Dubbel gevoel

image

Dag 22:
Vandaag om een uur of half zes aangekomen in Nevers. Vanmorgen wat  laat vertrokken uit Champlin, we hadden ons verslapen….in de nieuwe zomertijd. Snel alles opgeruimd, ontbeten.
Daarna hebben Ans en kinderen me naar Premery gebracht. Daar regende het flink, ik heb de regencape aangetrokken. Vreselijk om zo afscheid te nemen, dit keer duurt het veel langer voor ik Ans of kinderen weer zie. Ik ga met dubbel gevoel aan de wandel. Blij om weer verder te gaan, maar wat verdrietig om weer afscheid te nemen.
Het is direct al weer een hele wandeling, bijna 30 km. Gelukkig is het na half uur wandelen droog en dat blijft het ook de hele dag. Ik loop ‘s middags in t-shirt en het is echt fijn wandelweer: prachtige wolkenluchten, mooie kasteeltjes, prachtige landschappen. Op sommige plekken is de Nievre buiten zijn oevers van al die regen van de afgelopen dagen.
Om een uur of vijf loop ik Nevers binnen en verloop me onmiddellijk. Navnav kan me ook niet helpen en ik loop maar wat als kip zonder kop.
Als ik een Madam op straat vraag waar het Bernadette-Centum is, blijkt het 50 meter verop te zijn. Ik schrijf me in, ga me douchen, doe mijn wasje. Als ik naar eetzaal wil gaan, komt ineens Ruud, die ook bij ‘l Esprit du Chemin was, bij Arno en Huberta. Wat leuk! Hij is wat te hard van stapel gegaan en is geblesseerd, last van zijn knie. Hij heeft nu drie rustdagen hier in het Bernadette-Centrum. Hij vertelt dat De Heilige Bernadette hier opgebaard is, gebalsemd, we kijken na eten nog even, heel indrukwekkend, maar ik moet ook aan Sneeuwwitje denken, in haar glazen kist…..
Morgen weer verder, benieuwd waar naar toe, straks nog even een plannetje maken.

Even geen Camino, Feest!

image

Dag 19, 20, 21:
Ik ben vanmorgen een beetje raar weggegaan uit Saint-Reverien. Het electrische kacheltje werkte niet en dat gebruik ik wel eens om kleren snel te laten drogen. Ik was gisteren zo slim geweest om dunne handdoek en zakdoek op een tl-lampje te drogen. Dit ging goed, maar toen ik er natte sok oplegde, kon het lampje waarschijnlijk zijn warmte niet kwijt. Gevolg: lampje gesmolten en de sok bijna verbrand. Stom, stom, stom! Ik vind altijd heel erg om iets van iemand anders kapot te maken.
Toen Monsieur Thionnet om 8 uur de pain en de schone was kwam brengen gelijk tegen gezegd: “Accident, cathastophe, stupide”, waarbij ik naar het lampje en naar mezelf wees. ” Pardon, excuses.!” Maar Monsieur Thionnet deed er niet moeilijk over, ik hoefde ook niks te betalen. We namen afscheid en ik bedankte ‘m.
Nadat ik alles gepoetst had, toch wat extra geld in het bakje gelegd, waar je normaal de kaas, chips, yoghurt, bier of wijn betaald.
Daarna de modderschoenen aangetrokken en richting Champlin gelopen, zo’n 6 km van Saint-Reverien.
Ik zag Champlin al vanaf een heuvel liggen en smt-te met Ans, zij zaten nog in de file voor Maastricht.
Voor elf uur was ik bij Gite de Pierre, er is nog niemand, de deur is op slot. Ik ben heerlijk in het zonnetje gaan zitten in de tuin,  totdat ik zag dat iemand de luiken opendeed. Het bleek Madam Nicole Meunier te zijn, zelf geboren in dit huis. Ze liet van alles zien en vertelde ook nog over de geschiedenis van Champlin en het huis, heel interessant! Nu brandt de verwarming en zit ik te wachten tot mijn geliefden komen. Ik heb er zin in, verheug me op weekend samen, even geen Camino!
Samen met de kinderen Ans’ vijftigste verjaardag vieren, op wel een heel speciale plek, in Frankrijk.
Geen Camino, maar ik kan wel zondag een stempel halen in de Mairie, hier in Nievre zijn zondag de verkiezingen. En ik kan via Madam Meunier de sleutel va de kerk krijgen, ik zag dat dat daar een glas-in-lood-raam van Jacobus moet zijn.
Dus nu ook weer “mediastilte”. Volgende week is de https://andrys1956.wordpress.com weer in de de lucht, cloud of hoe je dat ook noemt.
Als ergens wifi is dan horen jullie weer van mij, hoi!

