In Galicië (85)

image

Dag 82, dinsdag 30-06-2015
Heerlijk gegeten gisteren in de Eco-Vega-Albergue. Om half zeven kwam ook Han de Koreaanse de nog aangelopen. Ze wilde nog naar een dorp verder, ik zei haar dat het een erg leuke herberg was en ze bleef. Ze sliep boven me, de tweede keer: eerste keer was in de Italiaanse Albergue, een week geleden of zo. Ik vroeg of ze het niet warm had, ze zei dat ze met kleren en al in de rivier was gaan zitten.
In de Albergue zitten verder een Deens echtpaar, een vegetarische Italiaanse, Han, Emiel en ik. Tijdens eten krijg ik al hekel aan die Denen. De vrouw zegt tegen de Italiaanse dat ze het gek vind dat ze vegetarisch is en ook nog rookt. De Italiaanse begint een heel verhaal over veganisten, vegatariers en over yoga. Wat het roken er mee te maken heeft weet ik niet…We hebben Joe ook nog uitgenodigd om bij ons te eten, en Emiel, Joe en ik kijken elkaar aan. Moeten de andere kant opkijken anders zouden we de slappe lach krijgen over die hele discussie..
‘s Middags waren we Joe kwijtgeraakt, die was met zijn blaren voeten in de rivier gaan zitten in het vorige dorpje. Later had bij zijn familie gebeld en was hij naar de andere Albergue gegaan, van de kerk. Daar zit ook de rest met Philippe, de Straatsburger enz. Joe’s familie, moeder van 87, zus en schoonbroer en dochter zitten in hotel in Santiago. Ze komen met de huurauto naar het dorpje waar we zijn. Bij de Eco-Albergue komen ze met Joe wat drinken.

Op tijd het bed ingegaan, morgen weer vroeg op stap. Geen wekker gezet, om 5:15 uur word ik wakker, ook Emiel is zijn spullen aan het inpakken. Zachtjes met het lampje erbij sluipen we de Albergue uit en hijzen de rugzak weer op de rug. Het is nog hartstikke donker, half zes. We lopen aan en het blijkt dat we flink moeten klimmen over een rotsig pad met stenen. Het koplampje aan en we zien waar we lopen. Het gaat zo’n twee kilometer alleen omhoog tot we in een ander plaatsje zijn. Daar is alles nog dicht, we lopen door. Weer gaan we verder omhoog, rotsige paden, stenen. Ergens stoppen we, eten wat koekjes en drinken wat water. We lopen verder tot we bij een groot monument met een enorme Pylger die over het landschap uitkijkt.
Even later is er in een dorp een Albergue open waar we café-con-lache en een stuk brood eten. Er zitten veel pelgrims te ontbijten, blijkbaar hebben zij hier geslapen. Het is ondertussen half acht en we lopen weer door. We passeren de grens met Galicië.
Weer stijgen we flink, het lopen gaat over een schitterende landweg boven over de bergen zodat je een magnifiek uitzicht hebt over de hele omgeving, dorpjes, weilandjes, bossen: geweldig mooi. Helemaal zo ‘s morgens vroeg met de ochtendzon er op.
Op zijn tijd nemen we een pauze of drinken we wat, Emiel heeft last van zijn achillespees en plakt die met tape wat vast. Ergens vraagt een meisje of we vader en zoon zijn. Gisteren vroeg ook al iemand of we familie waren.
Hij is 20, net zo oud als Jan, zou inderdaad mijn zoon kunnen zijn.
Om half een komen we aan in het dorpje Triacastela. We wachten op een terras of Joe ook deze kant uitkomt. Emiel denkt er aan om nog verder te lopen, ik blijf hier: heb gezien dat anderhalve kilometer verderop een Eco-Albergue is. Daar ben ik het liefst: kleinschalig, de goede sfeer, de juiste mensen om me heen. Nog zo’n 130 km tot Santiago de Compostella. En dus 210 km naar Finistere. Nog 18 dagen en dan zie ik Ans weer. Ik geniet van alles van de de Camino, maar verheug me op 18 juli a.s. Lekker nog een paar daagjes met zijn tweeën.

