Verder in Engeland

6 juni 2022

In 2019 liepen Ans en ik in Engeland wat etappes van het South West Coast Path. We werden wat overvallen door slecht weer en besloten naar huis te gaan na anderhalve week. Regen. Regen. Regen….

Dit jaar willen we toch verder gaan en hopen op wat beter weer.

Als je zin hebt kun je ons volgen op:

https://southwestcoastpathinengeland.home.blog/

Op de fiets verder?

2 juli 2022

Ik ben alweer tijdje thuis na de Camino. Deze was ik begonnen in augustus 2021.

Eigenlijk was mijn plan om met de fiets te gaan. Ik heb toen twee Ronden door Nederland gereden, maar het fietsen voel me wat tegen.

Ik zag veel minder, de details vooral onderweg. Nou, dan maar weer te voet en dat ging goed: in vijf maanden liep ik van Metz naar Fisterra.

Wil je ook mijn fiets avonturen lezen, dan kun je dit op: https://letsgotoirelandblog.wordpress.com/

Mijn laatste fietstocht leek wel een pelgrimstocht. Een heel persoonlijke.

Als je zin hebt kom je maar eens kijken.

Laatste dag, laatste blog…

Donderdag, 7 april 2022

Iedere dag is een reis                                  en de reis is mijn thuis.                                                    Matsuó Busho

Kathedraal Santiago de Compostela.                met mooi weer

De jongens zijn zeker streng aangesproken, want ineens is het stil… muisstil. Zag wat zusters lopen in het zwart, die zullen soms wel even die druktemakers de wacht aan zeggen.

Ik zag oude zusters, maar er lopen ook een paar hele jonge meiden bij. Ik heb daar altijd wel bewondering voor. Dat zo’n jong mens er voor kiest om in dienst te gaan voor God en Kerk. Denk er gelijk bij: zou ze dat volhouden? Zo jong en dan zo’n keuze. Ja, daar kan je eigenlijk alleen maar bewondering voor hebben.

Vanmorgen gaat de hele bubs weer weg, ze, zijn al vroeg, allemaal een rolkoffertje bij zich en ik zag dat ze ook rugzakken en slaapzakken bij zich hadden. Dus ze sliepen ook op andere plekken. Het zal wel zo’n groep zijn die je de laatste 100 km veel ziet, vanaf Sarria. Scholen, verenigingen, scouts.

Wel alles strikt gescheiden: hier slapen de jongens, verdieping lager de meiden. Net toen ik ging ontbijten kwam ik die tegen. De hele eetzaal zat vol kwebbelende dromerige bruinharige meiden.

Nou, begint hier de dag. 8:32 en ik heb al een flink ontbijt achter de kiezen. Nu Santiago in, de verbouwde Kathedraal bekijken, naar de Huiskamer. En gewoon wat rondlummelen. Lekker.

Het is jammer dat het weer wat omgeslagen is, het is nat, regenachtig weer. Niks aan, kom in  zelfde stemming als gisteren.. “Going home.”

Ik kom op de gang de man tegen die mijn Credentials uitschreef en Pelgrimspaspoorten controleerde. Die slaapt hier ook in het Hospedería. Hij vertelt dat het twee weken gedaan heeft en ook weer naar huis gaat. Wel grappig is, dat had ik nog niet verteld, dat ze iets, aan die wachttijden en lange rijen hebben gedaan bij het Pelgrimsbureau, je kunt nu QR-code scannen, iets, online invullen en dan krijg je een nummer. Het kan geloof ik zelfs zonder QR-code als onderweg bent naar Kathedraal. Ik heb dat niet gedaan: ik dacht: “Ik zie wel…”. En toen legde een beveiliger het me mooi uit.

Na het ontbijt loop ik het oude centrum in. De toegangsdeur is op een andere plek als in 2015. Ik ga eerst de Kathedraal en de oude Jacobus bezoeken. Dat had ik nog niet gedaan. Dus doen we dat vandaag.

Jacobus kan i.v.m. Covid niet geknuffeld of gehugd worden. Dat vind men te risicovol. Je mag wel door de crypte onder het altaar lopen waar de zilveren kist staat met zijn stoffelijke resten van heilige relikwieën. Dat is dus eigenlijk het einde van de pelgrimsreis. Dan klopt het dat ik net vandaag die kelder in loop. Op mijn laatste dag in Santiago.

Ik bekijk de Kathedraal nog even, steek toch maar een kaarsje aan voor die oude Jacobus. Dankje voor deze prachtige Reis, dankje voor al die geweldige indrukken die de Camino, de omgeving, het landschap op mij maakten. Dankje voor die mooie ontmoetingen met pelgrims uit alle landen, met hospitaleros in Frankrijk en Spanje. Dankje voor de gastvrijheid. Ik hen me heel erg welkom gevoeld.

Zo moest het overal zijn voor iedereen hier op deze aardkloot. Niet alleen voor pelgrims…  Ik denk dan aan vluchtelingen, waar dan ook vandaan, aan daklozen, mensen zonder huis of haard.

Want dat is me nog steeds niet duidelijk: waarom kom ik overal binnen, terwijl die zwerver vanmorgen buiten onder een afdakje ligt. Waarom krijgt die geen bed met douche en toilet?

Dat ergerde me in 2015 ook al. Een herberg van de kerk laat mij binnen. Er zijn iets van 15 bedden, ik ben er alleen. Als dan die zwerver, ook met een rugzak aanbelt, komt hij er niet in. Dat vind ik raar. Ik zou nog een pension of hotel kunnen betalen, die zwerver niet. En er is toch plaats genoeg?

Niet iedereen zal het met me eens zijn hierover, maar het is mijn rechtvaardigheidsgevoel wat mij zegt dat er iets niet klopt. Daarom vind ik bijvoorbeeld Miguel in Fisterra geweldig. Die laat die mensen ook bij ‘m binnen. Hij had soms moeite met de oude Pedro, maar is er wel voor hem als hij dat nodig heeft. Dat heet medemenselijkheid, daar heb ik diep respect voor.

Ik heb echt wel eens pelgrims horen zeggen: ” Die daklozen horen niet op de Camino..” Dan word ik boos, wie geeft jou het recht om anderen uit te sluiten om de Camino te lopen? Ben jij beter dan die dakloze?

Ben er nu al zoveel tegengekomen,  in 2015 en dit jaar weer, het zijn de paradijsvogels. De vrije geesten. Ik kan je eerlijk vertellen dat ik meer heb met deze mensen dan met die pelgrim, die deze mensen wegzet.

Natuurlijk is het lastig. Ik vond het heel moeilijk om te zien dat die Fransman, die ’s winters in een Emmaus-huis woonde en zomers de Camino liep, strontzat zat te bedelen in Santiago. Maar hij heeft zelfde recht als mij om de Camino te lopen.

Om een uur of elf ga ik toch maar eens naar het Pelgrimsbureau, waar de Huiskamer van de Lage Landen is gevestigd. Er zijn twee vrijwilligers aan het werk, ik schrijf me er in,. vertel over mijn Reis. Ook over 2015 en dat er toen een Groninger was die samen met me op Google-Maps, ging kijken hoeveel kilometer ik had gelopen vanaf Sint-Jacobiparochie.

Ik heb het nog maar net verteld óf daar komt de Groninger binnen. Hij herkend me niet, maar mijn verhaal komt hem bekend voor.. Hij is dus ook vrijwilliger hier en vertelt dat er soms pelgrims aankomen, die compleet de weg kwijt zijn als ze aankomen. Die niet meer weten hoe ze weer naar huis  moeten. Dat die vrijwilligers dan deze mensen helpen. Of dat mensen geblesseerd zijn door ongelukken, valpartijen. Ook die mensen helpen ze.

Ik blijf er even hangen, drink een Hollandse bak koffie. We kletsen wat, die vrijwilligers zijn zelf ook wandelaars/ fietsers, dus verhalen genoeg… Een van de twee is ook heel enthousiast over de Weg van Le-Puy-en-Velay. Hij vraagt of ik ook in Conques ben geweest in de Abdij. Ja!!!

