Een prachtige wandeldag: van de Heerlijkheid Wittem via omwegen naar Sint-Servaas in Maastricht

Ik was al vroeg wakker vanmorgen. Zin om weer verder te wandelen. Gisteravond had ik de omgeving van het Klooster in Wittem mog verkend. Ik had nog een tijd in de gemeenschappelijke ruimte gezeten, maar kwam verder niemand tegen.

Dus toen maar vroeg het bed ingegaan, ik was moe genoeg door dat gewandel door de regen.

Vanmorgen om zeven uur ging ik naar de eetzaal, daar bleek dat er geen koffie uit het apparaat kwam, balen. Verder was het ontbijt heel uitgebreid. Brood, kaas, ham, Franse kaas, jam, yoghurt, fruit, jus ‘d orange.

In de eetzaal kwam ook nog een andere logé, die vertelde dat ze snel naar huis moest omdat haar man plotseling was opgenomen in het ziekenhuis. Ik heb ze sterkte gewenst voordat ze ging. Arme vrouw.

Na het ontbijt, zonder koffie ben ik toch maar verder gegaan. Ik ben nog even in de Gerardus-Kapel gaan zitten. Even stilte voor ik verder ging. Even rust.

Om acht uur liep ik buiten richting Gulpen. Daar ontdekte ik waar het gisteren mis ging, ik had een afslag gemist net voor Gulpen. Nu kwam ik daar uit. Een paadje door een weiland.

Zo kwam ik op hetzelfde pad als gisteren, vlak na de Gulpener Berg.

Evenlater liep ik Gulpen in. Bij de bushalte was het druk, veel scholieren. De ochtendspits… Verder was alles gesloten in Gulpen. Dus ik moest het nog even doen zonder koffie.

Toen ik het centrum uitliep liep ik bijna tegen een monument aan voor alle Joodse slachtoffers van de Holocaust in Gulpen. Er moet een flinke Joodse gemeenschap zijn geweest, als je die lijst ziet. Het monument deed me een beetje denken aan het Holocaust-monument in Berlijn. Zie volgende link.

De weg ging omhoog en ik liep verder. Een stukje verder weer een “Monument” uit Wereldoorlog-2. Een gebombardeerd huis, waar alleen de buitenmuren nog overeind stonden, er groeide zelfs een boom in het huis.

Zo te zien slachtoffers uit twee families, omgekomen door een bominslag in 1941.

Kijk maar eens naar deze  link. 

Het is nu 75 jaar geleden en nog steeds zijn we bezig met die oorlog. Over een tijdje zijn er geen mensen meer die het zelf hebben meegemaakt. Daarom vind ik dit soort monumenten leerzaam voor ons, voor onze kinderen.

Zorg er maar voor met zijn allen dat wij van “na de oorlog” blijven.

Ik vraag me wel eens af of die ultra-rechtse, nationalistische figuren zich dat realiseren, al 73 jaar leven wij in vrijheid.

Ik loop door, peinzend. Ik wordt afgeleid door het prachtige uitzicht achter me, de zon komt er nu echt door en er hangen nog wat mistflarden over de heuvels. De jas kan al uit.

Als ik verder loop kijk ik rechts tegen een maisveld aan, de mais is al geoogst, er achter is bos. Plotseling zie ik één…twee…drie…vier…vijf reeën heel schuchter, bijna onhandig het veld opkomen. Verderop bloeit iets groens, ik denk dat ze daar naar toe willen. Ik blijf stil staan, hou mijn adem in om zo lang mogelijk naar dit schitterende schouwspel te kunnen kijken. Maar eentje heeft me gespot en voor ik het in de gaten heb zijn ze alle vijf alweer de bosjes ingegaan.

Dit zijn de dingen, waardoor het zo fijn is om buiten te zijn, dit is kicken!

Ik loop door met een dikke smile op mijn gezicht. Wat er ook gebeurd: mijn dag kan niet meer stuk! Niet één, niet twee…maar vijf reeën.

Op de afslag naar links bij een bosrand zie ik een steen met een plaquette. Alweer geschiedenis, maar nu wat verder weg: deze plaats was vroeger het gericht. De plaats waar mensen werden opgehangen. Hoog op een heuvel, meestal precies tussen twee dorpen in. Daar was de galg en degene die werd gehangen lieten ze weken hangen. Als waarschuwing voor anderen. Brrr…

Geef mij maar deze tijd en de rechtspraak van nu, onvoorstelbaar dat er lieden zijn die roepen dat de doodstraf weer ingevoerd moet worden.

Gedachtes komen en gaan en ik ben door het prachtige weer die zwaarmoedige gedachten gauw weer kwijt. Ik geniet vooral: prachtige uitzichten, mooie slingerende paden, soms stijgend, dan weer dalend. Soms een holle weg, met bomen op de hoge kanten. Veel wegkruizen kom ik tegen. Heel vaak tegen een oude eik of kastanjeboom aan.