Zondagavond.

image

Dag 21:
Het is zondag 29 maart, we zitten in de Gite de Pierre in Champlin, Ans, Frank, Jan, Iza en ik. Het uit-etengaan is niet doorgegaan, hier zijn de meeste restaurants op zondagavonds gesloten.
Alle restjes bijelkaar gegooid en toch nog heerlijk gegeten hier aan de keukentafel. Eieren met wilde knoflook, paprika, tomaat, gekruid met peper. En heerlijk stokbrood, vers brood erbij.  Van te voren de Bourgondische champagne nog gedronken, die we cadeau hadden gekregen van Madam Meunier, de verhuurster van de de Gite.
Gisteren waren we in Nevers, de enige grote stad hier in de buurt,  en besloten om vandaag ergens uit eten te gaan.
Met Madam Meunier had ik gisteren afgesproken om een stempel te halen voor mijn Pelgimspaspoort bij de Mairie. Daar waren vandaag voor de region Nievre verkiezingen. De Maire van Champlin was een vriendelijke oude man en werd bijgestaan door een alleraardigste mevrouw.
Met de man van Madam Meunier bekeken we nog de kerk, uit 1866. Gebouwd op de restanten van de oude kerk, die vernietigd werd samen met de meeste huizen van Champlin. In 1851 is dit gebeurd met een vreselijke storm, of tornado. Er blijkt een glas-in-lood-raam van Jacobus te zijn. Champlin past dus helemaal in mijn Weg naar Santiago de Compostella.
Ook de Gite waarin wij verblijven is toen vernield, het enige wat bewaard gebleven is,  is de kelder. En die schijnt rond 1300 gebouwd te zijn. Interessante geschiedenis, de man van Madam Meunier vertelt er van alles over.
De hele dag heb ik last van het feit dat mijn liefsten, Ans, Frank, Jan en Iza, morgen weer gaan. En dat het wel tot mei duurt voor ik Ans weer ga zien. Een lange tijd dus, voor Ans, voor mij. Voor de kinderen zal het misschien nog langer duren, al hebben Frank en Jan wel plannen om ook nog een stuk mee te lopen. En Iza komt waarschijnlijk mee met Ans mee naar Santiago als ik daar aankom.
Dit weekend, met Ans haar 50ste verjaardag zaterdag was een mooie onderbreking van mijn Reis. Morgen ga ik verder in Premery richting Nevers.
Een heerlijk weekend was het, moeilijk om weer alleen door te gaan, moeilijk voor Ans weer richting Nederland te gaan.
Maandag ben drie weken onderweg, benieuwd waar ik over drie weken zit….