Daarna slenter ik nog wat door de stad, drink nog ergens café-con-leche, die ik toch veel lekkerder vind dan Hollandse filterkoffie. Met een groot stuk Santiago-taart erbij. Lekker! Het regent nog steeds, bah.. Schuil maar even in de kerk. Gelukkig zijn er ook overdekte straatjes.

Eigenlijk is het mooi geweest, die bus van Flix zou nu ook mogen rijden, maar ik moet nog wachten tot morgen. Een gek einde van deze Reis, van deze blog. Zo’n zin om naar huis te gaan. Geen zin meer in de toerist uit te hangen. Die lopen hier al genoeg rond, ik ga lekker een middagdutje doen!

Als ik op mijn kamertje kom is mijn bed opgemaakt, er is gepoetst. Die zullen wel geschrokken zijn van die zooi hier. Want ik ben niet thuis, niet in de Albergue én dan mag dat: zooi laten staan. Daar heeft niemand last van, maar aan schoonmaakdames of heren had ik niet gedacht.

Na het dutje weer naar Huiskamer, Johanna, die ik ken van de FB-Santiago-groep had me berichtje gestuurd, die wilde me daar ontmoeten. Ze moest daar toch zijn om folders af te geven. Het was druk bij het Pelgrimsbureau wat er onder ligt, er stond zelfs een rij. De beveiliger stuurde mensen de Kapel in bij de ingang om ruimte te maken.

Tijd zitten kletsen met de twee heren van de Huiskamer en Johanna. Die ging vanavond ook nog  op bezoek bij Ton en Ria van de Albergue Ponte Ferreira.

Met haar nog Santiago in geweest. Eerst bijna alle souvenierwinkeltjes ingeweest, want Johanna wilde een Camino-mondkapje  kopen. Na zeker tien winkeltjes had ze er een daarna zijn we ergens tortilla gaan eten met wat drinken.

Een leuk gesprek over Camino, geloof, protestantse afkomst, rituelen in de Katholieke kerk en de waarschijnlijk oorspronkelijke afkomst van heiligen, Maria. Dat er voor de Christelijke tijd ook al goden werden vereerd. En dat die vaak nadat de kerstening werden vervangen door Christelijke heiligen.

Ik geef aan dat ik het raar en wel heel toevallig vind dat Sint-Christoffel een dag  voor Jacobus is: 24 juli. Als Johanna dat op opzoekt op Wikipedia blijkt dat Christoffel  en Jacobus vroeger op de zelfde dag hun heiligendag  hadden. Dat is verplaatst naar 24 juli.

Ook is is hij nu geen officiële heilige meer. Raar, eerst wel en nu niet meer. Waarom?

Allemaal zaken om nog eens naar te kijken. Niet om twijfels te veroorzaken, maar naar de oorsprong te kijken. Waar komen die verhalen vandaan?

Johanna is bijna haar afspraak vergeten, om half acht lopen we over het plein voor de Kathedraal , zij naar haar auto, ik naar mijn geliefde Hospedería. We nemen afscheid en spreken af contact te houden. Ik ga vanavond vroeg naar bed, ik ben kapot. Al vroeg wakker vanmorgenen en toch nog heel wat afgesjouwd door die oude pelgrimsstad.

Ik ben hier klaar, ik was klaar in Fisterra. Mijn Reis is af. Zin om naar huis te gaan. Naar mijn lief, naar mijn kinderen. Noar hoës. Daar hoor ik thuis.

Dank jullie wel voor alle lieve reacties, dankjewel voor het volgen, soms misschien wat moeilijk met mijn warrige teksten. Maar uit de commentaren begreep ik dat het niet helemaal algebra of abracadabra was. Fijn!

Mijn blog is klaar, nu de rugzak nog inpakken. Hoef gelukkig maar stukje te lopen. En daarna heel lang in de bus… Je moet er wat voor over hebben om thuis te komen.                              

The Blues

Woensdag, 5 april 2022

Gisteren nog gegeten met Gilles, de Fransman die bij mij op de kamer slaapt. Hij is straatmuzikant en had ook zijn collega uitgenodigd uit Gran Canaria. Die slaapt in een tentje bij het grote strand, het Praia de Langosteira.

Ik vroeg of dat illegaal was, hij zei dat zolang je er niet poepte of plastte en geen rommel achterliet het toegestaan werd. En het was slim om je tentje een beetje schter struiken of zo neer te zetten. De heren maken samen muziek, vaak bij Cabo Fisterra.

Hij heeft vanavond een lekkere gevulde soep gemaakt, met lentilles en wortelen, chorizzo-worst, spek… Ik geef ‘m daar een paar euro voor. Zoveel zullen ze met muziek maken ook niet verdienen..

Als ze aan fles wijn nr. 2 beginnen ga ik maar naar bed, het is ondertussen al half twaalf.

Dat is leuk bij Albergue Do Sol e Da Lúa. Je komt er boeiende figuren tegen. Niet allleen maar pelgrims. Vanmorgen kwam ik Pedro in Fisterra weer tegen, hij is 76 jaar, hij heeft darmkanker gehad en is geopereerd in het ziekenhuis. Hij vertelde dat Miguel de enige was die hem daar opzocht. En hij slaapt sinds hij ontslagen is boven in de Albergue op een kamer.

In 2015 sliep hij in een tent on de tuin. Die tuin hoorde bij het huis tegenover de, Albergue en daar woonde Miguel. Volgens Pedro is hij uit het huis gezet, hij huurde het en er waren weinig of geen inkomsten meer de afgelopen jaren. Die rot-covid is er hier goed ingeslagen. “No energy more!” zegt Miguel, “Maybe I will move..” als ik hem er om vraag. Het is ook een beetje treurige boel, maar dat kan ook aan mij liggen, omdat ik vertrek. Beetje last van the blues…

Ten Years After: “Going home” https://youtu.be/HKapk6VhYmk

Ik eet nog mee voordat ik vertrek, Miguel bakt nog twee eitjes voor me. Julius lacht als ik vertel dat ik hem in 2015 ook gezien heb als ventje van zes jaar met een brilletje op. Nou is hij dertien.. Hij blijft nog twee weken bij zijn vader.

Tijd om naar de bushalte te lopen. Afscheid nemen. En weg ben ik. Zou ik hier nog eens terugkomen? Ik betwijfel het. Fisterra is ook mooi geweest. Nog wachten op de bus. En dan twee daagjes Santiago. Ik ben er nu echt wel aan toe om naar mijn lief te gaan. Naar huis. “Going Home” Alvin Lee. Woodstock.

Maar eerst nog Santiago. Morgen wil ik even naar de Huiskamer van de Lage Landen. Even koffiedrinken daar. Ik was daar ook in 2015, dat was wel gezellig toen. Toen was er een Groninger en die heeft me nog geholpen om uit te rekenen hoe ver ik nu precies had gelopen. Toen wist ik het ook niet.

Even Nederlands praten, dat is ook leuk daar, even geen Engels of Duits of met handen en voeten. Gewoon.

Dat is grappig. Er komt een Flix-bus aanrijden, gisteren hoorde ik al van Miguel dat er een rechtstreekse verbinding is tussen Fisterra en Parijs. Zelfde bus dus die ik vrijdag pak in Santiago. Had dus eigenlijk niet naar Santiago gehoeven vandaag. Maar ik vond het wel genoeg zo in Fisterra. In 2015 bleef ik hier zes dagen, maar toen was het hoogseizoen. Was er wat meer te doen en je kwam je wandelmaatjes weer tegen.

Het blijkt dat we met Flix naar Santiago gaan, die vullen zeker gaatjes op van MonBus, dat is de mastschappij die normaal richting Santiago rijdt.

