Nieuw jaar, nieuwe plannen!

Pelgrimeren betekent de weg van ons verlangen gaan. Dat verlangen voert ons echter verder dan deze wereld. Het leert ons dat er iets in ons leeft dat deze wereld overstijgt.

Anselm Grün

26 januari 2022

Stempelen!

Ik ben nu weer drie maanden thuis! Ik was nogal afgevallen de laatste reis: acht kilo! Nou dat zit er nu weer aan, dus kunnen er weer camino-plannetjes gesmeed worden!

Op 15 februari a.s. vertrek ik met Flixbus richting Bordeaux-Saint-Jean. Daar pak ik de trein naar Agen en vanaf daar met een kleine bus naar Condom.

En dan de volgende dag weer de Via Podiensis op. De Weg van Le-Puy-en-Velay naar Saint-Jean-Pied-de-Port. Je wilt niet weten hoeveel zin ik heb. Weer die ouwerwetse voorpret!

Routeboekjes van Camino del Norte en Camino Primitivo, een nieuwe rugzak. De weegschaal er weer bij. “Alles wat je thuis laat is meegenomen….”

Daar gaan we weer! 🧑‍🦯🐚🥾🥾

Nu nog drie weken, dan vertrek ik. Een heerlijk en mooi vooruitzicht. Weer de lente tegemoet lopen.

Voor de volgers: ik zal elke dag een link op FB zetten. Dan kom je mijn blog vanzelf tegen. 🥾🥾🐚🍀

Nawoord

Zondag 21 november

Heldense Bossen

Het was even stil op deze site. Het was even wennen na al dat gewandel, na al die kilometers, na al dat geblog, na al die indrukken. Thuiskomen! Dat is toch altijd het mooiste van reizen.

Maar ik moest na drie maanden wandelen door Frankrijk toch wel eerst landen. Én daar ben ik nu na een maand nog steeds mee bezig. Het voelt letterlijk zo: van heel hoog naar weer normaal niveau komen.

Drie heel intensieve maanden: het eerste deel heel zwaar en eenzaam, het tweede deel met minder gewicht en heel erg tussen de mensen in. Net zoals zes jaar geleden: twee Camino’s. Eentje in eenzaamheid, eentje in contact met anderen. En het heeft beiden wat! Ik ben blij dat ik beide heb beleefd.

Gelukkig waren er mooie pauzes in mijn Reis. Ik nam op zijn tijd een rustdag en genoot daar heel erg van. Ik zou ook iedereen aanraden om toch geregeld een rustdag te nemen als je zo’n Reis gaat ondernemen.

Ik had dat toch echt nodig, omdat ik anders maar door en door ga. En zelfs met die rustdagen erbij vroeg ik nog teveel van mijn lichaam: ik was zeven kilo lichter toen ik thuiskwam! Écht teveel! Dat merkte ik goed toen ik weer thuis was. Moest gewoon letterlijk bijkomen. Nu, een maand later zitten die kilo’s er weer aan én dat voelt goed.

De lange Rustpauzes in mijn Reis waren ook erg welkom: de dagen in Taizé waren onvergetelijk, daar wil ik echt nog eens naar toe! Én de dagen met Ans en Henk in de Ardéche vlak bij Mont Gerbier Le Jonc, dat was echt fantastisch! Daarna was voor mij moeilijk om weer verder te gaan.

Ook in contact met andere pelgrims liep ik daar tegenaan. Als ik zo een paar dagen samenliep met anderen, bijvoorbeeld met Jan-Willem en Pim of later met Monica, Nadje en MB: dan was het daarna moeilijk om in mijn eentje weer verder te gaan. Afscheid nemen blijft lastig, ik hecht mij gauw aan personen waar ik mij goed bij voel.

Ook toen Iza een paar dagen mee had gelopen was het weer wennen om alleen door te gaan. We hadden zo’n geweldige dagen samen. Ook écht onvergetelijk!

Misschien heeft dat ook wel meegespeeld in mijn beslissing om er mee te stoppen. Want dat kwam echt heel onverwachts. ’s Morgens was ik echt nog van plan om door te lopen naar Saint-Jean-Pied-de-Port, later op de dag werd dat Lourdes én nadat ik aankwam in Condom werd dat thuis.

Daar heb ik misschien in die landing wel het meest last van gehad: het ging in een keer erg hard; zo van de Via Podiensis in de Flixbus naar huis. Op andere Wandelreizen wandelde ik naar dat eindpunt toe, ik leefde er naar toe, ik zag Santaigo of Finistere langzaam opdoemen na dat gewandel er naar toe.

Dit keer niet, de beslissing werd genomen, nadat ik aangekomen was. Het thuiskomen was geweldig, maar het landen was lastig. Lastiger als anders.

Maar ik ben ner weer! Dromen over toekomstige Reizen zal ik altijd blijven doen, ik voel nu de Aarde weer! Ik verheug me erop om volgend jaar weer door te gaan, samen met Ans. We gaan dan door waar ik gestopt ben. Richting Pyreneeën, naar Saint-Jean-Pied-de-Port en verder richting Camino del Norte.

De Weg is het Doel.

Wer thús

Ik rún dit jier in stik troch Frankryk

Ik hie myn rêchseck op ‘e rêch

Ik wie underweis nei Santiago

Ik rún dêr wat ferdwaald

Sa as gewoanlyk eltse dei

En kwaam op únferwachte plakken

Ik rún en tocht wat nei oer thús

Ik rún en moast omheech

In berg op, dat wie dreech

En op de top: it earste wat ik tocht:

Hoe soe’t wêze by my thús?

Ik rún en gyng in brêge oer

Ik seach nei ’t wetter

Ik seach nei de oare kant

Alwer in grins foarby, no sjit it op

Ik rún en rún sawat hiel Frankryk troch

fan noard nei súd, fan east nei west

yn sonne en rein, yn waar en wyn,

It thúsfront wie yn myn gedachten

Ik rún nei it súden, nei Sint Jabik Compostella

Únderweis hearde ik him roppen:

Andrys! Do komst toch wol yn Santiago?

Ik rún en rún, fersliet wat soalen en skuonnen

Sán kilo fet dat rekke ik kwyt,

Myn blik stie faak op úneindig fier:

Mar thús is en bliuwt altiid tichtby.

Hoe fier ik rin, hoe heech ik klim:

Thús dat bliuwt tichtby en dat is moai!