Het is overal stil, een enkele fietser of hardloopster kom ik tegen. Ik kom in het dorpje IJzeren, waar ik echt nog nooit van gehoord heb. Hier een mooie Maria-Kapel.

In Sibbe is net het café geopend en drink ik een heerlijk bakje koffie. Dat werd tijd…De kastelein vertelt dat het café in het nieuwe boekje van het Jacobspad wordt genoemd, hij is er zichtbaar trots op.

Na Sibbe gaat het een stuk minder met de route, ik kan de markering vaak niet vinden, het is allemaal wat onduidelijk. Onderweg naar Vilt verdwaal ik echt en kom terecht in Berg en Terblijt. Psychologisch hakt zoiets er flink in bij me, ik krijg zelfs lichamelijke klachten, zoals pijnlijke tenen bij zo’n tegenslag.

Gelukkig werd ik ook dit keer afgeleid door prettiger beelden, bijvoorbeeld de oogst van appelen..

Het boekje wordt aan de kant gelegd en Google-Maps moet voor verlossing zorgen. Helaas werkt dit niet goed op mijn mobiel. Het lijkt of het toestel Google-Maps niet bij kan houden. Of mij niet…

Ik kom ook nog terecht in Geulhem, een prachtig plaatsje waar de Geul door heen stroomt. Ergens zie ik oude rotswoningen, waar blijkbaar vroeger mensen hebben gewoond.

Via allerlei slingerweggetjes met scherpe kiezels beland ik eindelijk in Houthem. Maar de zin is over om Sint-Gerlach nog op te zoeken. Ik wil zo snel mogelijk naar Meerssen en Maastricht. Bij een tankstation rust ik even, koop een lekkere koffie.

Langs de kortste route kom ik in Meerssen, ik ben er verrast door de schoonheid van het plaatsje. Een prachtige Basiliek. Een heen mooi Marktplein erachter, een park, een leuk centrum!

Als ik verder wil en de Kerkstraat niet kan vinden vraag ik het een voorbijganger. Hij komt duidelijk uit Meerssen en vertelt trots over de Basiliek. Hij vraagt me of ik ook in de oude Synagoge ben geweest. Nee dus. Ook niks over gelezen. (thuis opgezocht: zie deze link)

 

Als ik richting Rothem/Maastricht loop zie ik ineens een oud Joods Kerkhof, de graven schots en scheef, zoals zo vaak op dit soort kerkhoven. Ook hier was dus een grotere Joodse gemeenschap. Reden om eens terug te komen en hier navraag naar te doen.

De wandeling naar Maastricht is nog lang en ik kort hem wat in. Ben dan ook blij als ik de brug over de Maas oversteek en het oude centrum in kan lopen.

De verleiding was na Meerssen zeer groot om direct naar de auto te gaan, die stond niet zo ver van Meerssen. Ook de verleiding om stadsbus of trein te pakken kon ik gelukkig weerstaan..

Maar ik had die oude Keizer Karel in Aken gezegd te voet naar Sint-Servaas te gaan. Ik dacht zelfs dat het in een dag te doen was, wat vanzelfs een grote vergissing was.

En belofte maakt schuld. Dus daarom liet ik me niet verleiden, niet door eerder te stoppen, niet door bus of trein te pakken.

Soms voelt dat goed als je je doel bereikt, wat niet wil zeggen dat je nooit moet laten verleiden. Als je bijvoorbeeld helemaal stuk zit is het onzin om niet bus of trein te pakken of eerder te stoppen. Alleen het gekke bij mij is: ik ga bijna nooit helemaal stuk. Ook vandaag niet…

En zo kwamen er vandaag twee stempels bij in de Credencial del Peregrino: van O.L.V. Sterre der Zee en van Sint-Servaas. Leuk, maar alleen omdat het weer zo’n prachtige wandeldagen waren. Met voor- en tegenspoed……

Onderweg naar het station kwam ik die dooie bisschop nog tegen…. die van de Klappergasse in Aken.

Advertisements

Het Jacobspad Aken-Maastricht in de eerste herfstregen.

Het werd weer eens tijd voor een lange wandeling alleen. De meeste keren wandel ik de laatste tijd met Ans. De keren dat ik alleen loop is meestal in de buurt: de zogenaamde “rondjes-om-de-kerk”. En wandelen met zijn tweeën is toch anders, dat ervoer ik vandaag.

Ik stond vanmorgen vroeg op, ik had me voorgenomen om een stuk Jacobspad te gaan lopen van Aken in Duitsland naar Maastricht. De auto parkeerde ik op de P&R bij Maastricht-Noord. Met de trein van Arriva reisde ik naar Maastricht en met de bus naar Aachen.