Er staat nog een man te wachten, die zag ik het al in de wasserette zijn was te op te vouwen. Een Oostenrijker, die de Camino del Norte had gelopen vanaf San Sebastian. Hij was twee weken na mij gestart, maar had de hele Norte gelopen en niet de Primitivo. Hij vertelde dat daar sneeuw lag. Ik heb eigenlijk geluk gehad met het weer. Van Spanjaarden hoor ik het ook: normaal is het voorjaar veel natter.

Hij gaat nu een weekje in een hotel zitten in Santiago en musea bezoeken. Ook leuk! Met Ans en de kinderen zijn we in 2015 ook naar een prachtig museum voor moderne kust geweest in Santiago. Het Contemporary Art Center of Galicia. Was verrassend!

Het is een lange rit naar Santiago. Eerst gaat de bus nog helemaal langs allemaal plaatsjes aan de kust. En die kustlijn is nogal grillig daar, allemaal baaien en inhammen. De bus rijdt over een slingerende weg langs de kust. Wel prachtig om te zien. Mooie stranden, huisjes tegen de heuvels gebouwd.

Zo rijden we via Cee, Carnota, Lira, Muros naar Noia. De chauffeur zegt iets in het Spaans en iedereen stapt uit, we moeten overstappen naar een MonBus. Het laatste stuk gaat wat vlotter. Al met al een rit van bijna drie uur. Net voor zessen zijn we op het het busstation in Santiago.

Dat is niet zo ver van het centrum, het busstation is naast het station. Ik loop zo de stad in en loop linea recta langs de Kathedraal naar Hospedería San Martin Pinario, waar ik laatst ook al sliep. Een gokje, want ik heb alleen voor morgen gereserveerd. Ik had geprobeerd te bellen, maar kreeg 2x de voicemail eraan. Dan maar op de gok. Zo kwam ik hier laatst ook toen was er ook plaats.

Lekker een kamertje met douche en wc voor mezelf. Heerlijk! En goed ontbijt, ook al heerlijk! De laatste daagjes ga ik mezelf verwennen: dat mag ook wel na toch weer een monstertocht. Maar wat voor een monstertocht! Zeldzaam mooi, eigenlijk alles, maar de Camino del Norte en vooral de Camino Primitivo was echt letterlijk en figuurlijk een hoogtepunt.

En niet te vergeten dat stuk van Saint-Jean-Pied-de-Port naar Hendaye/Irun. Dat was ook fantastisch mooi. Echt een verrassing was dat. Geen officiële route, maar echt de moeite waard. Ja, Baskenland hé! Werd er ziek van een pot Baskische bonensoep, bijna vier dagen. Heb me toen echt zorgen gemaakt, want ik voelde dat lijf zwakker worden.

En het is zo vervelend, want je bent niet thuis, helemaal in Albergues is dat supervervelend. Maar gelukkig kwam ook dat weer goed, met hulp van Loperamide, ORS, bouillon. En jullie tips allemaal! Geweldig was het om te zien hoe iedereen meeleefde, soms leek het of jullie meeliepen.. Dat heb ik trouwens ook veel in commentaren gelezen: dat volgers/lezers het gevoel hadden dat ze met me mee liepen.

En dat deed me heel goed! Het idee ook Dat er mensen waren die’ s avonds zaten te wachten op mijn blog. Soms lukte het niet zo met mobiel of internet en dan werd het laat. Maar alleen al van het idee dat mensen zaten te wachten daar werd ik heel fanatiek gedreven door. Niet vervelend hoor, ik vond het ’s avonds elke dag een mooie afsluiting en ook moment dat ik even alles op een rijtje zette voor mezelf. Een soort dag-evaluatie.

Bij mij werkt dat goed als, ik schrijvend/bloggend terugkijk op de dag. Soms was het alleen beschrijvend. Niet zoveel aan om te lezen. Daar kreeg ik dan ook commentaar over, waarvoor dank. Want plaastsnamen opnoemen en zeggen dat je links-of rechtsaf. ging is niet zo interessant. De binnenwereld, dat is interessant of boeiend. Ik weet het.

Dat lukte me niet altijd en soms was het wat oppervlakkig. Misschien net zoals de Camino, zoals het leven. Soms heel diep gaan, soms heel luchtig. Oppervlakkig?

Fijn om commentaar, kritiek, feedback te krijgen. Daar kon ik weer verder mee. Een wisselwerking..

Goh, dit begint ook op een evauatie te lijken. Terugkijken. Maar zo ver is het nog niet. Ik lig in bed in Hospederia Martin Pinario en op de gang lopen allemaal Spaanse pubers te vervelen en te schreeuwen en met de deuren te smijten. Lawaaierig. Het lijkt wel of ze op kamp zijn, ik zag ze vanmiddag al in Santiago, allemaal met lichtblauwe trui aan. Soort scouts of zoiets als Jong Nederland maar dan Spaans.

Het is half elf geweest, ik ben net nog ergens gaan eten, lekker: Menu del Dio. Buikje vol gegeten en nog een lekker stuk Santiagotaart met café-con-leche als toetje. Het viel me op dat het drukker in Santiago is, veel groepen kinderen, veel pelgrims. Veel drukker dan toen ik hier binnenwandelde. Het pelgrimsseizoen begint! Blij dat ik klaar ben! Ik heb niet hoeven file-lopen! En in alle Albergues was er plaats. Ja, er waren er die nog dicht waren, die zullen ondertussen wel open zijn.

Nou hoop ik dat die pubers zich vannacht een beetje gedragen, want ik ben ondertussen al moe van het niks doen vandaag: ik wil wel een fatsoenlijke nacht maken. Morgen fit Santiago verder bekijken. Nou, we zien wel.

Nos vemos mañana, see you tomorrow, a demain, oant moarn, tot morgen, bis merge!!

Niet alleen maar lummelen in Fisterra

Dinsdag, 5 april 2022

Pylgers gean troch

Ik was al op tijd in het stapelbedje gaan liggen. Het lukte niet goed met de blog, WordPress is soms erg traag. En slaat niet alles op. Dan is bloggen een langdurige geschiedenis…

Misschien volgende keer een toetsenbordje of klein laptopje meenemen? Want als je mij met op mijn opgezwollen vingers na een dag wandelen op dit mobieltje ziet, dan denk je echt: waar is die pylgerman in godsnaam mee bezig. Priegelwerk, prutswerk.

Later kwamen de Breton en de Marokkaan ook nog in de kamer. Zij communiceren in het Frans, hele discussies. De Marokkaan is heel uitgesproken. Hij heeft ook de Weg van Le-Puy-en-Velay gelopen en daarna de Camino Francés en zegt dat de Weg van Le Puy de échte Camino-Spirit heeft. Die hij niet op de Camino Francés heeft gezien.

De Breton is het daar niet mee eens, die zwerft volgens mij al heel lang in Spanje rond. Met zijn rugzak en gitaar. Een speciaal figuur.

De Marokkaan heeft een tussenjaar, is klaar met zijn studie en gaat iets met management doen. Hij is heel open, vertelt dat hij moslim is en dat hij gaat vasten voor de ramadam, die net is begonnen.

Vanmorgen een hele discussie, hij had een Nederlands meisje ontmoet die protestant was en ze hadden over hun geloof gepraat en hij had veel overeenkomsten met de islam gezien. Hij had het dan vooral over het Godsbeeld: aanbidden van één God. Niet zoals katholieken met al die heiligen en de verering van Maria. Ik ben het niet helemaal met hem eens. Ik zeg dat ik die rituelen juist mis bij de protestanten. Die beelden, schilderijen, Jezus aan het kruis. En het Oud-Testamentische staat me tegen. Daar heb ik altijd moeite mee gehad. Het idee dat de mens in principe slecht is. De erfzonde. Dat is niet mijn ding: ik geloof in de goedheid van mensen.

Interessante discussie op de vroege dinsdagmorgen… De Breton die draait zich nog een keer om, die heeft nog geen zin in discussies over het geloof.