Saint Reverien

Dag 18:
Afscheid nemen, alweer: ik vind er niks aan, bij Huberta en Arno heb ik sterk het gevoel dat ik die terug ga zien. Wat een geweldig leuke mensen, ik had ook hier het gevoel liefdevol opgevangen te zijn.
Allemaal van die kleine dingetjes, waar je van kunt genieten als je zo met je rugzak onderweg bent: een frisse handdoek, een schoon kussensloop, een electrische onderdeken, omdat het zo koud is in de Morvan. Dat is echt verwennerij en daar houden pelgrims wel van, na een dag bergop, bergaf. Ikke wel, ik moet zo nu en dan even in de watten gelegd worden.
Want daar merkte ik ook vandaag weer, de ene dag is de andere niet, vandaag voelde ik mij erg vermoeid, misschien wel omdat ik mij gisteren flink heb uitgesloofd bij Arno en Huberta. Ik was vanmorgen wel uitgerust, maar kreeg onderweg paar inzinkingen, ik smt-ge Ans nog dat het niet alleen maar leuk is,. Nou vandaag was zo’ n dag. Niet erg leuk. Misschien wel omdat ik na een paar dagen weer op mezelf ben aangewezen, dat voelt soms eenzaam, alleen.
Heel vaak onderweg kan ik daar van genieten, omdat het heel speciale gedachten naar boven brengt. Maar vandaag niet, ik voelde mij moe en alleen. Maar ik weet dat ik morgen niet meer alleen ben, verheug me daar op.
Het was vanmorgen best wel lekker weer, vanmiddag betrok het. Ik wandelde door leuk stadje, Corbigny. Wat boodschapjes gedaan, ik mocht met rugzak de winkel niet in, zo bang zijn ze dat je iets omstoot.
In Saint Reverien stond Monsieur Thionnet al op me wachten, de  Gemeentegite is een leuke plek, kost €10,- en er staan allerlei blikken eten flessen wijn en bier, voor weinig geld. En  Monsieur Thionnet heeft mjn vuile was meegenomen, die komt hij morgen weer schoon afleveren en hij brengt dan gelijk ook een stokbrood voor me mee.
Nou dat is toch weer na een dag afzien pure verwennerij, het gaat weer beter met me….

image

       Winkeltje in Corbigny.

     

Aan de slag

image

Dag 17:
Vanmorgen afscheid genomen van Ruud, Amanda en Florin. Die laatste liet voor het vertrek nog zijn fluit uit Peru zien, gemaakt door de vader van zijn vriend.
Prachtig mooi geluid, deed me aan “El Condor Pasa” denken.
Weer was afscheid nemen moeilijk, samen zwaaiden we ze uit. Ik bleef en hielp de hele dag Arno met poetsen van de slaapkamer voor pelgrims. Zeer grondig werd alles gepoetst, wel nodig want het huis is dicht van eind september tot maart.
Vanmiddag hebben we ons uitgesloofd met een oude perenboom, die een schimmelziekte had. De hele middag buiten geweest en eerst de takken eraf gezaagd,  daarna de stam. Om een uur of vijf was de taaie rakker geveld. Waarschijnlijk heeft de oude zieke perenboom zich ziek gelachen, dat twee 50+ ers zich helemaal te pletter zaagden en zich uitsloofden voordat hij de geest gaf….en nog niet echt want de wortels zitten nog in de grond.
Van Huberta kon ik de naaikist gebruiken om mijn afritsbroek te repareren, de twee gaten stoppen, die door de hete olie van het Marokkaanse broodje erin waren gekomen. Beetje op zijn Andries’ maar ja, op een nettere manier lukt mij niet…..
Vanavond heerlijk gegeten, tijdens maaltijd goed gesprek gehad over hoe ik nu in de zorg werk, hoe ik er vroeger in zat, en waar ik me tegenwoordig druk om maak in die zorg. Het gevoel niet meer serieus genomen te worden in vergelijking met vroeger, tegenwoordig meer uitvoerder te zijn i.p.v. meedenker.
En wat voor gevolgen dat heeft voor mijn eigen motivatie,  Huberta heeft vroeger ook in de zorg gewerkt en herkende dit wel.
Ik hoop dat deze Reis mij wat dat betreft iets oplevert, niet alleen dat ik op deze manier werken in de zorg niet meer fijn vind. Ik wil vooral denken aan wat ik wel wil! Regie over mijn eigen leven. Niet als een slachtoffer me gedragen, maar aktief er aan werken om de laatste zeven werkjaren ook werkelijk het gevoel te hebben: ik doe fijn werk en ik ben er tevreden over wat ik doe.
Morgen vertrek ik weer, ik ga weer verder, ik tel de dagen, uren af tot vrijdag, dat ik Ans en kinderen weer zie. Gite de Pierre in Champlin, op Navnav maar 23 km van hier, maar dat is met de auto. Wandelaars lopen altijd om, want die hebben de tijd…..