Om half tien was ik daar, ik stapte uit, omdat ik dacht de Dom te zien. Dom, want het was niet de Dom. Toen ik er naar toe liep vond ik het al wat kleiner allemaal, het was de St-Jacobskerk! Volgens Pelgrims bestaat toeval niet en wordt de Pilger, the Pilgrim, de Pylger, de Pelgrim vaak persoonlijk geroepen door Jacobus.

Nou, dan was dit zo’n geval van roeping, maar het voelde toch meer als een vergissing….een klein beetje dom.

Dat bleek wel toen ik de voordeur van de kerk opende: Jacobus stond rechts bij een pilaar, maar de tussendeur was dicht. Geschlossen! Ook het huis ernaast, een Pastorie of Parochiehuis: alles was dicht.

Ik besloot om toch maar door te lopen naar de Dom. Na even zoeken vond ik die. De Dom, daar waren Ans en ik al eens geweest, ik geloof in 2016 toen we de Eifelsteig gingen lopen. De start was toen bij de Dom van Aken.

De Dom ligt er prachtig in een stukje oude stad. Van binnen is het ook heel mooi én dan heb ik de schatkamer nog niet eens gezien. Wat een pracht en praal. Ik durfde niet goed foto’s te nemen, want er zaten veel mensen te bidden.

Buiten is het ook fantastisch: wat die bouwmeesters toch konden vroeger.

Op een toilet sprak ik de verantwoordelijke man daar aan over de füssball-match van vanavond: Bayern München tegen Ajax Amsterdam. Hij was duidelijk niet zo voor Bayern en liet me een tatouage in zijn nek zien van een grote S.

Hij zei fan te zijn van Klaas-Jan Huntelaar, want die had lang gespeeld bij Schalke-03 en speelt nu weer bij Ajax.

Nou, we zien het wel vanavond, ik geloof dat Ajax niet veel kans maakt. En zoals een pessimistische fan van VVV zei in een schriftje in het Kapelke van Genooi in Venlo: “Bidden in nood, helpt geen kloot.”

Nou, dan maar hopen. Dat helpt soms ook…

Ik liep verder, het was al tien uur geweest en ik moest nog naar Maastricht. Nog de stad Aken uit en door de Limburgse heuvelen. Het schoot door me heen dat ik me eigenlijk niet zo goed had voorbeteid, ik had wel het boekje bij me, maar ik had niet echt gekeken hoe-en-wat. Geen gpx-bestanden, geen routebeschrijving op de mobiel. Nee, alleen boekje. Ik was blij toen ik zag dat er markering was. Van twee kanten: dus vanaf Maastricht én vanaf Aken naar Maastricht.

Dit gaat meestal anders, als ik met Ans ben, die er niet van houd om onvoorbereid op stap te gaan en alles op haar telefoon zet, waardoor zij ook meestal de “reisleidster” wordt. Ze heeft al eens aangegeven dit niet prettig te vinden.

Gek, dat iedereen op zijn wijze, op zijn eigen manier reist. De één heel voorbereid, de ander veel minder. 

Ik merk dat ik het vaak niet weet, maar al gaande toch de juiste richting neem en dan ook het doel bereik. Alleen soms met een omweg. Het onverwachte kan soms heel verrassend zijn, maar ook heel vermoeiend. En als ik met Ans loop, merk ik dat ik haar dit niet aan wil doen en ben ik al blij als ze alle gpx-en weet-ik-wat-voot bestandjes op haar mobiel heeft staan. Alleen krijgt ze daardoor wel die “reisleidster”-rol.  Ja, ja, het valt niet mee dat samen wandelen, haha……het is net samen leven…

Zo mijnerend loop ik de stad uit richting Lemiers. Ik lees dat vroeger de leprozen buiten de stad werden gezet, in de Middeleeuwen heette dat leprozenhuis: “Melaten”. Nu ligt het supermoderne academische ziekenhuis daar in de buurt.

Bij Meliers ga ik de grens over naar Nederland, een bruggetje over de Selzerbeek is de grensovergang.

Het miezerde de hele tijd wat, maar nu begint het toch door te regenen. Regenjas aan, capuchon op. Dat is minder. Mijn wereldje wordt dan steeds kleiner, doordat mijn blik vernauwd wordt door die capuchon waar ik zowel links als rechts tegenaan kijk. En het geluid: ik hoor het tikken van de regen en niet het geluid van het land.

Kortom: ik hou er niet van, zo in een coconnetje te zitten tijdens wandelen,  ik ben meer een mooi-weer-wandelaar.

L

Langs Vijlen, Partij, zelfs Gulpen en de Gulpenerberg loop ik. Ik ben de markering kwijt!