Ik ga me maar eens aankleden, het is bijna half tien. Lang geleden dat ik zo lang in bed heb gelegen. Ik was wel voor zeven uur wakker, maar ben weer in slaap gevallen. De Breton was gisteren heel stellig, dat hij niet zou snurken. Ik vroeg hem hoe hij dat wist: dat hadden anderen tegen ‘m gezegd.. Nou, die hadden dus gelogen, want de hele nacht lag Monsieur de Breton te snurken. Er werd een compleet bos omgezaagd in die kleine slaapkamer in Albergue Do Sol e Da Lúa.

Ik sta op, Miguel en zijn zoon uit Duitsland, Julius zijn nog niet wakker. Ik ga wel ergens anders ontbijten. In dat leuke tentje, waar ze ook hippiekleren verkopen met die Duitse eigenaresse, Christina.

Trek toch mijn wandelschoenen weer aan, ik wil vandaag ook nog naar Cabo Fisterra. Naar de Kaap met het 0.0-km-paaltje. Dan is het klaar. Dan hoef ik niks meer, dan moet er niks meer. Tijd voor ontspanning en relaxen. Ben benieuwd of dat lukt na al die weken wandelen, vroeg opstaan, route uitzoeken. Eigenlijk weken achter elkaar op scherp staan.

Maar nu niet meer. Ik ga lekker bij Christina café-con-leche drinken, broodje met omelet erbij, dat kan er nog wel van af. Zit er een tijd, lekker uit het raam naar die drukte op straat fe kijken.

Daarna ga ik langs de vissershaven en zie dat er vandaag markt is. Aan zee, maar er zijn eigenlijk alleen maar kraampjes, met kleding. Niet veel soeps, veel nep-merkkleding. Ik koop me er ergens een mondkapje, want dat ding wat ik vanmorgen had, had zulke kleine elastiekjes dat mijn oren pijn doen. Ik probeer uit teleggen, dat ik hoop dat dit de laatste is. Maar de man begrijpt me niet. Ik betaal ‘m en loop verder.

Dan ben ik zonder het in de gaten te hebben onderweg naar Cabo Fisterra. Naar de 0.0-km-paal. Het valt me tegen, dat het nog zo ver is. Vanaf Fisterra zo’n 2.7 kilometer, dus vanaf waar ik was misschien wel drie kilometer.

Gisteren zei ik nog, heel stoer: ” Ik loop geen meter meer!” En zie me vandaag eens met die grote bergschoenen dat pad richting Kaap lopen. Ik heb last van mijn voeten, de teentjes irriteren. Het voelt niet fijn. Precies, wat ik elke dag, zo’n 50 dagen lang voelde in die schoenen. Pylgers gean troch. Ja, ja.

Het is net wat je jezelf oplegt. Ik ben soms hard tegen mezelf, ik weet het. Kan uren doorknoeren, ja soms met pijn. Dat verrekte verstand op nul, blik op oneindig. Dat brengt je misschien ergens. Kilometers verderop, maar doet ook pijn. Leerpunt voor mij is, echt: jongen, wees eens een beetje lief voor jezelf! Dat werd me duidelijk door die stenenleggerij. Altijd lief zijn voor anderen, maar ondertussen jezelf vergeten.

Over grenzen gaan, daar ben ik goed in. Zonder het zelf te beseffen. Dit is waarschijnlijk de oorzaak van mijn hartaanval geweest. Nooit goed luisteren naar mijn lijf: het bioritme compleet in de war door die nachtdiensten. Gekke klachten bijvoorbeeld moeheid of darmklachten gewoon negeren. Gewoon altijd maar doorgaan.

Pylgers gean troch, pylger giet troch! Ja, maar ten koste van wie? Van mijzelf! Natuurlijk moet je om ergens te komen een bepaalde krachtsinspanning doen. Maar bij mij komen er wel oer-krachten boven. Dat is handig als je ergens wilt komen. Maar de vorige keer was ik acht kilo kwijt. En ik wilde eigenlijk nog door.

.

Ik zat te rekenen dat ik iets van 120 dagen aan de wandel ben geweest vanaf 8 augustus tot en met 24 oktober’21 en van 15 februari tot en met 5 april’22. Bijna elke dag 25 tot 30 km, met uitschieters aan beide kanten. Dat is heel wat! Dat hartje dat werkt wel weer naar behoren. Gelukkig! En daar ben ik blij én dankbaar voor. Dat én het zevenjarig lang droogstaan. Dat was mijn motivatie, dat was mijn drive. Dankbaar dat ik nog leef, dankbaar dat ik dit allemaal nuchter doe.

Dus blij dat ik leef, blij dat ik nuchter ben. En die nuchterheid valt figuurlijk ook nogal mee. Misschien wel doordat ik niet meer drink: ik kan veel beter bij mijn gevoel, ik herken emoties beter. Als je drinkt stop je ook veel dingen weg. Dat is toch mooi om weer gevoelig te zijn. Daar is toch niks op tegen.

Soms was het moeilijk, die pelgrims houden ’s avonds en soms overdag ook van een glaasje. Maar als ik dan bij mezelf bleef, dan kon ik ze dat gunnen. Ik had mijn flesje cola. En’ s avonds de aqua. Elts sprekt oer myn sûpen, nea oer myn toarst... Dorst had ik wel, maar geen dorst om alcohol! Een heerlijke ontdekking, zonder jaloers te zijn op anderen die wel drinken.

Heerlijk is het om weer te voelen, letterlijk. Daar kwam ik deze Reis ook achter. Met alcohol is dat gevoelsleven toch wat verstoord, bij mij in ieder geval wel. Nu kan ik beter bij mijn emoties. En ik ben gewoon minder vlak als ik niet drink. Het is gewoon een drug, een verdoving. Maar wel verrekte lastig om het te laten staan. Soms lijkt het of de hele wereld om alcohol draait.

Tabaksreclames zijn verboden. Waarom drankreclames niet? Ik denk dat alcohol misschien net zo’n drug is als heroïne of cocaïne. Alleen is die verrekte drank-lobby sterk. Het Heineken-Huis met Koning Wilem-Alexander als Koning Alcohol. Eerst Prins Pils en nu…

Ik wijd weer uit. Ik ben ondertussen aangekomen bij de, 0.0-paal en vraag iemand van zo’n reisgezelschap of hij mij wil fotograferen. Dat wil hij. Zo, de pylger staat voor paal! Geen paalzitter, nee, hij staat ervoor. 0.0 KM.

Ik denk: “Nu is het klaar!” Maar tegelijk besef ik dat ik ook nog drie kilometer terug moet lopen. Gatver! Geen zin in. Tja, er staan geen bussen of taxi’s, dus, het zal op e eigen kracht moeten. Het is net of gisteren die oer-kracht er uit is gelopen. Dat wordt nog wat de komende dagen.

Ik ga nog even op de rotsen zitten, het is lekker, niet zo’n koude ijzige wind als gisteren. Nee, gewoon lekker, de wind is zelfs een beetje lauw. Mmmm, lekker. Doe mijn schoenen uit en maak er een foto van die ik verstuur op de app naar het thuisfront, naar familie en naar de Camino-family. Ik krijg berichtjes: Bettine was hier gisteren met de bus en heeft hier waarschijnlijk samen met Claus op het hippiestrand gezeten naar de zonsondergang kijken. Ik wilde gisteren ook gaan, maar Clays, gaf aan dat hij er alleen wilde zijn. Ja en ik ben er morgen ook nog. Maar daardoor wel Bettine gemist. Jammer.

Ik loop toch maar richting Fisterra, onderweg kom ik allemaal pelgrimd tegen on-the-road naar het paaltje. Ik zie ze allemaal lijden. De laatste loodjes. Toch een rare tradities hebben die pelgrims bedacht.