Andere pelgrims

image

Dag 16:
Vanmorgen al vroeg opgestaan, toen ik even bij de voordeur keek zag ik dat mijn buren, waarschijnlijk Portugezen met busjes werden opgehaald. Zij werken denk ik ook op de wijnvelden. Zo ziet Europa er tegenwoordig uit, mensen uit de arme zuidelijke landen komen werken in de rijkere noordelijke landen, slapen in jeugdherbergen of waar dan ook. Het systeem klopt gewoon niet: de rijken worden rijker en de armen armer.
Maar goed, ik wilde gaan wandelen naar ‘l Esprit du Chemin, zo’ n 25 kilometer verderop. Het had vannacht geregend, dus het was nog een beetje fris. Bij de bakker kocht ik nog wat koffiebroodjes. De winkel was nog steeds gesloten.
Door de regen waren de paden slecht te belopen, dikke vette klei bleef aan mijn schoenen kleven en glad was het ook nog eens. In de klei zag ik steeds afdrukken van schoenen, raar!
Bij een monument van de gevallenen zag ik plotseling twee backpackers zitten. Ik ging erbij zitten en het bleken Florin uit Bretagne met zijn vriendin Amanda uit Noorwegen te zijn. Allebei achter in de twintig.
Dat waren nr. 4 en 5 van alle pelgrims die ik tot toe ben tegengekomen. Een heel leuk stel, ik ben de hele dag met ze opgetrokken verder, samen ergens aan de kant wat gegeten. Allebei heel idealistisch en heel erg met milieu bezig: interessant. Florin zijn interesse ging verder uit naar kruiden, planten. Hij vertelde over de Maretak of zoals hij in het Frans zei: gui.
De druïde van Asterix en Obelix plukt die toch. Volgens Florin wordt het gebruikt als geneesmiddel tegen allerlei kwalen.
We liepen helemaal verkeerd en zagen Vezelay alweer in de verte, nu moesten we die heuvel helemaal weer naar boven. En daar bleef het niet bij vandaag, er volgen nog vele klimmetjes en waren blij dat we bij de herberg
‘l Esprit du Chermin aankwamen. De eerste dag dat de herberg open ging, Arno en Huberta waren vandaag net hier aangekomen met een aanhanger vol spullen. Want het is hier nog lang niet af, vooral boven moet er nog flink geklust worden. Heel hartelijke mensen, die vanuit hun pelgrimshart ooit in St-Jean-Pied-de-Port waren begonnen en nu hier in Anthien verder zijn gegaan, een stuk rustiger.
Prachtplek, er was nog een pelgrim, Ruud uit Laren. Morgen vertrekken zij, ook Florin en Amanda. Ik neem een dag rust, help hier wat en vertrek donderdag richting Saint Reverien, vanaf daar is het niet ver meer naar Champlin, waar ik na drie weken mijn geliefden, Ans en de kinderen weer zie. We vieren daar Ans haar 50ste verjaardag. We hebben er een Gite gehuurd. En ik verheug me er erg op, en ik niet alleen.