Advertisements

Afzien in de hitte (84)

image

Dag 84, maandag 29-06-2015
Met Joe, de Ier, die trouwens archeoloog is naar Cacabelos gegaan en ergens paella besteld. We hebben plezier om het feit dat het toch raar is dat we elkaar zo weer tegenkomen. De Camino is een soort klein dorpje en er gaan allerlei verhalen rond. Ook het verhaal van de dronken belager en de Dutchman. Nu heeft het verhaal een mooi einde gekregen. Joe wil niet dat ik mijn eten betaal, hij trakteert, omdat ik overlast van hem heb gehad.

‘s Avonds is hetvnog lang onrustig in de Albergue. Het is twaalf uur geweest voor het helemaal stil is. De meesten hebben de deuren van de kamertjes openstaan, omdat het nog steeds heet is. Joe neemt vast afscheid, hij ontmoet morgen familie en wil graag voor 8 juli in  Santiago zijn.

Om 4:15 uur hoor ik de eersten opstaan, ze staan buiten hardop te praten, die sukkels. Joe staat ook vroeg op, 5:00 uur, want hij wil zo’n 40 km wandelen vandaag, hij is bang dat hij geen genoeg tijd heeft om Santiago nog te halen. Ik weet het niet, hij heeft veel blaren en moet flink afzien. Gisteren zei hij: “I almost cried…”, sommigen moeten echtpijn leiden om in Santiago de Compostella te geraken. En Joe vindr zichzelf nogal een pechvogel.
Ik ben  half zes ook klaarwakker en besluit dan ook maar op te staan. Ik sta op, ruim alles op, poets mijn tanden en samen met Joe drinken we café uit de automaat met den koekje erbij.
De mensen die zo belachelijk vroeg opstonden hebben pech, want de poort is afgesloten…ze moeten wachten tot zes uur, dan komt er iemand.
Om zes uur lopen Joe en ik de poort uit het donker in. Gauw genoeg komen we de wijnvelden in en stijgen we flink. Voor ins lopen nog twee Italianen, verder komen we geen mens meer tegen. Prachtige vergezichten, kleine dorpjes zien we beneden liggen. We lopen door en Joe vertelt dat behalve zijn zus, ook zijn moeder komt, die achter in de tachtig is. Zijn zus is verpleegster en die zal naar zijn blaren kijken. In het stadje Villafranca del Bierzo drinken we café-con-lache met een croissant erbij. Als we even zitten komt bijna de gehele Albergue van Cacabelos ook daar koffie drinken. Het groepje met Philippe, Emiel de Zweed op een schoen en een sandaal. De Straatsburger die ‘s morgens altijd niet drinkt.
Joe en ik lopen verder, Emiel loopt met ons mee. Onderweg komen we de Dreadlockman uit Québec tegen, die overal zijn tentje opzet. Hij is zijn Japanse vriendinnetje zeker kwijtgeraakt, hij loopt er wat verloren bij. De route gaat veel langs een rijksweg, gelukkig zit er we een stuk beton tussen. Soms lopen we door een dorpje. In Trabedelo drinken we nog een koffie en eet ik een gebakken ei met spek. De eigenaresse blijkt een Rotterdamse zijn, het hele seizoen is ze hier en in de winter gaat ze dan naar Rotterdam: “Dat ken je toch hore?”
De hele groep met Philippe en konsorten komt het terras voorbijgelopen. Even later vertrekken we weer en halen we ze weer in. Het is ondertussen bloedheet geworden, ik zweet echt als een otter. Veel drinken dus, in elk dorpje de drinkflesjes verversen, omdat het water anders pislauw is..
In het te dorpje Herrerias zijn we ineens Joe kwijt, nergens meer te bekennen. Emiel en ik lopen verder, er volgen nog een paar flinke klimmetjes, in over de weg, een over een rotsachtig pad. Steil omhoog. Daarom kon je beneden een paard huren… Nat van het zweet komen we aan in de ecologische, vegetarische Albergue “El Refugio”, waar we ons inschrijven: € 5,- en het eten donativo. Lekker kleinschalig, maar acht tot tien bedden. Mmm, lekker bijkomen, maar ik ik ben wel benieuwd waar Joe uithangt.
Ver weg kan bij niet zijn, je komt elke dag dezelfde mensen tegen, dus waarschijnlijk ook Joe.