Heel langzaam sukkel ik naar dat leuke plaatsje aan zee. Ik loop nog door de kriskras-straatje, het oude centrum. In een winkel doe ik nog wat boodschappen. Salade, hummus, tomaten, koekjes, yoghurt. Het lijkt wel of ik een vreet-kick heb. Ik loop er mee naar Do Sol e Da Lúa. Miguel zit buiten op het stoepje. We kletsen even, hij vertelt soms naar zijn geboorteplaats Murcia te gaan. Dan laat hij hier de boel door een hospitalero draaien.

Ik heb eigenlijk geen zin om hier te gaan lunchen en besluit naar het Praio do Mar de Fóra te gaan, het Hippiestrand. Daar zitten wat mensen, een paar pelgrims met de rugzak nog bij zich, een surfer en een gezinnetje met twee kinderen. Plaats genoeg. De zwembroek heb ik maar in de rugzak laten zitten, leek me nog wat te koud.

Toch zie ik een oudere man het water in gaan in zijn blote kont. Ik twijfel, maar doe het toch maar niet. Als je ziet hoe koud ik het ’s avonds heb: ik raak niet meer opgewarmd als ik dat water inga.

Nee, ik ga lekker stokbrood met hummus en salade eten. Heb mijn zakmes en een lepel meegenomen. Lekker smullen, dat is bijna twee maanden geleden dat ik hummus heb gehad. En vandaag met tomaat. Een lekkere tomaat uit Spanje. Dat smaakt goed. Eet er gelijk een paar yoghurtjes bij.

Op het strand met mijn rug tegen een rotsblok, het lijkt wel Baywatch, het lijkt wel strandvakantie.

Ik blijf de hele middag op het strand. Om een uur of zes loop ik richting Fisterra. Maar net als gisteren is alles dicht. Daar moet ik even aan wennen, ’s morgens is alles open, maar na twee, drie uur gaat alles, dicht tot een uur of acht. Misschien is dat in het hoogseizoen anders. Ik vind het heel onhandig. Alhoewel: de winkels zijn wel open.

Eigenlijk heb ik het wel een beetje gezien hier. Er is inderdaad niet veel te beleven. Misschien toch morgen naar Santiago gaan? Ik denk er over na. Eigenlijk is twee dagen Fisterra wel genoeg. U hoort het morgen.

Nos vemos mañana, see you tomorrow, a demain, oant moarn, tot morgen, bis merge!!

FISTERRA!! Eind van de wereld, eind van mijn Reis!!

Maandag, 4 april 2022

De dag begon een beetje flauw. Eerst was er gisteravond een zatlap, die herrie zat te maken tot wel half een. Daarna was het gelukkig rustig.

Maar om kwart over vijf stond die pelgrim die bij mij op kamer sliep op. Heeft in al die tijd niks tegen me gezegd. Raar… Ik had daarom ook geen behoefte iets tegen hem te zeggen.

Die vertrok al voor zeven uur. Ik wilde opstaan om een uur of zeven, maar was om door al die geluiden om zes uur al klaar wakker. Tot half zeven blijven liggen. Havermout, heet water en een banaan als pap, Nescafé-koffie. Dat was wel fijn in die Albergue: servies, bestek, pannen, kruiden. Dat was er allemaal. Wat een verschil met die gemeente-albergues. Daar is gewoon niks. En als je niks bij je hebt, kun je gewoon niks eten of drinken. Waardeloos.

Om een uur of zeven doe ik de deur achter me dicht van de Albergue en liep ik door Muxia richting Iglesia Virxe da Barca, het kerkje aan het water waar ik gisteren nog geweest was.

Het was echt nog heel donker, ik had verwacht dat er wel wat spots op die kerk gericht zouden zijn. Nee, alleen een lantarenpaal, verder niks. Geen mooie foto maken dus.

Ik loop langs dat grote monument wat op de rotsen boven de kerk is geplaatst. Eronder het 0.0 km-paaltje van Muxia. Die geldt voor mij niet. Ik moet nog naar mijn geliefde plaats Fisterra. Ik heb daar zulke mooie herinneringen aan. Ik geloof dat ik er zes dagen ben gebleven. Bijkomen.

Nu heb ik niet zoveel tijd, ik wil dat ook niet, paar dagen bijkomen en dan lekker noar hoës. Naar Helje, naar Ans, naar de kinderen. In 2015 kwamen die allemaal naar Santiago, als verrassing. We hebben toen nog een paar hele leuke dagen gehad samen. Wat andere zaken bekeken als de Camino. Een heel mooi museum voor moderne kunst in Santiago. En we huurden een auto, waarmee we de omgeving nog wat bekeken. Écht een leuke onverwachte afsluiting was dat.

Maar nu leven we in 2022, zeven jaar later, iedereen is zeven jaar ouder. Ik ben met pensioen. Frank woont ondertussen in Hoofddorp, Jan in Antwerpen en Iza in Amsterdam-Noord.

Ik ben onderweg naar Fisterra, het is nog donker. Ik zie gelukkig de paaltjes, waar trouwens geen kilometers, meer opstaan. Alleen:  A Fisterra. Ik kom onderweg ook paaltjes tegen met A Muxia. Voor de pelgrims die Muxia als laatste plaats hebben uitgekozen. Maar deze pylger gaat weer naar Fisterra, het eind van de wereld: Lands End! Ik hoorde vanmiddag dat er in Ierland, Wales, Bretagne en in Galicië dus verschillende Lands End’s zijn: Fisterra, Finistere,

Ik kom in een dorp wat nog bij Muxia hoort, daar kom ik achter als ik er uitloop. Bord met Muxia erop.

Dan loop ik eigenlijk steeds verder van de Oceaan af, het valt me een beetje tegen. Ik had verwacht dat het een mooie kustroute zou zijn.

Nee, we gaan omhoog via eucalyptus-bossen en steeds verder landinwaarts: jammer! Ook nog langs windmolens. Ik heb altijd gedacht dat het wel meeviel dat geluid. Maar als je er een paar uur in de buurt van die molens loopt dan zit het in je oor. Net of er vliegtuigen overvliegen. Dat valt me toch tegen, ik ben namelijk vóór windenergie. Daar moeten ze toch wat op bedenken: dat moet toch stiller kunnen..

Ik geniet dan ook als ik op plek kom waar er geen molens zijn, daarcis het stil. Daar hoor je de vogels. Geen gezoem wat niet stopt. Ik merk dat ik niet goed uitgerust ben, struikel een paar keer over een steen. Opletten: geen ongelukken op de laatste wandeldag!

Ik geniet van door die kleine dorpjes te lopen. Die gevaartes op poten zijn zo bepalend voort beeld, karakteristieke bouwsels voor deze streek. Zo nu en dan kom ik iemand tegen. Een vrouw in haar  schort, een man metveen hond. Allemaal groeten ze: “Olla” of “Buen Camino!”.

Ergens buiten een dorpje zie ik ineens iets rennen in een weiland, het staat stil, ik ook. Het is een vos. Dat is in al die weken vanaf augustus 2021 vos nummer twee. De eerste die stond te blaffen bij mijn tent ergens midden in het bos in Frankrijk én ik wist niet wat het was. Ik herkende het blaffen niet, ik vond het raar klinken. Op YouTube zag ik dat het een vos was.

Nu vos nummer twee, die stast stil te kijken en als hij mij ziet rent bin de struiken in. Weg! Maar ik heb ‘m gezien! Reinhaert de Vos, Lowieke de Vos. Die sluwe vos.

Het werkt bij mij altijd zo, dat ik als, een ree of een vos zie, dat ik daar blij van word. Speciale momenten zijn het! Of die keer dat ik met Andrea in Frankrijk door een veld liep en er twee slangen voor me wegkropen: ik sprong wel een meter hoog van schrik. Ook vandaag zag ik ergens een slang wegkruipen, maar schrok ik niet.

Die mooie ochtenden

Ik loop verder zoals gewoonlijk. Vandaag is een speciale dag, ik realiseer het me bijna niet, vandaag is de laatste wandeldag. Ik zal komende dagen heus nog wel wandelen, maar niet die afstanden van de afgelopen weken..