Ik wol mar sizze: hoe fier men rint,

hoe swier de reis ek is

it wurdt allegear in stikje lichter

mei mei dy gedachten oer dy leaven thús

Ik rún en rún, ik wie in kilometerfretter

fan Metz nei Condom yn it súden

Mar bin nei trije moannen no wer thús

De rop wie my te lúd: ik moast nei hús.

Ik lit Sint Jabik dan mar roppe

Dy bliuwt dêr wol, ik ha alle tiid.

Earst tiid foar myn leaven en foar my self.

Want it wie wol ferrekte intinsyf

dat rinnen: dat merkte ik pas thús:

Oeral thús mar thús it bêste…….

Mooi geweest, in voorjaar samen verder…

Zaterdag 23 Octobre 2021

Aan alles is een begin, maar ook een einde. Zo ook aan deze prachtige Reis.

Deze week was ik nog niet zo ver, ik dacht er nog aan misschien tot Hendaye te gaan, tot Saint-Jean-Pied-de-Port. Vandaag bedacht ik dat Lourdes een mooi eindpunt, maar ook een beginpunt zou zijn.

Ik sliep lekker in het mooie plaatsje La Romieu, gisteren was het gezellig met Marc, de man uit Lyon met dezelfde hobbies als mij. Lekker salade gegeten, daarna nog gekletst in de Gîte. Over kinderen, over zonen, over sport, over gezondheid. Over de Camino.

Gisteren had ik eigenlijk bedacht om gewoon verder te lopen, kijken waar het pylgerscheepje zou stranden. Vandaag gelijk met Marc opgestaan, die gaat weer naar vrouw, kinderen en werk naar Lyon. Die heeft een week gewandeld.

Ik heb er bijna tien weken opzitten. We eten samen, ik rooster nog een stokbrood van gisteren en Marc kookt wat eieren. Hij is handiger in de huishouding dan mij, wast steeds af tussendoor. Goede huisman!

Vertelt dat hij met zijn zoon in buurt van Biarritz heeft gesurft. Ik zie dat hij trots is op zijn zoon. Leuk!

Tijd om afscheid te nemen, misschien zien we elkaar nog eens op de Camino?

Ik pak mijn rugzak ook verder in. Drink nog een kop koffie. Rustig aan, want ik hoef maar een kilometer of negentien vandaag. Ik heb een Gîte gereserveerd na Condom, Gîte La Ferme de Toilet. Vond ik wel een leuke naam.

Ik poets alles nog wat, doe de lichten uit en vertrek. Wel jammer dat ik niet meer de tijd heb om naar de kerk en de Abdij te gaan, die gaat pas om tien uur open. En dat vind ik net te laat.

Het is fris buiten, ik heb de korte broek toch maar aangetrokken én de muts opgezet. Koude benen, maar unne warme kop.

Na wat foto’s, gemaakt te hebben loop ik door het mooie dorpje. Een prachtig mooi straatje en dan loop ik het dorp uit. Er hangt mist boven het land, maar de zon is sterk genoeg om daar op plekken door heen te komen. Wat een geweldig mooi beeld is dat toch! Ik heb het vaker beschreven: dromerig, wazig, romantisch, zweverig. Gewoon heerlijk. Even in een droom. Zonder televisie, gewoon écht. Geen Netflix,, geen muziek. Gewoon vogeltjes, een wegvliegende patrijs of korhoen

Ik realiseer me nog niet dat dit mijn laatste dag is. Ik loop als een gek te genieten van wat ik om me heen zie en hoor. Mijn zintuigen worden geprikkeld. Wat een schoonheid, wat een natuur!

Ik bel met mijn schoonouders, vertel erover én ook dat ik via Lourdes wil lopen: een mooie afsluiting van deze pylgerreis en waarschijnlijk een mooi begin volgend jaar samen met Ans.

Terwijl ik bel word me eigenlijk duidelijk dat ik deze pylgerreis aan het afbouwen ben. De reis is bijna ten einde.

Jammer, maar ik heb ook heel veel zin om naar huis te gaan. Drie maanden bijna van huis. Afzien met zware rugzak, slapen in een tentje, elke dag die rugzak weer inpakken. Elke dag dat wasje doen, weer slaapplek zoeken. Maar ook elke dag genieten van die natuur, van al die lieve mensen, die ik heb leren kennen. Ongelooflijk hoe veel mensen ik wel niet heb ontmoet.

Ik loop door de velden, droomvelden kun je ze beter noemen. Ik hoor de specht kloppen op hout. Vogeltjes fluiten. Op sommige plekken is de lucht al blauw, maar hangt er nog mist in de valleien.

Ik kom in een heel mooi dorpje, Castelnau-sur-l’Auvignon. Weer die mist, de zon erdoor, een kerkje, een oude toren. Nee, ik droom niet. Dit is écht.

Ik loop door, stuur de foto naar Ans. Die appt terug dat als iemand het zou schilderen het overdreven zou zijn…

Toch is het hier werkelijkheid. Ik loop een pad in naar beneden, richting Chapelle Saint-Germain.

Door de velden loop ik zo tegen de Kapel aan. Er ligt een kerkhofje naast, er komen een man en vrouw vanaf gelopen. Ik kijk naar de grond, in het gras groeien duizenden roze en witte bloemen.

Ik vertel dat dat de lievelingsfleur zijn van mon mére, van ús mem. Ze roept me weer! Ik vraag de man hoe ik snel in Lourdes kan komen. Hij denkt na en zegt dat er geen wandelroute naar toe gaat vanaf hier.

Ik móet gewoon naar huis! Ik zal straks op Office du Tourisme nog eens vragen. Maar eigenlijk is mijn besluit al genomen. Weer mem, die bloemen!

Ik loop door en kom langs een meer, waar blijkbaar een viswedstrijd is, overal staan auto’s aan de kant. En mannetjes achter luxe hengels met van alles er op en er aan. Ik zie ineens de jonge Marc uit Lyon staan, die ben ik ook in Conques een keer tegengekomen. Hij slaapt vaak in zijn hangmat met tarp. Vannacht heeft hij een donativo-gite gevonden.

Ik loop door en even later komt Marc al naast me lopen, hij zegt dat ik hard loop. We lopen samen Condom binnen. Marc gaat nog even langs de Boulangerie, ik loop door.

Als ik bij de Cathedrale Saint-Pierre kom, dan zitten de oude Marc, die bij mij in Gîte sliep, het scoutingmeisje wat bij Iza en mij in Gîte sliep en nog drie Franse meisjes er op de grond lekker te chillen. Ik ga er bij zitten, heerlijk: het zonnetje schijnt en als het middag is gaat iedereen zijn baguettes of ander brood smeren. Er wordt van alles uit die rugzakken getoverd: kaas, worst, mayonaise, tomaten, sla.