Ergens zie ik een Klooster, het Arnold Janssen-klooster, die naam ken ik van de Zusters uit Steijl en van een eerdere pelgrimstocht door Duitsland bij Goch en Kevelaer. Ik bel aan, ik zit verkeerd: de Zusters wonen er niet meer, het is nu een Verslavingskliniek. Toeval? Jacobus? Dat ik daar net moet aanbellen… Hoelang is het nu geleden? De Cruz de Ferro, de A-steen, die ik kwijt ben: nog maar drie jaar!

Met Google probeer ik in Wittem te komen. Daar kom ik zo tegen half drie aan: zeiknat, verkleumd ga ik eerst in een restaurantje zitten daar: opwarmen, soep en koffie en dan zien we wel verder.

Als ik weer opgewarmd ben reken ik af en ga naar de buren : het Redemptoristen Klooster. Deze had ik gisteren voor de zekerheid al gebeld én er is plaats. Ik vind het mooi geweest voor vandaag!

De cirkel is rond en rond is de cirkel

Het begon maandagavond al bij me, toen ik op de dijk stond bij Zwarte Haan. Gemijmer.

Dat het nu drie jaar geleden is dat ik in juli aankwam in Finistere. De blijdschap en ontroering die voelde toen ik bij Cee de zee zag. Mijn Camino was bijna gelopen. Toen ik een dag later aankwam in Finistere nam ik mij voor geen kilometer meer te lopen. Finistere was het eind van de wereld, eind van mijn Camino.

In maart 2014 was ik gestart in Fryslân, omdat ik daar vandaan kom. In maart begon de Reis samen met mijn zoons Jan en Frank aan het Wad bij Zwarte Haan, het Friese Finistere.

Het was regenachtig vies weer die dag, maar later klaarde het op. We liepen een paar dagen samen tot Heerenveen, daarna ging ik alleen verder. Lees maar op: pylgerandrys.waarbenjij.nu

jabik 3 schaduwen
Het Bildt 2014
jabik jan en frank 2014
Zwarte Haan 2014
jabik pylger 2014
Zwarte Haan 2014

Nu in juli 2018 sta ik weer in Zwarte Haan. Nee, ik ben niet helemaal teruggelopen vanaf Santiago de Compostela of Finistere. Nee, ik liep nu niet alleen, maar samen met Ans vanaf Eijsden. Op het idee gebracht door de georganiseerde estafette van de verschillende regio’s van het Genootschap van Sint Jacobus. Er werd vooral in groepen gewandeld, maar dit sprak ons beiden niet zo aan. We liepen samen in etappes van Eijsden naar Sint Jacobiparochie.

 

En ik liep daarna nog twee etappes vanaf Leeuwarden. Met Ans had ik begin juli de westelijke route gepakt langs Franeker en Tzum.

Het was heerlijk om samen zo te wandelen, steeds een paar etappes, soms met auto en openbaar vervoer heen en terug. En een andere keer met onze Slaap-Caddy en/of tentje. Gemijmer nu ook bij mij omdat dit jaren niet mogelijk was samen. Ik ben echt heel blij dat Ans doordat ze zo is afgevallen nu samen met me kan wandelen. Een verrijking van ons leven samen.

Easterwierum 2018
Easterwierum 2018

Ik begon met “De cirkel is rond en rond is de cirkel” en zo voelde het gisteravond toen we in ” “processie” achter die verhalenverteller/zanger Tjerk Ridder met zijn ezel aanliepen naar Zwarte Haan. Zelfs de beelden van Finistete en Zwarte Haan lijken op elkaar. Schimmen in het licht van de ondergaande zon. Schimmen van pelgrims, die op zoek zijn naar dit soort beelden en/of rituelen.

finistere
Finistere 2015
Zwarte Haan 2018

 

Zwarte Haan 2018
Zwarte Haan 2018

Dat is zo mooi als je andere pelgrims/ wandelaars ontmoet! De herkenning, je kunt gevoelens delen, die mensen die het niet kennen bijna niet begrijpen. Wat betreft kan ik wel iets voorstellen bij dat samen wandelen in een groep. Alleen niks voor mij, omdat het alleen-zijn, de stilte er heel erg bij horen. En met zijn tweetjes lukt dat ook goed.

wandelaarster/pylger 2018

Zo mijmerend liep ik gisteren over het festivalterrein van Nacht aan het Wad. Een hartstikke leuk festivalletje met (geen luide) muziek, verhalenvertellerij, sterrenkijkerij en je kon zelfs mee met een boswachter het Wad op. Stands met van alles over nachtdieren.

Ik loop er rond, luister naar muziek van een koor met drie muzikanten, een accordeon, een viool en een cello. Melancholische muziek, of ben ik dat? Heel mooi, de Friese teksten ontroeren me. Dat is vanzelf niet gek, want Fries is de taal van mijn hart. Teksten in het Fries komen bij mij meer binnen als Nederlands of een andere taal. Voelt al thuis, thús.

