Daar schoot ik helemaal vol toen ik die blauwe zee in de verte zag: ik heb het gehaald! Ik heb van Zee naar Zee gelopen! Van Sint Jacobiparochie, Zwarte Haan bij de Waddenzee tot Fisterra, het Eind van de Wereld aan de Atlantische Oceaan.

In Fisterra nog lekker bijgekomen in een super-relaxte Albergue, een weekje bleef ik daar. Ook daar leerde ik nog pelgrims kennen, ook Dorothee kwam nog daar. Een prachtige afsluiting van een Camino, die ik echt nooit meer zal vergeten, de Camino zit in mij.

De dagen daarna in Santiago de Compostela waren ook onvergeetlijk, samen met Ans en de kinderen, alle drie waren ze daar: Frank, Jan en Iza. Een mooie afsluiter, maar ik was ook blij dat ik weer naar huis kon gaan. Thuiskomen was nog nooit geweest als dit jaar. Ook al onvergetelijk….

De laatste regels in mijn Santiago-blog….misschien als er iets is wat gaat over de Camino, dat ik er nog wat over schrijf, maar voorlopig is dit het laatste blog-bericht. Ik wens jullie allemaal het allerbeste: heel fijne kerstdagen, alvast een heel gelukkig nieuwjaar.

Buen Camino! Ultrea!

Andries

Advertisements

Jakobsweg in Kaldenkirchen

image

13 december 2015
Zelfs als ik boodschappen ga doen net over de grens in Kaldenkirchen kom ik nog die oude Jakob tegen.
Ik geloof dat iemand een lezing geeft in een sporthal in Nettetal, misschien wel interessant om naar toe te gaan.
Op mijn vorig bericht reageerde Ronan nog uit Bretagne, die kwam ik tegen in de Albergue “Sol y Luna” in Fisterra. Hij was helemaal onder de indruk van de Keltische cultuur daar in Galicië. Niet gek vanzelf als je uit Bretagne komt.
Daar stamt zelfs de taal nog af van de Kelten.

De twee dappere dodo’s

dappere schaduwen

11 december 2015

Gisteren had ik afgesproken met Andrea, waar ik vanaf Limoges tot de Pyreneeën mee heb gelopen. (of gestapt zoals ze in Vlaanderen zeggen).

Andrea woont in de buurt van Antwerpen, om precies te zijn in Berlaar, vlak bij Lier. Al vroeg opgestaan om er naar toe te rijden. Om elf uur stonden we bij haar voor de deur. Gek om mede-pelgrims te ontmoeten buiten de Camino. Je kent elkaar alleen maar met wandelkleding, je weet niet hoe men er thuis uitziet.

Andrea had de tafel al gedekt, mooi servies, wijnglazen: we voelden ons welkom. De glazen kon ze weer opruimen, want na Cruz-de-Ferro heb ik geen alcohol meer gedronken: ik liet mijn A-steen daar liggen. Tijdens de Camino merkte ik dat ik langzamerhand weer bij “de drinkers” begon te horen én dat voelde niet goed. Onderweg was ik Andy uit Ierland tegen gekomen, die van de drank afgekomen was met hulp van de AA. Ik had veel gesprekken met ‘m en besloot daarom bij de Cruz-de-Ferro daar mijn steen met scherpe kantjes achter te laten. Een goed besluit, denk ik achteraf. Ik heb het voor me gehouden, ik vond het niet nodig om het aan de grote klok te hangen.

Nu ben ik zo ver, dat ik vind dat iedereen het mag weten, ik voel me er veel beter door en ik ben blij de knoop doorgehakt te hebben.

Maar dat terzijde: we waren bij de Dappere Andrea die ik voor het ererst ontmoette in de Refuge van de Franciscaner zusters In Limoges. We hadden gelijk een klik en besloten samen op te lopen. Allebei waren we geblesseerd geweest. Andrea aan haar teen, ik aan mijn middenvoetsbeentje. Twee halven werden een hele…… De eerste dagen liepen we heel rustig aan. De eerste dag pakten we zelfs een taxi om bij de volgende Refuge te komen. Daar kwamen we Bram ook weer tegen, die ook bij de Franciscanen had geslapen.