Ik weet dan nog niet dat dit mijn galgemaal op deze Camino. Daar kom ik achter nadat ik bij Office de Tourisme ben geweest. Wandelen is echt geen optie vanaf Condom. Dan moet ik even goed nog bus en trein nemen om in Lourdes te komen.

Er komen nog meer pelgrims bij de Cathedrale, Johan uit Duitsland, wiens naam al langer rondzingt. En de jonge Marc.

Met zijn allen gaan ze bij een café wat eten en drinken.. Ik ga mee en bestel me een cafe-au-lait. Maar mijn gedachten zijn er niet bij: ik ben online op From Rome to Rio de terugreis aan het boeken. Dit lukt niet met al dat gezwets om me heen. Ik zeg iedereen gedag, wens ze nog een Buen Camino. Iedereen, behalve de oude Marc gaat door naar Santiago.

Ik zoek alvast het busstation op, vanaf daar kan ik met de bus naar Agen, waar trein richting Bordeaux-Saint-Jean gaat. En daar kan ik de Flixbus naar Bruxelles pakken.

Op het busstation maak ik de boeking. Mijn creditkaart werkt weer eens niet mee, dus moet ik iets anders bedenken. Uiteindelijk komt het goed en is de reis geboekt.

Terwijl ik er mee bezig ben, komt Marc nog even bij me zitten, die slaapt nog nachtje in Gîte vlak bij Busstation. Morgen vertrekt hij.

Weer afscheid nemen! We komen elkaar vast nog wel tegen zeggen we voor de tweede keer vandaag.

De reis, naar Agen en Bordeaux-Saint-Jean verloopt voorspoedig. Maar Flixbus is weer een zootje. De bus zou om 20:55 uur vertrekken, maar net van te voren komt er bericht dat deze reis is geannuleerd. Een ongeluk, chauffeur in ziekenhuis???

De passagiers reageren woedend, er staan wel tien man te schreeuwen tegen de chauffeur. Het doet me denken aan die reis die Ans en ik naar Londen maakten met Flixbus, zowel heen- als terugreis was een grote puinhoop. Ook met schreeuwende boze mensen erbij.

Ik baal er ook van, maar onderga alles wat gelaten. Thuis zal ik heus wel komen, alleen wat minder snel dan wat dacht. Jammer dan..

En dat is voorlopig het einde van mijn pylgerverhaal: de Reis is gelopen. De Weg die blijft liggen en wacht op ons. Niet Santiago-de-Compostela, niet Hendaye, niet Saint-Jean-Pied-de-Port, niet Lourdes was het doel. De Weg is het Doel. En dan maakt het niets uit waar ik stop óf waar ik begin.

Ik dank jullie voor jullie aandacht, jullie bemoedigende woorden, jullie reacties, jullie feedback.

Ik vond het weer heel leuk om jullie een inkijkje te geven van dat gepylger, dat gepelgrimeer. Gewoon omdat dat leuk is om te lezen. En wie weet is er iemand die misschien zo op een idee komt om ook zo iets te ondernemen.

Of gewoon lezen om bij te mijmeren en te dromen over wandelen, camino’s, pylgers, avonturen, vriendschappen. Iedereen heeft zijn eigen redenen om te lezen.

Ik vond het in ieder geval leuk om te doen!

Ik ben zondagavond laat weer terug, ik rek mijn Camino nog tot dan. Maar ik ben ook blij dat ik weer naar huis toe ga, verheug me er erg op!

Oant oar jier, tot volgend jaar, bis nächsten Jahr, see you next year, À l’année prochaine!

Geen gîtes, even doorbijten…

Vrijdag 22 oktober 2021.

Een rare dag vandaag. Ik vergiste me weer eens met de tijd vanmorgen, waardoor ik al om zes uur in de huiskamer zat. Ik was om 5:50 opgestaan, ik dacht dat er 6:50 stond.

Beatrice ligt beneden, ik doe stilletjes en kom er om kwart over zes achter dat het niet kwart over zeven is. Te wakker om het bed weer in te gaan. Dan maar wat chillen op de bank. Wel lekker dat ze die hier hebben! Lekker lui in de bank, dat lukt niet vaak op de Camino. Spartaans is het meestal, harde stoelen, geen banken. Rechtop!

Nou, lekker lui de dag beginnen. De apps even doorlezen, even Facebook, NOS, email. Net voor zeven uur komt Stephane, de man van de gîte het ontbijt brengen.

Even later komt Beatrice ook er bij zitten. We kletsen wat, Beatrice vertrekt vandaag.

Ik vind het nog steeds een wonder dat zij ook Andrea heeft ontmoet. Je kan wel zeggen, dat het een klein wereldje is, maar dat drie mensen uit drie verschillende landen elkaar zo ontmoeten, is wél héél toevallig. We spreken af om eens samen iets af te spreken. Misschien in dat huisje van Beatrice ergens bij Creuse? Of anders in België bij Andrea of bij ons in Limburg.

Ik neem afscheid van haar, rugzak op én vertrek. Even de markering zoeken en weg ben ik. Ik loop nog langs het restaurant waar we gisteren zaten: lekker en veel eten voor weinig geld. Traditionele keuken.

Het is nat, ik heb de regenjas maar aangetrokken. Het miezert meer dan het regent. Leuk is het dat ze op deze route van Le-Puy-en-Velay de wandelaars niet veel over de weg lopen: er zijn veel paden naast de weg gemaakt, vaak niet er vlak naast, maar een stukje er vanaf met struiken ertussen. Mooi gedaan. Daar hebben boeren grond voor moeten inleveren.

Maar daardoor is het wel heel veilig wandelen. Waar er wel op asfalt gelopen wordt zijn meestal heel rustige weggetjes met weinig verkeer.

Ik ben nog maar net weg of ik kom mem alweer tegen, de roze bloemetjes achter een hek lachen me toe. Mem’s lievelingsplant, die altijd in een potje op de vensterbak in het keukenraam stond. Rood, rose of wit.

Ik loop door. De regenjas kan uit, het is gestopt met miezeren. Het uitzicht is door het grijze weer wat minder, maar pylgertsje geniet. Weidsheid, ruimte, uitzicht. Heerlijk!