Jelsum 2018
jabik jelsum kerk 2014
Jelsum 2014

Dat gebeurde maandagavond dus ook een beetje, dat gepraat daar van die Bildtkers op de dyk. Dat voelde zo vertrouwd omdat het ook op Liwarders lijkt. Mijn ouders hadden ook vrienden die dat taaltje spraken, het komt me zo bekend voor, zo eigen.

Zwarte Haan 2018

Thús juh, bitsje ouwehoere op de dyk…

Ik ben nog gebleven tot half drie, toen vielen de luiken bij mij ook dicht. Niet gek na drie dagen wandelen door bloedheet Fryslân. Met een tevreden en blije blik duik ik mijn tentje in om drie uur.

Drie fantastische dagen, ik ben weer terug waar ik ooit begon, de cirkel is rond.

De Dag van Jacobus

Woensdag 25 juli 2018:

Ja, daarvoor ben ik hier en zijn vele anderen hier hé! Vandaag is het de 25ste juli: Jacobus-dag!

De dag begon slecht, want ik ben vannacht lastig gevallen door twee of drie steekmuggen.

Ze zaten niet in de tent, maar omdat het ineens ging regenen vannacht ben ik naar buiten gegaan en heb de stoel en de handdoek binnen gelegd. En toen zijn die pestkoppen waarschijnlijk mee naar binnen geglipt.

Ik heb er in ieder geval slecht van geslapen, ik hoorde ze steeds, maar zag ze niet. En nadat ik toch in slaap was gevallen voelde ik ze, jeuk op vingers en voeten. Het lijkt wel Zweden hier!

Nou ja, het regent niet meer, het zonnetje komt erdoor en de muggen zijn nu weggejaagd. Ik heb lekker ontbeten voor de tent, het is nog maar vijf over zeven. Alles in rust nog, behalve de vogels, die zingen het hoogste lied.

Ook zit er in de boom naast mijn tent weer de kaakvogel, die is van Eijsden meegevlogen naar het Bildt. Want overal waar we kampeerden van februari tot nu kwamen we hem of haar weer tegen. Ik denk van een kraai of zoiets: maar kaken (Limburgs voor schreeuwen) kan die!

Gisteravond ben ik nog even naar Zwarte Haan gereden. Daar was het gezellig op de dijk. Veel pelgrims, maar ook mensen die hier wonen, uit Nij Althoenae en Oude Bildtzijl. Prachtig dat taaltje: het Bildts. Het doet mij aan Liwarders denken, stadsfries. Een mengeling van Fries en Nederlands. Want zo is Bildts eigenlijk ontstaan: Hollanders en Brabanders, die hier in de polders kwamen werken trouwden met Friese meisjes en vermengden hun taal met het Fries. Met als resultaat: het Bildts.

Ik kwam er ook nog een heel leuk stel tegen, pelgrims. Allebei al aardig op leeftijd. Ze vertelden dat ze nu al dertien keer naar Santiago de Compostela hadden gelopen, verschillende routes. De eerste keer vanuit Nederland.

Ze staan hier ook op de camping, ik kwam hem net nog tegen bij het washok. Ze zijn hier in groepsverband naar toe gelopen, maar kamperen zelf in zo’n klein caravannetje. Leuke mensen!

Ik vertek straks om een een uur of half negen richting Zwarte Haan. En vanaf daar dan de echte laatste loodjes naar Sint-Jabik. Veel hoef ik niet mee te nemen, wat drinken en een paar rozijnenbollen…

Bovenstaande typte ik om een uur of zeven vanmorgen. Ondertussen heb ik mijn plan alweer gewijzigd! Ik ga niet lopen vanaf Zwarte Haan, omdat we vanavond ook al naar Zwarte Haan lopen vanaf Sint-Jabik. Dan zou ik twee keer die route lopen. Ik besluit om naar Vrouwenparochie te gaan. Daar vertrekt een andere groep, waaronder die twee oudere pelgrims die bij mij op de camping staan. Ik zag ze net wegrijden, ze gaan met de auto naar de startplek.

Bij de dijk zie ik dat het iets meer dan zes kilometer lopen is, dat lukt vast nog wel. De weg naar Sint Annaparochie liep ik gisteren ook al…..maar het is mooi weer en ik geniet van de ruimte, het uitzicht over de graan- en aardappelvelden. In de verte zie ik rechts het torentje van Sint-Jabik.

Ik hoop dat ik niet te laat ben, dat heb je als je met een groep loopt. Als je alleen of met zijn tweetjes wandelt hoef je daar nooit over na te denken… Ik loop nog wat sneller…

Als ik in bijna in Sint-Anne ben heb ik het zweet al voor op de kop staan. Net voor het plaatsnaambord kom ik een pelgrim tegen die de andere kant uitloopt. Ik zeg dat hij zo veel te vroeg in Sint-Jabik aankomt en dat dat een rare binnenkomst is zo in je eentje. Ik vertel ‘m dat ik maar Vrouwenparochie ga omdat daar een groep vertrekt. Nou, hij wil wel mee lopen. Het blijkt Leonard te zijn, ongeveer zo oud als mij en hij komt ergens uit de buurt van Noordwijk of Noorwijkerhout.

