Mooi gedicht over Franciscus, geschreven door Aart van der Leeuw (1876-1931)

Dit gedicht kwam ik vanmiddag tegen toen ik bladerde in een gedichtenbundel van mijn schone vader Henk in Grashoek.

Gelijk gefotografeerd en nu online gezet. “Broeder wind en zuster zon”

Uit de lofzang van Franciscus wat hij schreef aan het einde van zijn leven. Een lofzang op de natuur, het Zonnelied. Hierin beschrijft hij dingen van de hemel, broeder zon en zuster maan en de sterren. En de dingen van de aarde, of de vier elementen: broeder wind, zuster water, broeder vuur en zuster aarde. En de levensweg van de mens.

Onderstaand gedicht schreef Aart van der Leeuw over Franciscus.

Ik ben er nog niet over uitgelezen.

Bron: Wikipedia

Advertisements

Pelgrimskunst in de Beurs van Berlage

Op de expo “This Art Fair” in de Beurs van Berlage zag ik verrassend werk van Franciscus & Franciscus. Thuis gekomen gelijk de website opgezocht. Het gaat om werk van beeldend kunstenaar Frans Franciscus en grafisch vormgever Rens Gündel Franciscus.

Geïnspireerd door Hans Memling, meester onder de Vlaamse primitieve maken ze prachtige fotoportretten, die zodanig digitaal zijn bewerkt dat het lijkt of ze geschilderd zijn. Ik twijfelde inderdaad ook toen ik ze zag. Is het een foto of een schilderij?

Ook de Spaanse barokschilder Francisco de Zurbaran inspireerde hen. Deze schilder werd beroemd door afbeeldingen van monniken, gehuld in Kartuizer pijen.

Ik kwam even terug in de sfeer van de Camino op deze woensdag in de Beurs van Berlage.

Te vinden in de Grote Beurs zaal, standnummer 15. Mocht je nog gaan, de expo duurt nog tot 30 december.

Meer informatie zie je op op link: Fransciscus & Fransciscus

Tot slot, de ultieme Camino-ervaring

In de Refuge van de Zusters van Madeleine, zoals ik het maar noem, werkte een hospitalero van de Franse Saint-Jacques-vereniging. Ze zag ons gisteravond aan komen lopen met de rugzakken en kwam meteen naar buiten. Ze waren op dat moment aan het eten..

Hoe het precies in elkaar zit weet ik niet, maar Ans en ik werden ondergebracht op de slaapzaal met nog een Vlaams echtpaar en twee Franse mannen..

De Vlaamse mevrouw begon direct te kletsen, ze vertelde dat ze vorig jaar de Camino naar Santiago de Compostela hadden gelopen (gestapt) vanaf Sint-Nicolaas in België. Ze hadden er drie maanden over gedaan.

Nu waren haar man en zij op het Pelgrimspad aan het fietsen. Ze hadden blijkbaar de hele dag gefietst, want ze bleven boven op de bedden liggen, het was ondertussen half negen.

Het was ons te vroeg om al het bed in te gaan, we gingen nog beneden wat stokbrood met “tonijn in mayonaise met groenten uit blik” eten, de ontdekking van deze wandeldagen in La France.

In de keuken, waar wat tafels stonden kon je zelf koken en gebruik maken van koffieapparaat, magnetron.

Er zaten twee jonge meiden, maar die kakelen zo hard in het Frans, dat we na een half uur ook maar besloten naar bed te gaan.

Nou, het slapen lukte mij goed, weer een ouderwets Camino-gevoel, zo met zijn allen op de slaapzaal. Het Vlaamse echtpaar lag rechts van mij,

mijn lief naast me, naast haar een oude bebaarde man en daar weer naast een andere Fransman.

Ans had vannacht bijna geen oog dicht gedaan, de Vlaming, de Fries naast haar en de Franse Snotgurg hadden alle drie flink gesnurkt, maar ze was vooral wakker gebleven door de snot, keel en scheetgeluiden van Snotgurg (genoemd naar Kabouter-verhaal van Rien Poortvliet).

Ik was lekker uitgeslapen vanmorgen, mijn lief dus niet.