Over glooiende heuvels wandel ik door het Franse land. Ik moet steeds aan Ingeborg denken, de vrouw waar ik in 2015 een paar dagen verbleef. Leefde Benedictijns en was tegelijk kunstenares. Zo’n leuke dagen gehad toen. Ik was helemaal kapot toen ik daar aankwam, moest er nog erg aan wennen dat er voor elke nacht weer wat geregeld moest worden. En dat ging wel eens mis. En toen stond Ingeborg daar ergens na Troyes me op te wachten: oude auto met een Mariabeeld achterin tussen de rotzooi… En rijden wat ze deed. Écht op de Franse manier…

Ik had er een geweldige dagen. Voor ik verder ging zaten we samen in haar Kapel, in stilte.

Wat was het schrikken toen Ans en ik haar bezochten een paar jaar later, ze was zo ziek door die rotziekte. Er was niets meer over van die pronte vrouw, die me opving in 2015. Maar nog wel die humor.

Na haar dood is het atelier/pelgrimsherberg ook ter ziele gegaan. Zo jammer. Het was. echt een heel fijne plek. En de scheiding die Ingeborg had gemaakt tussen haar privé en de pelgrimsherberg was voor haar maar ook voor de pelgrims heel fijn. Niet bijelkaar op de lip.

Waarom ik deze gedachten krijg van dit soort landschappen? Bij Ingeborg, omdat die omgeving van Étourney er een beetje op leek? Dat kan, maar misschien doet deze weidsheid, deze ruimte me meer als ik zelf kan bedenken. Elke keer als ik alleen dit soort landschappen instap kom ik er bij uit.

Het is alsof ik uit mezelf treed. Gedachten zo diep, zo ver, zo eindeloos ver. Dat ik er soms bang van word. Het is mooi en angstig tegelijk. Én ik liep er vroeger van weg, nu zoek ik het soms zelf op.

Ik kom aan in Lectoure, een hele klim naar boven. Stephane zei me vanmorgen dat er een grote markt zou zijn.. Nou, dat klopt. Maar eerst de Cathedrale even bekijken.

Als ik buiten kom wil ik iets van fruit gaan kopen, maar kan nergens mijn portemonnee vinden. Hele rugzak op de kop, buiktasje leeg. Nergens. Ik bel Beatrice op: misschien zit zij nog in de Gîte. Nee, ze is op de trein naar Parijs aan het wachten.

Ze adviseert om Stephane te bellen.. Dat doe ik even later. En ja hoor, portemonnee lag nog in de Gîte. Ik spreek met hem af dat hij het komt brengen in Lectoure.

Jammer,, dat het zo lang duurt, want ondertussen breken ze die hele markt af. Even na enen komt Stephane er aan rijden, ik geef hem wat voor de benzinekosten. Bij de Boulangerie koop ik nog twee appeldingen. Heerlijk!

Dan loop ik het stadje uit, ik moet nog 19 km, heb er 15 km gehad. Het lopen gaat lekker. Weer zelfde omgeving, soms stukken door het bos. Sommigen stukken over smalle asfaltweggetjes. Prachtige luchten, mooie wolkenpartijen. Soms zelfs even het zonnetje.

Een prachtige dag om zo te wandelen. Een keer moet de regenjas weer aan, ik pak me ook de paraplu erbij. En ik heb die waterdichte sokken aangedaan, toch eens proberen wat die doen: nou inderdaad er komt geen druppel door. Waardoor je voeten niet zo koud worden. Ideaal toch?

Ook vandaag, en dat is vanzelf niet zo raar zijn die laatste loodjes weer loodzwaar. 34 kilometer loop ik ook ook niet elke dag. En ook niet voor mijn lol. Geen gîtes, geen lol!

Le Romieu is prachtig. Een groot klooster, daar tegenover is de Gîte: La Refuge. Er is een gast, Marc, een heel aardige Fransman met dezelfde hobbies als mij: wandelen en fietsen. Ik kom erachter dat ik ‘m misschien wel hebben zien fietsen vorig jaar in de Ardéche, in Lamastre of Saint-Agréve.

Hij fietst daar elk jaar met die 10.000 anderen op deze tourtocht. Ans en ik zagen er veel van deze mannen vorig jaar.

Samen nog wat eten bij het Restaurant hier naast. Daarna nog even lummelen. En de blog vanzelf, want die schrijft zichzelf niet.

Morgen richting Condom, iets verder. Een kilometer of 19. En een Gîte de Ferme.

Tot merge, see you tomorrow, bis morgen, tot morgen, oant moarn, a demain!

Weer de eenzame pylger…

Donderdag 21 Octobre 2021

Wat een leuke Gîte weer daar in Espalais. Het zijn toch de mensen die het doen, al maak je er een luxe paleisje van, van je Gîte. Als je niet behulpzaam en sociaal bent naar je klanten, dan zegt al die luxe niets.

Frédéric had al die eigenschappen wel, en nog een hele belangrijke: hij kon heel goed koken. Het was een heerlijke maaltijd!

Ook het ontbijt vanmorgen, voor het eerst in La France spiegelei. Dus de stokbrood met confiture, maar ook spiegelei, yoghurt, cornflakes.

Ik wad een beetje warrig vanmorgen toen Frédéric Iza, weg zou bregen naar station en mij naar de bank om te pinnen. Ik vergat mijn telefoon met daarin mijn bankpasje. Geen probleem, Frédéric reed gewoon twee keer! De tweede keer zei hij: we gaan nog kijken of Iza nog staat te wachten, dan kun je haar uitzwaaien.

Helaas zagen we net de trein wegrijden, er stond niemand meer op het perron, dus ze had de trein gehaald!

Nog koffie op Gîte gedronken. Om tien uur vertrok ik. Het was wel lekker weer, alleen de wind was beetje koud. Maar met lopen had ik daar geen last van. Flink doorgelopen.

Ik ging al gauw de brug over de Garonne over. Zat te bedenken of de Garonne ook uitkomt daar bij Bordeaux. Ik weet dat het de Gironde is bij de kust. Direct even nakijken .. Aha, rivier noordelijk is de Dordogne, in het zuiden de Garonne en ze komen uit op de Gironde bij Bordeaux: zo leer je elke dag weer wat bij!

Het plaatsje Auvillar is echt heel mooi. Ik stop er even en gooi de rugzak even af. Er zijn veel galeries en ikv loop binnen bij een die open is. De kunstenaar is de beelden aan het poetsen met autowax. Ik moet er om lachen.

Ik loop verder het dorpje in. In het centrum staat een soort overdekte markthal. Heel mooi!