Morgen ga ik nog naar Cabo Fisterra naar het 0.0 km-paaltje. The End. Nummer van The Doors denk ik er gelijk bij.

https://youtu.be/VScSEXRwUqQ

Net zoals gisteren bij het 15-km bordje ik aan Golden Earring moest denken. Aan George Kooymans.

Eigenlijk raar dat ik onderweg geen muziek luister, terwijl muziek altijd belangrijk is, geweest. Ik kan dat niet, wandelen met van die dopjes of koptelefoon op. Dan ben ik te afgesloten van de wereld. Dat ben ik soms zonder die dingen op mijn oren al. Zo in gedachten, zo ver weg. Dus met dopjes/koptelefoon is te veel. En ik wil dat vogelgezang, de wind, ruizen van de blaadjes niet missen. Dan is het net een film kijken zonder geluid.

Voor het dorpje Frixe kom ik een man tegen met drie honden. We raken aan de praat en hij vertelt dat hij net een huis gekocht heeft. hij heeft een shop, wasr ze hippie-spullen verkopen in O Coruna. Hij laat foto’s zien: het is een marktkraam. Hij vertelt dat hij soms naar India gaat om spulken te kopen.

Hij raadt me aan de kustroute verder te gaan. Er is een heel mooie route: de Camino Ferrol of de Camino Inglés. Die gaat helemaal over kleine paadjes langs de kust. Nou, dat ga ik maar eens proberen. We zeggen gedag en ik ga verder.

Ik kom langs een kerkhof, steek een brug over en ga langs een rivier richting zee. Gelukkig! Daar kom ik drie jonge mannen tegen. Het blijken Ieren te zijn. Ze lopen van vandaag naar Muxia. Gewoon in toeristentenue en in de korte broek zonder rugzak. Ze vinden mijn pylgerverhaal heel interessant.

De Ieren gaan verder naar Muxia, ik ga het via de kustroute proberen. Dat is toch ingewikkelder dan wat ik dacht: er is, een rode pijl, een groene pijl. Geen paaltjes, geen bordjes. Ik raak binnen een half uur hetc spoir bijster. Wel jammer, want die paadjes ovrr de heuvels aan zee tussen de gaspeldoornvelden zijn geweldig. Wel supervermoeiend, het zijn heel smalle pasdjes en er moet geklommen en geklauterd worden. Weer schiet me te binnen: “als ik maar niet val op deze laatste dag…” Gewoon bang voor een self fullfilling prophecy. Rare pylger dat ik ben! Ik ben weken onderweg. Er gebeurd niks, ja, ik verlies wel eens wat. Maar geen valpartijen, ongelukken of wat dan ook. En dan zit ik op de laatste dag md daarcdruk over te maken

Er komen geen valpartijen, het is prachtig, maar ik raak het spoor weer kwijt. Ik besluit over de weg door te gaan. Ook omdat over dit soort paadjes lopen gewoon veel meer meer tijd kost. Daar moet je twee, drie dagen voor uittrekken.

Over de weg bereik ik Fisterra. Mijn lieve Fisterra. Ik kom van een andere kant het plaatsje in en herkdn niks. Wat raar. Tot ik bij dat punt kom met zo’n kruis, aan zee. Dat hdrken ik. Mooi…. Daar ben ik weer! Na zeven jaar! Nog steeds nuchter en met een stent in een hartkransader. En zeven jaar ouder, maar nog steeds niet veel wijzer. Wel vervroegd gepensioneerd. En vandaag heel blij!! Superblij! Het is volbracht!

Nos vemos mañana, see you tomorrow, a demain, oant moarn, tot morgen, bis mergen!!

Nu wel naar Muxia!!

Zondag, 3 april 2022

Daar krijg je toch goeie zin van. Slapen in een puike Albergue, gebracht en gehaald worden door de Señorita van Albergue/Café, heerlijk eten en dan door Señor weer teruggebracht worden naar Albergue.

Stoofvlees met gewone petatten met sla. Heerlijk, lekkere soep met bonen, vermicelli, worst. En een toetje met caramelsaus. Jammie!

Vandaag blijk ik de snurker van het gezelschap te zijn hoorde ik vanmorgen van Claus. Midden in de nacht begon ik ineens te snurken. Zielig voor hem: hij heeft al twee nachten slecht geslapen door gesnurk. Hij pakt vandaag  dan ook een eenpersoonskamer in Finistere, wat ik vanaf nu Fisterra zal noemen, want dat is de eigenlijke naam.

Claus en ik zijn als eerste op, de rugzakken hebben we gisteren al in de keuken neergezet, zodat we niet op de slaapzaal in hoeven te pakken. Behalve Claus en Henry liggen de moeder en dochter er ook nog, volgens Claus Polen, die in Portugal wonen. Die lopen toch elke dag ook 30 kilometers..

We gaan eerst naar het Café van Señorita, want die zei gisteren dat ze om zeven uur open uging. We zitten er nog maar net of de drie Portugezen komen ook binnen. Even later komt Henry er ook aan. Die heeft morgen zijn laatste dag op de Camino.

Hij heeft deze week een bruiloft in München, hij moet eerst nog een pak ergens kopen, want hij heeft alleen wandelkleding bij zich. We lachen erom, dat hij zijn pak in de rugzak moet doen..

Na München gaat hij naar Nepal, weer een pittige tocht. De Camino is een mooie oefening geweest.

Na de koffie, chocolade-croissantjes, geroosterd brood wordt het tijd om te gaan. Ik bedankt Señorita nog voor de hospitality. Echt te gek, die Albergue en dat gerij met de auto op en neer. Daar voel je je welkom! En heerlijk eten!

Het is maar een klein stukje lopen naar de T-splitsing, waar je kunt kiezen óf Fisterra óf Muxia. In 2015 koos ik direct voor Fisterra. En toen ik daar eenmaal was, toen wilde ik geen meter meer lopen. Ik wilde nog afspreken met Andrea, die was in Muxia. Maar het lukte me toen niet om met de bus daar te komen, het was geloof ik zondag en de bussen reden niet.

Nou, dan in 2022, zeven jaar later een herkansing om toch ook naar Muxia te gaan.

Bij de splitsing neem ik afscheid van Claus en Henry. Misschien dat Claus en ik elkaar nog tegenkomen in Fisterra, Henry zie ik niet meer: die gaat morgen al terug naar Santiago en later via Barcelona naar München. Hij is attent: hij wenst me een goede tijd in de USA, ik heb ‘m verteld dat ik in mei naar Michigan ga.

En weer alleen verder. Dat vond in in 2015 steeds moeilijk om elke keer weer afscheid te nemen van pelgrims, waar je een paar dagen of langer met elkaar had opgetrokken. Nu gaat het me gemakkelijker af. Misschien omdat ik in het begin heel veel alleen ben geweest. Dat wen je toch aan. Natuurlijk ben je eens uitgepraat met jezelf en kom je jezelf wel eens tegen, maar alles went.

Alleen zijn heeft ook voordelen, je kunt doen wat je wil. Je hoeft geen rekening te houden met anderen. Maar het is de combinatie die het leuk maakt: soms alleen, soms met anderen. Dat is tijdens het wandelen, dat is in de Albergues. Vrijheid, blijheid.

Ik zie op het bordje, dat ik vandaag niet zo ver hoef: 26.5 km. Nou dan doen we vandaag gewoon rustig aan. Dan ben ik op tijd in Muxia, heb ik nog tijd om daar de boel rustig te bekijken.

Het ziet er weer mooi uit als, de zon opkomt, vandaag achter de windmolens. Als ik een tijdje later in Dumbria kom staat hij precies achter de kerk.

Het eerste gedeelte gaat langs de weg. Maar het is zondagmorgen en er rijdt niemand, ik heb de weg voor me alleen. Maar toch ben ik blij dat ik er van afga. Het eucalyptus-bos in. Ik kom al zo’n auto tegen met zo’n hondenkarretje erachter: volgens mij jagers, die hun hond achter het wild aan laten jagen.