Het ontbijt bestond uit koffie, brood en vooral jam. Het bleek dat er nog meer gasten waren, twee Duitsers. Maar die kwamen uit andere slaapvertrekken.

Nadat we geld in de bus hadden gedaan, het is donativo, zetten we de rugzakken voor de laatst op de rug, wensten we iedereen nog Bon Chemin en Buen Camino. Nog een stukje lopen naar de auto, die bij de Camping stond en daarna zo’n 650 km rijden door het Franse, Belgische en Limburgse land.

Onderweg fantaseerden we erover dat we eigenlijk een stuk van Assisi-route gelopen hebben. Een optie zou kunnen zijn om deze route nog te vervolgen richting Italië. Dat klinkt toch wel aantrekkelijk. Ik ga me er eens over laten informeren, ook omdat de boodschap van de Franciscanen heel sympathiek vindt.

Ook wandelen in Italië spreekt ons aan, als het niet in een te hete periode is.

Een groot gedeelte van onze reis vermeden we de tolwegen, toch ging het vlot: om half vijf waren we thuis, vanavond weer lekker slapen in ons eigen bedje: en dromen van prachtige wandeltochten door prachtige landschappen.

Tot de volgende wandel- en/of pelgrimstocht!

Een dagje lekker lummelen

Op de camping “Porte ‘l Arroux”, genoemd naar die prachtige oude stadspoort waren we de enige tent-kampeerders.

Om ons heen stonden bijna alleen maar grote campers, alleen om het hoekje stond een Nederlands autootje met een piepklein caravannetje. Daar had ik meteen sympathie voor.We aten bij de picknicktafel die ze bij de plek hadden neergezet, speciaal voor fietsers en wandelaars.

Toen het donker en kouder werd gingen we naar een sport recreatiezaaltje, waar een man uit waarschijnlijk Kroatië of daar in de buurt tegelijk een film op zijn mobiel aan het kijken was en ook nog televisie keek. Er was een magnetron en we maakten zo onze koffie. Nog hele tijd daar gezeten.

Daarna de tent in, we konden eerst niet slapen want er kwamen nog steeds campers binnen, die de motoren lieten draaien..

Vannacht was het gelukkig stil en sliepen we goed. Vandaag lekker uitgeslapen, tot half negen. Daarna hebben we alle etensspullen gepakt en zijn we in de recreatieruimte aan een tafeltje gaan ontbijten.

We hadden de hele dag, dus lekker rustig aan. De tent afgebroken, de was moest wel nat mee, die was nog niet droog.

We liepen voordat we de stad inliepen nog even langs de Tempel van Janus, die we in de verte zag en liggen, oud hoor! Ook al weer die Romeinen, ik geloof dat Autun een Romeinse stad was: Augustinudorum of zoiets. Uit de tijd dus van de begin van de jaartelling, want toen was Augustinus Keizer.

In Autun aangekomen wilden we graag de rugzakken kwijt, we zagen een Emaäus-winkel met 2e handspullen en vroegen daar of ze er mochten staan. Dat was geen probleem zei de madam die Frans sprak met een Spaans accent, als ze er een gebakje voor kreeg. Ok, dat doen we.

De hele dag hebben we door Autun gelopen, winkeltjes bezocht, de markt over gelopen. En tussen de middag toen veel winkels gesloten waren hebben we heerlijk geluncht.

Na de middag nog naar de kathedraal gelopen en een andere wijk ontdekt met leuke winkeltjes. Zo kregen we vandaag de dag wel om..

Om vier uur brachten we de madam van Emaäus nog haar gebakjes en haalden we onze rugzakken op.

Nog een tijd bij het station gewacht op de bus, die precies om tien voor vijf daar was.

Met de bus reden we door en langs de Morvan terug richting Vézelay, we konden met openbaar vervoer niet verder komen dan Avallon. Daar arriveerden we rond half zeven.

Met de taxi kwamen we om half acht aan in Vézelay. Daar slapen we vannacht geheel in stijl in de Pelgrims-refuge van Centre Madeleine, nog een nachtje op de slaapzaal en dan morgen naar huis.

Het was een geweldige, maar ook zware wandelweek, we waren achteraf wel blij dat we de tent bij ons hadden, want niet overal waren slaapplekken te vinden.