Bij de Boulangerie haal ik nog een baguette en een Pain de Chocola. Ik moet mezelf een beetje verwennen, want ik vind mezelf vandaag nogal zielig en alleen. Was vanmorgen door dat gevoel al vroeg wakker en toen ik naast me keek lag daar een meisje met een telefoon, ook al wakker.

Voor beiden niet zo’n leuke dag. Iza de hele dag reizen en ik weer alleen verder. De laatste dagen ben ik echt aan het twijfelen of ik wel verder ga dan de Pyreneeën.

Ik heb ook heel veel zin om na zo’n elf weken weer naar huis te gaan. Naar Ans, naar huis, lekker huis, lekker bed, geen rugzak, ’s morgens niks inpakken… Mmm, met Ans het er over gehad dat we die kustroute ook samen kunnen lopen in de lente. Want het is november als ik daar aankom. Nu is het hier nog mooi weer, maar het is afwachten wat het weer doet in november daar aan de kust.

Ik loop in ieder geval tot de kust. Hendaye, daar begint de Camino del Norte. En ik kan er de trein of bus pakken richting Nederland.

Nou, daar zit ik de hele tijd wat aan te prakkeseren, ondertussen Iza append, waar zij nu is. Ik kreeg al berichtje dat ze in Cahors is aangekomen. Ze moet nu wachten tot de trein komt naar Parijs.

Ik loop door, pauzeer even en zie dat er jonge poezen onder de pallet kruipen. Kittens, ze schieten weg als ze me zien zitten. Even de rugzak van de rug af, lekker. Jammer dat het zo hard waait. Ik trek. Mijn trui weer aan. De kittens hebben zich goed verstopt, die zie ik niet meer.

Ik sta op en loop verder. Heel in de verte zie ik Marie, de Belgische lopen. Zij is eerder vertrokken en loopt heel rustig aan, omdat ze een knieblessure heeft. Ik zie verderop bij een boerderij staan, als ik dichterbij kom zie ik dat ze met een vrouw haar stokken aan het repareren is.

Als dat gedaan is, lopen we samen verder, we bevragen elkaar wat we doen. Ze vertelt veel met textiel te werken, met leer en met wol. Wat ik eruit begrijp ook als therapie.

In een dorpje, Saint-Antoine gaat Marie pauzeren, ik loop door, ben pas een uur aan het lopen. We nemen afscheid. We zien elkaar vast nog wel, want we slapen in het zelfde dorpje, Miradoux.

Het lopen gaat lekker, ik. Kan merken dat er minder gewicht in de rugzak zit. Zeker 2 kilo minder: gasflesje, gasbrander, pannetje, wat kleren. Dat scheelt toch wel.

Ik passeer nog twee Franse jongens, die zitten te eten op een heel winderige plek. Anders was ik er bij komen zitten, maar niet in de wind.

Het gaat op en neer, de omgeving is licht glooiend. Ook wel lekker om weer met een houten stok te lopen. Die twee Leki-stokken heb ik Iza ook meegegeven. Ik voel me weer die ouwe pylger met zijn Stok. Die uit 2015.

Lekker om in dit weidse land te lopen. Zag ik er vanmorgen nog tegenop om alleen verder te gaan, vanmiddag geniet ik ervan. Alleen met mijn eigen gedachtes.

In het dorpje Flamarens pauzeer ik even, een stukje brood, wat kaas, een banaan. Water, wat koffie kan ik niet meer zetten.

Er staat een soort ruïne van een oud kerkje, die ze aan het restaureren zijn. Een gek gezicht. Ruïne met een gloednieuw dak.

Daarna is het niet ver meer naar Miradoux, waar ik de Gîte Bonté Divine gauw gevonden heb. Er is. niemand en ik wacht tot half vier in een café.

Er blijkt nog iemand in Gîte te slapen Beatrice uit Parijs. Om zeven uur kunnen we eten in het café-restaurant. Als we daar komen zit Marie uit België al aan tafel. Leuk, dat ik die ook nog zie. We hebben het gezellig met zijn drietjes en we eten warempel frietjes. Heerlijk! Beatrice heeft het in het Frans, over een vriendin, Andrea. Als Marie iets zegt over Berlaar triggert dat iets bij mij: “Hebben jullie het soms over Andrea uit Berlaar bij Lier, vlakbij Antwerpen. Oui, Ja.

Ik kijk Beatrice aan. Dit kan toch niet. Dat is dezelfde Andrea. Andrea waar ik in 2015 een heel stuk mee samen liep. Van Limoges naar Mont-de-Marsan. Zij liep later de Camino del Norte. Ik liep na die droom in Saint-Jean-Pied-de-Port de Camin-Francés.

Wat een toeval. En Beatrice gaat woensdag bij Andrea op bezoek. Een paar weken geleden mailde Andrea me nog dat ze in Fryslân aan het stappen was.

We appen beiden naar Andrea met foto’s, erbij. Die reageert ook enthousiast.

Morgen schijnt er regen te komen. En ik, zei de pylger, loop morgen meer dan 30 kilometer: we shall see….

Oant moarn,, tot morgen, bis morgen, tot merge, see you tomorrow, a demain!

Afscheid van Moissac, we lopen naar Espalais..

Woensdag 20 oktober 2021

Dat was een heerlijk maaltje gisteravond bij Anne en Brigitte. En Anne zorgt er voor dat er gesprek is aan tafel. Ze bevraagt iedereen en er ontstaan daardoor leuke gesprekken.

Ik vraag haar later of ze dat niet vermoeiend vind. Ze zegt van niet, maar dat het wel eens lastig is als mensen geen Engels of Frans spreken.

We gaan na eten samen met Harald naar de plek waar we slapen. Zijn vrouw Rejanne is al eerder naar bed gegaan.

Vanmorgen voor zeven uur opgestaan. Ook Herjanne was er vroeg bij, die kwam bij Iza en mij aan tafel zitten. Ze blijven vandaag in Moissac en vertrekken morgen naar Frankfurt.

Ze vertelt over Brazilië en speciaal over haar afkomst, haar ze heeft voorouders, die slaaf waren, maar ook heeft ze Nederlandse roots. Een voorvader heeft ooit een slavin gekocht en daar kinderen mee gekregen.

Ze weet zelfs de naam, van der Ploeg. Ik zeg dat die naam ook veel in Friesland voor komt. Misschien heeft ze zelfs Friese roots? Wat een verhaal zeg.. En helemaal nog niet zo lang geleden.