Driemaal die ouwe Jacob (83)

image

Dag 83, zondag 28-06-2015
Vannacht slecht geslapen, de drie honden van Tomas, die op drie verschillende plekken aan de ketting liggen waren onrustig tot zo’n half vier. Elke keer als wat hoorden dan sloeg er een aan, de rest volgde dan. Ook Michel had daardoor slecht geslapen.
Kwart voor zes werd ik wakker, Michel stond ook op, hij had zo’n lichtje bij zich dat je op moet winden. Hij vertelde dat ze in Albergues daar niet blij mee zijn ‘s morgens. Ik had mijn hoofdlampje en op de tafel de kaars die Tomas gisteren nog meegaf.
Om zes uur waren we al aan de wandel, ik liep voorop en merkte dat Michel een veel langzamer tempo heeft. Onderweg moest ik twee keer achter een struik door de olijfolie, uien en sterke kruiden van gisteren. Dat liever als op dat primitieve huske bij Tomas, waar je na je boodschap witte poeder er overheen moest strooien en de toiletpapier in een emmer. (Tegen brandgevaar?!!)
In het tweede dorpje na Majorin ben ik even gestopt om koffie te drinken. Het meisje achter de bar was gisteren ook bij Tomas. Ze vertelde dat het eten gisteren was omdat het precies 22 jaar geleden is dat Tomas daar is gaan wonen. Ze vertelde dat ze er ook hospitalero was geweest, maar dat ze na drie jaar er genoeg van had omdat je je er niet kunt douchen.
In het cafe afscheid genomen van Michel, het is beter om apart te lopen als je zo van snelheid verschilt.
Ik liep door, het was vandaag een prachtige route omlaag naar Ponferrado, wel steil omlaag, maar op stenen, zand, grind, rotspad vind ik dat nog gemakkelijker dan op asfalt.
Een prachtig uitzicht van boven op Ponferrado. Ik kwam mensen uit Uruqau en uit Japan tegen. Steeds zat ik te bedenken onderweg hoe ik het vanavond met douchen en wassen zou doen, ik heb geen zeep en shampoo meer en de winkels zijn dicht. Op dat moment zie ik een stuk zeep liggen, spierwit, zo die zorg is weggenomen. Even later zie ik een voetbalfluitje liggen, hier heb ik tijdens Camino ook paar keer aan gedacht, dat zou handig zijn als je heel achteraf ergens zou vallen of zo. Nou, dan heb ik die nu.
Voor Ponferrado kom ik Rinze tegen, een Rotterdammer, die al lang in de buurt van Den Bosch woont. Hij vertelt al veel Camino te hebben gelopen, nu loopt het met zijn vrouw Carolien. Als we ergens koffie gaan drinken steekt Rinze een pijp aan: Amorpha-tabak. Zo’n herkenbare geur. Zijn vrouw komt er aangelopen en komt er ook bij zitten. Na watgezellig koffieleuteren loop ik weer verder.
Ik besluit niet in de stad te blijven, maar ergens na Ponferrado in een dorpje een Alberge te zoeken. In Camponaraya kom ik twee wandelaars tegen, die ik de laatste week al eerder gezien heb. Ik vertel aan de blonde met een doek over zijn hoofd dat ik slechte ervaringen hen met strontbezopen figuren naast mijn bed…..blijkt hij het zijn geweest, Joe uit Ierland. Hij verontschuldigt zich en vertelt dat iemand had gezegd dat ik hem wel zou willen vermoorden. Ik lach erom en zeg dat ik ‘s morgens wel baalde van dat gedoe. Hij kan zich alles herinneren en vertelt dat hij echt dacht dat ik in zijn bed lag. Toeval?
We lopen samen door en in loop mee naar Cacabelos, waar een Albergue bij de kerk is. Ik slaap met Joe in een tweepersoons kamertje, hier kan hij zich in ieder geval niet vergissen. Ik douche me met mijn nieuwe zeep, doe het wasje met die zelfde zeep en zie dat ook Michel een uurtje later aan is gekomen.