De Gite in Champlin.
image

Mooie dag

image

Dag 15:
Vanmorgen vroeg opgestaan, ik kon eerst lekker koffie maken, het oude stokbrood roosteren en boterhammen voor onderweg smeren. Weer op tijd op, want de ochtendstond heeft echt goud in de mond, hier helemaal.
Alles opgeruimd, aanrecht schoon, lakens afgehaald en geveegd. Netjes alles achterlaten, dat vind ik dat je moet doen als je voor een paar centen zo mag slapen.
Het was een prachtige ochtend, dauw nog op het gras en het zonnetje scheen mooi op de Cure door de bomen heen. Het eerste stuk ging langs de Cure, een riviertje zo breed als de Vecht in Nederland. Ik kreeg direct associaties met de Luts in Gaasterland, maar die is nog smaller.
Ik kwam in Arcy-sur-Cure, een prachtig plaatsje met kastelen en ruïnes daarvan.  Soms heb ik het gevoel in een sprookje te lopen of The Hobbit.
Ik wordt er helemaal dromerig van, blij, dat ik hier loop, als een landloper, als een zwerver. Romantische gedachten, waar je even de werkelijkheid kwijt bent.
Nou, die werkelijkheid kwam toen er weer een heuvel beklommen moest worden . En was dat maar op een asfaltweg, dan gaag het. Nee, de GR heeft bedacht dat die klimmetjes op bospaadjes moeten, het liefst met van die scherpe steentjes overal. Dat klimt niet lekker, ik sms-te al met Ans dat ik de verkeerde klim techniek gebruik, want mijn kuitspieren verzuren steeds. Misschien komt het wel omdat ik een ‘teenloper’ ben en met klimmen moet ik wel eerst mijn hakken neerzetten. En dat is ongewend.
Dat is mijn theorie, maar ik ben geen sportfysiotherapeut, ik loop, ik wandel en op mijn specifieke manier. Ik zat ook te denken dat we misschien wel niet gebouwd zijn om te klimmen,  net zoals heel veel wielrenners ook niet kunnen klimmen. De klimmers dat zijn de specialisten. Nou, misschien komt het nog, oefening baat kunst, zeggen ze.
Na dat geklim kwam ik op een heel
interessante plek,  Camp de Cora. Midden in het bos, heel hoog zag je de  verstevigde muren nog staan. De Romeinen zaten hier, maar ook de Galliërs! Asterix en Obelix! Je komt ook overal in bomen die Maretakken tegen die de druïde Panoramix aan het zoeken was met zijn gouden snoeimes, om er toverdrank van te maken.
Ik maak veel mee hier, na die archeologische zaken liep verder en kwam twee Belgen uit Namen tegen, die waarempel ook nog paar woordjes Nederlands kenden. Leuk om weer  Nederlands te praten i.p.v. dat Koeterwaals van mij. Toen ik verder ging, ging ik weer plat op  mijn bek. Ik struikelde over een boomwortel die onder de bladeren lag. Mevrouw kwam me al  helpen, weer een schaafwond op mijn neus. Als dat zo doorgaat kom ik met een hele grote rode neus terug..
Vanaf een heuvel zag in Vezelay liggen, prachtig daar boven op een berg. Tot nu toe waren er steeds goede aanwijsbordjes geweest. En je zal zien, als Vezelay in beeld komt, geen bordje meer te zien. En als ik lang loop, dan zet ik vaak verstand op nul en loop gewoon rechtdoor. “Beetje dom” zei Maxima en ze had gelijk. Ik zag Vezelay liggen en liep er van af.
Om niet verder om te lopen, ben ik maar door de weilanden, doornstruiken, over muurtjes naar Vezelay gelopen.  Zo zie maar dat iedreen zijn eigen weg loopt,  je maakt je eigen weg.
Om een uur of half zes was ik in Vezelay, eerst een slaapplek zoeken. Telefonisch was dit niet gelukt, steeds antwoordapparaten en voice-mails eraan, die heel snel Frans spreken…dan maar naar de Auberge des Jeunesse. Ik ben nog jong en er is waarschijnlijk wifi. Om zes uur had ik mij bedje gemaakt, gedouched en het wasje gedaan.
In Vezelay was alles dicht, geen winkels meer open, ik ben maar doorgelopen naar de kerk, daar zag ik net een zuster lopen. Ik er achteraan ” Madam?” Ik wist niet hoe je die mensen aanspreekt, gelukkig sprak ze beetje Engels. Ik vroeg of er nog een mis werd gehouden. Ja, ik moest maar met haar meelopen. Toen ze hoorde dat ik Nederlander was vertelde ze dat er ook een Nederlandse zuster was in hun congregatie.
De mis was heel indrukwekkend, zusters en broeders, vooral het zingen was prachtig, helemaal in zo’n oude Abdij. Heel mooi..
Nou, frietkramen en pizzeria’s heb ik niet gezien in Vezelay, volgens mij komt er een ander soort pelgrims, culinaire…In het restaurant waar ik at kostte een Pelgrimsmenu € 20,50. Nou, als ik dat elke dag zou uitgeven aan eten, dan kom ik nog nog niet halverwege. Voor € 15,- hadden ze gelukkig ook een menu. Straks lekker naar bed, buikje lekker vol.
Morgen begin ook aan nieuw routeboekje, dat gaat van Vezelay naar Saint-Jean-Pied-de-Port.