Wanneer gingen eerste Nederlanders naar Brazilië? Tussen 1800 en 1900? In 1863 werd in Suriname de slavernij afgeschaft.

We praatten nog tijdje met Rejanne, wisselen adressen uit. Leuk om nog met haar te kletsen. Engels, gaat bijna niet, maar ze spreekt goed Duits.

Als we vertrekken komen we Harald en Anne ook nog tegen. Anne heeft voor ons allebei van die geluksbriefjes: ik open ‘m vanavond pas. Er staat op: Epanouissement. Ik zoek het op wat het betekent: Zelfontplooiïng.

Ja, daar kan ik wel wat mee. Dat is toch mooi megenomen.

Ik ben weer eens ontroerd bij afscheid. Ik heb me heel goed gevoeld in deze gîte bij deze mensen. Anne heeft ons zo goed geholpen. Echt een zorgzame en lieve vrouw.

Voor voor naar beneden gaan nog een foto van de Gîte en van Marie.

Dan gaan we de Calvarieberg naar beneden en lopen het centrum van Moissac nog in. Ik ben gisteren helemaal vergeten te kijken hoe we eigenlijk moeten lopen. Niet slim!

Nou, we komen in ieder geval nog langs een boulangerie, waar we baguette, pain de chocola et rozijnenbroodje kopen. Daarna vinden we na wat gezoek de route. Die gaat eerst langs het kanaal.

We lopen Moissac uit en moeten hele tijd langs het kanaal lopen tot we bij een brug en een sluis rechtsaf kunnen. De kanalen komen mij zeer bekend voor: in 2015 liep ik hele lange stukken van de Camino in Frankrijk langs die saaie waterwegen. Ik was er geen fan van!

We verlaten gelukkig het kanaal, we lopen de hoge route vandaag. De variant gaat langs het kanaal. Nee, dankje….

We steken de weg over en komen op een pad terecht door het natte gras. Langs, de velden, langs de maisplanten en fruitbomen belanden we op de eerste klim. Die gaat gestaag naar boven. We klimmen langzaam naar boven. Het gaat goed, het naar beneden gaan is een stuk lastiger.

Zo moeten we vandasg drie heuvels over, Iza heeft vooral met dalen moeite, ze heeft vandaag veel last van haar kniebanden. Niet gek vanzelfs na vier dagen ongewend zulke afstanden kimmmen en dalen. Ik kreeg last van mijn knieën na vijf weken.

Onderweg stoppen we verschillende malen, bij voorbeeld toen er een heel leuke poes voorbijkwam. En toen we pauseerden ergens in het bos, met koffie vanzelfs!

Het laatste stuk zat ik er helemaal door en koest Iza mij motiveren om door te gaan. Het was eind van middag warm en ik was bijna niet vooruit te branden.

Om uur of half vier kwamen we aan bij Gîte Le Par Chemin in Espalais, een dorpje net voor Auvillar.

Vincent vangt ons daar op, we krijgen lekkere frisse limonade. Er is nog een dame uit België, Franstalig. Maar gelukkig kan ze paar woordjes Nederlands.

Vincent blijkt een zeer goede gastheer te zijn en heeft heerlijk maaltijd gekookt: pompoensoep, rijst met linzen, zoete aardappel met saus en kalkoenvlees. En een vurrukkeluk toetje na. Echt weer genieten!

Morgen rijden we samen met Vincent naar het station in Valence, Iza gaat dan richting Cahors/Parijs/Amsterdam en ik ga er geld pinnen en daarna, richting Miradoux. Een kilometer of 20.

Alweer afscheid! Niks aan.. Het waren een paar geweldige dagen samen met dochterlief… Dat is wel voor herhaling vatbaar. Samen aan de wandel. Superleuk was het!

Tot morgen, tot merge, bis moegen, see you tomorrow, a demain, oant moarn!

Moois zat in Moissac

Dinsdag 19 oktober

Dat is lekker! Gewoon een vrije dag. We staan vroeg op: eerst koffie, lummelen.

Langzaam op gang komen, niet meteen die rugzak inpakken. Nee, kop koffie. Even buiten kijken wat voor weer het is. Even daarboven kijken waar Marie met het kruis waakt over de stad daar beneden. De lucht is oranje met rood en geel gekleurd. De zon komt op. Het ziet er goed uit.

Een mooier begin van de dag kun je toch niet bedenken? We kijken naar beneden waar het stadje langzaam ontwaakt. Lichtjes, auto’s. Geluiden op straat, de trein, schoolkinderen. We zien de.rivier de Tarn door Moissac stromen, de zon glinstert in het water en geeft het een gouden gloed. Mooi!

We gaan de Gîte weer binnen, een pelgrima is al vertrokken, de twee andere dames staan ook op. Heel aardig zijn die, ondanks dat ze niet veel Engels spreken, hebben we toch veel te vertellen aan elkaar. Gezellige tantes. Kan me voorstellen dat Anne die ene graag als hospitalero heeft. Ze is heel prettig in de omgang, lief en sociaal.

We ontbijten samen, Anne komt brood brengen, zet nog meer koffie. Lekker lang ontbijten met drie soorten confiture.. Ook Brigitte komt er bij. Gezellig.

Ik doe erna nog een wasje, we hebben toch tijd zat. Om. Een uur of elf gaan we de steile Calvarieberg af om naar het centrum van Moissac te gaan. Anne gaf ons enkele toeristische tips, dat is wel handig.

We komen het klooster van de Zusters Carmelieten voorbij, waar we even in de Chapelle kijken. Er hangen paar schilderijen van Saint-Jacques. We vinden ze allebei niet echt mooi. De ramen wel.

Beneden lopen we langs het gebouw van Bureau du Tourism, waar aan achterkant heel mooie foto’s worden tentoongesteld. Over de Stad Moussac, onder andere met al die pelgrims, die hier voorbijkomen.

We kunnen over een loopbrug het spoor over en schrikken ons kapot als er ineens een trein onder ons voorbijraast. Het lijkt wel of ze het spoor dwars door de Abdij hebben aangelegd. Sommige gebouwen lijken dwars doorgesneden te zijn.

Het lijkt een mengelmoes van stijlen: romaans met daarop gotisch. We lopen door een soort Abdijtuin zo het stadje in. Eerst bekijken we de kerk die vastligt aan de Abdij.

Zowel binnen als buiten valt het op, dat het verschillende stijlen, verschillende tijden zijn geweest, wanneer iets in de kerk werd geplaatst. Van heel eenvoudige beeldjes van Maria tot een wat protsige goudkleurige beelden van Maria of andere heiligen.