Als we door Sint-Anne wandelen zeg hij dat hij net van die kant komt, hij had ergens verderop op een camping geslapen, camping de Roos. We kletsen wat en vertellen beiden elkaar wat we hebben meegemaakt op de Camino. Leonard vertelt dat hij is gaan lopen omdat hij met wandelen veel minder last van zijn reuma heeft. Hij is vanaf Rome naar Santiago gelopen, zonder routeboekje, maar met een wegenkaart. Zo heeft hij zijn eigen Camino-route gemaakt. Later is hij ook nog vanaf Sevilla naar Santiago gelopen. Hij kan er in ieder geval mooi over vertellen.

Als we in Vrouwenparochie aankomen bedenken we dat die groep wel afgesproken zal hebben bij de kerk. Maar als we daar aankomen is er geen kip te bekennen, laat staan een pelgrimsgroep.

Leonard begint wat te lachen en zegt: “Och, die kilometers er nog bij, dat lukt ook wel…..”

Naast de kerk staat een man met zijn dochter bij de auto. We gaan het hem vragen of hij of zijn dochter misschien een groep mensen gezien heeft. “Nee, niks gezien”, hij vertelt wel dat hij mij gisteren heeft zien lopen in Leeuwarden, het viel hem op dat ik nogal snel liep. Leonard beaamt dat en zegt dat ik inderdaad een sneller tempo heb als hem.

De man bedenkt dat de groep misschien verderop is in Vrouwbuurtstermolen. Nou dat is geen gek idee, we lopen door. Bij een boerderij zitten werkmensen koffie te drinken. De baas denkt dat hij de groep gezien heeft bij de molen.

We lopen nog pasje sneller. Als we vlak bij de Molen zijn zien we een langgerekte groep verderop door de weilanden lopen. We vragen nog even binnen en ja hoor, dat waren de pelgrims, die zijn net weg.

Op hoop van zegen lopen we weer via dezelfde weg terug, de werkmensen zitten nog steeds aan de koffie en spreken ons aan. “Nee, ze waren al vertrokken!”.

Verderop in Vrouwenparochie zien we dat de groep naar links is afgeslagen en op dezelfde weg als ons terechtkomen.

We sluiten aan, er komt gelijk zo’n regelman naast ons lopen en die vertelt nog dat hij nog langer heeft gewacht in de molen. Hij vertelt veel over zijn eigen pelgrimstocht, maar heeft weinig belangstelling voor onze verhalen.

We gaan maar bij anderen lopen, o.a.de twee oudere pelgrims die bij me op de camping stonden. Hele lieve mensen. Toen ik vroeg hoe oud ze eigenlijk waren kreeg ik als antwoord: “Samen honderdachtenveertig”. En zo te zien waren ze beiden wel in de zeventig. Respect! Al dertien keer de camino gelopen, de eerste keer vanaf hun woonplaats Raalte. De laatste keren met hun kleinkinderen. Een jaar met hun kleinzoon en toen die zo enthousiast terugkwam wilde de kleindochter ook. Prachtig, die verhalen, dat enthousiasme!

In Sint-Anne krijgen we nog een toeristische wandeling langs allerlei plekken waar vroeger o.a. de Christelijke en Openbare School had gestaan. Nu was dat aangegeven met een tegel met een foto. Maar er stonden nu woningen, dus er was weinig van te zien.

Daarna werd er nog van alles vertelt in de Nederlands Hervormde Kerk, een markant gebouw. Over de geschiedenis van.de kerk en het Bildt. We horen dat Rembrandt daar met zijn Sakia is getrouwd. En dat er een familiegraf is met een deur, die geschonken is door Zweden, ik geloof dat een van grietmannen, van Haaren daar ambassadeur was geweest, maar het kan ook anders zijn, want ik kon niet zo geconcentreerd luisteren.

Waarschijnlijk omdat het tijd werd om te lunchen en dat deden we daarna dan ook in de kerk. Vandaag niet zingen, maar boterhammen of rozijnenbollen eten dus….

Vanaf Sint-Anne was het niet ver meer naar Sint-Jabik.

Daar wilde iedereen vanzelf op de foto bij het plaatsnaambord. Met zijn tweeën, met of zonder bourdon, dit is een soort stok met linten die groepen steeds meedragen. Aan het ding hangen vlaggetjes en linten uit de verschillende regio’s. Hij wordt overgedragen van de ene naar de andere regio. En heeft dus al een hele reis door Nederland gemaakt.