U hoort nog van ons, Buen Camino! En anders: wandel ze!

Laatste loodjes wegen altijd zwaar

Vannacht sliepen we heerlijk in onze Mobile-Home, een lekker bedje in een piepklein slaapkamertje. Echt een soort tiny house, maar dan met superdunne wandjes en met bloemetjesgordijnen. Maar om zo een avond en nacht in door te brengen is prima. Helemaal toen we buiten hoorden stormen en regenen.

We maakten een lekker ontbijtje met een gekookt ei erbij en yoghurt. Nadat we de boel hadden ingepakt en de Mobile-Home netjes hadden achtergelaten vertrokken we.

Met de regen hoezen om de rugzak en de regenjassen aan, want het regende pijpenstelen. Al gauw vonden we de GR-131, het bleek ook de route naar Assisi te zijn aan gegeven met oranje bordjes met een ‘T’ erop. Als de weg naar links gaat staat er op de linkerkant van de ‘T’ een wit duifje, bij rechts aan de rechterkant en als je rechtdoor gaat in het midden.

Toen we gisteren voor Glux-en-Glenne bij een kruispunt stonden, zagen we de route naar Assisi al afdraaien richting Saint-Prix. Vanaf daar is die zo naar Saint-Léger-sous-Beuvray gegaan en nu loopt hij gelijk met de GR-131.

We worden wat mismoedig van die regen, het doet ons denken aan die laatste dag in Ierland, toen we het bijltje erbij neergooiden en verder gingen wandelen in warmere en drogere streken, ook al in La France.

Maar vandaag hebben we hier dus ook zo’n dag. Gelukkig zijn het niet veel kilometers naar Autun, zo’n twintig, vijfentwintig kilometer. Op Google-maps zie je dat we de Morvan verlaten en dat het vlak is voor Autun.

En vanmiddag zal het opklaren, dan zal de zon gaan schijnen volgens de weersverwachting. Dat wordt een gemakkelijk dagje, met waarschijnlijk lijk minder bos, minder steile rotspaadjes, geen waterlopen!

Na een tijd in de regen, die onophoudelijk naar beneden komt, gaat het water door de jas en even later ook door de schoenen. Niet fijn, maar we lopen gewoon door. Ergens bij een boerenschuur stoppen we even om op adem te komen.

Soms regent het even niet, ook wij klaren dan op, maar even later regent het weer dat het giet. We steken de rivier de ‘l “Arroux over en komen in het dorpje Laizy.

Daar zien we dat er een cafeetje open is. We drinken er lekker warme koffie en thee.

Als we buiten komen lijkt het weer opgeknapt, maar nog geen vijf minuten regent het alweer. We proberen te schuilen in een kerk in het volgende dorpje, maar die is op slot. Nou, dan maar weer verder.

Het blijft wisselvallig, als we een dorpje binnenkomen is het droog en besluiten we daar onze boterhammen te eten. We gaan lekker in het zonnetje tegen een muurtje zitten en smikkelen onze boterhammen op.

Ik haal ondertussen een stempel in De Marie, want die is open. Als we toch wat afkoelen door de wind en de natte kleren, lopen we toch door.

In de verte zien we een dorpje tegen een berg aan liggen. Daar zullen we wel onderlangs langsgaan, denken we.

Op Google-maps leek het of we een vlakke etappe konden verwachten. Nou, dat viel flink tegen want net voor het dorpje gingen we van de smalle asfaltweg een modderig pad in, later bleek het een pad te zijn met hoog gras, dus werden we nog natter als we al waren.

De grootste tegenvaller was dat we die berg nog opmoesten, de klim was lang en zwaar en het leek of we de hele berg rond gingen steeds hoger en hoger. En ook nog door een groot bos met enorm modderige paden, doordat ze daar met van die grote machines door de blubber waren gereden.

Een moutain-biker begroette ons en maakte ons er op attent dat we over een kilometer bij het Croix de Liberté zouden zijn. We liepen door en waren blij dat we bij het enorme kruis beneden Autun zagen liggen, met zijn oude binnenstad en de grote Kathedraal. Een prachtig gezicht, gelukkig niet ver meer!