Mijzelf spreekt die Romaanse stijl me het meest aan. Eenvoud, klein, rondes vormen, warm.

Na het kerkbezoek is het tijd voor koffie. We vinden een leuk terrasje. Iza heeft onder tussen bij de Pharmecy een Covid-test gehaald: ze komt blij van het toilet af: géén Covid! Gelukkig! Geen quarantaine!

Jammer dat de meeste winkels sluiten na de middag. We maken ern heel mooue wandeling langs de Tarn richting kanaal. Er is een prachtig Hotel en langs, de kant groeien enorme platanen. Heerlijk om zo langs de oever te slenteren.

Bij een terrasje aan het kanaal eten en drinken we wat. (aanrader Anne).

Daarna slenteren we lekker wat door de straten van Moussac, bezoeken nog twee tweedehands winkels, de Abdij, een glasblazerij, de, Intermarche. Een leuk stadje om eens te bekijken. Niet alleen om door heen te lopen! Écht de moeite waard.

Als we bij de Gîte aankomen zien we dat het Duits/Braziliaanse stel bij ons in de Gîte verblijft, Harald en Herjennie. We hebben laatst lang zitten kletsen, hij is pastoraal werker in Frankfurt. Zij is lerares.

Er komt ook nog een Française. De laatste pelgrims voir dit seizoen voor La Petite Lumière, voor Anne. Ze heeft weer een heerlijk maaltijd bereid en het is gezellig vanavond.

Afscheid, morgen weer verder: Iza haar laatste etappe. De Gîte-eigenaar, een criend van Anne heeft aangeboden haar donderdag

Afscheid, morgen weer verder: Iza haar laatste etappe. De Gîte-eigenaar, een criend van Anne heeft aangeboden haar donderdag naar het station te brengen. Lief hé?

Zo gaat dat hier, iedereen helpt elkaar waar hij/zij maar kan. Mooi toch?

Oant moarn, see you tomorrow, a demain, tot merge, bis morgen, tot morgen!

Kilometervreters gaan van Lauzerte naar Moissac

Maandag 18 oktober 2021

Gisteren maar klein verhaaltje geschreven, omdat ik vroeg naar bed wilde. Nou,, dat heeft ook geen zin, want ik sliep niet goed.

Terwijl we zo’n mooi tweepersoonskamertje hadden met lekkere bedden. Privacy, geen snurkers. Mooi uitzicht.

Het samen was gezellig en ook nog erg lekker, een gezellig clubje bijelkaar. Die vrienden uit de Elzas, eentje is geblesseerd: hij is gevallen, flinke wond op zijn hoofd en been geblesseerd. Gisteren is hij hij gestopt, vandaag gaat hij naar de dokter. Verder de jongen uit Lille, Gailjand of zo. Dan het stel uit Frankfurt, de man is de zesde theoloog die ik tegenkom op deze Camino. Dan is er nog een priester, die we gisteren ook al zagen.

Dan Veronique uit de Elzas, de Duitse slager uit Dordmund, ook al zo’n aardige lieve man. En de hospitaleros, die de vrouw vervangt die normaal de pelgrims opvangt. Hij is wat gespannen lijkt het, maar heeft heerlijk gekookt en is wat langdradig met zijn verhalen. Dat heb ik trouwens op meer plekken gezien en gehoord. Sommige hospitaleros praten of preken graag. En vaak voordat het eten wordt opgeschept. Maar ik altijd geleerd dat je een gegeven paard niet in de bek moet kijken, dus ik luister dan maar én kijk of ik er iets van versta.

Na elke gang weer een toespraak, over de ingredienten en waar de producten vanaf komen.

Zo duurt zo’n diner wel lang en zit je zo van zeven tot negen aan tafel.

Slapen ging daarna goed,, maar ik werd veel wakker en om half vijf wilde ik me al aankleden, ik dacht dat het half zeven was. Een meevaller, kon ik nog twee uurtjes slapen!

Het was nog donker toen we vertrokken vanmorgen. Iza en ik moesten gewoon opletten waar die wit-rode markering was, die zag je bijna niet in het donker. Ook bij dat stenige pad naar beneden moesten we uitkijken. Gisteren was het al licht toen we vertrokken. Nu zie elke dag dat het later licht wordt. Eigenlijk is het niks om in het donker te lopen, morgen maar wat later vertrekken!

Het is even later wel prachtig als de zon zich laat zien. In de verte zien we Gailjan lopen, die is wat eerder vertrokken als ons. Hij wil geloof nog verder dan Moissac. Zei wel dat we elkaar misschien tegenkomen, omdat hij ook naar Santiago-de-Compostela gaat. Nou, dat zou leuk zijn.

Heb ook idee dat hij nu wat harder gaat, omdat hij last heeft van zelfde persoon als Iza en ik. Er is een persoon in de groep, die enorm luidruchtig is en erg slecht luistert en alle aandacht naar zich toetrekt. Voor ons ook reden om wat meer gas te geven, die komen we liever niet meer tegen in volgende gite. Lullig misschien, maar het moet wel leuk blijven dat pelgrimeren.

Als mensen zo bezig zijn met hun eigen verhaal en geen belangstelling tonen voor het verhaal van anderen, dan stopt het mij. Dan laat ik zo’n persoon liever lekker alleen lopen. Daar loop ik me alleen maar aan te ergeren.

Het zijn van die dingen die gebeuren op de Camino, net zoals dat thuis of je werk of gewoon in je leven kan gebeuren. Niet met iedereen is er die klik. Met heel veel andere pelgrims wel. Maar ook met anderen totaal niet, zelfs niet na paar pogingen. Tja, dan houdt het op.

We genieten echt van de het opkomen van de zon, zo’n prachtig warm licht, nu helemaal met die herfstkleuren, oranje, oker, geel, bruin, rood en roze.

Zo lopen we een tijd door de velden, door het bos, we klimmen en kijken van boven naar waar we net vandaan komen, van Lauzerte. Je ziet nog mist hangen op plekken, ik blijf het een prachtig mooi beeld vinden. Dromerig, net of het niet echt is. Liep zo eens door de Ardennen, keek omhoog en zag in de mist een wit paard. Net of ik droomde.

Maar dat was echt: ik liep om zeven uur in de morgen op de GR-5 door de Belgische Ardennen. Momenten om nooit te vergeten.