Vallen, opstaan, stilstaan en weer verder

Dag 14:
Ondanks mijn gehavende lichaam en de stijfheid, die ik gisteren voelde, toch lekker geslapen in het celletje van de Jeugdherberg, zo’n eenpersoons kamer is veel fijner, dan hoef je ‘s morgens  niet zo stilletjes alles in pakken.
Wondjes op mijn gezicht en handen nogmaals ingesmeerd, vooral de handen schrijnen door het opvangen van de val.
Merk dat ik vandaag met lopen wat bangig ben, bang om weer te vallen.
Gisteren was ik niet ver van Auxerre af, maar voor het zelfde geval zat ik ergens in nowwhere, dat idee is niet fijn. Nou, maar goed opletten dan, maar zo bangig te lopen hoeft nou ook weer niet.
Plan is om vandaag naar Bessy-sur-Cure te lopen, een kilometer of dertig.
Om half 8 vertrokken, eerst kilometers langs de rivier de Yonne. Daarna omhoog: ja, de wijnvelden weer in, welke wijn hier vanaf komt weer niet. Het lijkt of ze de grond onder die wijnstruiken kunstmatig arm houden door er heel veel kalksteen neer te leggen en ook as van vuurtjes zie je tussen de rijen in. Ik zag ergens een hele grote bult met van die kalksteen, klaar om over de wijnvelden gestrooid te worden. Ontzettend intensieve arbeid is dat werken met die druiven.
Het waren vandaag weer flinke klimmetjes, mijn kuiten en bovenbenen kregen het zwaar te verduren. Ik meende iets van verzuring te merken, maar daar ben ik niet genoeg sportman voor.
Nadeel van GR-routes lopen is dat ze je vaak ver om laten lopen, de boekjes van Via Campiniensis gaan directer op hun doel af. Vandaag had ik zo’ n moment dat ik spijt had niet beter op de kaart gekeken te hebben,  de trip ging zwaar omhoog, er lagen allemaal steentjes, die niet lekker liepen en op het eind kom je op dezelfde weg uit waar je vandaan kwam. Alleen is het dan wel een uur later. Met GR-5 lopen in Ardennen en Luxemburg liep ik daar ook tegenaan.
In Accolay was ik het moe en vroeg iemand op straat waar de camping was, ik had gelezen dat je er een caravan kon huren. Nee, de camping was dicht ze Monsieur Thierry met het hondje. OK moest maar naar de Maire gaan, die zat in de Mairie i.v.m. regionale verkiezingen. Thierry liep met mee, onderweg kwamen er meer mensen en hij vertelde blijkbaar het verhaal van de pellegrin. Ik moest iedereen een hand geven, dat doen ze hier. In de Mairie kreeg ik van de Maire te horen dat er niet gekampeerd kon worden, er was geen water en ze waren nog bezig. Hij ging voor mij bellen naar het volgende dorp; Bessy-sut-Cure. Nou mooi geregeld, ik kon er terecht in een Gite des Etappes. Ondertussen kwamen allemaal dorpelingen stemmen in een stemhokje en ik kreeg weer van iedereen een hand. Voor het gemak zeg ik al paar weken dat ik André heet. Aangepast gedrag noemen ze dat…..
Thierry met het hondje begeleidde me nog halverwege, hij maakte nog een grapje dat ik zijn hond ook maar mee moest nemen.
In Bessy-sur-Cure zat de Maire al op me te wachten, ook daar werd er gestemd, de Maire stuurde een man met me mee, in een straatje werden we al opgewacht door Madam Fontaine, zij regelt de pelgrimszaken. Een keurig net onderkomen, er kan gekookt worden, boven slaapkamers met tweepersoonsbedden, voor de prijs van € 15,-   Madam kwam me zelfs nog een pak macaronie brengen. Mooi geregeld hoor, dat kunnen ze in Nederland echt niet, daar worden vreemdelingen met  de nek aangekeken. Hier in Frankrijk schijnt het zelfs een plicht te zijn pelgrims op te vangen, vandaar dat de Maire zo zijn best doet, en dat op verkiezingsdag. Ben benieuwd wie er gewonnen heeft, als het maar niet Marie Le Pen is met haar Front National.