Weer drie keer vandaag van die typische Jacobus-streken. De zeep, het fluitje en weerzien met mijn dronken belager. Dat wordt nog wat, nog zo’n 191 km naar Santiago de Compostella en zo’n 90 naar Finistere, het eind van de wereld..

Ieder huisje heeft zijn kruisje (82)

image

Dag 82, zaterdag 27-06-2015
Lekker gegeten gisteravond, gezellig, met de Duitser, de Zwitserse, nog een Nieuwzeelandse, twee Spaanse fietsers, Dorethea en ik. Heerlijke salade en pastaschotel uit oven. En een heerlijk toetje: yoghurt met vruchtensaus.
Niet echt afscheid genomen van Dorethea, het kan haast niet anders of we komen elkaar weer tegen. Adressen wel uitgewisseld, ze nodigde me uit ons eens te komen Freiburg en ik heb ze uitgenodigd om eens in Helden te komen.

Vannacht niet echt goed geslapen, om 5:45 hoorde ik de eersten inclusief Dorethea vertrekken. Me nog eens omgedraaid en nog geslapen tot 6:45 uur. Ontbijt was om 7:00 uur, lekker café-con-lache, brood, koekjes, jam.
Om half acht neem ik afscheid van de herbergier, die me een hug geeft, ook de Nieuwzeelandse, de Zwitserse en de twee Spaanse fietsers wens ik Buen Camino.
Het is gelukkig nog fris, ik stap flink door en kom onderweg de Japanse vrouw, en de drie Koreanen tegen, die om zes uur vertrokken. Gisteren heb ik nog tijd met hen op het terras tijd zitten kletsen. Een van die jongens kwamen we eergisteren ook al tegen, leuke vent!
Ik vraag of ze Han ook kennen, die ik de na Saint-Jean-Pied-de-Port nog tegen ven gekomen en FB-vriend ben van geworden. Ergens zie ik een bosje paarse bloemen liggen, die iemand heeft laten vallen. Ik bindt het aan mijn staf vast bij de veren.
Het gaat gestadig omhoog en ik loop paar dorpjes door, Santa Catalina de Somaza en El Ganzo. Als ik Rabanal del Camino inloop zjt daar een soort ridder met een grote vogel bij zich. Hij stempelt mijn Credential, ik die wat donativo in een potje en hij vraagt of ik op de foto wil met de vogel, op zo’n handschoen. Echt schitterend, de vogel liet zich aaien op zijn borst.
In den winkeltje kocht ik wat cola en een stuk koek en liep verder. Er kwam een man met een hoed en een vrolijke blouse aangelopen, hij begroette me,  “Buen Camino”. Ik liep verder en liep bijna tegen Dorethea aan. Het bleek dat die man Pater Tio of Pio was en dat ze een heel.lang gesprek met ‘m had gehad. Ik laat haar het bosje bloemen zien, het blijkt dat zij deze verloren is.  Toeval, dat ik dat danater weer opraap en aan mijn staf bind? Het wordt steeds gekker!
Ze vroeg of ik het kerkje nog ging bekijken en liep vast naar binnen. Ik dronk eerst mijn cola en liep daarna het kerkje in. Dorethea was aan het zingen, prachtig, in het Duits, later iets in Latijn. Weer een prachtig kerkje, heel eenvoudig, maar met prachtig licht. Weer schiet ik vol, het houdt niet op deze Camino. Kippevel, ontroering, het hart staat open!
We nemen afscheid en Dorethea loopt honderden meters voor me uit, ik stop paar keer ergens in de schaduw, omdat ik berg van Cruz de Ferro alleen wil beklimmen, in eenzaamheid, alleen met mijn eigen gedachten. Ik denk aan de stenen achter in mijn rugzak en waar die voor staan en wat een opluchting het zal zijn als ik die kwijt ben.
Dorethea is nergens meer te bekennen, ik klim en klim, loop stevig door, stukken gaan flink steil, het doet me denken aan vorig jaar, Noorwegen, aan de beklimming van Preikestolen en later nog zo’n berg. Alleen, alleen. Allinnich, allinnich, met mijn gedachten, mei myn gedachten. Heit, Mem, Marja, Eva, Danny, Pakes, Beppe, Omke Teake, Omke Jan, de tante Rinkjes, ze komen allemaal voorbij. De lieve doden. Raar dat dat altijd gebeurd, in eenzaamheid, bij lijden, afzien.
In de verte zie im het Cruz de Ferro liggen, het valt me beetje tegen: een houten paal met daarop een ijzeren kruis, op een grote hoop stenen. Maar als ik dichterbij kom, zie ik hoe indrukwekkend het is, op veel stenen is geschreven en er liggen biefjes, flessen, je kunt het niet zo gek bedenken, vlaggetjes, foto’s. Iemand vraagt of hij mij zal fotografen, een Nederlander. OK, ik klim de berg op en laat daar mijn zware last achter. Opgelucht loop ik naar beneden. In het gras bij een kappeletje ga ik even rusten, een banaan eten;  ik bedenk dat ik ook dit ritueel van Cruz de  Ferro zo mooi vind, ik schiet weer vol. In het reisboekje lees ik dat de traditie van de stenen meedragen en ergens afleggen veel ouder is dan het Christendom, voor de Romeinse tijd al en werd later door de Christelijke Pelgrims overgenomen.