Nu loop ik met mijn dochter Iza door het Franse land, van Cahors naar Moissac. Ook een droom. In drie dagen zijn we er al. Ik had er vijf gepland. Nog geen dag onder de twintig kilometer gelopen, met vandaag een uitschieter naar negentwintig kilometer.

We komen nog in een klein kapelletje, Saint-Servin: prachtig in haar eenvoud, romaans. Dat zijn toch de mooiste. Zonder opsmuk, zonder tierlala.

En zo lopen we door tot we in het dorpje Dufort-Lacapalette zijn.. Daar zien we een winkel. Helaas gesloten, dat is jammer, want we hebben niets bij ons. Alleen wat van die proteïnen-repen.

Iza loopt toch nog even naar de deur en ziet de eigenaar naar buiten lopen. Die zegt dat hij dicht gaat en twee weken gaat sluiten. Als hij hoort dat we niets hebben doet hij voor ons de deur even open. We mogen wat uitzoeken van ‘m. We kopen vis in blik, zoutjes, snickers. Toch aardig! Blij dat we nu voor straks wat te eten hebben, geen brood, maar dit is ook prima.

We zijn ongeveer op de helft van dit traject. Dus we moeten nog een kilometer of veertien. Dan maar even verstand op nul en door.. Dat lukt aardig, we praten niet veel meer. Ergens gaan we een pad in, ik mis bijna een afslag, omdat de markering rechts op een heel klein paaltje staat.

Gelukkig! Geen extra kilometers vandaag a.u.b. Dat is echt teveel van het goede. Als we langs een meertje lopen horen we iemand heel hard schreeuwen. “Iza! Iza!” Het is een persoon waar we nou net niet op zaten te wachten, die wel vekeerd is gelopen op dat punt en nu Iza roept. Ik schreeuw terug, dat ze linksom weer op de route is

We zien dat ze terugloopt. Wij lopen door en komen bij een punt. Ik twijfel of we naar rechts moeten of rechtdoor. Om het te controleren loop ik even naar rechts om de markering daarcte zoeken. Helaas: niks. We lopen terug en daar komt dezelfde persoon weer aangelopen.

Ik controleer of ik markering zie bij rechtdoor. Ja, gelukkig! Verderop. “I told you, it’s, this, way!” schreeuwt de persoon.

Nondeju, daar heb je die ook weer. Ik word nu echt boos. En ga met grote stappen het paadje in, daar heb ik echt geen zin in. Ik ben nondeju aan het zoeken naar markering. Komt die schreeuwer eraan en die zegt dat die het allemaal beter weet.

We hopen stilletjes dat deze persoon snel weer een eigen weg inslaat, een andere Camino als het onze. Toen deze persoon knoerhard achter Iza begon te zingen en steeds om haar aandacht bleef vragen, had zij er ook genoeg van. Ik houd meer van rust tijdens wandelen, zei Iza. Ze versnelt haar pas. Het wordt stil in het bos.

Mijn boosheid heeft ons ook geholpen, door de adrenaline ben ik zo de berg opgevlogen met grote stappen. Iza is achter me aan gegaan, die was die persoon ook flink zat met dat geschreeuw en dat slechte luisteren.

Het is nog een heel stuk voordat we aankomen in Moissac. Daar moeten we ook nog ver voor dat we bij Gîte La Petit Lumiere zijn. Het stuk van Moissac we we door heen lopen is niet echt mooi. Het laatste stukje wel. Nou, mooi? Een Calvarie-berg. Mister Murphy woont ook in Frankrijk. En die had dit nog voor ons in petto. Tjee, het gaat steil omhoog en als we denken dat we er zijn komt na de bocht nog een steile trap naar boven. Jezus met zijn kruis en wij met een rugzak.

“Maar dan heb je ook wat!” had ik Iza al toegeroepen in het begin van de klim. En zo was het. Bovenaan Marie, bij het kruis: ze kijkt uit over Moissac. Er naast een schattig lief huisje, waar Anne en Brigitte de Gîte La Petite Lumiere runnen.

Anne helpt ons, geeft ons wat te drinken en geeft Iza adviezen hoe ze het beste terug kan reizen naar Amsterdam als we door zouden lopen. Heel lief én ze belt zelfs haar peetkind of Iza daar kan slapen.

Echt een schat van een mens. Moet ook wel, want er lopen hier vier poezen rond. Haar vriendin Brigitte is schrijfster. Zij spreekt bijna geen Engels.

Iza moet over al die adviezen even nadenken, ze is kapotmoe. Ik zeg dat we eerst even gaan douchen. Na het douchen voelt Iza zich nog steeds niet lekker. Ik zeg dat ze maar lekker in bed gaan liggen, lekker rusten.

Ondanks dat ze zich niet helemaal lekker voelt gaat Iza toch met me mee dineren met Anne, Brigitte twee dames die hier ook slapen in de Gîte. Een heet Françoise en is altijd hospitalero geweest en hielp Anne in de Gîte. De andere is haar vriendin.

Het eten is delicious en het is echt heel gezellig aan tafel. Heel leuke gesprekken, Anne zorgt er steeds voor dat iedereen begrijpt wat de ander bedoeld, ze vertaalt van Engels in Frans en andersom. Geweldig! Waardoor ik ook niet gevoel had dat ik naar Franse monoloog zit te luisteren, net zoals gisteren.

Even afwachten hoe het verder gaat met Iza. Morgen lasten we een rustdag in. En blijven we hier nog een nachtje. Ik had vijf dagen gepland om hier te komen, dus een rustdag kan wel na drie dagen gewandel….

A demain, bis morgen, see you tomorrow, tot merge, tot morgen, oant moarn!

Een heerlijke zondag van Lascabanes naar Lauzerte.

Zondag 18 oktober 2021

Vandaag kort verhaaltje, ik wil na het late eten ook eens vroeg slapen. Het was een heerlijke zondag.

Prachtig mooi weer, prachtig mooi licht vanmorgen. Kwamen onderweg eigenlijk sterds zelfde mensen tegen, die ook in Gîtes in Lascabanes hadden geslapen.

Ook weer nieuwe mensen leren kennen, onder andere een stel uit Frankfurt, theoloog met zijn vrouw. En heel leuk comtact met jongen uit Lille, die ging keihard schreeuwen toen we verkeerd liepen.

Twee keer een markering gemist, zo’n anderhalve kiilometer meer gelopen dus… Dus zo’n 25 kilometer. Bekijk de foto’s maar.

See you tomorrow, a demain, oant moarn, bis morgen, tot merge, tot morgen.