We halen veel herinneringen op, Andrea heeft de foto’s voor me op de laptop staan en samen bekijken we de prachtige beelden. Andrea en ik hadden dezelfde hobby: bloemen fotograferen en naar vogels kijken. We hebben onderweg genoten, want de natuur was in mei/juni overweldigend.  Later kwamen we Christian ook nog tegen, die zich aansloot bij ons. Ook daar waren nog foto’s van.

drie dapperen.jpg

Christian en ik bleven achter in een stadje vlak voor we de Pyreneeën ingingen, Andrea liep verder met een Frans echtpaar. Christian was op dat moment geblesseerd en ik moest nieuwe hakken op mijn schoenen.

Onderweg heb ik nog steeds contact gehouden met Andrea via sms. Toen ik de dag na Saint-Jean-Pied-de-Port haar sms’te dat een stemmetje me had ingefluisterd om toch de Camino Frances te lopen, reageerde ze zo: “Bon Camino dan maar maatje. Je bent echt wel een beetje raar. Groetjes”

Ik liep de Camino Frances, Andrea en ook Christian liepen via de kust, de Camino del Norte. Ook hier had Andrea veel foto’s van. Geweldig, een prachtige route moet dat zijn. De foto’s, de verhalen.

Christian kwam ik in Santiago de Compostela nog tegen, toen Ans en de kinderen daar waren. Met Andrea had ik in Fisterra nog sms contact, zij was toen in Muxia. Het lukte me helaas niet om daar nog met de bus te komen.

Al die momenten, al die herinneringen raak je volgens Andrea  nooit meer kwijt; de Camino gaat in je zitten, die herinneringen blijven. Zij had zelf nog “gestapt” in haar dromen en kwam zo bij herinneringen, die ze had “vergeten”. Zelfs in je dromen nog wandelen naar Santiago, dat is toch wel heel bijzonder. Maar niet raar, het komt me heel bekend voor.

panorama frankrijk

 

 

 

 

 

Druilerig vies weer

imageP1070648

 

Buiten is het grijs en grauw, het regent geloof ik al drie dagen.Weer om thuis bij de kachel te zitten, mijmerend en dromend over zonnige oorden of wandeltochten met het zweet op de rug.  Nog elke dag ben ik bezig met de Camino, met Jacobus, met Santiago de Compostela, met Fisterra, met pelgrims. Ondertussen is bijna een half jaar geleden dat ik aankwam in Santiago de Compostela. En nog elke dag komt de Camino wel een keer voorbij….

Vorige week was er op Facebook iemand, Renee uit Eindhoven, die blijkbaar last heeft van dezelfde dwanggedachten. Zij kwam met het idee om met meer “lotgenoten” en toekomstige pelgrims eens een flinke wandeling te maken met de rugzak op. Een 2 daagse mini camino in vol ornaat, dus met volle bepakking en mét overnachting.  Omdat er al gauw op haar oproep werd gereageerd heeft ze Pelgrimshoeve Kafarnaum een weekend geregeld. In januari lukte het niet meer. Op 27 en 28 februari gaat het gebeuren. Ik verheug me er nu al op.

Er was plaats voor 16 (toekomstige) pelgrims en binnen een dag hadden er al 16 personen zich opgegeven. Grappig, want het zijn mensen die elkaar niet kennen. Dat vind ik ook precies het “Camino-gevoel”. Daar is het ook elke dag weer een verrassing wie je ‘s avonds en tijdens je wandeltocht tegenkomt.

En zo vliegt de tijd voorbij: net had ik nog contact met Andy uit Ierland, hij gaat volgend jaar weer een stuk van de Camino lopen, ik kwam hem on-the-road geregeld tegen en we hebben nog steeds contact. Gisteren stuurde ik hem een berichtje omdat het onze naamdag was. Andy-Andrew-Andreas-Andries. En ik denk aan alle Andrea’s die ik tegenkwam of kom. Andrea uit Joure, Andrea uit België, Pater André uit Frankrijk, Andrea uit Italië. Ik ben ze nog niet vergeten…

Volgende week zie ik Andrea de Dappere weer, de Belgische waarmee ik vanaf Limoges heb gelopen tot de Pyreneeën. Ze liep de Camino del Norte en kwam aan in Muxia toen ik nog in Fisterra was. Zin in, herinneringen ophalen.

Zo komen we de duistere, druilerige dagen wel door,  de gedachten gewoon ergens anders.