Wat kilometers verderop is een zeer primitieve Albergue van Tomas, een pelgrim, die hier is blijven hangen en in de traditie van de Tempelridders Pelgrims opvangt. Er is geen water, geen toilet, ik krijg plaats in den hokje waar matrassen liggen. Geen stroom, moet me vanavond met het overgebleven water wassen. Er zijn wat mensen en Tomas nodigt me uit om mee te eten, gepofte aardappelen, spareribs, salade, brood, mmm. Nou daar zeg ik niet nee tegen. Van drie uur tot vijf heerlijk zitten smikkelen, de hond zit naast de tafel en smikkelt van de botjes die overblijven. Ze spreken allemaal Spaans, ik versta er niks van, maar geniet. Hier zit ik bovenop een berg, in een primitief hutje, met een uitzicht op de bergen, het zonnetje schijnt, het eten is heerlijk, wat is het toch fijn om een pylger te zijn.

Ik kan het verhaal afmaken, want er is toch geen wifi bij Tomas. Morgen kijk ik wel ergens bij een barretje of ik het kan uploaden. Ondertussen is er nog iemand gekomen, Michel uit Normandië, een.gepensioneerde vrachtwagenchauffeur. Een eigenwijze, want hij loopt al vanaf Le Puy en heeft een rare blessure, een soort exceem aan zijn voeten. De dokter heeft gezegt dat hij zeker drie dagen niet mag lopen. Maar hij loopt gewoon door. Leuke man, kan alleen Frans, maar met  handen-en-voeten kom je een heel end.
We hebben onz net kapot gelachen om die oude Tomas, die kwam bij ons eten. Had hij een plastic bak bij zich met zijn hart medicijnen, zat er ook zijn ondergebit in….En hoe hij met de drie grote honden omgaat. Hij schreeuwt tegen ze, wat is niet te verstaan, maar ze luisteren goed naar die ouwe.
Net de donativo betaald, want morgen om zes uur staan Michel en ik op. Vroeg vertrekken, want het wordt heet.
Ben benieuwd waar ik morgen uithang.