Totaal gelopen vanaf Sint Jabik: 871 km.
Ik ben nog niet op eenderde van totale afstand: 3000 km……

Marokkanen en witte wijn

Dag 12:
Vanmorgen al vroeg op pad, ik begin er handigheid in te krijgen ‘s morgens de rugzak weer in te pakken, en dat alles er dan ook nog eens inpast. Dat lukte steeds de eerste week niet. Niet gek, want ik had bijna 22 kg op mijn rug….nu zal het nog zo’n 14 of 15 kg zijn. Ik heb geen last meer als ik omhoog  moet lopen,  het lijkt op de rugzak nu op mijn lijf past…
Monsieur Stephan deed niet open, zijn hondje stond wel te blaffen. Ik had afgesproken om  8 uur koffie te maken in dat zaaltje van gisteren. Nou, dan maar niet, ik ben voordat ik ben gaan lopen eerst naar Café Des Sport gegaan om grand café avec lait te gaan drinken.. Ze hebben daar een leuke hond, die zit daar op een kussentje voor het raam.
Na de koffie gaan lopen, ik kon de GR-route nergens vinden zoals gewoonlijk.
Op de kaart zag ik dat ik ook anders kon lopen via een klein dorpje, Junay.
Die ging goed, alleen was er waarschijnlijk een paddentrek geweest en lag de straat bij de vijver van een of ander slot bezaaid met lijken van padden, allemaal kapotgsreden door auto’s. In het dorp zelf lag een slang in de straat, ook doodgereden. Toen ik een man vroeg was voor slang het was, pakte hij veger en blik en begon de resten op te vegen.
Ik moest flink omhoog en zat te hijgen als een ouwe man, ik ben altijd blij als ik boven ben.
Al lopend door kale velden, jammergenoeg was het mistig en kon  Ik niet goed zien wat er verderop was.
‘s Middags bereikte ik de wijnvelden van Chablis, daar zaten drie Marokkanen te schaften. Ze hebben dan in een ijzeren bak, waarin ze oude takken verbranden hun eten gelegd. Abdullah vroeg of ik er bij kwam zitten, nou OK!. Ik kreeg ook zo’n pakketje uit de barbeque, brood met daarop van alles: paprika, rundvlees, heerlijk gekruid. Toen ik het aanpakte voelde ik iets raars bij mijn been, het bleek dat er wat vet op mijn nylon wandelbroek was gevallen.  Gevolg: twee gaten en een pijnlijk been….toch maar opgegeten. Heerlijk! Nog even verder gepraat, de drie kwamen oorspronkelijk uit Marokko: Hassan, Abdullah en Achmed. Net als in Nederland  doen “buitenlanders” het vuile werk.Gisteren kwam ik ook al een Portugees tegen en in de  Champagnestreek weken veel Polen em Roemenen.
Net als in Nederland is hier ook een partij, die het nodig vind om de buitenlanders overal de schuld van te geven: Front National met Le Pen, vergelijkbaar met Wilders in Nederland.
De Fransen, de Nederlanders verrekken het om het vuile werk te doen. En gaan vervolgens die “buitenlanders” overal de schuld van geven. Is het dan raar dat de jongste generatie radicaliseerd en sommigen richting Syrië vertrekken?
Ik at gezellig een Marokkaans broodje en vroeg of ze zelf wel wijn dronken..”Nee, geen alcohol, moslims drinken geen alcohol.
En zo kwam ik in Chablis aan en weet vanaf vandaag dat het niet alleen Franse wijn is, er zit een Marokkaans smaakje aan….
In Chablis vond ik via Bureau van Tourisme een goedkope slaapplek, alweer via La Paroisse, een kerkelijke instelling, die het goed voorheeft met de Pellerins, de pelgrims, de pylgers, met mij.

image

.