De binnenkomst bij de Groate Kerk is feestelijk. Iedereen is blij om hier binnen te lopen: Santiago aan het Wad. San Iago: Sint Jabik!

In de grote tent, maar ook in de kerk is plaats genoeg om ergens te gaan zitten. Langzamerhand komen ook de andere groepen binnen, die ook met applaus worden binnengehaald.

Iemand van de organisatie vertelt dat er zo’n vijfhonderd pelgrims in de tent en daarbuiten zaten.

Het was een strak georganiseerd feest, met toespraken, muziek van koren. Een groep die echte Spaanse muziek maakte, echt gezellig, zo met al die camino-genoten tezamen.

Over de processie achter de man met de ezel en wat ik verder nog allemaal meemaakte op het Wad bij Zwarte Haan, het Friese Finistere, daar schrijf ik later nog een stukje over.

Rituelen op de Friese Meseta…

Dinsdag 24 juli 2018:

Al vroeg opgestaan vanmorgen, want ik wil met de bus vanaf Sint-Jacobiparochie naar Leeuwarden. Voor zeven uur was ik al daar, de heb ik auto geparkeerd in een zijstraatje. Al voor acht uur stapte ik uit bij het station van de culturele hoofdstad van Europa.

Tegenover het station staat een van de fonteinen, speciaal gemaakt voor dit evenement. Ik geloof dat alle elf steden er eentje hebben gekregen. En net zoals altijd met kunst werd er weer heel wat afgezeurd, gediscussieerd… Knap dat die fonteinen er nu toch staan.

Ik liep door muisstil Leeuwarden, de winkels, de kroegen waren nog dicht. Niet erg want ik moet vandaag ver lopen. In de Sint-Jacobsstraat kom ik meer pelgrims tegen. Ze lopen in een groep, allemaal vrouwen. Ik klets even, maar zeg dat ik mijn eigen route loop.

En dat is ook zo, want ik heb bedacht dat ik langs het huis ga lopen waar mijn ouders en dus ook ik zo lang hebben gewoond. Een stukje om, maar voor mij heel speciale herinneringen.

In mijn herinnering was Leeuwarden veel groter, straten lijken minder lang, flats minder hoog, pleinen veel kleiner. Raar is dat, misschien komt dat omdat je vroeger met het perspectief van een kind alles bekeek. En daarom lijkt het nu ik groot ben allemaal kleiner…. zelfs die scheve Oldehove….

Het huis waar we gewoond hebben lijkt ook gekrompen te zijn, het tuintje er om heen kun je eigenlijk geen tuintje noemen…

Ik loop verder door Leeuwarden-West, de vogelnamenbuurt, de componistenwijk. De kerk waar we vroeger naar toe gingen, de Fenix wordt gesloopt. Dat hadden ze toch veertig jaar geleden niet gedacht: kerken zijn toch voor de eeuwigheid?

Nou deze kerk dus niet:

Via de weg naar Holwert loop ik richting Jelsum. Hier had ik ooit als opgeschoten jongen een krantenwijk. Of ik nam die van iemand over. Een slecht idee, want het betaalde slecht en de huizen en boerderijen lagen ver uit elkaar. Van Leeuwarden tot Jelsum. En soms had ik pech, want ik vergat wel eens een abonnee. En dan moest ik nog eens terug met mijn fietsje. Wat een ellende.

Via Jelsum, waar vroeger een State was, Dekema state loop ik verder. Het volgende dorp ligt er eigenlijk tegenaan: Cornjum. Ook hier een kerkje, de Sint-Nicolaaskerk. Er hangt een briefje aan de deur, waarschijnlijk voor de groep die ik vanmorgen heb gezien.

Ik wacht even, drink wat en loop weer verder. De route gaat weer door een paadje route langs een oud landgoed: Martenastate. Bij een oud gerestaureerd huis bel ik aan. Een aardige oude mevrouw helpt me en.zegt dat ze een mooie stempel heeft. Ze heeft mijn wandelstaf gezien, Stoffel-3 met al die veren die ik her en der heb verzameld. Ze zegt dat ze er ook een mooie voor mij heeft. Ze loopt de kamer in en komt terug met een prachtige bruin-wit-gestreepte veer, waarschijnlijk van een buizerd, maar het kan ook een andere roofvogel zijn.

Z

Ze bekijkt mijn stok en zegt ‘m mooi te vinden. Ik vertel dat ik er allerlei parafernalia zoals een ijzertje met Christoffel en een Jacobschelpje erop heb getimmerd. Niet omdat ik katholiek ben, maar omdat ik dit soort rituelen mooi vind. Ze zegt dat iedereen rituelen nodig heeft en.wijst naar haar dove man die in de tuin boontjes aan het snijden is. “Allegear rituelen”, zegt ze. En ik knik en bedank haar voor de stempel en deze wijsheid.