In Nederland zie je ook wel mensen met die karretjes achter de auto, maar die gaan meestal naar de hondenclub. In Frankrijk hen ik een keer zo’n drijfjacht gezien: honden, mensen met van die hesjes. Daar werd ik niet vrolijk van. Het wild wordt in een soort val gedreven en kan geen kant meer uit.

Ik loop verder, het pad slingert door het bos en bij een bocht kom ik weer op de weg terecht.Toch sympathiek dat ze de route er soms even vanaf laten gaan.

Na Dumbria ga ik naar rechts, ik loop er onder een soort viaduct over een klein riviertje. Ikzelf kan over een klein bruggetje. Langzaam wordt Spanje wakker, ik kom de eerste wandelaars tegen: meestal oudere heren. En mountainbikers: mannen en vrouwen, het is zondagmorgen hé! Moet aan Peter en mij denken, lekker crossend door de Heldense Bossen of die keer in de Meterik op zo’n mountainbikebaan. We gingen er allebei een keer flink onderuit met die snelle bochten daar. Dat schiet me  dan te binnen als ik die lui met hun mooie pakjes op hun fietsjes zie zitten.

Voor ik ging ben ik nog langs Karin geweest, Peter’s vriendin én ze gaf me die fietskleding van hem. Daar was ik heel blij mee. Eind maart was het een jaar geleden. Toch gek.

Paarden, pony’s, mountainbikes, muziek: al die zaken herinneren me aan mijn kammeroad, die er niet mee is. Maar door die herinneringen lijkt het soms of hij er nog steeds is. Raar. Zelfs, hier in Spanje.

Ik kom vandaag door niet zoveel dorpjes, plaatsjes: Dumbria, Trasufre, Senande. Veel door eucalyptus-bossen. Weet nog steeds niet waarvoor dat hout wordt gebruikt: wordt het gewoon opgestookt of is het geschikt voor andere doeleinden? Geen idee.

Via Quintáns en San Martino loop ik richting kust. Achter elke heuvel meen ik dat daar de Oceaan moet zijn. Elke keer valt het tegen. Ik app met Claus en vraag hem of hij een foto wil sturen als hij voor Cee de Oceaan ziet. Ik heb hem gisteren verteld dat ik in 2015 moest huilen toen ik dat zag. Einde van de Reis. Maar ook: het begin was ook aan zee, de cirkel was rond. Een emotioneel moment.

Ergens pauzeer ik, ik eet wat meegebrachte croissantjes, ik drink wat. In de zon uit de wind is het lekker. Maar in de schaduw is het ijzig koud, helemaal als het er ook nog waait. Ik kom op een plek, wat hoger, die me doet denken aan Ierland: a windy gap. Brrr, koud en tochterig.

In er dorpje kom ik een jongen met dreadlocks tegen met zijn moeder, ze lopen ook naar Muxia, maar niet zo snel, want dat kan moeder niet. Ik zeg tegen hem: “Ik meende dat je stond te stretchen, maar toen im dichterbij kwam, zag ik dat je aan het plassen was..” Hij moet er om lachen. We kletsen even en ik loop weer door.

Ik kom weer van die auto’s tegen met hondenkarretjes: er wordt flink gejaagd. De eigenaars kijken gestressed, er kan nog geen “Ola!” vanaf.  Ik loop verder….. en ineens is hij daar: de Oceaan. Eigenlijk heel dichtbij. Een dorpje en daarachter ligt hij. Heel mooi  blauw. Ik ben blij. En schiet vol.

En bij volschieten horen blijkbaar doden. Want ze komen allemaal voorbij. Peter, Heit, Mem, Marja, Danny, Eva, Tante Henny, Tante Hinke, Omke Gamy, Tante Lies, Hub, Tante Wietske, Tante Tet, Omke Teake, Omke Jan, Tante Rinkje, Tante Jannie, Omke Jan, Omke  Roel, Omke Stoffel, Tante Rinkje, Omke Eelke.

Gebeurde dat meestal op plekken zoals de Meseta, het kale land in Noord Frankrijk. Nu is het op een moment, dat het juist zo mooi is, maar wel vol emotie. Ik ben blij. Maar tegelijk verdrietig om wat er niet meer meer is.

Met dat gevoel loop ik verder, weer is het ijzig koud in de wind. Terwijl de zon schijnt. Ik kom heel dicht bij het water, maar er zit nog bos tussen.

Verscholen in het bos..

Ik ben de markering even kwijt en ga via maps.me even zoeken, maar kom daardoor op een heel andere route: de Camino Ingrés of die van Ferrol. Ik zoek toch mijn eigen Camino maar weer op. Dit was veel klimmen en klauteren, daar heb ik niet veel zin meer in. Een andere keer misschien. Nu niet.

En zo loop ik door tot ik daar ineens Muxia zie liggen. Prachtig! In de verte: dat dorpje, een heuvel, een haven, bootjes, groen-blauw water, schuimkoppen, het groen van de heuvels er omheen. Echt mooi!

Dan duurt het niet lang meer voor ik in het dorpje ben, de Albergue is, gauw gevonden. Ingeschreven, douchen, wassen, bed opmaken. En dan gauw het dorp in, kijken bij het kerkje aan het water, de Iglesia Virxe da Barca, gewijd aan de Maagd die was verschenen aan Jacobus in een stenen schip.

Een mix van keltische en christelijk geloof, er werden voor de christelijke tijd al magische krachten toegeschreven aan die eigenaardig gevormde stenen op de kliffen.

Met die wetenschap ben ik op deze bijzondere zondagmiddag toch maar even op die misschien wel magische stenen gaan zitten. Baat het niet, het schaadt ook niet. Ge wit mar nooit..

En heel veel foto’s maken vanzelf. Het is een prachtige plek. Ik zit er een tijd. De wind waait hard en is koud. Maar ik zit een beetje beschut tussen twee magische stenen. Ik heb het gewoon warm. Wonderlijk hé?

Ik ben mijn droefheid over al die doden wat kwijt. Geniet van dit speciale moment en stap op, loop richting dorp en ga lekker pulpo eten met gekookte aardappelen met olijfolie en brood. Ik verwen mezelf even, dat mag ook wel eens.

Het leven van een pylger mag dan wel niet over rozen gaan, maar het is niet alleen maar droevenis en ontberingen. Na morgen gaat deze pylger zichzelf helemaal verwennen. Met verstand op nul en blik op oneindig ver..

Nos vemos mañana, see you tomorrow, a demain, oant moarn, tot morgen, bis merge!!

Aftellen die kilometers… nu nog zo’n 60…

Zaterdag, 2 april

Vandaag geen lang verhaal over de 30 km van A Pena naar Hospital. Ik zal wat sfeerfoto’s plaatsen.

Weer hetzelfde als gisteren: zo weinig herinneringen aan dit stuk. Kan me nog herinneren dat ik met een Italiaan liep, Francesco én dat hij een Extreem-Wandelaar was. Hij liep enorme afstanden. Toen ik die dag stopte liep hij nog door. Later in Finistere kwsm. Ik hem nog tegen.

Vanmorgen sfscheid vsn Henry genomen, die ging wat later als mij. Weer in donker vertrokken. Het was behoorlijk frisjes: vanmorgen voor het eerst sinds weken de pijpen er weer eens aangeritst. Muts op, trainingsjack aan.

Toen de zon opkwam was het echt fantastisch. Zo mooi.

Vandaag kwam ik Claus, de Duitser veel tegen en drie Portugezen. Je komt elkaar dan tegen in een barretje. Café-con-leche, sinaasappelcake en tussen de middag bocadillo’s.

Die Claus is een heel leuke vent. Hij heeft de Camino Portugues gelopen en doet na Santiago ook dat stuk Finistere/Muxia er nog achteraan. Engineer, technisch beroep.

