Gastvrijheid bij de “Foyer de Charite”

Dag 4:
Zoals jullie zien lukt het me niet elke dag om een stukje op mijn blog te zetten. Misschien maar goed ook, anders zou ik er te veel mee bezig zijn en afgeleid worden van wat ik eigenlijk zoek: verstilling en meditatie.
Ik heb woensdag weer een prachtige dag gehad. Eerst onbeten bij de Familie Vincent, toen bijna 3 kilogram aan spullen uit de rugzak in een doos gedaan samen met Veronique. De schoenen gepoetst en daarna kilometers met Veronique door het Franse land gereden op weg naar haar man, die zijn mobiel thuis had vergeten. Zes dorpen verder stond zijn tractor voor het café en gingen we naar binnen. Ook wij drinken nog een espresso, waarna ik afscheid nam van Jean-Luc met zijn prachtige hangsnor.
In d’ Orbais l’ Abbaye bracht Veronique me naar het postkantoor annex bibliotheek. Het pakket werd gewogen en bleek 3,010 gram te wegen, wat me €  21,20 kostte om het naar Helden te versturen. Nou,  dat had ik er graag voor over. Beter 3 kg minder, dan dat lijden bergopwaarts onderweg.
In Montmort-Lucy zette Veronique me af en we namen afscheid. Nogmaals zei ze dat ik een keer met Ans moest terugkomen in Le Breuil. Wat een schatten van mensen!
Ik was in de korte broek met t-shirt vertrokken, maar na 5 minuten ben ik toch maar wat warmers aan gaan trekken, de zon scheen wel, maar de wind voelde koud aan. Achter een paar struiken heb ik mij omgekleed. Daarna gauw verder.
Het was weer overweldigend onderweg, een landweggetje dwars door het kale Franse land: prachtig. Het doet me wat om er door heen te lopen, misschien is dat wel mijn heimwee naar mijn geboortegrond in Fryslan….
Het waren niet veel kilometers deze woensdag, de elfde maart. Ik geloof elf kilometer, dat mocht ook wel, want ik had bijna 56 km in twee dagen gelopen. Even rustig aan, ik heb tenslotte tijd genoeg. Om 14:25 uur kwam ik aan bij Baye, daar nog een tijdje opeen bankje
gezeten, heerlijk in het zonnetje. De beenstukken kon ik weer afritsen van mijn broek en weer in het t-shirt.  Na een tijdje ben ik naar het kasteel gegaan waar mijn overnachting zou zijn, bij de gemeenschap van leken van de “Foyer de Charite”, die naar voorbeeld van eerste christenen zo samen leven. Ik belde aan en kreeg eerst een zuster aan de lijn, ik geloof via de telefoon, ze zei me te verwachten, maar verder verstond ik haar niet. Gauw genoeg zag ik een broeder lopen en die zei dat ik kon wachten in de kloostertuin en dat ik welkom was om vijf uur. Ik ben toch nog even naar het dorp geweest en dronk wat in Bar-Restaurant ” Chez l’ Ardennais”, in het glas van de voordeur stond een everzwijn geschilderd….Ik dronk wat koffie en een pilsje en kon er geld pinnen. Ook kreeg ik nog een stempel van de cafébaas, die zijn kaartspel moest onderbreken om mij te helpen. Van half vijf tot vijf wachtte ik nog buiten in de kloostertuin, een beetje nerveus omdat ik niet wist wat ik kon verwachten.
Ik werd binnengelaten en kreeg eerst koffie, brood, chocolade aangeboden. Ik stelde me voor aan verschillende broeders en zusters en ze wilden van alles weten over me. Een oudere broeder pakte er een atlas bij om te kijken waar ik vandaan kwam: “Pays-Bas, le Nort, Friesland, Mirdum.” Ik keek en inderdaad stond in de atlas “Mirdum”, nog voor het Oude- en Nijemirdum heette. Mooi!
Ik kon me daarna verfrissen, omkleden, ik at met de broeders en zusters mee en zat naast de Abt. Hij vroeg me van alles en we aten heerlijk: soep, brood, vis, aardappelen en selderie. Als toetje nog kaas, havermoutpap en appelcompote. Heerlijk, wat een verwennerij. Ik was niet de enige gast. Er was ook een dakloze vrouw, Brigitta. Toen ik haar sprak, begon ze Nederlands te praten, het bleek dat een tijd in Dongen in Brabant was geweest. Nu was ze al jaren dak- en thuisloos en kon ze elke maand bij de Foyer de Charite terecht.
Na de viering in de Mariakapel, met prachtige hardop geprevelde en gezongen gebeden, ben ik naar mijn kamer gegaan. Ik was in de kapel ontroerd geraakt, zo mooi vond ik. Tranen biggelden langs mijn wangen naar beneden en ik moest een zakdoek pakken om het te verdekken. Wat is dat toch elke keer bij Maria? Zit erover te prakkeseren en ik denk dat het het gemis is aan mijn moeder, aan mem. En misschien wel mem haar gemis aan haar mem, die weer haar moeder mist, net zolang totdat we bij een oermoeder uitkomen: Maria? Moeder Aarde?
Op een of andere manier triggert Maria bij mij iets, waardoor ik het gemis
extra voel. Nou, zo is ze er toch weer bij vandaag,  us mem.
Ik zit dit nu te typen. Op mijn telefoontje, het is 4:45 in de morgen en ik kan maar niet slapen,  om 7:00 uur moet ik weer op, ik heb afgsproken om weer naar kapel te gaan en daarna mee te eten voordat ik vertrek naar Sezanne.
Er is alweer plaats voor me gereserveerd!

image

One thought on “Gastvrijheid bij de “Foyer de Charite”

  1. Hallo Andries.
    Boeiend verhaal. Ik herken je verhaal over moeders en Maria: een moeder als andere moeders.
    Jouw stukje is mede trigger geweest om het boek Magdalena van Maarten ‘t Hart te kopen: het verhaal over zijn moeder. Net heb ik het boek uit van Adriaan van Dis: ik kom terug: het verhaal over zijn moeder.

    Buen camino.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s