Driemaal die ouwe Jacob (83)

image

Dag 83, zondag 28-06-2015
Vannacht slecht geslapen, de drie honden van Tomas, die op drie verschillende plekken aan de ketting liggen waren onrustig tot zo’n half vier. Elke keer als wat hoorden dan sloeg er een aan, de rest volgde dan. Ook Michel had daardoor slecht geslapen.
Kwart voor zes werd ik wakker, Michel stond ook op, hij had zo’n lichtje bij zich dat je op moet winden. Hij vertelde dat ze in Albergues daar niet blij mee zijn ‘s morgens. Ik had mijn hoofdlampje en op de tafel de kaars die Tomas gisteren nog meegaf.
Om zes uur waren we al aan de wandel, ik liep voorop en merkte dat Michel een veel langzamer tempo heeft. Onderweg moest ik twee keer achter een struik door de olijfolie, uien en sterke kruiden van gisteren. Dat liever als op dat primitieve huske bij Tomas, waar je na je boodschap witte poeder er overheen moest strooien en de toiletpapier in een emmer. (Tegen brandgevaar?!!)
In het tweede dorpje na Majorin ben ik even gestopt om koffie te drinken. Het meisje achter de bar was gisteren ook bij Tomas. Ze vertelde dat het eten gisteren was omdat het precies 22 jaar geleden is dat Tomas daar is gaan wonen. Ze vertelde dat ze er ook hospitalero was geweest, maar dat ze na drie jaar er genoeg van had omdat je je er niet kunt douchen.
In het cafe afscheid genomen van Michel, het is beter om apart te lopen als je zo van snelheid verschilt.
Ik liep door, het was vandaag een prachtige route omlaag naar Ponferrado, wel steil omlaag, maar op stenen, zand, grind, rotspad vind ik dat nog gemakkelijker dan op asfalt.
Een prachtig uitzicht van boven op Ponferrado. Ik kwam mensen uit Uruqau en uit Japan tegen. Steeds zat ik te bedenken onderweg hoe ik het vanavond met douchen en wassen zou doen, ik heb geen zeep en shampoo meer en de winkels zijn dicht. Op dat moment zie ik een stuk zeep liggen, spierwit, zo die zorg is weggenomen. Even later zie ik een voetbalfluitje liggen, hier heb ik tijdens Camino ook paar keer aan gedacht, dat zou handig zijn als je heel achteraf ergens zou vallen of zo. Nou, dan heb ik die nu.
Voor Ponferrado kom ik Rinze tegen, een Rotterdammer, die al lang in de buurt van Den Bosch woont. Hij vertelt al veel Camino te hebben gelopen, nu loopt het met zijn vrouw Carolien. Als we ergens koffie gaan drinken steekt Rinze een pijp aan: Amorpha-tabak. Zo’n herkenbare geur. Zijn vrouw komt er aangelopen en komt er ook bij zitten. Na watgezellig koffieleuteren loop ik weer verder.
Ik besluit niet in de stad te blijven, maar ergens na Ponferrado in een dorpje een Alberge te zoeken. In Camponaraya kom ik twee wandelaars tegen, die ik de laatste week al eerder gezien heb. Ik vertel aan de blonde met een doek over zijn hoofd dat ik slechte ervaringen hen met strontbezopen figuren naast mijn bed…..blijkt hij het zijn geweest, Joe uit Ierland. Hij verontschuldigt zich en vertelt dat iemand had gezegd dat ik hem wel zou willen vermoorden. Ik lach erom en zeg dat ik ‘s morgens wel baalde van dat gedoe. Hij kan zich alles herinneren en vertelt dat hij echt dacht dat ik in zijn bed lag. Toeval?
We lopen samen door en in loop mee naar Cacabelos, waar een Albergue bij de kerk is. Ik slaap met Joe in een tweepersoons kamertje, hier kan hij zich in ieder geval niet vergissen. Ik douche me met mijn nieuwe zeep, doe het wasje met die zelfde zeep en zie dat ook Michel een uurtje later aan is gekomen.

Weer drie keer vandaag van die typische Jacobus-streken. De zeep, het fluitje en weerzien met mijn dronken belager. Dat wordt nog wat, nog zo’n 191 km naar Santiago de Compostella en zo’n 90 naar Finistere, het eind van de wereld..

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s