De laatste loodjes waren vandaag inderdaad zwaar, want vanaf het Kruis ging het pad bijna steil naar beneden door zo’n waterloop-pad. Er kwam werkelijk geen eind aan.

We zagen de stad en de Kathedraal wel steeds dichterbij komen. Eenmaal uit het bos waren we zo in de stad. Bij de Kathedraal haalde ik bij kantoortje een stempel. Ik had gehoopt dat er een Refuge voor Pelgrims zou zijn. En had verwacht dat ze bij de Kathedraal daar wel informatie zouden hebben. Beetje tegenvaller dus….

In de Kathedraal bleek dat er flink gerestaureerd werd, de helft was niet te zien, daar hing een groot laken voor.

Toen ze ons bij het Bureau van Toerisme ook niet konden helpen om. Een Refuge te vinden, besloten we naar de Camping te gaan. In de stad deden we alvast boodschappen.

Bij het station informeerden we hoe we terug kunnen naar Vézelay. We moeten wachten tot morgen vijf uur, dan rijdt er een bus naar Avallon.. Dat wordt een dagje camping en stad, dus….

Wel mooi, we liepen op weg naar de camping onder de Poort van Arroux door, morgen gaan we de Tempel van Janus bekijken. L

Ik denk dat we zondag in het geel autootje zitten richting Nederland, we hebben wel een geweldige week gehad.

Ik hou jullie op de hoogte van onze terugreis, oant moarn!

Luxe kampeerders gaan uit eten

Nadat we het museum hadden verlaten liepen we via de weg richting Léger-sous-Beuvray. Dat loopt wel lekker in vergelijking met die rotsige klimpaadjes door donkere bossen. Maar toen ik een wit-rood GR-bordje bij een weggetje omhoog zag, had ik Ans zo overgehaald. We liepen via het weggetje omhoog, nog langs een huis. Daarna werd het meer een gezellig pad met twee sporen en gras er tussen. Fijn om natte sokken te krijgen… maar het zag er fantastisch uit. Ik liep voorop en hoorde Ans zachtjes fluiten, het bleek dat ze een reebok aan de bosrand had gezien, één met een gewei. Toen ik wilde kijken was de vogel eh ik bedoel de ree gevlogen. Jammer… We liepen door en zagen tot onze schrik een bord staan met daarop ‘Bibracte’. We waren weer de Mont Beuvray aan het beklimmen! En liepen dus niet naar Saint-Léger-sous-Beuvray… We draaiden ons om en liepen dezelfde weg terug tot de bredere weg. Daar zijn we doorgelopen, tot drie kilometer voor het plaatsje.

Daar aten we wat boterhammen en pauzeerden we even. Daarna duurde het niet lang meer of een kwamen in Saint-Léger-sous-Beuvray. Alles was nog zoals jaren geleden, alleen was nu de Boulanger dicht, die had nog vakantie. Het supermarktje was nog open, dezelfde madam achter de kassa. En het krantenrek stond nog rechts van de deur, alleen nu geen grote kop van Mitterand, maar een nieuwe Charlie Hebdo. We kochten wat snoep en frisdrank en gingen op een bankje zitten op het grote dorpsplein. Bij de Mairie haalde ik nog stempels voor in de Credentials. Daarna liepen we naar de camping, daar bleek de mevrouw achter de balie van een heel klein tuinhuisje Nederlands te zijn. Omdat het morgenvroeg waarschijnlijk gaat regenen vroegen we of er misschien een caravan of zo te huur was. Er was een zogenaamde Mobile Home te huur, daar sliepen wel vaker Pelgrims in: € 25,-. Nou, daar is niks van te zeggen.. En zo zitten we nu als een soort Caravan-toeristen in ons kleine huisje voor vannacht. Heel ongezellig licht, gebloemde gordijntjes en dito bank. Maar wel lekker warm en uit de wind. Vanavond hebben we heerlijk gegeten in Hotel Morvan, wat we nog goed kennen van onze vakanties hier: heerlijk eten, ik maak niet gauw reclame, maar mocht je hier eens komen, dan raad ik je aan te gaan eten bij Hotel Morvan. Nu uitbuiken en dan naar bed, oant moarn!