.

Vallen en weer opstaan

Dag 13:
Vanmorgen weer op tijd opgestaan, eerst koffie en lekker ontbeten, voor onderweg ook nog wat boterhammen gesmeerd. Om 8 uur liep ik door de straatjes van Chablis, waar bijna om het huis wel een wijnhandel zit. Chablis is bekend door de witte wijn.
Na wat omgeloop zoals gewoonlijk liep ik dan Chablis uit, bij een hotel probeerde ik nog wifi op mobiel te krijgen buiten, maar helaas..Een stuk verder hoorde ik allemaal gepraat door microfoon, het leek wel Tour de France. Bleek dat er vandaag een Ralley werd gehouden. Allemaal tentjes, met automobielfanaten. Maar gauw doorgelopen, auto’s zie ik genoeg, ik hou meer van rust. Nou een half uurtje later vond ik die rust, weer in de wijnvelden, ik moest er eerst wel zo’n 250 m. voor klimmen, hijg, hijg….
Na heel veel wijnvelden in de mist, kwam ik op een gebied waar geen wijnstronken meer stonden. Weer bossen, weilanden, ik vind dat prettiger en merk dat ik in die stilte, in die cadans van lopen hele gesprekken ga houden met de geliefden die er niet meer zijn. Even bijpraten in het Frysk soms, dat hangt van af met wie het gesprek is.
In een dorpje probeerde ik het Maison de Randonneurs te bellen voor een slaapplek voor vannacht. Ik kreeg er een voicemail aan, de dame zei dat ik een ander nummer moest draaien, maar denk je dat ik die nummers kon verstaan? Nee, dus, ook niet toen ik voor de tweede keer belde. Ik zat op een bankje en er kwam een jongetje en een klein meisje aangelopen, ik heb ‘m gevraagd of hij de cijfers voor mij in een boekje wilde schrijven. Etienne et Zoë, zo heetten ze. Ze vonden het wel leuk en gingen het verderop maman vertellen.
Vlak voor Auxerre stonden jongens met petjes en VW-Golfjes bier te drinken en weed te roken, ik rook het van afstand. Ze keken me raar aan en ik hen.
De weg ging naar beneden en ik pakte het routeboekje om te kijken of ik links of rechts moest, ik keek en toen voelde ik dat ik viel, ik was gestruikeld over een verhoging in het wegdek. Stoffel Staf kon de val ook niet meer opvangen en ik rolde over de straat. De linker elleboog helemaal kapot, schaafwonden op mijn handen door het proberen de val op te vangen en mijn neus en voorhoofd vol schrammen. Met zakdoek en water zoveel mogelijk schoongemaakt, het beet en schrijnde erg en mijn gezicht bleef nog lang bloeden. Zo voelt het dus als je op het asfalt valt, ik heb het al zo vaak bij wielrenners gezien. Nu ik dus.
Met een gehavend gezicht en pijnlijke ledematen Auxerre binnengelopen. Bij een stoplicht had een vrouw pech met haar auto, ze zaten allemaal te toeteren: samen met een skater de vrouw geholpen om de auto aan de kant te zetten.
De Cathedrale was ook hier weer een pracht, kaarsje opgestoken, weer veel foto’s gemaakt en bij Paroisse ernaast en stempel gehaald, mevrouw belde ook nog Maison Des Randonneurs, maar dat was gesloten. Op een kaart liet ze zien waar de Jeugdherberg was. Daar ingeschreven, eerst gaan douchen en daarna de wonden verzorgen, vooral de elleboog ziet er lelijk uit. Sterilon, gaasjes, pleisters, ik zie er niet uit. .
Nu eerst de blogs postten van drie dagen, er is weer wifi….

image