Britsum laat ik niet links, maar rechts liggen, ik ga links richting Stiens. In het boekje lees ik wat ik er allemaal mis: fresco’s in de romaanse kerk. Ik bedenk, dat ik er altijd nog eens naar toe kan. Ik denk dat ik meer zie dan dat ik mis….

Over een oude spoorweg, ik geloof het Dokkumer Lokaaltsje kom ik in Stiens. Maar goed ook, anders had ik heel lang door een nieuwbouwwijk moeten lopen. In Stiens zie je nog echt typische spoorwegwoningen en gebouwen.

In Stiens pauzeer ik even op een bankje bij de Aldi, ik loop even naar binnen en koop wat extra drinken en een pak rozijnenbolletjes. Die gaan er namelijk altijd wel in net zoals bananen. Iedereen heeft het steeds over extra drinken, maar extra rozijnenbolletjes moet je ook niet vergeten!

Nadat ik op het bankje ook nog werd aangesproken door een ouwere heer ging ik in Stiens op zoek naar een stempel. Bij de Bruna zocht men voor mij op internet waar. Bij een bakker of bij een frietzaak, die men hier petatzaak noemt. De getatoeeerde bakker wist nergens van, had alleen van het Pieterpad gehoord, wat volgens hem door Friesland liep.

Ik kreeg wel een mooie bakkerssticker! Dat dan weer wel!

En de eigenaar van de petattent , “Pieter Jelles” was een Chinees. Die weet vast niet dat Pieter Jelles Troelstra behalve schrijver en dichter een bekende Friese Socialistische voorman was, die uit Stiens kwam. Die Chinezen hebben hun eigen voormannen….. Maar hij had wel een stempel van het Jabikspaad.

De route ging verder over Finkum, wat trouwens in het Frysk Feinsum heet. Daar was een pauzeplaats bij de brug aan de Finkumervaart. Er stond een huis naast met grote letter Ultrea op de ramen. Daar moet een pelgrim wonen. Ik keek eens maar de buurman kwam al een kijkje nemen en zei dat de pelgrim gevlogen was.

Later op internet even gezocht: het is de heer Wiep Koehoorn en hij heeft geloof ik achter dat huis een soort revuge. Mooi toch! Lees maar op:  wiepkoehoorn.blogspot.com/

Ik eet en drink er wat en kijk wat om me heen zoals gewoonlijk. Het leven is goed, dat van een pylger underweis helemaal.

Onderweg zijn is zo gek nog niet, soms alleen, soms met zijn tweetjes. Allebei is het fijn. Net zoals ik het fijn heb met Ans, heb ik het ook fijn met mezelf. Raar hé! Nou ik vind van niet, op zijn tijd moet ik toch even in gesprek met mezelf. En dat lukt heel goed als je in je eentje wandelend onderweg bent. Maar dit terzijde.

Bij de restanten van Kleaster Mariengaard kwam ik nog twee pelgrims tegen. Zij Friezin uit Hemelum, hij Utrechter. Ze woonden ergens bij Leeuwarden in de buurt van Boksum.

Samen nog een stuk doorgelopen tot Oude Bildtzijl, daar dronken we samen koffie en fris bij Café Het Grauwe Paerd. En scoorden we alle drie wat stempels. Toen we buiten zaten liep de groep pelgrimdames voorbij die ik zag in Leeuwarden, sommigen liepen al niet te fris meer: ik geloof dat ze daar in Oude Bildtdijk sliepen.

De Friese en Utrechtse pelgrims liepen door naar Zwarte Haan, ik naar Sint-Jabik. We namen afscheid, morgen zien we elkaar waarschijnlijk weer, dan zijn alle pelgrims in Zwarte Haan of Sint-Jabik.

Ik liep door, het was nog een een lang stuk naar Nij Althoenae. En niet echt prettig lopen over zo’n dijk waar auto’s, bussen, fietsen over heen rijden.  Gelukkig kreeg ik wat afleiding door de kunstwerken á la Escher in het graan.  Daarna vergistte ik me nog, omdat die zijwegen allemaal op elkaar lijken. Kwam nondeju in Sint-Annaparochie terecht, daarna was het nog vier kilometer naar Sint-Jabik. Daar wordt alles in gereedheid gebracht en de grote weg is afgesloten, omdat ze,er een grote tent neerzetten. Voor ons!

Blij dat ik bij de auto was, nog een stempel gescoord bij de Pelgrimshoeve, waar het ook druk was. Ik denk dat de bêd&brochtje vol zit met pelgrims en hotemetoten van het Genootschap.

Ook op de camping zie ik verschillende kleine tentjes staan, aan de rugzakken te zien allemaal pelgrimsvolk. Ik ben nu toch echt nieuwsgierig naar morgen: de dag van Sint Jacobus!