Afscheid doet pijn (81)

image

Dag 81, vrijdag 26-06-2015
Nou, dat heeft me goed gedaan, dat verblijf in Albergue Verde. Ik ben weer uitgerust, uitgeslapen, relaxed en ik heb weer nieuwe energie. Werd vanmorgen pas om 6:45 uur wakker. Dorethea had me vier keer geroepen en had me laten liggen. Nog snel ontbeten en daarna vertrokken samen met Dorethea, Caro en een Duitser.
Onderweg merkte ik al gauw dat die meer van “de klets” waren en ik vind de nieuwe omgeving, het landschap waar we nu in lopen zo mooi en indrukwekkend dat ik er het liefst in stilte door heen loop. Een beetje gasgeven en ik liep alleen voorop. Moest wel flink doorstappen om de vogeltjes boven het geklets uit te horen.
Ik ben meer van socialisering in de Albergues, met wandelen het liefst in stilte.
Ergens op een kaal stuk heeft een soort hippie-man een sapkraampje, waar je ook koffie, thee en fruit kunt krijgen, donativo. Relaxed sfeertje daar, compleet met hangmat, kleedjes op de grond en iemand die gitaar speelt. We hangen er even rond en gaan verder.
Prachtig, we lopen de heuvels weer in, lang genoeg gelopen over de platte mesata’s in lelijke landschappen met wegen, spoorwegen, viaducten enz.
In de heuvels in het gelijk prachtig, de kastanjebomen zijn in bloei, weer veel bloemen aan de kant. Het gaat even flink omhoog en op een gegeven moment kom je bij een kruis boven op een heuvel en zie je beneden Astorga liggen, een wat grotere plaats. Beneden zie je duidelijk de grote Cathedraal liggen en het Bisschopshuis gebouwd door Gaudí. De Duitser en Caro hebben we achter ons gelaten.
We moeten aardig omlaag, dat is minder, eenmaal aangenomen beneden duurt het een tijd voor je echt in het centrum bent. Daar is het gezellig druk, het blijkt dat Astorga een chocolade-stad is, overal zijn winkeltjes, waar chocolade wordt verkocht.
We lopen wat lekkers en eten het op een bankje, we spreken af dat we morgen apart gaan: de beklimming van Cruz de Ferro vind ik ook belangrijk om dit in eenzaamheid te doen. Daar iets achter te laten waar ik afstand van wil doen, is te persoonlijk, dat moet ik alleen doen. We lopen nog wat rond, bekijken de Cathedraal en maken foto’s van Gaudi’s Bisschopshuis en de Cathedraal.
Ik vertel Dorethea dat ik het moeilijk vind om alleen door te gaan, dat ik dat een thema vind van mijn leven, elke keer als ik me verbind met iemand is er  ook een moment van afscheid. Dat dat soms de reden is dat ik die verbintenis dan niet meer aanga….bindingsangst. 
Andrea was daar heel nuchter onder, die zei: “Dat hoort nu eenmaal bij de Camino!”,  dat zal wel, het zal ook wel bij het leven horen, maar ik mag er het er toch wel moeilijk mee hebben?
Iemand waar je oppervlakkig mee om gaat, die oppervlakkig is, daar voel ik geen centje pijn bij, maar als er wel diepgang is, dan vind ik het lastig.
Vanavond slapen we beiden nog in Albergue Las Aguedas in een dorpje na  Asturga, Murias de Rechivaldo.
Als we in de hitte aankomen zit de Zwitserse en de Duitser al, er zit een Japanse, die ik ken van gisteren en en een stel Koreanen, die ik onderweg steeds tegenkom. Laatste avond waarschijnlijk met Dorethea. Ik zal haar missen. Wie weet komen we elkaar nog eens tegen.
 

Unwennich (80)

image

Dag 80, donderdag 25-06-2015
Loop ik gisteren terug van de stad, loop ik Paolo tegen het lijf, de jongen die ik in de etappe van Saint-Jean-Pied-de-Port naar Roncevalles tegenkwam. De Siciliaan uit Palermo. Ik had hem nadien niet meer gezien en had me afgevraagd waar hij toch was. Nu blijkt dat hij een of twee etappes voor me zat, maar nu is hij geblesseerd. De begroeting was hartelijk, een hug, een klop op de schouder: “Andres” riep hij toen ik aan kwam gelopen. De hospitaleros van de Auberge waar hij was liep met ‘m mee naar de dokter en hij moest nu vijf dagen rust houden. Dikke enkel. Zo wordt een ieder, zelfs Paolo teruggefloten door de Camino.
Bij de Zusters Benedictijnen kregen we nog de pelgrimszegen, en na wat Arnica van Dorethea voor mijn pijnlijke linker voet vanavond alweer vroeg naar bed.
Hopelijk een betere nacht als gisteren.
In slaap komen ging niet erg goed, het feest van San Juan duurde tot een uur of twaalf en weer kwamen er toeterzatte Pelgrims terug na twaalven. Ik was net in slaap toe een van hen struikelde en tegen ons bed viel. Ik dacht dat de bovenbuurman, een Braziliaan uit bed was gevallen en sprong rechtop, waardoor ik mijn kop stootte. Verschrikkelijk, ik heb het een beetje gehad met die massale Albergues……bunkerbeds noemen ze die stapelbedden hier. Vanmorgen om 5:15 uur al weer de eerste uit bed. Voor je rust ga niet naar zo’n slaapschuur.