Hij heeft ongeveer zelfde tempo als mij. Soms loop ik voorop, dan Claus weer. Geeft vook aan wanneer hij alleen wil lopen. Zo moet het. Samrn, maar ook stukken alleen

Ik vergis me ergens én ben zonder het in de gaten te hebben groene pijlen aan het volgen. Ik kijk op maps.me en zit inderdaad niet op de Camino-route. Maar deze route loop er wel parallel aan. Even Google-Maps erbij. Ik typ Olveiroa in, daar gaat de Camino doorheen, dan moet het goedkomen.

Ik merk datvok niet de enige ben die de fout heeft gemaakt, ik kom ook de Tsjech tegen,  die at gisteren ook in het restaurant. Kan eifenlijk alleen maar Tsjechisch. En Russisch geloof ik. Hij geeft aanndat hij moe is en een Albergue zoekt. “Ich bin alt, ich bin 64!” zegt die grapjas. Ik zeg dat 66 ben en noch nie alt.

“Wir are the Champions” begint hij te zingen. Nou, humor heeft hij wel…

Er is een stuk dat er veel langs de weg gelopen moet worden, niet veel aan, dat vergeet ik allemaal. Niet die mooie paadjes met die prachtige uitzichten. Of dat stuk dat ik verkeerd liep. Vlak langs windmolens langs, dus ook flink hoog.  Die staan hier veel

Windvangers

Als ik met Google-Maps zo richting Olveiroa loop zit ik ineens weercop de Camino. En wie loopt achter me, terwijl hij eerst voor me liep: der Claus aus Neurenberg. Die snapt er niks van: “You took a shortcut” grapt hij.

Het laatste stuk is mooier, we gaan wel flink omhoog. Komen nog in het dorpje Logosa. Voir mij flinke teleurstelling, ik dachtvdat we bij de Albergue van Hospital waren. Even een mentale tik én dat op het eind.

Even later loop ik naar de Bar toe in de veronderstelling dat daar de Albergue is. Claus zitval aan het bier. Ik krijg een bitter lemon vsn de aardige Señorita. Inschrijven, stempel in paspoort. Even bijkomen én dan brengt de Señorita met dr schort nog aan ons met de auto naar de Albergue. Nou, wat een avontuur vandaag.

We moeten stoppen, want er steken koeien over. Dan rijdt ze door zeer smalle straatjes het dorpje in. Ën vanavond komt ze ons weer ophalen én brengen voor het diner. Menu del Dia of Peregrino.

Da wordt vast gezellig. De Portugezen komen ook nog, En een moeder en dochter, waarschijnlijk Pools, maar ook wonend in Portugal. Die lopen ook 30 km per dag.

Nu even bijkomen. Énne: nog maar twee wandeldagen! Tjonge wat kijk ik daar naar uit!

Nos vemos mañana, see you tomorrow, a demain, oant moarn, tot morgen, bis merge!!

We zijn er nog niet: verder richting Muxia..

Vrijdag, 1 april 2022

Niet zo goed geslapen in Hospederia Martin Pinario. Ook daar doen ze ’s nachts de kachel aan. Ik had het raam wagenwijd opengezet, maar het bleef warm. Ik vond dat echt niks. Vannacht om drie opgestaan en een grote handdoek over de verwarming gehangen. Hielp niks.

Het slapen was niks, maar het ontbijt was geweldig: brood, yoghurt, cornflakes, kaas, ham, jam, koffie, jus ‘d orange. Zeer uitgebreid. Dat zijn we niet gewend in Espagne..

Heb gelijk gereserveerd voor 7 op 8 april. Dan vraag ik wel of ze misschien kamers hebben waar je zelf de verwarming kan regelen.

Ik was even na acht uur helemaal klaar en liep eerst naar het plein voor de Kathedraal. Ans geappt: kijk eens op de webcam. Stond ik als enige op dat grote plein..

Daarna vertrekken, ik wist het nog: langs het straatje schuin tegenover Kathedraal naar beneden. Ik was nog maar halve kilometer onderweg en daar liep ik die Amerikaanse jongen uit Washington DC tegen het lijf. Henry, die ik ontmoet had in de Gite in Saint-Jean-Pied-de-Port. Die was ook gisteren aangekomen, had de Camino Francés gelopen. Ook paar dagen geblesseerd geweest, dag of drie.

Hij is nu onderweg naar Finistere. Och, nou heb ik vergeten geld te pinnen, ik weet niet of ze in die dorpjes pinautomaten hebben. Ik zeg Henry gedag en moet helemaal teruglopen, weer over het grote plein. Wel twee kilometers extra..

Dan kan ik eindelijk vertrekken. Ik kan me nog goed herinneren dat je vanaf die kant waar ik nu loop een heel mooi zicht heb op de Kathedraal, die torent letterlijk boven de oude stad uit.

Silhouette van de Kahedraal..

Ik loop verder, eerst nog door wat buitenwijken, maar al gauw gaan we het bos in omhoog. Flinke klimmetjes.

Ik kom geregeld wat pelgrims tegen. Het valt me op dat er vooral vrouwen lopen. Alleen of met zijn tweetjes, ook kom ik een groep oudere vrouwen tegen, allemaal met een roze t-shirt, maar zij lopen de andere kant op.

Ook een jongen met een meisje, hij uit Spanje en zij uit Brazilië lopen vanuit Finistere terug naar Santiago.

Weer valt het me op dat ik weinig herinneringen heb van dit stuk. Ik ben daarover aan het nadenken en en bedenk dat ik gewoon stukken die niet zo interessant zijn geblokt heb. Of het moet zo saai zijn dat ik het juist wel onthoud.

Je hebt van die hoogtepunten, net zoals dat punt waar je de Kathedraal in de verte ziet. Of zoals vandaag bij Ponte Maceira, een heel oude brug uit de 14e eeuw over de Rio Tambre. Compleet met waterval. Echt prachtig.

Maar er zijn stukken, bijvoorbeeld door een eucalyptusbos. Tja, overal hetzelfde. Zelfde pad, zelfde blaadjes op de grond. Die bomen vervellen of zo. En dat ligt allemaal onder die reuzen, want ze worden best hoog. Ik onthou alleen de geur. Heerlijk, eucalyptus!

Dat gebeurd niet in elk bos, dat je het gewoon niet onthoud: er zijn heel bijzondere bossen. Bijvoorbeeld wat ik oud lanschap noem. Dat blijft hangen. Of bos wat helemaal verwilderd is. Dat blijft hangen. Maar niet zo’n paadje door een productiebos. Laat me dan maar aan de bosrand wandelen, dat is interessanter.

Maar wel grappig hoe dat werkt, dat geheugen. Je kunt ook niet alles onthouden, dan zou je kop uit elkaar spatten. Maar hoe het precies werkt is me nog steeds een raadsel. Bij mij blijven beelden (en ook geuren) ook heel lang hangen, beter als begrippen, woorden, namen, cijfers. Ik denk ook meer beeldend denk ik.

Ik kom in Negreira, eigenlijk een stad. Geen zin in. Ik loop wel door. Op de Buen Camino-app zag ik dat er in A Pena Albergues zijn, een stukje verder. Dan zijn die dagen tot Finistere beter verdeeld: allemaal net onder de 30 km, alleen Muxia naar Finstere is 30.6 km. Misschien is die nog wat in te korten. We zien wel. Ik kijk naar die dag uit: weet je nog?

Wandelschoenen aan de wilgen…

Maar zover is het nog niet: vandaag is het vrijdag: naar Albergue in A Pena. Morgen zaterdag: naar Albergue in Hospital. Overmorgen: zondag: Albergue in Muxia. En maandag naar Finistere en hopen dat Miguel’s Albergue do Sol e da Lua open is. Ik zag de stickers vanmiddag al hangen..

Nu ben ik aangekomen bij de Albergue in A Pena. Als ik de steile trap in de tuin omhoog loop zie ik een bekende zitten: Henry uit Washington DC. Nou, gezellig, even wat bijkletsen!

Nos vemos mañana, see you tomorrow, a demain, oant moarn, tot morgen, bis merge!!