Om zes uur ontbijt (donativo). Lekkere café-con-lache met brood. Na het eten zijn Dorethea en ik naar bushalte gelopen. Daar stond ook de Zwitserse die al eerder met ons liep. In La Virgen de Camino, dat aan de rand van Leon ligt, zijn we uitgestapt. Daar kon je kiezen of je langs de rijkweg ging lopen of een iets langere, maar veel mooiere weg. Het laatste gedaan, flink stuk gelopen vandaag, meer dan 30 km. De Zwitserse raakten we in het eerste dorpje al kwijt, die ging geloof ik koffie drinken of zo.
Het was flink warm vandaag, dus goed opletten of er genoeg gedronken wordt. In het dorpje Villar de Mazarife in een winkeltje wat boodschappen gedaan, en een fles mineraalwater. Water uit de kraan is drinkbaar, maar smaakt vaak naar chloor. En die extra mineralen kan
mijn lijf wel gebruiken. Die raak ik genoeg kwijt.
Hele stukken lopen we zwijgzaam achter elkaar, ik meestal voorop, soms lopen we aan beide kanten van het pad.  Fijn hoor, zo’n wandelmaatje: stil zijn als je daar zin in hebt, praten als je daar zin in hebt of juist niet. En ongeveer het zelfde wandeltempo. Achteraf mooi dat we de alternatieve route hebben gepakt, we zijn een Pelgrim, een Koreaan tegengekomen. Net of je in Frankrijk liep: heerlijk, vooral als uit de stad en de massaliteit van die Albergues komt.

Het plaatsje Hospitaleros de Orbigo ligt aan de rivier de Orbigo. Een prachtige oude brug gast over rivier. Jammer dat ze er zulke nieuwerwetse lampen op hebben gezet, die passen er absoluut niet bij. We lopen de brug over en zien dat er ergens een bakker open is. Die heeft heerlijke aardbeiengebakjes in de vitrine staan. Ik zeg lachend: “Es ist ob wir in Deutschland sein bei Konditorei!”
We besluiten er café-con-lache bij te drinken. Mmm, heerlijk, in het gebakje zitten behalve aardbeien; custardpudding, slagroom en chocolade. Nou, pure verwennerij.
Daarna is het nog stukje lopen naar de Albergue Verde, een kleine alternatieve herberg met een mooie tuin, vegetarisch eten en mogelijkheid om yoga te doen of je voeten te lagen masseren, de eigenaar is ook orthopeed. Ik denk dat ik dat vanavond laat doen. Het ging vandaag wat beter, mijn linkervoet is minder gezwollen, maar voelt nog niet OK.
Leuk om hier Caro tegen te komen en de Zweedse jongen. Caro, de Canadeze uit Québec heeft rustdag en zegt dat ze zich hier thuis voelt. Dorethea zegt ook dat het ruikt als thuis. De wierook, de Tibetaanse vlaggetjes, de muziek uit India maken mij ook “unwennich” en doen me denken aan Driessen 12 in Helden, thuis. Ik mis toch wel mijn geliefden: Ans, Frank, Jan en Iza en mijn familie, Trompen, Doorenspleten, Steeghsen, Janssens en Hermansen. Ik geniet van de de Weg, maar verheug me er ook op dat het ook de Weg naar huis is.